Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VenWs inzake de schadevergoedingsregeling ex-dwan garbeiders

Gemaakt: 10-4-2000 tijd: 10:19


2

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 6 april 2000

Onderwerp:

schadevergoedingsregeling voor ex-dwangarbeiders

In mijn brief van 11 februari 2000, kenmerk DBO-CB-U-2032285, heb ik toegezegd u te informeren over de verdere ontwikkelingen op het gebied van schadeloosstelling van voormalige dwangarbeiders.

Ik kan u meedelen dat op 23 maart 2000 in Berlijn een beginsel-akkoord is gesloten over de verdeling van de DM 10 miljard uit het Duitse fonds. Van de DM 10 miljard zal de helft worden opgebracht door de Duitse overheid en de andere helft door het Duitse bedrijfsleven. 880 Duitse bedrijven hebben inmiddels toegezegd aan het fonds deel te nemen.

Van het in het fonds gestorte bedrag is DM 8,1 miljard bestemd voor individuele uitkeringen. Dit bedrag wordt nog verhoogd met ongeveer DM
150 miljoen. Dit betreft rente en een bedrag uit een schadevergoedingsfonds van de Zwitserse banken. Verreweg het grootste gedeelte van de DM 8,25 miljard gaat naar de dwangarbeiders uit Midden- en Oost-Europa en de door de Jewish Claims Conference vertegenwoordigde joodse getroffenen. DM 800 miljoen gaat naar de niet joodse dwangarbeiders uit de rest van de wereld. Uit dit gedeelte moet ook de schadeloosstelling voor de ex-dwangarbeiders in Nederland komen. Het is thans nog onduidelijk hoeveel er uiteindelijk voor de Nederlandse ex-dwangarbeiders beschikbaar is. Er moet nog een partnerorganisatie worden gevonden die zorg draagt voor de verdeling van de DM 800 miljoen. Het Internationale Rode Kruis in Genève is hiervoor benaderd. Het verzoek is in welwillende overweging genomen. DM 1 miljard is gereserveerd voor vermogensclaims aan de Duitse overheid en het bedrijfsleven. Aan het toekomstfonds wordt DM 700 miljoen besteed. Dit fonds wordt ingesteld voor sociale en culturele projecten op het gebied van herinnering van de holocaust, preventie en het bevorderen van tolerantie.

Tot slot is er DM 200 miljoen nodig voor administratie- en advocaatkosten.

Wat opvalt in vergelijking met de vorige onderhandelingsrondes is een versoepeling binnen de categorieën dwangarbeiders die in aanmerking komen voor schadevergoeding.

categorie A: diegenen, die vanuit concentratiekampen, getto's of vergelijkbare omstandigheden dwangarbeid hebben verricht;

categorie B: diegenen, die zijn gedeporteerd naar het Duitse Rijk, binnen de grenzen van 1937, of in een door de Duitsers bezet gebied, en onder andere voorwaarden als onder categorie A vermeld gevangen hebben gezeten, of onder vergelijkbare voorwaarden gevangenschap hebben gekend of aan vergelijkbare bijzonder slechte levensomstandigheden onderworpen waren en hier dwangarbeid hebben verricht; dit geldt niet voor naar Oostenrijk gedeporteerde dwangarbeiders;

categorie C: diegenen, die in het kader van vervolging, waarbij Duitse ondernemingen betrokken waren, vermogensschade hebben geleden en hiervoor geen compensatie op grond van Duitse wetgeving hebben ontvangen.

De minimale periode van 2 maanden gedwongen tewerkstelling is achterwege gelaten en in categorie B is niet langer sprake van permanente bewaking. Deze verruiming biedt enig perspectief voor de Nederlandse ex-dwangarbeiders. Tevens wordt de geografische beperking tot de grenzen van het Duitse Rijk van 1937 losgelaten. Thans kunnen dus ook dwangarbeiders schadeloos worden gesteld die buiten deze grenzen tewerkgesteld waren. De schadeloosstelling geldt evenwel niet voor dwangarbeiders die in Oostenrijk hebben moeten werken. In Oostenrijk wordt een apart fonds opgericht naar Duits voorbeeld.

Op 22 maart 2000 werd het wetsvoorstel voor de oprichting van de stichting 'Erinnerung, Verantwortung und Zukunft' aan de Bondsdag aangeboden. Naar verwachting wordt eind april 2000 de stichting geïnstalleerd. Waarschijnlijk zal eind juli 2000 het wetsontwerp van kracht worden. Vanaf dat moment zouden voormalige dwangarbeiders acht maanden de tijd hebben om zich aan te melden om voor een schadevergoeding in aanmerking te komen. De stichting hoopt voor het eind van dit jaar tot de eerste betalingen over te kunnen gaan.

Wat het akkoord concreet voor de Nederlandse voormalige dwangarbeiders betekent, kan op dit moment nog niet worden ingeschat. Als tot betaling aan Nederland over wordt gegaan, wil de regering met de Stichting Burger-Oorlogsgetroffenen een tijdelijke uitvoeringsorganisatie in het leven roepen, die de verdeling van de gelden voor de ex-dwangarbeiders op zich zal nemen. Aan de hand van de wet zal de uitvoering ter hand worden genomen.

Er wordt de komende tijd in diverse werkgroepen in Washington nog onderhandeld over de vrijwaring voor rechtsvervolging. Eind april, begin mei wordt een ceremoniële afsluiting van de onderhandelingen in Berlijn verwacht.

Uiteraard zal ik u over de verdere ontwikkelingen informeren.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief VWS inzake schadevergoedingsregeling ex-dwangarbeiders '




Lees ook