Vereniging VNO-NCW


Belastingherziening 2001

Aan de voorzitter en leden van de
Vaste Commissie voor Financiën uit de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Briefnummer
00/10.411/K/Wi Den Haag
19 januari 2000
Onderwerp
Belastingherziening 2001
Telefoonnummer
070 349 0419

Hoogedelgestrenge dames en heren,

Mede naar aanleiding van de recentelijk door de regering gepresenteerde aanpassingen van de wetsvoorstellen inzake de belastingherziening 2001 vraagt VNO-NCW uw aandacht voor de meesleepregeling in het aanmerkelijk-belang(a.b.-)regime, de lastenverzwaring voor werkgevers van f 345 mln in de sfeer van de werknemers-spaarregelingen en het nog niet bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel inzake het ondernemerspakket 21e eeuw.

De meesleepregeling in het a.b.-regime VNO-NCW is verheugd over het terugbrengen van het a.b.-tarief naar het thans geldende niveau van 25%. In verband met deze aanpassing is de meesleepregeling gewijzigd. Volgens die aangepaste regeling wordt onder meer een door de a.b.-houder aan de eigen BV ter beschikking gestelde onroerende zaak geacht tot het vermogen van de BV te behoren. De a.b.-houder wordt geacht het pand te hebben ingebracht tegen uitreiking van een aandeel van een afzonderlijk soort. Door deze fictie vallen de voor- en nadelen van het pand binnen de sfeer van de vennootschapsbelasting (Vpb). Zo behoort de boekwinst bij verkoop van het pand tot de winst van de BV, aldus het voorgestelde artikel 8b Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Betaalt de BV huur aan de a.b.-houder, dan is die huur - die als een onttrekking wordt aangemerkt - bij de BV niet aftrekbaar en bij de a.b.-houder belast tegen 25%. Op die wijze wordt beoogd bij de a.b.-houder een tarief van 51% te bereiken.

Deze regeling heeft in ieder geval tot gevolg dat:
* in het geval er meerdere a.b.-houders zijn waarvan één a.b.-houder
- bijvoorbeeld met een 10%-pakket - het pand ter beschikking heeft gesteld, de andere a.b.-houders wor-den geconfronteerd met de Vpb-gevolgen van de BV. Aan de a.b.-houder betaalde huur wordt immers als een onttrekking gezien en is dus bij de BV niet aftrekbaar;

* de andere a.b.-houders worden ook bij verkoop van het pand met de Vpb-gevolgen van de BV geconfronteerd. In dat geval geniet de verhurende a.b.-houder vermogenswinst, terwijl de BV daarover Vpb is verschuldigd;

* de andere a.b.-houders ondervinden die Vpb-gevolgen eveneens indien het a.b.-houderschap van de verhuurder eindigt. Dit zal ertoe leiden dat de BV een actuele belastingschuld krijgt, terwijl het pand feitelijk nog op dezelfde wijze binnen de BV wordt gebruikt;

* de a.b.-houder die een met vreemd vermogen gefinancierd pand aan de BV ter beschikking heeft gesteld, de op hem drukkende financieringslasten niet in aftrek kan brengen, omdat de lasten geacht worden de BV aan te gaan. De verhoging van de verkrijgingsprijs van het door de a.b.-houder verkregen bijzondere aandeel wordt weliswaar met die lasten verhoogd, maar die verhoging wordt eerst bij een toekomstige verkoop verrekend en biedt derhalve onvoldoende soelaas.

De conclusie van VNO-NCW is dat de door de regering aangepaste meesleepregeling ongerijmdheden bevat, die weggenomen dienen te worden. Door de meesleepregeling in box 1 onder te brengen, zou worden bereikt dat de fiscale gevolgen uitsluitend de verhurende a.b.-houder aangaan. Het is voor de BV en andere a.b.-houders dan irrelevant of de verhuurder een a.b.-houder of een willekeurige derde is, hetgeen recht doet aan de economische realiteit.

De lastenverzwaring werknemersspaarregelingen VNO-NCW zendt u hierbij kortheidshalve haar persreactie op de door de regering aangepaste voorstellen. Uit het bericht blijkt dat VNO-NCW onder meer kritiek heeft op het voorstel van de regering om de handhaving van de werknemersspaarregelingen gepaard te laten gaan met een werkgeversheffing van 15% over spaarloon en spaarpremies. Dit besluit betekent een lastenverzwaring voor werkgevers van f 345 mln, zo is vermeld in de nota naar aanleiding van het nader verslag inzake het wetsvoorstel Wet inkomstenbelasting 2001. De regering heeft zich eerder op het standpunt gesteld dat de spaarregelingen hun positieve effect op de loonontwikkeling hebben bewezen. De voorgestelde lastenverzwaring staat haaks op dit standpunt.

VNO-NCW wijst nog op een ander aspect. In de brief van de Stichting van de Arbeid d.d. 21 oktober 1999, waarnaar ook de regering heeft verwezen, hebben werkgevers- en werknemersorganisaties gezamenlijk gepleit voor handhaving van de werknemersspaarregelingen.

Tegen de achtergrond van dit gezamenlijke pleidooi is het onbegrijpelijk dat de rekening van de voorgestelde handhaving van de regelingen volledig bij de werkgevers wordt gelegd. Een besluit om de budgettaire gevolgen van het instandhouden van de spaarregelingen af te wentelen, behoort niet uitsluitend werkgevers te regarderen. De financiële ruimte voor een evenwichtiger oplossing is beschikbaar. VNO-NCW memoreert in dit verband de in de belastingherziening 2001 nog niet aangewende f 650 mln die is gemoeid met de verhoging van het arbeidskostenforfait met ingang van 1 januari 2000.

Een ander knelpunt dat zowel werkgevers als werknemers aangaat, is de voorgestelde afschaffing van de aftrekbaarheid van arbeidskosten. VNO-NCW blijft van mening dat deze beslissing fundamenteel onjuist is en een ongewenste druk op werkgevers legt om kosten te vergoeden.

Het ondernemerspakket 21e eeuw Tijdens door u met de regering gevoerd overleg over de belastingherziening 2001 is het nog in te dienen wetsvoorstel inzake het ondernemerspakket genoemd. Daarin heeft de regering erop gewezen dat het bedrijfsleven vertegenwoordigd was in de werkgroep Oort-II , die voorstellen voor een ondernemerspakket 21e eeuw heeft geformuleerd.

VNO-NCW plaatst in dit verband gaarne een aanvullende opmerking. De werkgroep Oort-II is gevolgd door de werkgroep "Belastingen bedrijfsleven 21e eeuw", bestaande uit vertegenwoordigers van VNO-NCW, MKB-Nederland, LTO Nederland en de ministeries van Financiën, van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Op basis van de door de werkgroep Oort-II aangedragen bouwstenen heeft deze werkgroep - de werkgroep Belastingen bedrijfsleven 21e eeuw" - een pakket maatregelen voorgesteld. Zoals in de inleiding van het rapport is vermeld, is de gehele werkgroep van mening dat het pakket maatregelen integraal dient te worden ingevoerd en dat het onwenselijk is hieruit maatregelen te selecteren.

VNO-NCW verzoekt u deze brief bij uw nadere beschouwingen over de belastingherziening 2001 te betrekken. Een kopie van deze brief is heden naar de minister en de staatssecretaris van Financiën gezonden.

Hoogachtend,

Drs. J.A. Dortland
Directeur Economische Zaken



Meer informatie: http://www.vno-ncw.nl/belastingplan

Deel: ' Brief VNO-NCW over Belastingherziening 2001 '




Lees ook