Ministerie van VWS

Bijbetalen HIV-remmers

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

DBO-CB-U-2048238

13 maart 2000

In uw brief van 21 februari jl. vraagt u mij u op de hoogte te stellen van mijn antwoord op de brief van de HIV Vereniging Nederland d.d. 25 januari jl. inzake bijbetaling hiv-remmers. Ik kan u hierover het volgende meedelen.

Naar aanleiding van deze brief heeft op 7 februari jl. een gesprek plaats gevonden met enkele vertegenwoordigers van de HIV Vereniging. Tijdens dit gesprek heeft de HIV Vereniging de problematiek rondom de bijbetaling voor HIV-remmende genees-middelen nader toegelicht. Tevens zijn de vragen uit de brief van 25 januari aan de orde gekomen; de HIV Vereniging heeft tijdens het gesprek te kennen gegeven dat ze een schriftelijke beantwoording van de brief niet meer nodig achtte. Inmiddels had ook de Vereniging van Aidsbehandelaren aandacht gevraagd voor de hoge bijbetalingen en de hiermee gepaard gaande problemen voor de volksgezondheid die optreden bij combinatietherapie met HIV-remmers.

Op basis van het gesprek met de HIV Vereniging en de brief van de Vereniging van Aids-behandelaren ben ik tot de conclusie gekomen dat de filosofie van het Geneesmiddelen-vergoedingssysteem (GVS) - namelijk dat er in beginsel altijd een geneesmiddel zonder bijbetaling gekozen kan worden in de praktijk niet altijd blijkt op te gaan bij de combinatie-therapie met HIV-remmers. Met name vanwege verschillen in bijwerkingen en resistentiepatronen zijn geneesmiddelen die op grond van klinische studies in één cluster zijn opgenomen in de praktijk niet altijd onderling vervangbaar. Bovendien komt het voor dat twee geneesmiddelen uit één cluster tegelijk worden gebruikt, waardoor de keuzemogelijkheden, en dus de alternatieven, beperkt zijn. Hierdoor kunnen bij de behandeling van HIV-positieve patiënten met een combinatietherapie onvermijdbare bijbetalingen ontstaan, hetgeen de behandeling van deze patiënten in gevaar brengt en daarnaast vanwege het risico van (multi)resistentievorming door therapieontrouw of therapiestaking een bedreiging voor de volksgezondheid vormt.

Naar aanleiding hiervan heb ik besloten dat de HIV-remmende geneesmiddelen met ingang van 1 april 2000 op bijlage 1B van de Regeling farmaceutische hulp geplaatst zullen worden. Hierdoor kunnen artsen en patiënten samen de meest optimale en doelmatige therapie bepalen zonder dat dit tot onvermijdbare bijbetalingen leidt.
Ik zal mij, mede in overleg met het College voor zorgverzekeringen, nader beraden op een oplossing ten aanzien van de financiering en vergoeding van HIV-middelen in het kader van een optimale en zo doelmatig mogelijke behandeling.
De HIV Vereniging, de Vereniging van Aidsbehandelaren en alle fabrikanten van HIV-remmende geneesmiddelen zijn reeds geïnformeerd over de komende wijziging in de vergoeding.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over de stand van zaken rondom de HIV-remmers.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Deel: ' Brief VWS over bijbetalen HIV-remmers '




Lees ook