Tweede Kamer der Staten Generaal


00000000.235 brief min vrom t.g.v. besluit slibvangputten en olie- en vetafscheiders

Gemaakt: 30-12-1999 tijd: 16:40


2

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 24 dec. 1999

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u, gevolg gevend aan artikel 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer, een afschrift toekomen van het besluit van 11 okt.
1999, houdende wijziging van het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer, het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer en het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (wederzijdse erkenning van slibvangputten en olie- en vetafscheiders).

Een eensluidende brief heb ik gezonden aan de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Hoogachtend,

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

J. Pronk

Besluit van

houdende wijziging van het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer, het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer en het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (wederzijdse erkenning van slibvangputten en olie- en vetafscheiders)

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 juni 1999, nr. MJZ 99182231, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op artikel 8.40 van de Wet milieubeheer;

De Raad van State gehoord (advies van 30 augustus 1999, nr. W08.99.0308/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 oktober 1999, nr. MJZ
99217199, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:

Artikel I

Het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer, bijlage 2, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd.

A

Voorschrift 1.3.12, onder a, komt te luiden:

a. Een slibvangput en een vetafscheider als bedoeld in voorschrift
1.3.11, onder a:


1°. voldoen aan NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad, en


2° . worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden overeenkomstig NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad.

B

Aan voorschrift 1.3.12 worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. In afwijking van onderdeel a, onder 1°, en de voorschriften, bedoeld onder b, kunnen slibvangputten en vetafscheiders ook voldoen aan regels die ten aanzien van slibvangputten en vetafscheiders gelden in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeen- komst betreffende de Europese Economische Ruimte en waarmee een ten minste met de in onderdeel a, onder 1°, en onder b bedoelde voorschriften gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt.

e. Een slibvangput en een vetafscheider voldoen in elk geval aan regels als bedoeld onder d, indien voor deze voorzieningen een kwaliteitsverklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling waaruit blijkt dat een instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, welke instelling in staat is tot het op onafhankelijke, betrouwbare en deskundige wijze beoordelen van slibvangputten en vetafscheiders, bij een keuring heeft vastgesteld dat de voorzieningen voldoen aan deze regels.

Artikel II

De bijlage, behorende bij het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, wordt als volgt gewijzigd.

A

Voorschrift 1.3.11, onder a, komt te luiden:

a. Een slibvangput en een vetafscheider als bedoeld in voorschrift
1.3.10, onder a:


1°. voldoen aan NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad, en


2°. worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden over- eenkomstig NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad.

B

Aan voorschrift 1.3.11 worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

In afwijking van onderdeel a, onder 1°, en de voorschriften, bedoeld onder b, kunnen slibvangputten en vetafscheiders ook voldoen aan regels die ten aanzien van slibvangputten en vetafscheiders gelden in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeen- komst betreffende de Europese Economische Ruimte en waarmee een ten minste met de in onderdeel a, onder 1°, en onder b bedoelde voorschriften gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt.

Een slibvangput en een vetafscheider voldoen in elk geval aan regels als bedoeld onder d, indien voor deze voorzieningen een kwaliteitsverklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certifice- ringsinstelling waaruit blijkt dat een instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, welke instelling in staat is tot het op onafhankelijke, betrouwbare en deskundige wijze beoordelen van slibvangputten en vetafscheiders, bij een keuring heeft vastgesteld dat de voorzieningen voldoen aan deze regels.

Artikel III

Het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer wordt als volgt ge- wijzigd.

A

Artikel 9, tweede lid, komt te luiden:


2. Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling slibvangputten en vet- of olie-afscheiders mede op het in de bijlage opgenomen voorschrift 1.3.13, onder b, c, g en h.

B

Onderdeel B van de bijlage wordt als volgt gewijzigd.


1. Voorschrift 1.3.13, onder a, komt te luiden:

a. Een slibvangput en een vetafscheider als bedoeld in voorschrift
1.3.11, onder a:


1º. voldoen aan NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad, en


2°. worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden overeenkomstig NEN 7087, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad.


2. Aan voorschrift 1.3.13 worden zeven onderdelen toegevoegd, luidende:

d. In afwijking van onderdeel a, onder 1°, en de voorschriften, bedoeld onder b, kunnen slibvangputten en vetafscheiders ook voldoen aan regels die ten aanzien van slibvangputten en vetafscheiders gelden in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en waarmee een ten minste met de in onderdeel a, onder 1°, en onder b bedoelde voorschriften gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt.

Een slibvangput en een vetafscheider voldoen in elk geval aan regels als bedoeld onder d, indien voor deze voorzieningen een kwaliteits- verklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling waaruit blijkt dat een instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, welke instelling in staat is tot het op onafhankelijke, betrouwbare en deskundige wijze beoordelen van slibvangputten en vetafscheiders, bij een keuring heeft vastgesteld dat de voorzieningen voldoen aan deze regels.

Een slibvangput en een olie-afscheider als bedoeld in voorschrift
1.3.12, onder c:

1º. voldoen aan NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen, en
2º. worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden overeenkomstig NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen.

Ten aanzien van de toepassing van NEN 7089 als bedoeld onder f, kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden gegeven. Daarbij kunnen van die NEN afwijkende voorschriften worden vastgesteld.

Een slibvangput en een olie-afscheider voldoen in elk geval aan NEN
7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in
1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen, en de onder g bedoelde ministeriële regeling, indien voor deze voorzieningen een kwaliteits- verklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling, waaruit blijkt dat de voorzieningen voldoen aan die NEN en de onder g bedoelde ministeriële regeling, en die voorzieningen zijn voorzien van een bij ministeriële regeling aangegeven merkteken.

In afwijking van onderdeel f, onder 1º, en de voorschriften, bedoeld onder g, kunnen slibvangputten en olie-afscheiders ook voldoen aan regels die ten aanzien van slibvangputten en olie-afscheiders gelden in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en waarmee een ten minste met de in onderdeel f, onder 1º, en onder g bedoelde voorschriften gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt.

Een slibvangput en een olie-afscheider voldoen in elk geval aan regels als bedoeld onder i, indien voor deze voorzieningen een kwaliteitsver- klaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling waaruit blijkt dat een instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, welke instelling in staat is tot het op onafhankelijke, betrouw- bare en deskundige wijze beoordelen van slibvangputten en olie-afscheiders, bij een keuring heeft vastgesteld dat de voorzieningen voldoen aan deze regels.

Artikel IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de negenentwintigste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Nota van toelichting

Het opnemen van een bepaling van wederzijdse erkenning ten aanzien van slibvangputten en vetafscheiders in het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer en het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer alsmede ten aanzien van slibvangputten en vet- en olie-afscheiders in het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer, vloeit voort uit een opmer-king van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in het kader van de notifica-tie van de Rege-ling slib-vang-put-ten en vet- of olie-af-scheiders op grond van richtlijn nr. 83/189/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 maart 1983 (PbEG L 109) betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (98/0174/NL).

Omdat de genoemde regeling speci-fieke technische voorschrif-ten geeft die het voldoen aan Neder-land-se normen voor vervaardi-ging en certifi-ce-ring verplicht stellen, drong de Commissie er op aan dat in die regeling een bepaling met betrekking tot de weder-zijdse erkenning werd opgeno-men van slibvang-put-ten en vet- en olie-afscheiders die op rechtma-tige wijze zijn geprodu-ceerd en/of op de markt gebracht in een andere EU-lidstaat of afkomstig zijn van een bij de Europese vrijhan-delsassoci-atie aange-sloten EER-staat, en wel volgens zodanige technische voorschriften dat daardoor een passend en voldoende niveau van milieubescherming wordt bereikt.

De eis dat slibvangputten en vet- en olie-afscheiders aan Nederlandse normen (NEN) moeten voldoen, staat echter in de betreffende algemene maatregelen van bestuur, gebaseerd op artikel 8.40 van de Wet milieubeheer. Daarom is de Commissie toegezegd dat de bepaling van wederzijdse erkenning zo spoedig mogelijk in die maatregelen zou worden opgenomen. De Commissie heeft vervolgens ingestemd met de aan haar voorgelegde concept-erkenningsclausule.

Het Besluit herstelinrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, het Besluit tankstations milieubeheer en het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer zijn inmiddels voorzien van een dergelijke clausule (Stb. 1999, 121). Met het onderhavige besluit worden de nog resterende besluiten op identieke wijze aangepast.

Bovendien wordt het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer aangevuld (zie de aan voorschrift 1.3.13 van de bijlage bij dat besluit toegevoegde onderdelen f tot en met j), omdat gebleken is dat in dat besluit per abuis slechts een deel van de eisen was opgenomen waaraan slibvangputten en olie-afscheiders moeten voldoen (zie de voorschriften 3.2.3 tot en met 3.2.5).

Het besluit is op 10 mei 1999 voorgepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant (Stcrt. 1999, 88). Er zijn geen opmerkingen binnengekomen.

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief VROM slibvangputten en olie- en vetafscheiders '




Lees ook