Partij van de Arbeid


 

 

 

Den Haag, 15 september 1999

 

 

 

PVDA-KAMERLID JET BUSSEMAKER OVER

DE WET ARBEIDSVOORWAARDEN

GRENSOVERSCHRIJDENDE ARBEID

 

Tijdens het plenair debat over de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid op woensdag 15 september heeft PvdA-kamerlid Jet Bussemaker verheugd gereageerd op het feit dat de Europese richtlijn wordt omgezet in wetgeving. Bussemaker: "Het is een stap in de richting van goed sociaal beleid. Concurrentie tussen verschillende lidstaten op het terrein van arbeidsvoorwaarden wordt door deze wet tegengegaan."

De wet komt voort uit een Europese richtlijn die eind dit jaar ingevoerd moet zijn. De richtlijn is bedoeld om concurrentie in de arbeidsvoorwaardelijke sfeer tussen verschillende lidstaten tegen te gaan ten aanzien van werknemers die tijdelijk in een andere lidstaat werken. De richtlijn bepaalt dat indien een werknemer tijdelijk in een andere lidstaat werkt dan waar die doorgaans arbeid verricht, een aantal arbeidsvoorwaarden uit het land waar hij werkt van toepassing zijn. Dit is het zogeheten werklandbeginsel. Het gaat daarbij om werk- en rusttijden, vakantiedagen, minimumloon, gezondheidsbescherming, bescherming van jongeren en zwangere vrouwen, gelijke behandeling.

Aanvankelijk was de wet alleen bedoeld voor de bouwsector (zij het in brede zin, zodat bijvoorbeeld ook schilderwerk, schoonmaak en klein onderhoud er onder valt), zowel wat de wettelijke bepalingen ten aanzien van minimumloon, maximale werktijden en dergelijke betreft als met betrekking tot verbindend verklaarde cao-bepalingen op dezelfde terreinen. Bussemaker vindt dit te beperkt: "De nadruk op de bouwsector is begrijpelijk gezien de achtergrond van de problemen. Die zijn ontstaan in Duitsland na de hereniging, toen daar veel werknemers uit andere landen tijdelijk in de bouw zijn gedetacheerd. Dat is op zich echter onvoldoende reden de wetgeving daartoe te beperken. Er zijn namelijk vele andere sectoren denkbaar waarin het probleem van arbeidsvoorwaarden bij grensoverschrijdende arbeid zich kan voordoen. In de industriële sector (metaal), in de agrarische sector (tuinbouw), maar ook in toenemende mate in dienstensector (zorg, maar bijvoorbeeld ook onderwijs). Ook hier dient sociale 'dumping' te worden tegen gegaan."

Naar aanleiding van kamervragen heeft de regering de expliciete verwijzing naar de bouwsector uit de wet gehaald waar het de wettelijke bepalingen betreft. De regering wil dat echter niet doen als het gaat om het algemeen verbindend verklaren van cao-bepalingen. Die blijven wèl beperkt tot de bouwsector. Bussemaker vindt de argumentatie hiervoor niet erg overtuigend.

Z.O.Z.

Tijdens het debat heeft Bussemaker ook nog enkele kleinere punten naar voren gebracht:


* Hoe moet precies vastgesteld worden welke arbeidsvoorwaarden gunstiger zijn voor de werknemer, die van het woonland of het werkland? En moet dat per onderdeel vergeleken worden of wordt het hele pakket als uitgangspunt genomen? Belgische en Nederlandse sociale partners hebben gekozen voor de laatste optie. Het ligt voor de hand dat de regering dat overneemt.

* De richtlijn vraagt om een duidelijke verplichting tot toezicht. De regering verwijst naar de rol van de Arbeidsinspectie. Maar hoe denkt ze werkgevers en werknemers te informeren en te wijzen op de verplichtingen die deze richtlijn met zich meebrengt?

* Wat zijn de consequenties als een gedetacheerde werknemer in Nederland werkloos wordt; geldt dan de WW of gaat op enig moment de wet Beperking Export Uitkeringen gelden?

 

Deel: ' Bussemaker (PvdA) over grensoverschrijdende arbeid '




Lees ook