Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Westelijk Halfrond

Afdeling Koninkrijkszaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 13 januari 1998
Kenmerk DWH/AK-342/98
Blad 1/1
Bijlage(n) 1
Betreft Antwoord op de vragen van het lid Van Middelkoop

over een drugsbestrijdingscentrum op Curaçao

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer van 16 december 1998, nr. 2989904460, doe ik U mede namens de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als bijlage dezes, het antwoord toekomen op de door het lid Van Middelkoop, overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, over een drugsbestrijdingscentrum op Curaçao.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,

_________________________________________________________________


2989904460

Vraag 1:

Onderzoekt de Amerikaanse regering de mogelijkheid een drugsbestrijdingscentrum op Curaçao te vestigen?

Vraag 3

Welke overwegingen zullen van toepassing zijn bij een eventuele inwilliging van een dergelijk verzoek?

Antwoord op de vragen 1 en 3

Vanwege sluiting van de VS-basis "Howard" in Panama onderzoekt de Amerikaanse regering de mogelijkheid om elders in de regio logistieke steunpunten in verband met de bestrijding van de internationale drugshandel te vestigen. Daarbij is ook het oog gevallen op de Nederlandse Antillen en Aruba.

Van een verzoek om tot vestiging over te mogen gaan, is nog geen sprake. De VS heeft aangegeven eerst alle mogelijkheden te willen onderzoeken. In het kader van dat onderzoek heeft een team van experts van de VS recent een bezoek gebracht aan Curaçao en Aruba. Het Koninkrijk heeft, mede gelet op de bestaande samenwerking met de VS, met een dergelijk technisch onderzoek ingestemd.

Vraag 2:

Is overleg over een daartoe strekkend verzoek een aangelegenheid van het Koninkrijk en/of de Nederlandse Antillen?

Antwoord op vraag 2

De buitenlandse betrekkingen zijn volgens het Statuut een aangelegenheid van het Koninkrijk. Vanzelfsprekend vindt binnen het Koninkrijk overleg met de koninkrijkspartners plaats, omdat eendergelijke kwestie deze rijksdelen direct raakt.

Vraag 4:

Wat is de aard van de activiteiten van genoemd
drugsbestrijdingscentrum?

Behoren daartoe ook politionele en/of militaire bevoegdheden?

Vraag 5:

Hoeveel opsporingsvliegtuigen en schepen zullen aan zo'n centrum worden verbonden?

Vraag 6:

Zal vestiging van een Amerikaans drugsbestrijdingscentrum ook gevolgen (kunnen) hebben voor de Kustwacht?

Vraag 7:

Ligt het in de rede dat een daartoe strekkende overeenkomst de vorm zal krijgen van een verdrag tussen het Koninkrijk en de Verenigde Staten, waarvoor parlementaire goedkeuring in Nederland en de Nederlandse Antillen vereist is?

Antwoord op de vragen 4 t/m 7

Aangezien de resultaten van het inventariserend onderzoek nog niet bekend zijn en er ook nog geen concreet verzoek ligt, kunnen thans nog geen details worden gegeven over de invulling van een mogelijk logistiek steunpunt op de Nederlandse Antillen of Aruba. Aan de hand van een eventueel Amerikaans verzoek zal moeten worden nagegaan welke implicaties het verzoek heeft, in hoeverre hiermee zou kunnen worden ingestemd en in welke juridische vorm afspraken gevat zouden moeten worden.

Deel: ' Buitenlandse Zaken over drugsbestrijdingscentrum op Curaçao '




Lees ook