Ministerie van Buitenlandse Zaken

https://www.minbuza.nl/content.asp?Key=420769


1. Inleiding

---

In dit ambtsbericht wordt informatie gegeven over de situatie in Sri Lanka, voor zover van belang voor de beoordeling van asielverzoeken en de vraag of uitgeprocedeerde Srilankaanse asielzoekers kunnen terugkeren naar Sri Lanka.

Dit ambtsbericht Sri Lanka is een actualisering van de ambtsberichten van 28 juli 2000 en 22 augustus 2000 en beschrijft de ontwikkelingen die zich sindsdien voordeden in Sri Lanka. De verslagperiode van dit ambtsbericht loopt van juli 2000 tot en met juli 2001. Voor zover niet anders gemeld, is het gestelde in de ambtsberichten van 28 juli 2000 en 22 augustus 2000 nog van toepassing.

In hoofdstuk 2 van dit rapport worden de recente ontwikkelingen bij het zoeken naar een politieke oplossing voor het conflict met de LTTE beschreven alsmede de militaire ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan.

In hoofdstuk 3 wordt onder meer ingegaan op de risico's die Tamils in Colombo lopen om te worden gearresteerd en gedetineerd en daarbij te worden onderworpen aan mensenrechtenschendingen.

Hoofdstuk 4 behandelt het terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers van andere westerse landen. Tevens wordt het standpunt van de UNHCR inzake gedwongen terugkeer belicht.

Het ambtsbericht wordt afgesloten met een samenvatting.

Bij de opstelling van dit ambtsbericht is gebruik gemaakt van openbare bronnen en rapporten waaronder die van Amnesty International en de Sri Lanka Monitor, alsmede van vertrouwelijke rapportages van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging te Colombo. Daarnaast is voor dit ambtsbericht een dienstreis verricht tijdens welke gesproken is met vertegenwoordigers van de Srilankaanse autoriteiten en Tamilvertegenwoordigers alsmede met vertegenwoordigers van diplomatieke vertegenwoordigingen, internationale organisaties en andere niet-gouvernementele organisaties (NGO's). Voor de lijst van openbare bronnen zij verwezen naar bijlage 1.


2. Recente ontwikkelingen

---

2.1 Politieke en militaire ontwikkelingen

---
De Srilankaanse autoriteiten zijn voortgegaan met hun pogingen het conflict met de LTTE via een combinatie van politieke en militaire middelen op te lossen.

Politieke benadering van het conflict

Op 3 augustus 2000 presenteerde President Chandrika Kumaratunga in het Srilankaanse parlement een voorstel voor een nieuwe grondwet. In de nieuwe grondwet wordt getracht tegemoet te komen aan de verlangens van de Tamilbevolking naar meer zelfbeschikking. Tegenstanders zoals nationalistische Singalezen en Boeddhistische monniken, vrezen dat de nieuwe grondwet de basis zal leggen voor een Tamil Eelam-staat.

Op 8 augustus 2000 kondigde president Kumaratunga aan dat de stemming over deze grondwetswijziging pas plaats zou vinden na de parlementsverkiezingen die aangekondigd werden voor oktober 2000. De reden voor het uitstel van de stemming was dat de regering niet kon rekenen op de benodigde twee/derde meerderheid in het parlement. Op 18 augustus 2000 werd het Srilankaanse parlement ontbonden. Tot op heden is de grondwetswijziging niet in stemming gebracht.

Parlementsverkiezingen

Op 10 oktober 2000 vonden in Sri Lanka parlementsverkiezingen plaats. De verkiezingen werden onder meer gemonitord door een team van waarnemers van de Europese Unie. De aanloop naar de verkiezingen verliep onrustig. Op 24 september 2000 verklaarde het hoofd van de EU waarnemingsmissie dat 'de verkiezingen plaatsvinden in een sfeer van angst en intimidatie'. Op 4 oktober 2000 maakte het Centre for Monitoring Elections Violence (CMEV) bekend dat zij tot dan toe 1162 meldingen van gewelddadige incidenten had geregistreerd in aanloop naar de verkiezingen. Met name in de hoofdstad van het centrale deel van Sri Lanka, Kandy, vonden veel incidenten plaats. Ook op verkiezingsdag zelf vonden talrijke incidenten plaats, waarbij vijf doden vielen. Het grootste aantal doden viel overigens bij aanslagen die aan de LTTE worden toegeschreven. Geen enkele partij won een absolute meerderheid in het parlement. Na de verkiezingen vormde Kumaratunga een coalitieregering van de People's Alliance (PA, de partij van Kumaratunga, 107 zetels, waaronder zeven zetels van leden van de SLMC), de National Unity Alliance (NUA, 4 zetels) , de Tamilpartij Eelams People Democratic Party (EPDP, 4 zetels) en een onafhankelijk lid uit het district Digamadulla (1 zetel). De coalitie bezet 116 van de 225 zetels. De nieuwe regering telt 44 ministers en 50 vice-ministers. Op 20 juni 2001 stapten de zeven leden van de Sri Lanka Muslim Congress (SLMC) uit de coalitie nadat hun leider, Rauf Hakeem als minister van Handel door president Kumaratunga was ontslagen uit het kabinet. Hakeem is volgens de officiële verklaring ontslagen wegens zijn schending van het principe van collectieve verantwoordelijkheid van het kabinet van ministers; zijn activiteiten en houding brachten schade aan de regering, het land en de nationale eenheid. Door het vertrek van de leden van de SLMC (NUA), verloor de coalitie haar meerderheid in het parlement. Enkele dagen later diende de UNP een motie van wantrouwen in tegen het kabinet. Op 10 juli 2001 stuurde president Kumaratunga het parlement tot 7 september 2001 naar huis om te voorkomen dat er gestemd zou worden over deze motie van wantrouwen.

Noorse bemiddeling

Noorwegen heeft zijn faciliterende rol in de bemiddeling tussen de Srilankaanse regering en de LTTE voortgezet. Van 28 tot 30 augustus 2000 bracht de Noorse afgezant en speciale adviseur Erik Solheim een driedaags bezoek aan Sri Lanka alwaar hij besprekingen voerde met de regering, de belangrijkste oppositie partijen UNP en JVP en met vertegenwoordigers van de Tamil-partijen. Op 1 november 2000 vond een ontmoeting plaats tussen Solheim en de leider van de LTTE, Velupillai Prabhakaran. Na afloop van de ontmoeting meldde Solheim dat de LTTE bereid was zonder nadere voorwaarden de vredesbesprekingen te hervatten. In de radiotoespraak ter gelegenheid van 'Heroes Day' op 27 november 2000, verklaarde Prabhakaran dat hij geen nadere voorwaarden stelde aan vredesbesprekingen, maar riep hij de Srilankaanse regering op tot het treffen van maatregelen die voor een 'cordial atmosphere and conditions of normalcy' zouden zorgen en die een heilzame werking op de vredesbesprekingen zouden hebben.

De regering heeft deze uitspraak geïnterpreteerd als de voorwaarde dat het conflict gedeëscaleerd moet zijn en de vijandigheden moeten worden beëindigd, alvorens de LTTE bereid zou zijn tot vredesonderhandelingen. Ook in maanden na zijn ontmoeting met Prabhakaran heeft Solheim diverse bezoeken gebracht aan Sri Lanka, waarbij hij gesprekken heeft gevoerd met regeringsvertegenwoordigers, oppositie en vertegenwoordigers van de Tamils en Moslims.

Tijdens een bezoek van president Kumaratunga aan Groot-Brittannië, verklaarde de Britse regering zich op 30 november 2000 bij monde van de voormalige Britse minister van Buitenlandse Zaken Robin Cook bereid de Noorse vredesinspanningen te ondersteunen. Op 12 december 2000 verklaarde de Srilankaanse regering bereid te zijn met onmiddellijke ingang vredesbesprekingen aan te gaan met de LTTE, maar stelde tegelijkertijd de gewapende strijd onverminderd te zullen voortzetten. Op 6 maart 2001 verklaarde de Noorse bemiddelaar Erik Solheim na een gesprek met de Srilankaanse regering optimistisch te zijn over spoedige besprekingen. Inmiddels heeft de LTTE drie voorwaarden gesteld aan de voortgang van de vredesbesprekingen: er moet een tweezijdige wapenstilstand zijn, er moet een einde worden gemaakt aan de economische blokkade van het door de LTTE gecontroleerde gebied en de LTTE moet worden gelegaliseerd in Sri Lanka.

Rol van India

India heeft gedurende de verslagperiode enkele malen aangedrongen op een politieke oplossing van het conflict in Sri Lanka. India staat op het standpunt dat de oplossing niet ligt in het creëren van een onafhankelijke Tamilstaat, maar dat een oplossing moet worden gezocht die tegemoet komt aan de aspiraties van alle groepen in de Srilankaanse samenleving waarbij de territoriale integriteit van Sri Lanka wordt behouden.

Militaire ontwikkelingen

In november 1999 startte de LTTE met de operatie Unceasing Waves III. Op 22 april 2000 viel de strategisch gelegen Elephant-pass in handen van de LTTE, waarmee het Srilankaanse leger de zwaarste slag in de tot dan toe zeventien jaar durende burgeroorlog werd toegebracht. De LTTE rukte daarna op tot op enkele kilometers van Jaffna-stad alwaar het offensief eind juli 2000 door het Srilankaanse leger tot stilstand werd gebracht.

In september 2000 werd het Srilankaanse leger versterkt met onder meer Tsjechische, Oekraïense, Slowaakse, Israëlische, Russische en Pakistaanse wapens. Op drie september 2000 lanceerde het Srilankaanse leger operatie Rivi Kirana (zonnestralen). Het doel van deze operatie was het uitbreiden van de controle van het leger over het oostelijke deel van het Jaffna-schiereiland. Na acht uur werd de operatie echter afgeblazen, nadat aan de zijde van het Srilankaanse leger zware verliezen waren geleden. Bij de operatie zouden aan regeringszijde 260 doden en 1200 gewonden zijn gevallen. Vanaf halverwege september 2000 is door een reeks van kleine maar strategische aanvallen een groot deel van het Jaffna-schiereiland heroverd. Deze operaties werden gevoerd onder de codenaam Kiniheera (aambeeld). Op 17 september 2000 werd het strategisch gelegen stadje Chavakachcheri heroverd op de Tamil Tijgers. Negen dagen later, op 26 september 2000, heroverde het leger gebieden in de omgeving van de dorpen Sarasalai en Madduvil. Dezelfde dag lanceerde de LTTE de operatie Oyatha Alaigal IV (Unceasing Waves IV) door gelijktijdig de dorpen Kilali, Eluthumadduval en Nagarkovil aan te vallen. Alle drie de plaatsen bleven echter in handen van de regeringstroepen.

Op 16 januari 2001 lanceerde het Srilankaanse leger een offensief vanuit Eluthumadduval, de meest zuidelijke legerplaats op Jaffna-schiereiland, met als doel de Elephant-pass te heroveren. Tot op heden is het leger hierin niet geslaagd. Op 25 april 2001 startte het Srilankaanse leger een offensief genaamd Agni Kela (vuurstraal) met het doel de plaats Pallai (ten oosten van Jaffna-stad) te heroveren. Het offensief werd begin mei afgebroken nadat het leger er slechts in was geslaagd enkele kilometers land op de Tamils te heroveren en daarbij veel manschappen had verloren. Op 30 juni 2001 bombardeerde de Srilankaanse luchtmacht Tamilstellingen in Pooneryn, aan de zuidkant van de Jaffna-lagoon, ongeveer tien kilometer ten zuiden van Jaffna-stad. Deze bombardementen waren de eerste sinds april 2001 toen de LTTE een tweezijdige wapenstilstand als voorwaarde voor vredesbesprekingen stelde.

Staakt-het-vuren

Op 21 december 2000 kondigde de LTTE per 24 december 2000 een eenzijdig staakt-het-vuren van een maand af. Daarbij werd aan de regering Kumaratunga gevraagd hetzelfde te doen. Op 23 december 2000 reageerde de regering hierop afhoudend omdat men vreesde dat de LTTE het staakt-het-vuren slechts zou gebruiken om zich te versterken en te herbewapenen. Op 24 januari 2001 verlengde de LTTE het staakt-het-vuren met een maand en op 22 februari 2001 werd het staakt-het-vuren wederom met een maand verlengd. Op 11 april kondigde de Srilankaanse regering zelf een wapenstilstand af van 4 dagen in verband met het Singalees- en Tamil Nieuwjaar. Op 23 april 2001 besloot de LTTE het eenzijdige staakt-het-vuren na 4 maanden niet te verlengen. De LTTE stelde daartoe gedwongen te zijn door de voortdurende aanvallen van het leger.

LTTE

In januari 2001 kwalificeerde Interpol de leider van de LTTE, Velupillai Prabhakaran, als een terrorist en liet een internationaal opsporingsbevel naar hem uitgaan. Op 19 februari 2001 werd in het Verenigd Koninkrijk de 'Terrorist Act 2000' van kracht waarmee het terroristische organisaties verboden wordt te opereren op Brits grondgebied. President Kumaratunga heeft er op aangedrongen dat de LTTE in het Verenigd Koninkrijk verboden wordt, terwijl de LTTE verklaarde dat een verbod een terugslag zou betekenen in het vredesproces. Op dezelfde dag overhandigde de Singalese nationalistische partij Sinhala Urumaya een petitie aan de Britse High Commissioner in Sri Lanka. In deze petitie wordt er op aangedrongen de LTTE te verbieden onder de 'Terrorist Act 2000'. Op 28 februari 2001 werd bekend gemaakt dat de LTTE op de lijst van terroristische organisaties staat en daarmee in het Verenigd Koninkrijk een verboden organisatie is.

De veiligheidssituatie op het Jaffna-schiereiland blijft fluïde. De macht in Jaffna-stad is gedurende de verslagperiode in handen gebleven van het Srilankaanse leger. In de maand september 2000 stond de LTTE in de buitenwijken van Jaffna-stad, waarna ze langzaam zijn teruggedrongen. Het lijkt er op dat de bevolking in Jaffna steeds meer oorlogsmoe. De paramilitaire vleugel van de partij EPDP werkt in Jaffna samen met het leger.

Tijdens de opmars van de LTTE vanaf februari 2000 is de hervestiging van de bevolking die in 1995 en 1996 naar het vasteland vluchtte, stopgezet. Als gevolg van de gevechten in het voorjaar van 2000 hebben ongeveer 160.000 mensen hun huis moeten verlaten. Het merendeel van hen heeft onderdak gevonden bij familie en vrienden. Ongeveer 17.000 mensen zijn opgevangen in 136 vluchtelingenkampen in de plaatsen Walikamam en Point Pedro. Deze kampen worden beheerd door het Internationale Rode Kruis in samenwerking met het Srilankaanse Rode Kruis en NGO's waaronder Artsen zonder Grenzen, UNICEF en UNDP. Naast vluchtelingen die op het Jaffna-schiereiland zijn gebleven, zijn ook enkele duizenden vluchtelingen gevlucht naar door de regering gecontroleerd gebied of naar de door de LTTE-gecontroleerde gebieden in de Vanni.

Gedurende de verslagperiode zijn de gevechten in de Vanni voortgezet. Een groot deel van de Vanni staat nog steeds onder controle van de LTTE. De Srilankaanse regering heeft sinds 1991 een embargo op voedsel-, medicijn- en benzinetransporten naar de Vanni opgelegd. Particulieren mogen maximaal 35 liter benzine per maand in hun bezit hebben. Door het economische embargo zijn veel inwoners van de Vanni gedwongen samen te werken met de LTTE. Ook ontvluchten veel bewoners de Vanni door naar onder meer Vavuniya (zie paragraaf 2.2.3) en Colombo te gaan.

De Plantage-Tamils die woonachtig zijn in de delen van de Vanni die onder controle staan van de overheid, worden steeds meer door de aan de regering gelieerde paramilitaire Tamilbewegingen PLOTE en TELO onder druk gezet. Ook winkeliers en handelaars worden door deze paramilitaire bewegingen afgeperst.

Humanitaire situatie

De humanitaire situatie in de Vanni is door de aanhoudende gevechten zorgwekkend. Er is een tekort aan voedsel, medicijnen en andere middelen om te voorzien in de eerste levensbehoeften. In het algemeen is er in de Vanni geen sprake van een hongersnood maar wel is er sprake van ondervoeding. In september 2000 maakte de Sri Lanka Monitor melding van kinderen die waren omgekomen van de honger.

Vavuniya staat onder controle van het Srilankaanse leger. De situatie in Vavuniya lijkt zich sinds 1999 iets te hebben verbeterd ofschoon schendingen van de mensenrechten zich blijven voordoen. De paramilitaire groepen PLOTE en TELO hebben nog steeds veel invloed in Vavuniya, ofschoon de invloed van PLOTE na de dood van hun militaire leider Manikkadasan is afgenomen. Zowel TELO als PLOTE beschikken over ongeveer tien huizen in Vavuniya waar hun manschappen zijn gehuisvest. PLOTE heeft de meeste invloed in de wijken Pombailcolom en Pothotaslam in het oostelijke deel van Vavuniya terwijl TELO de meeste invloed heeft in het westelijke deel van Vavuniya. Op 19 oktober 2000 vielen soldaten van het Srilankaanse leger de TELO-kampen in Mannar-stad en Vavuniya binnen. Hierbij zouden in negentig geweren in beslag zijn genomen. Het TELO-kamp bij Muthiliyakulam, ten zuidwesten van Vavuniya, werd op 21 november 2000 door het Srilankaanse leger binnengevallen. Hierbij werden dertien personen, waaronder vier burgers gearresteerd. Ook hierbij werden wapens in beslag genomen.

Humanitaire situatie

De situatie in de door het leger gecontroleerde vluchtelingenkampen (wellfare-centres) is zorgwekkend, maar lijkt zich in de laatste maanden van 2000 iets te hebben verbeterd. Er is een constante toestroom van vluchtelingen uit de Vanni naar Vavuniya en deze vluchtelingen worden in de kampen opgevangen. Begin september stond het leger toe dat er medicijnen en medische apparatuur vervoerd werden naar Vavuniya, bedoeld voor het Mullaitivu's Mallavi ziekenhuis (een burgerziekenhuis). Bij aankomst in Vavuniya werden de goederen echter ondanks protesten van de lokale medische staf, direct overgebracht naar het militaire ziekenhuis.

Het leger beheerst nog steeds dezelfde gebieden in het oosten van Sri Lanka zoals gemeld in het ambtsbericht van 30 september 1999. Van noord naar zuid zijn Trincomalee-stad, Batticaloa-stad, en Ampara en de kuststrook langs de lagune in handen van regeringstroepen. De LTTE blijft periodiek aanslagen uitvoeren.

Batticaloa

Sinds augustus 2000 is de Special Task Force (STF), een paramilitaire commando-eenheid van de politie, weer actief in Batticaloa. Ofschoon de bevolking de STF vreest, is tot op heden niet gebleken dat de komst van de STF heeft geleid tot een verslechtering van de veiligheidssituatie. De paramilitaire Tamil-organisatie de Razeek-groep is actief in Batticaloa. In het najaar van 2000 is deze groep opgenomen in het Srilankaanse leger. Ook PLOTE en EPDP zijn actief in Batticaloa.

Trincomalee

De stad Trincomalee wordt gecontroleerd door de marine. Het aantal meldingen van mensenrechtenschendingen uit Trincomalee is in de verslagperiode toegenomen. Bronnen in Sri Lanka schrijven dit toe aan de aanwezigheid van de marine die zich minder dan leger en politie gelegen laat aan het respecteren van mensenrechten. Na het afkondigen van het staakt-het-vuren (zie p.8) door de LTTE, is het aantal meldingen van mensenrechtenschendingen afgenomen

Op 23 oktober 2000 voerden de Sea Tigers van de LTTE een zelfmoordaanslag uit op de marinebasis van Trincomalee. Een met explosieven volgeladen boot ramde een marineschip dat tot zinken werd gebracht. Een ander schip werd zwaar beschadigd. Op 2 oktober 2000 werden twee Singalese bewakers (zgn. Home Guards, burgers die zijn bewapend voor hun eigen bescherming en samenwerken met de Srilankaanse politie) doodgeschoten door vermeende Tamil-Tijgers in het dorp Mahindapura, district Trincomalee. Daarop zijn zeven Tamilboeren vermoord in de dorpen Poonagar en Eechilampathai. Onduidelijk is wie verantwoordelijk zijn voor dit bloedbad. Op 23 mei 2001 kwamen 17 marinemensen om het leven en raakten 28 marinemensen gewond toen zij met een bus over een door de LTTE geplaatste landmijn reden in de nabijheid van Thambalagamam (op de weg van Trincomalee naar Habarana).

In Colombo zijn volgens officiële cijfers ongeveer 400.000 Tamils woonachtig (op een bevolking van ongeveer 2 miljoen inwoners). Ongeveer 250.000 Tamils waren hier al woonachtig toen in 1983 in het Noorden de oorlog uitbrak. 150.000 Tamils zijn vanaf 1983 uit de oorlogsgebieden gevlucht naar Colombo.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de situatie in Colombo fluctueert. In Colombo vinden periodiek bomaanslagen plaats, gepleegd door Tamil-tijgers. Na bomaanslagen, protestmarsen of andere incidenten die betrekking hebben op de oorlog in Sri Lanka, lopen de spanningen in Colombo op. Controles worden geïntensiveerd en er worden dan grootschalige 'round-ups' gehouden waarbij de Tamil-bevolking in Colombo onderworpen kan worden aan identiteitscontroles, arrestaties en, indien de identiteit niet kan worden vastgesteld, kortdurende detenties door leger en politie. Na enige tijd nemen deze controles weer af en normaliseert de situatie weer. Met name in de verkiezingsperiode (zie ook p.6-7) zijn tijdens diverse verkiezingsbijeenkomsten enkele zelfmoordaanslagen gepleegd.

Op 15 september 2000 kwamen zeven personen om het leven, waaronder een politieagent, en vielen 33 gewonden bij een zelfmoordaanslag in de buurt van het Eye-hospital in Colombo. Op 19 oktober 2000 ontplofte er een bom tegenover het stadhuis van Colombo. Bij deze bomaanslag vielen 23 gewonden waarvan er twee later in het ziekenhuis overleden. Op 30 januari 2001 werden twee handgranaten gegooid naar het gebouw van de Britse NGO Oxfam. Er was alleen materiële schade. Het National Front Against Tigers (NFAT), claimt voor deze aanslag verantwoordelijk te zijn. De NFAT claimt eveneens verantwoordelijk te zijn voor de moord op Kumar Ponnambalam, de leider van de All Ceylon Tamil Congress.

Tamil-bewegingen.

Anders dan in het Noorden (b.v. Vavuniya) en het Oosten verrichten Tamil-bewegingen als PLOTE en TELO in Colombo niet zelfstandig arrestaties, ontvoeringen of ondervragingen. Het leger en de politie staan dat in Colombo niet toe. Tamil-bewegingen in Colombo worden wel door het leger en de politie ingeschakeld om informatie te verkrijgen over subversieve en terroristische activiteiten. In Colombo is het aan de Tamil-bewegingen verboden wapens te dragen, maar dit verbod is niet effectief. In het Noorden (Vavuniya) en het Oosten heeft het leger de Tamil-bewegingen echter nodig om te helpen de LTTE te bestrijden.

2.3 Samenvatting

---
Op 10 oktober 2000 vonden in Sri Lanka parlementsverkiezingen plaats. Geen enkele partij won een absolute meerderheid in het parlement. Na de verkiezingen vormde Kumaratunga een coalitieregering met de People's Alliance (PA), de National Unity Alliance (NUA) en de Tamilpartij Eelams People Democratic Party (EPDP), die 116 van de 225 zetels bezet. Noorwegen heeft zijn faciliterende rol in de bemiddeling tussen de Srilankaanse regering en de LTTE voortgezet. Op 1 november 2000 vond een ontmoeting plaats tussen Solheim en de leider van de LTTE, Velupillai Prabhakaran.

Vanaf halverwege september 2000 heeft het Srilankaanse leger door een reeks van kleine maar strategische aanvallen een groot deel van het Jaffna-schiereiland heroverd. Deze operaties worden gevoerd onder de codenaam Kiniheera (aambeeld). Op 21 december 2000 kondigde de LTTE per 24 december 2000 een eenzijdig staakt-het-vuren van een maand af, dat enkele malen is verlengd. De regering heeft dit staakt-het-vuren echter niet overgenomen. Op 24 april 2001 besloot de LTTE het staakt-het-vuren niet te verlengen.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de situatie in Colombo fluctueert. In Colombo vinden periodiek bomaanslagen plaats, die veelal worden gevolgd door persoonscontroles en eventueel aan arrestaties en kortdurende detenties van in Colombo woonachtige Tamils.


3. Mensenrechten

---

3.1 Waarborgen

---
Sri Lanka is onder meer partij bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (Bupo-verdrag, New York, december 1966), het verdrag tegen foltering (CAT), en het eerste facultatieve protocol bij het Bupo-verdrag inzake het individuele klachtrecht. Ook is Sri Lanka partij bij de 'Convention for the suppresion of the Financing of Terrorism'. Zie voor een vollediger overzicht bijlage VI.

Noodtoestand

De, sinds 4 augustus 1998 voor het gehele land geldende, noodtoestand is nog steeds van kracht. De 'Prevention of Terrorism Act' (PTA) en de 'Emergency Regulations' (ER) zijn wetten die uitgevaardigd zijn onder deze noodtoestand. Maandelijks wordt de noodtoestand met ongeveer dezelfde stemverhouding verlengd. De People's Alliance (PA), het Ceylon Workers Congress (CWC) en de EPDP stemmen voor. In de periode augustus 2000 - maart 2001 heeft de UNP zich van stemming onthouden maar in april en mei 2001 stemde de UNP weer tegen verlenging van de noodtoestand. Ook TULF, TELO en de JVP stemmen tegen de verlenging van de noodtoestand.

Public Security Ordinance (PSO)

Op 3 mei 2000 werd een geamendeerde Public Security Ordinance met daarin aangepaste Emergency Regulations van kracht. In het belang van de nationale veiligheid kan op basis van deze 'ordinance' beslag worden gelegd op onder andere schepen, vliegtuigen en auto's. Tevens werden alle openbare bijeenkomsten zoals politieke demonstraties en stakingen verboden. Alle berichtgeving over het optreden van de strijdkrachten, politie en veiligheidstroepen is onderhevig aan censuur. Bovendien is het thans bij wet verboden kritiek te uiten op het staatshoofd als militair leider en zijn enkele bepalingen met betrekking tot de arrestatie- en detentieprocedure gewijzigd. In juni 2000 werden enkele bepalingen uit de PSO weer afgezwakt (zie hiertoe ook p.15-16 en p.20).

3.2 Naleving en schendingen

---
UNHCR meldt dan de Srilankaanse regering in het algemeen de mensenrechten respecteert in de gebieden die niet door de oorlog zijn aangetast.

Persvrijheid

In september 2000 schortte de regering de belangrijkste censuurmaatregelen op. Op 23 mei 2001 werd de censuur op berichtgeving uit de oorlogsgebieden opgeheven. Tot dan toe bleef het verboden te berichten over 'any matter pertaining to military operations in the Northern and Eastern Province and any statement pertaining to the official conduct, morale, or the performance of the Head or of any member of the Armed Forces or the police force'.

In september 2000 werd de redacteur van de Sunday Leader, Lasantha Wickrematunga, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar voor een artikel dat hij in 1995 had geschreven waarin hij kritiek had op het functioneren van President Kumaratunga tijdens haar eerste jaar als president. Op 19 oktober 2000 werd de journalist Mylavaganam Nimalarajan in Jaffna thuis vermoord door een tot dusver onbekende daders. Voorts werd op 2 januari 2001 de uit Jaffna afkomstige journalist Subramaniam Thiruchelvam door de TID gearresteerd. Op 30 maart 2001 werd hij op instructie van de procureur-generaal vrijgelaten, zonder dat een formele aanklacht tegen hem was ingediend. De Human Rights Commission heeft hem bezocht. Marie Colvin, journaliste bij de Britse Sunday Times, raakte op 16 april 2001 op haar terugtocht vanuit de uncleared areas naar door de regering gecontroleerd gebied, tijdens een vuurgevecht tussen veiligheidseenheden en de LTTE, aan haar oog gewond. Zij was zonder formele toestemming van het ministerie van Defensie de uncleared areas ingegaan.

LTTE en vrijheid van meningsuiting

De LTTE staat in de gebieden die onder haar controle staan, geen vrijheid van meningsuiting toe.

Het is in Sri Lanka vrijelijk toegestaan deel uit te maken van een politieke partij of om een partijpolitieke organisatie op te richten.

Voor een uitgebreide beschrijving van de politieke partijen, zij verwezen naar het ambtsbericht van 24 juli 1997, p.5-6 en bijlage 2 van het ambtsbericht inzake Sri Lanka van 30 september 1999.

P LOTE

PLOTE manifesteert zich enerzijds als eengewone 'mainstream' politieke partij in welke hoedanigheid zij een Tamil-minderheidspartij is en zitting had in het Srilankaanse parlement. Anderzijds opereert zij als paramilitaire groepering (zie ook p.12). De invloed van de politieke vleugel van PLOTE in de Srilankaanse politiek lijkt te zijn afgenomen. Zo heeft PLOTE bij de parlementsverkiezingen in oktober 2000 geen enkele zetel gewonnen. Wel opereren er in Vavuniya en omgeving ook diverse paramilitaire groeperingen onder de naam van PLOTE die samenwerken met de regering. De invloed van PLOTE is na de dood van de leider van de militaire vleugel van PLOTE, Manikkadasan, afgenomen. PLOTE zou een aantal illegale detentiecentra beheren, in met name het oostelijk deel van de stad Vavuniya. Amnesty International riep op 4 juli 2001 de Srilankaanse autoriteiten op de paramilitaire groeperingen beter onder controle te houden. Met name PLOTE zou zich schuldig maken aan een systematische schending van de mensenrechten.

Het US-State department rapport over 2000 meldt dat regeringsgezinde militante Tamilgroeperingen, waaronder dus PLOTE, Tamiljongeren uit met name het oosten van Sri Lanka in het verleden dwongen zich bij deze militante groepen aan te sluiten of anderszins werkzaamheden te verrichten. Dit gebeurde onder bedreiging van deze jongeren of van hun familie. Na een bevel hiertoe van de Srilankaanse autoriteiten lijkt het erop dat deze praktijken zijn afgenomen.

Protestmarsen en stakingen

In zijn algemeenheid is het in Sri Lanka toegestaan protestacties te houden. Voorafgaande aan protestmarsen moet toestemming worden gevraagd aan de autoriteiten van de plaats waar de mars gehouden gaat worden. Er worden in Sri Lanka regelmatig stakingen gehouden. In de verslagperiode vonden onder meer stakingen plaats in Batticaloa, Trincomalee, Vavuniya, Colombo en Vakarai. De stakingen worden georganiseerd om te protesteren tegen onder andere de slechte economische ontwikkelingen, de devaluatie van de roepie, na politieke moorden, tegen mensenrechtenschendingen, tegen de slechte arbeidsomstandigheden, voor zelfbeschikkingrecht, voor of tegen steun aan de LTTE of met betrekking tot het eenzijdig staakt-het-vuren.

Op 5 september 2000 werd een algemene staking (hartal) gehouden in Batticaloa ter nagedachtenis aan 174 vluchtelingen die in 1990 uit het vluchtelingenkamp Vantharumoolai verdwenen en de arrestatie van 184 mensen in het dorp Sathurukondan en andere dorpen. Het leger is er tijdens deze staking in Batticaloa niet in geslaagd met name winkeliers te dwingen hun winkels weer te openen. In het dorp Valaichenai is het leger hier wel in geslaagd. In Batticaloa-stad, Vavuniya en Trincomalee werd op 27 oktober 2000 een algemene staking gehouden uit protest op de moord van de journalist Mylavaganam Nimalarajan (zie p.15). Op 13 november 2000 werd naar aanleiding van de moord op het TULF-parlementslid Nimalanayagam Soundaranayagam (zie paragraaf 3.2.10) in het district Batticaloa een algemene staking gehouden.

Op 17 januari 2001 vond in Jaffna een protestmars plaats van studenten die betoogden tegen het besluit van de regering niet in te gaan op het staakt-het-vuren dat door de LTTE was afgekondigd. Vier dagen voorafgaand aan deze protestmars arresteerde het Srilankaanse leger negen studenten in Jaffna vanwege het organiseren van deze protestmars. Op 16 februari werden in onder meer Mannar, Vavuniya en Murunkan protestmarsen gehouden waarbij de Srilankaanse autoriteiten werd verzocht de oorlog te stoppen en vredesonderhandelingen met de LTTE te beginnen.

Met name in het Noorden en Oosten van Sri Lanka worden door zowel regeringsleger als LTTE beperkingen opgelegd in de bewegingsvrijheid. In Colombo worden geen beperkingen in de bewegingsvrijheid opgelegd, ofschoon wel rekening moet worden gehouden met controles bij checkpoints. Het is niet zo dat aan Tamils die geregistreerd zijn bij een bepaald politiebureau, beperkingen worden opgelegd in de bewegingsvrijheid. Wel kan bij een identiteitscontrole worden gevraagd waarom men zich in een bepaald gebied in Colombo bevindt.

Nationale identiteitskaart (NIC)

Voor de procedure voor het verkrijgen van een nieuwe nationale identiteitskaart (NIC) bij het zogenaamde Front Office, wordt verwezen naar het gestelde op p.29 van het ambtsbericht van 24 maart 1998. De aldaar beschreven procedure wordt tot op heden gehanteerd. Op de identiteitskaart van een Tamil staan de gegevens zowel in het Singalees als in het Tamil genoteerd. Op de identiteitskaart van een Singalees staan die gegevens alleen in het Singalees. Bij een moslim is de taal van de NIC afhankelijk van de taal waarin hij de aanvraag deed. Deed hij zijn aanvraag in het Tamil, dan worden op de NIC de gegevens in zowel Tamil als het Singalees afgedrukt. Deed hij zijn aanvraag in het Singalees, dan worden de gegevens alleen in het Singalees afgedrukt. Ook staat op iedere NIC de geboorteplaats en het adres met de woonplaats van betrokkene vermeld en staat een cijfer gedrukt waaruit is af te leiden uit welk district de houder van de kaart afkomstig is.

Jaffna-schiereiland

De bewegingsvrijheid van mensen die woonachtig zijn in Jaffna en naar andere gebieden in Sri Lanka willen, is beperkt door enerzijds militaire belemmeringen en anderzijds beperkte transportmogelijkheden. De bootverbinding tussen Jaffna en Trincomalee was gedurende de verslagperiode de enige manier voor burgers om Jaffna te verlaten. De verbinding wordt onderhouden door de schepen 'Lanka Muditha', 'Hendela' en de 'City of Trinco'. Op 29 januari 2001 werd na een onderbreking van enkele maanden, de bootverbinding van de 'City of Trinco' hervat. De hervatting van de verbinding werd mogelijk gemaakt door een overeenkomst tussen veiligheidskrachten, de ICRC en de LTTE. Er worden twee diensten per week uitgevoerd. Het door het Internationale Rode Kruis gecharterde schip, de 'Jaya Gold' vervoert wekelijks patiënten tussen Point Pedro, op het Jaffna-schiereiland en Trincomalee. Op 17 november 2000 is de luchtverbinding tussen Colombo en Jaffna hersteld. De maatschappij Heli Tours vliegt één à twee maal per dag, maar slechts weinig mensen kunnen zich de vliegtarieven veroorloven.

Het Oosten

De controles tussen de steden Batticaloa, Trincomalee, Ampara aan de oostkust en Colombo zijn talrijk.

Vavuniya

Sinds eind januari 2000 poogt het leger, om LTTE-infiltratie tegen te gaan, het aantal mensen te beperken dat vanuit LTTE-gebied naar gebieden komt die onder controle staan van de regering. Er is één gevestigd en legaal checkpoint waarlangs men van LTTE-gebied in regeringsgebied kan komen. Dit checkpoint is gelegen bij Piramananankulam, op de weg van Mannar naar Vavuniya.

Het wordt aan de vluchtelingen die zich in de kampen in Vavuniya bevinden nauwelijks toegestaan zich te vestigen in andere delen van Vavuniya of Sri Lanka. Zij kunnen hiertoe wel een aanvraag indienen, maar hiertoe dient een toelatingsformulier ingevuld te worden van meer dan 14 pagina's, dat ongeveer 200 vragen bevat. Het verkrijgen van toestemming om naar regeringsgebied te reizen neemt tussen de twee en vier maanden in beslag. Inwoners van het Vavuniya-district moeten in het bezit zijn van een pasje waaruit blijkt dat zij geregistreerd zijn als inwoner van Vavuniya. Er zijn vijftien verschillende soorten passen. Voor een beschrijving van het pasjessysteem in Vavuniya, zie bijlage III.

Colombo

Iedere inwoner van Colombo dient zich te laten registreren bij het plaatselijke politiebureau. Er bestaat geen vaste termijn voor de duur van de registratie. Dit kan variëren van één maand tot een half jaar. Er zijn geen gevallen bekend waarin de politie registratie niet werd verlengd, ofschoon dit regelmatig met enige vertraging gebeurd. Bij met name Tamils die niet oorspronkelijk afkomstig zijn uit Colombo en pas na het begin van de oorlog in 1983 in Colombo zijn gaan wonen, wordt er streng op toegezien dat zij zich hebben geregistreerd of zich door de lodge-eigenaar alwaar zij verblijven, hebben laten registreren. Het komt voor dat aan een Tamil geld wordt gevraagd alvorens hij wordt geregistreerd (200-300 roepies). Het kan zijn dat de politie bij het registeren vraagt naar de specifieke verblijfsreden van degene die wordt geregistreerd. Er bestaan geen specifieke registraties voor Srilankanen die in Colombo komen werken.

Checkpoints in Colombo

In Colombo bevinden zich checkpoints op belangrijke doorvoerwegen, kruispunten, bij overheidsgebouwen, bij gebouwen waar internationale organisaties zijn gevestigd, in de nabijheid van woningen van hooggeplaatste personen, in de nabijheid van de haven en op alle andere plaatsen waarvan men vermoedt dat de LTTE er aanslagen op zou kunnen en willen plegen. Daarnaast zijn er zogenaamde 'vliegende' checkpoints die op ieder moment overal kunnen worden opgezet. De checkpoints worden in de regel bemand door het leger.

Voor het overige geldt hetgeen gesteld is in het ambtsbericht van 30 september 1999.

De rechtsgang volgens het normale strafprocesrecht is beschreven in het ambtsbericht van 6 november 1998 (p.11-14). De grondwet voorziet in een onafhankelijke rechtspraak en in de praktijk wordt dit door de overheid gerespecteerd. Verschillende bronnen in Sri Lanka hebben verklaard in zijn algemeenheid vertrouwen te hebben in de objectiviteit en onpartijdigheid van de rechterlijke macht.

Ondersteunende werkzaamheden voor de LTTE

Tamils die worden beschuldigd van het verrichten van ondersteunende werkzaamheden voor de LTTE, zoals het bieden van schuilplaatsen aan LTTE-strijders, bunkers bouwen, de verkoop van goederen die de LTTE zou kunnen gebruiken voor de oorlogsvoering zoals brandstof, chemicaliën en rubber, of het inwinnen van informatie voor de LTTE en van wie de beschuldiging is bewezen, worden in de praktijk tot een gevangenisstraf van ongeveer 1 à 2 jaar veroordeeld met aftrek van voorarrest. Wanneer een persoon gedwongen diensten voor de LTTE verrichtte, is deze formeel niet strafbaar. In theorie dient de bewijslast hiertoe bij de openbaar aanklager te liggen maar in de praktijk dient een beschuldigde zelf meestal aan te tonen dat hij gedwongen werd diensten voor de LTTE te verrichten.

Jaffna

Na een onderbreking van twaalf jaar, vond op 3 januari weer een zitting plaats voor het Hooggerechtshof in Jaffna. Het hof is tijdelijk gevestigd in Gurunagar, vlakbij Jaffna-stad en wordt geleid door de rechter K. Varatharaja.

Arrestaties en detenties van met name jonge mannelijke en vrouwelijke Tamils komen vooral voor na aanslagen van de LTTE, na het vinden van explosieven of voorafgaand aan belangrijke feestdagen. Deze arrestaties worden verricht op basis van de 'Emergency Regulations' (ER) en de 'Prevention of Terrorism Act' (PTA). Hiertoe worden onder meer 'round-ups' en 'cordon and search'-operaties gehouden. Slechts een gering aantal Tamils wordt in Colombo gearresteerd na staandehouding bij een checkpoint. In de oorlogsgebieden komt dit vaker voor. Er zijn geen aanwijzingen dat na aanpassing van de Emergency Regulations op 3 mei 2000, er als gevolg daarvan een toename van het aantal arrestaties heeft plaatsgevonden. Amnesty International meldt in het jaarrapport 2001 dat in Sri Lanka aan het einde van 2000 tenminste 1500 Tamils zonder aanklacht of proces werden vastgehouden waarvan sommigen al vier jaar.

Risicofactoren

Indien een Tamil op straat of bij een round-up wordt gecontroleerd en hij beschikt over geldige identiteitspapieren en een geloofwaardige verklaring waarom hij of zij zich in Colombo bevindt, zal er in de regel geen aanleiding zijn voor arrestatie. In het algemeen leidt slechts een combinatie van factoren tot verdenking van LTTE-betrokkenheid en risico op arrestatie. De meest van belang zijnde factoren zijn: het niet beschikken over een identiteitsbewijs, het ontbreken van de politieregistratie, het hebben van littekens, het niet kunnen geven van een geldige verblijfsreden, het zich schichtig of bangelijk gedragen waardoor de betrokkene de verdenking van LTTE-betrokkenheid op zich laadt, en het zijn van een jonge Tamil die recentelijk afkomstig is uit de oorlogsgebieden en die maar een beperkte kennis heeft van de Singalese taal.

Littekens

Het slechts hebben van uiterlijk direct zichtbare littekens van welke aard dan ook, leidt in zijn algemeenheid niet tot directe verdenking van LTTE-activiteiten, zeker niet indien men over goede identiteitspapieren beschikt. Wel kunnen uiterlijke littekens een aanleiding zijn voor staandehouding. In de praktijk komt het slechts uiterst zelden voor dat iemand enkel wegens een litteken wordt meegenomen naar het politiebureau voor ondervraging. Er zijn geen aanwijzingen dat Tamils tijdens identiteitscontroles bij checkpoints worden gesommeerd zich te ontdoen van hun kleding om te controleren of zij littekens op hun lichaam hebben.

Detenties korter dan 48/72 uur

Van de tijdens 'round-up's' en 'cordon and search'-operaties of bij een checkpoint gearresteerde Tamils wordt het overgrote deel, nadat hun identiteit is vastgesteld en niets is gebleken dat aanleiding geeft tot verdenkingen van betrokkenheid bij de LTTE, binnen 48/72 uur weer vrijgelaten. Het enkel hebben van littekens leidt in het algemeen niet tot een verhoogd risico op detentie van langer dan 48/72 uur. Het kan voorkomen dat Tamils tijdens een detentie van 48/72 uur ter controle van hun identiteit ruw (zoals bijvoorbeeld slaan) worden behandeld, maar in de praktijk komt dat binnen deze categorie weinig voor. Van marteling is tijdens de detentieperiode van minder dan 48/72 in het algemeen geen sprake.

Detenties langer dan 48/72 uur

Indien iemand verdacht wordt van LTTE-betrokkenheid, dan dient rekening te worden gehouden met een langduriger detentie dan 48/72 uur. Aanwijzingen hiervoor zijn onder meer:


- bestaande politiedossiers;


- aanwijzingen van anderen dat betrokkene verdacht kan worden van mogelijke betrokkenheid bij de LTTE;


- een combinatie van factoren als het niet beschikken over een identiteitskaart, het niet kunnen opgeven van een geloofwaardige reden voor zijn of haar verblijf in Colombo, het ontbreken van de politieregistratie, en het niet op andere wijze kunnen aantonen van de identiteit.

In zijn algemeenheid zijn er duidelijke aanwijzingen of vermoedens van LTTE-betrokkenheid alvorens iemand langer zal worden gedetineerd.

Registratie van detentie

Op ieder politiebureau is een speciaal boek aanwezig voor de registratie van arrestanten. Indien iemand wordt gearresteerd, dan wordt zijn of haar naam in het algemeen opgeschreven in dit boek. Ook wordt hierin opgetekend op grond waarvan iemand is gearresteerd, wanneer de arrestant is voorgeleid aan de rechter, welke uitspraak de rechter heeft gedaan en wanneer de arrestant is vrijgelaten dan wel is overgebracht naar de gevangenis. In sommige gevallen worden er pasfoto's gemaakt van de arrestant.

Tweede arrestatie

De registratie van arrestanten is nog niet geautomatiseerd en er is evenmin een centraal register, waardoor in geval van een tweede arrestatie door een ander bureau bij het antecedentenonderzoek door de politie niet eenvoudig nagegaan kan worden of een arrestant reeds eerder is gearresteerd. Bij een onderzoek dient de gearresteerde of zijn advocaat te verwijzen naar eerdere arrestaties, de datum en de locatie, waarna in het boek van het bureau waar betrokkene eerder gedetineerd is geweest, nagegaan kan worden welke behandeling hij heeft ondergaan. Indien men kan aantonen dat de antecedenten reeds eerder zijn gecontroleerd, dan wordt men vrijgelaten. Het boek waarin de detenties worden genoteerd blijft bewaard op het desbetreffende politiebureau. In de praktijk krijgen advocaten inzage in deze boeken. Vrijwel alle arrestaties worden geregistreerd en de meeste arrestanten die voor de tweede maal zijn gearresteerd, worden binnen 48/72 uur vrijgelaten.

Bezoek Internationale Rode Kruis

Het ICRC heeft een 'Memorandum of Understanding' (MOU) afgesloten met de Srilankaanse autoriteiten die het hen toestaat bezoeken af te leggen aan alle gedetineerden die worden vastgehoudenin verband met de burgeroorlog. Het ICRC is bereid te verklaren of zij een gedetineerde in een bepaald detentiecentrum hebben bezocht, maar kan conform het mandaat geen verdere informatie omtrent de bevindingen openbaar maken. Het komt voor dat sommige gedetineerden niet worden getoond wanneer het ICRC een detentiecentrum bezoekt.

Bindunawewa-incident

Op 25 oktober 2000 vond in het reclasseringscentrum van Bindunawewa een incident plaats waarbij een menigte van ongeveer 1500 lokale dorpelingen, bewapend met messen, stokken en knuppels het centrum bestormde en op de aanwezige jongeren (voormalige kindsoldaten van de LTTE) begon in te slaan. Bij deze aanval zijn minimaal 27 jongeren om het leven gekomen en minimaal veertien ernstig gewonden gevallen. De Verenigde Naties bij monde van Secretaris Generaal Kofi Annan, de Europese Unie en Amnesty International hebben opgeroepen tot een diepgaand onderzoek naar de gebeurtenissen. President Kumaratunga heeft een diepgaand onderzoek toegezegd en heeft hiertoe een eenmanscommissie in het leven geroepen, die wordt bemand door P.H.K Kulatika, rechter bij het beroepshof. Tot op heden zijn geen resultaten van deze onderzoekscommissie bekend. Op 28 juni 2001 heeft de procureur-generaal Kamlas Abeysan een rapport over het Bindunawewa-incident gepresenteerd aan het Hooggerechtshof van Badulla. Besloten is dat de zaak wordt voorgelegd aan drie rechters van het Hooggerechtshof zonder dat daarbij een jury aanwezig is, een zgn. Trial at Bar.

Naar aanleiding van het incident vonden demonstraties plaats in de districten Nuwara Eliya en Badula. Later vonden in het stadje Talawakelle ernstige ongeregeldheden plaats. Na enkele dagen is de rust in het gebied waar het centrum is gevestigd, wedergekeerd.

Aanloop naar Heroes Day (27 november)

In november 2000 werden in aanloop naar de 'Great Heroes Week' van de LTTE, de zoekoperaties (cordon-and-search operations) in Jaffna geïntensiveerd na aanwijzingen dat LTTE-kaders in Jaffna-stad zouden zijn geïnfiltreerd. Een aantal nieuwe checkpoints werd opgezet en er zijn meldingen van enkele tientallen arrestaties. Ook in Colombo werden de controles verscherpt, waarbij er gedurende november enkele zoekoperaties werden uitgevoerd waarbij enkele tientallen Tamils zijn gearresteerd.

Illegale detentiecentra

In het US State Department-rapport van februari 2001 wordt gemeld dat de paramilitaire groeperingen zoals PLOTE nog steeds enkele illegale detentiecentra beheren in Vavuniya. Ook maakt het US State Department melding van illegale detentiecentra in het noorden en oosten van Sri Lanka waar gevangenen door het Srilankaanse leger voor korte tijd worden ondervraagd, alvorens te worden overgebracht naar reguliere detentiecentra. De VN-rapporteur inzake marteling en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing maakt melding van illegale detentiecentra, die zich met name op het Jaffna-schiereiland en in Vavuniya zouden bevinden. Deze detentiecentra staan onder leiding van PLOTE. Onderdelen van de Srilankaanse veiligheidstroepen zouden deze paramilitaire groepering helpen. Ook Amnesty International maakt melding van illegale detentiecentra. Hierbij zou het naast de centra die door PLOTE worden beheerd, ook gaan om een centrum in Colombo, gelegen in de nabijheid van de Indiase ambassade, dat door de Srilankaanse politie zou worden beheerd. EPDP zou leden van haar eigen groepering korte tijd vasthouden in illegale detentiecentra in Jaffna-stad, indien zij zich aan de partijdiscipline hebben onttrokken.

Maatregelen van de regering

De regering heeft de veiligheidsonderdelen van defensie zoals leger, de politie en de marine, de STF en de luchtmacht in zijn algemeenheid onder controle. Het komt echter met name in de oorlogsgebieden voor dat zowel leger als politie zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen en overtredingen van de noodwetgeving (PTA en /of ER).

Het in juli 1998 opgerichte 'President's Committee of Inquiry into Undue Arrests and Harassments' (CIUAH, in Sri Lanka veelvuldig het Anti Harassment Committee genoemd) heeft haar werkzaamheden voortgezet. In dit comité hebben naast enkele ministers ook de inspecteur-generaal van de politie zitting alsmede vertegenwoordigers van de marine, het leger, de luchtmacht en de directeur van de 'Criminal Investigation Department' (CID). Probleem voor deze organisatie is dat ze is opgericht onder een presidentieel decreet en dat haar taken dus niet in de wet zijn verankerd, dit in tegenstelling tot de Human Rights Commission. Mede daarom heeft zij weinig mogelijkheden om autoriteiten daadwerkelijk te dwingen de mensenrechten te respecteren. Wat zij wel doet is meldingen van klachten onderzoeken en haar bevindingen doorgeven aan de autoriteiten. Mede door de aanwezigheid van hoge vertegenwoordigers van opsporingsautoriteiten, wordt aan klachten die zijn ingediend bij het CIUAH regelmatig gehoor gegeven. Het

telefoonnummer van het CIUAH is Colombo-324681, het faxnummer is Colombo-445446.

Bij klachten die zijn gericht tegen arrestaties verricht op grond van de noodwetgeving (PTA/ER), betrof het veelal Tamils die op beschuldiging van ondersteunende activiteiten voor de LTTE, voor langere tijd werden vastgehouden zonder dat er een formele aanklacht tegen hen werd ingediend. In dergelijke gevallen heeft het comité een ultimatum gesteld bij de politie binnen welke tijd er tegen de betrokken gedetineerde een formele aanklacht moet zijn ingediend.

Ook de Human Rights Commission (HRC) heeft zijn activiteiten voortgezet. De HRC beschikt over elf kantoren die gevestigd zijn in geheel Sri Lanka. Het nieuwe bestuur van de HRC heeft zorggedragen voor een beter functioneren van de HRC en de achterstand in de behandeling van klachten is grotendeels weggewerkt. Begin juli 2000 heeft de HRC een telefoonlijn opengesteld waarop 24 uur per dag meldingen kunnen worden gerapporteerd van mensenrechtenschendingen, die zouden zijn verricht door de politie of het leger tijdens arrestaties en detenties.Het nummer van deze 'hot-line' is Colombo - 689064.

In november 2000 werd het Permanent Inter Ministerial Standing Committee on Human Rights opgericht dat onder leiding staat van de minister van Buitenlandse Zaken Kadirgamar. Ook werd een Interministerial Working Group on Human Rights opgericht. Beide groepen dienen het nakomen van de verplichtingen, die voor Sri Lanka voortvloeien uit de ondertekening van diverse mensenrechten-verdragen, zoals de Convention against torture en het verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten, te waarborgen. Ook werd in november 2000 de Torture Perpetrators Unit (TPU) opgericht, die onderzoek moet gaan doen naar meldingen van marteling.

Vavuniya

In september 2000 gaf de rechter in Vavuniya een waarschuwing aan de Counter Subversive Unit (CSU) dat in de toekomst een gerechtelijk bevel moest worden gevraagd alvorens de CSU iemand voor de tweede maal zou arresteren. Tevens eiste de rechter dat de politie hem voortaan zou informeren in geval van overlijden onder verdachte omstandigheden. Ook de HRC heeft bij de politie in Vavuniya aangedrongen op het respecteren van de mensenrechten. Sinds deze oproep wordt de verplichting in geval van arrestaties in ieder geval de naaste familie, het Internationale Rode Kruis en de HRC te informeren, in het algemeen goed nageleefd.

Mannar

Volgens het burgercomité van Mannar zouden er in 2000 in Mannar 143 personen willekeurig zijn gearresteerd, waarvan er in januari 2001 zeventig zouden zijn vrijgelaten. Het is niet bekend wat er met de overige 73 personen is gebeurd.

Voor een beschrijving van de opsporingsinstanties zij verwezen naar de ambtsberichten van 30 september 1999, p.20-21 en 28 juli 2000, p.24-25.

Het Oosten

Zie p. 10/11 voor de aanwezigheid van de Special Task Force (STF) in Batticaloa.

Amnesty International

Amnesty International meldt in het jaarrapport dat marteling nog steeds zeer veel voorkomt. Na afkondiging van de noodmaatregelen in mei 2000 steeg het aantal meldingen over marteling , maar dit leek later weer af te nemen, aldus Amnesty.

Bekentenis door marteling

Bekentenissen komen regelmatig onder dwang tot stand en worden vaak in het Singalees opgesteld. Bekentenissen als gevolg van marteling worden niet toegestaan op grond van de 'Evidence Ordinance'. Indien tijdens een rechtzaak door de rechter wordt vastgesteld dat het bewijs via marteling is verkregen, dan zal deze bekentenis niet worden meegewogen bij het uiteindelijke oordeel. De bewijslast ligt hierbij bij degene die de bekentenis heeft afgelegd. De aangeklaagde kan via het rapport van de Judicial Medical Officer (JMO) aantonen dat hij is gemarteld. JMO's zijn door de overheid aangesteld en het betreft hier dus geen particuliere dokters. In het algemeen worden de JMO's in Sri Lanka als betrouwbaar gezien.

Indien mensen gemarteld zijn tijdens hun detentie, dan staat de mogelijkheid open bij het Hooggerechtshof van Sri Lanka een Fundamental Rights Application (FRA) in te dienen, waarmee smartengeld kan worden verkregen. Ook kan de persoon die de marteling heeft begaan worden veroordeeld. De hoogste rechter in het Hooggerechtshof wijst momenteel veel Fundamental Rights Applications af omdat hij van mening is dat het Hooggerechtshof niet de juiste juridische instantie is om de FRA's te behandelen, maar dat dit dient te gebeuren door een lagere juridische instantie. Wel wordt vaak aangedrongen op het treffen van een schikking waarbij het slachtoffer van marteling alsnog smartengeld krijgt. Er zijn voorzover bekend geen berichten dat personen die een Fundamental Rights Application hebben ingediend, als gevolg daarvan te maken hebben gekregen met bedreigingen van de zijde van de overheid.

Vavuniya

In Vavuniya komt het voor dat iemand die verdacht wordt van LTTE-connecties na arrestaties door politie of het leger gemarteld wordt. Ook paramilitaire groeperingen als PLOTE en TELO worden vaak verantwoordelijk gesteld voor martelingen die plaatsvinden in Vavuniya.

Het Oosten

In Trincomalee is een toenemend aantal meldingen van mishandeling en marteling tijdens detentie. Bronnen in Sri Lanka schrijven dit toe aan de aanwezigheid van de marine die zich weinig gelegen laat aan het respecteren van mensenrechten. Sinds de afkondiging van het staakt-het-vuren is het echter relatief rustig in Trincomalee.

Colombo

Ook in Colombo lopen mensen die verdacht worden van het hebben van banden met de LTTE het risico te worden onderworpen aan mishandeling en marteling. Het gaat hierbij om enkele gevallen per jaar (zie ook p.30).

Vrouwen

Verkrachting tijdens detentie komt voor en vindt plaats door politieagenten en militairen. Ook komt het voor dat politieagenten tijdens detentie van vrouwen dreigen met verkrachting en op deze wijze angst veroorzaken. Seksuele intimidatie bij checkpoints in Colombo komt eveneens voor. Het is niet zo dat Tamil-vrouwen vanwege hun etnische achtergrond een groter risico lopen op verkrachting dan Singalese of Moslim-vrouwen. In het zuiden van Sri Lanka vindt een toenemend aantal verkrachtingen plaats dat vaak worden toegeschreven aan deserteurs uit het Srilankaanse leger.

Op 24 juni 2001 werd een vrouwelijke plantage-Tamil door drie politieagenten verkracht bij een checkpoint in Colombo. De dag erna werden de drie politieagenten gearresteerd. Naar aanleiding van deze verkrachting vonden er op 6 juli 2001 in Colombo, de Oostelijke provincies en Jaffna-stad werkonderbrekingen en protestmarsen plaats. Enkele honderden mensen protesteerden in de wijk Maradana, in de nabijheid van het checkpoint waar het incident plaatsvond.

Amnesty International heeft in april 2001 een oproep gedaan aan de Srilankaanse regering om maatregelen te treffen waarmee een einde wordt gemaakt aan de verkrachtingen door leden van de veiligheidstroepen en zorg ervoor te dragen dat de daders voor de rechtbank worden gebracht.

Mannen

In het rapport 'Caught in the middle' maakt de organisatie Medical Foundation for the care of Victims of Torture er melding van dat tenminste één op de vijf mannelijke Tamil-gedetineerden in meer of mindere mate te maken heeft gehad met seksueel misbruik.

LTTE-verkrachtingen

Er zijn geen berichten bekend over verkrachtingen door de LTTE. De LTTE verbiedt hun strijders seksuele contacten. Verkrachters kunnen rekenen op strenge maatregelen door de leiding van de LTTE.

Het Amerikaanse Department of State stelt in 2000 geen meldingen over verdwijningen te hebben ontvangen in Colombo en Jaffna-stad. Wel kwamen er meldingen binnen van ten minste elf verdwijningen van mensen die het laatste werden gezien in handen van leger, marine en politie, in Vavuniya en Trincomalee. Ook de paramilitaire groepen zijn verantwoordelijk voor een aantal verdwijningen. Amnesty International meldt in het jaarboek 2001 dat er gedurende 2000 tenminste twintig verdwijningen zijn gemeld waarbij het grootste aantal uit het gebied Vavuniya kwam. Verdwijningen werden ook gemeld vanuit Colombo, Jaffna, Batticaloa, Mannar en Trincomalee.

De Vanni

Volgens de Jesuit Refugee Service zouden er in 2000 in de regio Mannar (in de westelijke Vanni) twaalf personen zijn vermist.

Vavuniya

In Vavuniya hebben zich gedurende de verslagperiode een aantal verdwijningszaken voorgedaan. Naast het leger worden ook regeringsgezinde Tamil-milities als PLOTE en TELO verantwoordelijk gesteld voor verdwijningen. Op 31 augustus 2000 schreef Amnesty International een brief aan president Kumaratunga waarin ze aandrong op onderzoek naar het toenemende aantal verdwijningen in met name Vavuniya. In deze brief wordt melding gemaakt van zeven personen die in de periode van 10 tot en met 16 augustus voor het laatst werden gezien in de handen van de veiligheidstroepen. Op 15 februari 2001 maakte Amnesty International melding van de verdwijning van Suppiah Sivalingam nadat hij een militaire post in Vavuniya had bezocht.

Voorzover bekend is gedurende de verslagperiode geen melding gemaakt van verdwijningen in Colombo.

Gedurende de verslagperiode hebben zich enkele gevallen van buitengerechtelijke executies en politieke moorden voorgedaan.

Jaffna-schiereiland & Mannar

Op 19 december 2000 werden negen Tamils uit Jaffna als vermist opgegeven, nadat zij waren gearresteerd door de Srilankaanse veiligheidstroepen in Mirusuvil (dorp ten oosten van Jaffna-stad). Eén van de Tamils wist te ontsnappen en na zijn getuigenis werden op 25 december 2000 acht lijken gevonden bij het Mirusivul Educated Girl Scheme. De militaire politie heeft naar aanleiding van dit incident een officier en zeven soldaten gearresteerd. Het onderzoek is nog in gang.

In de nacht van 29 mei 2001 werd Thamil Vasan, leider van PLOTE in het Vavuniya-district, door LTTE-kaders in zijn huis in Mannar doodgeschoten.

Het Oosten

Op 10 september 2000 werd in Pandiruppu (ongeveer dertig kilometer ten zuiden van Batticaloa) Cheliyan Perinpanayagam, voormalige burgemeester van Batticaloa en kandidaat voor de parlementsverkiezingen voor de People's Alliance, doodgeschoten. Op 2 oktober 2000 kwam Mohammed Lathif Baithullah, kandidaat-parlementslid voor het Sri Lanka Muslim Congress, samen met tenminste twintig omstanders in Muttur om het leven bij een zelfmoordaanslag door vermoedelijk een lid van de LTTE. Amnesty International veroordeelde deze aanslag en riep de LTTE op te voorkomen dat burgers bij aanslagen om het leven komen. Het TULF-parlementslid Nimalanayagam Soundaranayagam uit Batticaloa werd op 7 november 2000 door twee gewapende mannen doodgeschoten in het dorp Kiran, ten noordwesten van de stad Batticaloa.

De paramilitaire groeperingen PLOTE en de Razeek-group hebben zich eveneens schuldig gemaakt aan buitengerechtelijke executies.

In het najaar van 2000 laaide in Sri Lanka de discussie op over het opnieuw gaan uitvoeren van de doodstraf. Aanleiding was een kabinetsbesluit van maart 1999 waarin naar aanleiding van de toenemende misdaadcijfers besloten werd het moratorium op het uitvoeren van de doodstraf op te heffen en veroordelingen tot doodstraf niet meer automatisch om te zetten in levenslange gevangenisstraf. In het najaar van 2000 besloot het uitvoerend comité van de People's Alliance, de partij van president Kumaratunga, dat de doodstraf ook weer uitgevoerd moest gaan worden. Tot op heden is nog geen definitieve besluit genomen of de doodstraf ook weer daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. Er zouden momenteel ongeveer 57 personen ter dood veroordeeld zijn en dit aantal groeit. Het betreft allen personen die veroordeeld zijn op grond van commune delicten. Voor overtredingen van de PTA of van de ER's kan de doodstraf niet worden opgelegd.

Legerofficieren en soldaten die beschuldigd worden van het plegen van mensenrechtenschendingen kunnen zowel worden berecht door de militaire rechtbank (krijgsraad) als door een civiele rechtbank. In het geval dat iemand schuldig wordt bevonden middels militair snelrecht, is de straf veelal van disciplinaire aard, zoals degradatie of het inhouden of vertragen van een promotie. Het gaat hierbij om kleine vergrijpen. Indien een officier, onderofficier of soldaat door de krijgsraad wordt veroordeeld dan wordt veelal een gevangenisstraf opgelegd of de betrokken militair wordt ontslagen. Indien een zaak voor een civiel hof wordt beslecht en de militair wordt veroordeeld, dan moet de betrokken (onder-)officier of soldaat worden ontslagen.

De overheid is de laatste jaren meer bereid op te treden tegen schenders van mensenrechten maar straffeloosheid komt nog steeds veel voor. Volgens UNHCR zijn er slechts enkele veroordelingen geweest van personen die zich schuldig hebben gemaakt aan schending van de mensenrechten. Het US State department maakt er melding van dat de Srilankaanse autoriteiten in de grote meerderheid van de zaken waarin militairen zich schuldig zouden hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen, er niet in zijn geslaagd degenen die verantwoordelijk zijn te identificeren en hen te berechten. Amnesty International noemt de straffeloosheid van schenders van de mensenrechten een punt van grote zorg.

Op 18 juli 2000 stond de inmiddels gepensioneerde generaal-majoor van het Srilankaanse leger, Ananda Weerasekera samen met twee van zijn ondergeschikten terecht voor een civiele rechtbank op aanklacht van moord en ontvoering ten tijde van de JVP-opstand aan het einde van de tachtiger jaren, begin van de negentiger jaren. Dit was de eerste keer dat iemand terecht stond in verband met de JVP-verdwijningen die plaatsvonden tussen 1988 en 1992. In december 2000 is Weerasekera ontslagen van verdere rechtsvervolging omdat de aanklachten die tegen hem waren ingediend, niet konden worden bewezen.

In de zomer van 2000 werd een nieuwe rechter geplaatst in Vavuniya. Met de komst van deze rechter lijkt er een verbetering te zijn opgetreden in de onderzoeken naar mensenrechtenschendingen door de autoriteiten. Deze rechter stelt zich onafhankelijk op en is zeer kritisch naar politie en leger. Dit heeft geleid tot diverse uitspraken waarin aan politie en leger werd opgedragen informatie te verschaffen over gedetineerden of waarin politieagenten veroordeeld werden vanwege hun aandeel in mensenrechtenschendingen.

Zie voor de bestraffing van mensenrechtenschenders het ambtsbericht van 30 september 1999, p.28.

3.3 Positie van specifieke groepen

---
De positie van de zogenaamde 'Thee-Tamils', 'Indian Tamils' of Plantage-Tamils is beschreven in de ambtsberichten van 24 maart 1998 (p.24-25) en 30 september 1999(p.28). In de voorgestelde grondwetswijziging van president Kumaratunga (zie paragraaf 2.1) is ook een bepaling opgenomen waarin wordt gesteld dat de Plantage-Tamils de Srilankaanse nationaliteit zouden krijgen. Met het uitstel van de stemming over de grondwetswijziging, werd ook de beslissing over dit voorstel uitgesteld. In januari en februari 2001 hielden plantagemedewerkers (up-country Tamils, in Hatton een hongerstaking om hun eisen voor meer loon kracht bij te zetten. In januari 2001 had een stakingsactie van plantage-Tamils vrijwel de gehele thee-industrie van Sri Lanka voor een paar dagen lamgelegd.

Gedurende de verslagperiode zijn er meldingen geweest van ontvoeringen van Moslims door de LTTE met het oog losgeld te ontvangen. Op 24 april 2001 werden twee Moslims ontvoerd in de nabijheid van het legerkamp Valaichenai, district Batticaloa. Begin mei vielen drie doden bij etnische ongeregeldheden in het door Moslims gedomineerde Mawanella (ongeveer 70 kilometer ten noord-oosten van Colombo). Veel winkels werden geplunderd en huizen en auto's van Moslims werden vernietigd. Aanleiding voor deze onlusten was naar verluidt de weigering van een Moslim zakenman om beschermgeld (Kapang) te betalen aan een Singalese bende (zie ook p.12). Het US Department of State meldt dat de LTTE Moslims discrimineert en moslims hun huizen, land en bedrijven afhandig maakt. Ook worden Moslims met de dood bedreigd indien zij terugkeren naar hun huizen voordat het conflict is beëindigd.

In het algemeen worden vrouwen niet vanwege hun geslacht gediscrimineerd. Wel kunnen vrouwen worden gediscrimineerd als gevolg van bepaalde voorschriften die verbonden zijn aan hun etnische achtergrond of hun religie. Het is in Sri Lanka niet gebruikelijk dat alleenstaande vrouwen alleen leven. Zij wonen in de regel in pensions of worden opgevangen door hun familienetwerk. In de Srilankaanse grondwet is opgenomen dat mannen en vrouwen gelijke kansen dienen te krijgen in de publieke sector. In de private sector bestaat geen wettelijke bescherming tegen discriminatie. Vrouwen krijgen vaak minder betaald dan mannen voor hetzelfde werk, bekleden minder snel een leidinggevende positie en kunnen te maken krijgen met seksuele intimidatie. De Zwitserse vluchtelingenorganisatie SFR meldt in haar rapport van juni 2000 dat alleenstaande Tamilvrouwen in Colombo op grotere problemen stuiten dan mannen. Bij veiligheidscontroles en bij arrestaties komt seksuele intimidatie en geweld voor, aldus SFR.

Rekruteringen van kinderen

De LTTE rekruteert kinderen voor het verrichten van ondersteunende diensten of voor gevechtshandelingen. Persberichten en rapporten maken regelmatig melding van de inzet van minderjarige soldaten door de LTTE. UNICEF stelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de LTTE is gestopt met het rekruteren van kinderen. UNHCR rapporteert dat er weliswaar bemoedigende signalen zijn die er op wijzen dat de LTTE een gewijzigde politiek voert ten opzichte van het rekruteren van minderjarigen, maar dat enkele beloften zijn gebroken en er in de afgelopen periode melding wordt gemaakt van rekrutering van minderjarigen. Ook maakt de LTTE zich soms schuldig aan gedwongen rekrutering. De LTTE rekruteert kinderen door voorlichting op scholen, het tonen van films en door bij gezinnen met kinderen langs te gaan. Ouders en hun kinderen worden onder zware psychologische druk gezet.

In een bericht van 11 mei 2001 maakte Amnesty International melding van kinderen die door de paramilitaire groepering PLOTE gerekruteerd zouden zijn en zich in het PLOTE-huis 'Lucky House' zouden bevinden. Amnesty International heeft de Srilankaanse autoriteiten opgeroepen er zorg voor te dragen dat de aan haar gelieerde paramilitaire groeperingen geen kinderen rekruteren en dat de kinderen die zijn gerekruteerd, teruggestuurd worden naar hun ouders.

Opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers uit Nederland

Aanvragen voor de opvang van uitgeprocedeerde minderjarige asielzoekers geschieden door tussenkomst van het Commissioner's Department of Probation and Child Care Services (DPCC). Het DPCC valt onder het 'Ministry of Social Service'. Voorwaarde om in aanmerking te komen voor de zorg van het bovengenoemde departement is dat de minderjarige asielzoeker geen ouders of verzorgers heeft. Ook indien betrokkene gehandicapt is of minvermogende ouders heeft, kan hij onder de zorg van het voornoemde departement vallen. De opvangmogelijkheden worden geboden aan zowel jongens als meisjes tot 18 jaar. De tehuizen voorzien in onderdak, voedsel en onderwijs en bieden veiligheid aan minderjarigen. Als een kind de leeftijd van 18 jaar bereikt, dan moet het kind het desbetreffende huis verlaten.

Het is de regel om in gevallen waarin de betrokken alleenstaande minderjarige asielzoeker afkomstig is uit het buitenland contact op te nemen met het Srilankaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Hierbij dienen de volgende gegevens overgelegd te worden:


- geslachtsnaam en voornamen van de minderjarige;

- geboortedatum en -plaats;


- het laatstbekende woonadres in Sri Lanka;


- namen en adressen van familie en relaties.

Het Srilankaanse ministerie van Buitenlandse Zaken regelt de feitelijke toestemming voor de betrokken minderjarige om terug te keren naar Sri Lanka. Tevens wordt er contact opgenomen met het DPCC dat vervolgens bepaalt in welk tehuis betrokkene kan worden opgenomen. Deze selectie vindt plaats op basis van geloof, etniciteit, leeftijd, sekse en de regio waaruit de betrokken minderjarige van oorsprong afkomstig is. Gepoogd zal worden de betrokken minderjarige op te vangen in een tehuis in de regio waaruit hij afkomstig is. Na aankomst in Sri Lanka zal de minderjarige, indien er plaats is, in het desbetreffende tehuis worden opgenomen. Indien er geen plaats is in het geselecteerde opvangtehuis, dan is er een mogelijkheid tot tussentijdse opvang in Colombo. In geval van plaatsing zal de Commissioner trachten ouders en verwanten op te sporen. Indien geen verwanten gevonden kunnen worden, dan heeft het DPCC zelf het mandaat de voogdij te regelen totdat betrokkene meerderjarig is.

Tot op heden hebben zich geen concrete gevallen voorgedaan van een dergelijke opvang van uit het buitenland afkomstige alleenstaande minderjarigen.

Rekruteringen door veiligheidstroepen

Er bestaat in Sri Lanka geen dienstplicht. Mensen gaan vrijwillig in dienst en na vijf jaar bestaat de mogelijkheid het leger te verlaten. Volgens schattingen zou 10-15% van de soldaten jaarlijks het leger verlaten.

In oktober 2000 startte het ministerie van Defensie een campagne met als doel 10.000 nieuwe soldaten te rekruteren. De eerdere pogingen om de circa 15.000 deserteurs te bewegen terug te keren in het leger , hebben weinig succes gehad. Op 26 januari 2001 is het leger een campagne gestart om met name de commandotroepen te versterken. Mannelijke kandidaten werden opgeroepen zich tussen 1 en 31 maart te melden bij 22 aanmeldingscentra. Van 6 tot en met 14 maart 2001 was een amnestie-regeling van kracht waardoor alle deserteurs zonder verdere strafvervolging konden terugkeren in het leger. Het ministerie van Defensie verklaarde dat deze amnestie-regeling er toe heeft geleid dat meer dan duizend deserteurs zijn teruggekeerd in het leger.

Reservisten

Als gevolg van de oplaaiende oorlog in het noorden en oosten van Sri Lanka riep de regering eind april alle reservisten op weer dienst te nemen in het leger. Het is de eerste keer tijdens de oorlog dat de regering overgaat tot deze maatregel. Gehoor geven aan deze oproep gebeurt op vrijwillige basis.

3.4 Samenvatting

---
De noodtoestand, die sinds 4 augustus 1998 voor het gehele land geldt, is nog steeds van kracht. Door het van kracht worden van de Public Security Ordinance op 3 mei 2000 zijn er beperkingen ingesteld met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vergadering, en werd de regelgeving aangaande arrestaties en detenties veranderd. Het blijft verplicht voor Tamils die niet oorspronkelijk afkomstig zijn uit Colombo, zich bij aankomst in Colombo te (laten) registreren op het politiebureau. Voor zover bekend heeft er na de afkondiging van de PSO van 3 mei 2000 en de ER van 16 mei 2000 als gevolg hiervan in Colombo geen toename plaatsgevonden van het aantal arrestaties en detenties danwel marteling gedurende detentie.

Arrestatie en detentie van jonge mannelijke en vrouwelijke Tamils komen vooral voor na aanslagen van de LTTE, na het vinden van explosieven of tijdens dagen voorafgaande aan belangrijke feestdagen. Hiertoe worden onder meer round-ups en 'cordon-and-search'-operaties gehouden. Van de tijdens deze operaties gearresteerde Tamils wordt het overgrote deel nadat hun identiteit is vastgesteld, weer binnen 48/72 uur vrijgelaten. Het kan voorkomen dat deze Tamils tijdens deze detentie ter controle van hun identiteit ruw (zoals bijvoorbeeld slaan) worden behandeld, maar in de praktijk komt dat binnen deze categorie weinig voor. Personen die echter verdacht worden van het hebben van banden met de LTTE, lopen het risico te worden onderworpen aan marteling.

Gedurende de verslagperiode zijn er diverse meldingen van verdwijningen geweest in met name de oorlogsgebieden ('uncleared areas'). Voor zover bekend zijn er geen verdwijningen gemeld in Colombo gedurende de verslagperiode.

De Commissioner Department of Probation and Child Care Services (DPCC) heeft verklaard in alle voorkomende gevallen zijn medewerking te verlenen aan de terugkeer van uitgeprocedeerde minderjarige asielzoekers.


4. Vluchtelingen en ontheemden

---

4.1 Binnenlands verblijfsalternatief

---
Tamils die de oorlogsgebieden in het noorden en oosten van Sri Lanka ontvluchten, kunnen verblijven in de gebieden die onder controle staan van de regering, waaronder Colombo. Daarbij kunnen de volgende kanttekeningen worden gemaakt.

Tamils worden, met name rond feestdagen, na aanslagen en als de militaire toestand voor de regeringstroepen verslechtert, in gebieden die onder controle staan van de regering regelmatig onderworpen aan persoonscontroles. Tamils die zich ter plekke niet kunnen identificeren of waarvan blijkt dat ze afkomstig zijn uit het noorden en oosten van Sri Lanka lopen kans op arrestatie. De meeste Tamils worden, na controle en vaststelling van hun identiteit en hun antecedenten, binnen 48/72 uur weer vrijgelaten.

In Colombo komt het voor dat Tamils die worden verdacht van banden met de LTTE, tijdens hun verhoor worden gemarteld. Voorzover bekend gaat het hier om enkele gevallen per jaar.

Het komt voor dat Tamils, als gevolg van hun etniciteit, in Colombo lastig gevallen worden door Singalezen, maar in zijn algemeenheid blijkt niet dat Tamils als gevolg van de oplaaiende oorlog in het noorden en oosten van Sri Lanka in Colombo te maken krijgen met repressies door Singalezen. Het betreft, voor zover bekend, tot op heden incidenten. Ook na het incident in Bindanuwewa zijn er in Colombo geen meldingen gedaan van incidenten tussen Tamils en Singalezen. President Kumaratunga heeft enkele malen verklaard dat de Tamilbevolking die woonachtig is in door de regering gecontroleerd gebied, beschermd zal worden tegen represailles van de kant van de Singalezen.

4.2 Behandeling na terugkeer

---
Identiteitsonderzoek op het vliegveld

Na aankomst op het vliegveld worden de meeste repatrianten gecontroleerd door de Srilankaanse immigratiemedewerkers. Indien er twijfel bestaat omtrent de identiteit van de betrokken persoon, dan wordt deze door de Immigratiedienst doorverwezen naar de 'Criminal Investigation Department' (CID).

Bij de CID ondergaan de repatrianten een identiteitsonderzoekwaarbij de personalia van betrokkene worden onderzocht en wordt nagegaan of de desbetreffende repatriant wellicht in het verleden betrokken is geweest bij criminele activiteiten. Hiertoe wordt een verklaring van betrokkene opgenomen waarin onder meer wordt ingegaan op de geboorteplaats van betrokkene, zijn werkzaamheden in Sri Lanka voordat hij het land verliet, wie zijn reisagent was (dit in verband met onderzoeken naar mensensmokkel) en wat de reden is waarom hij is teruggestuurd. Tevens worden de vingerafdrukken van betrokkene genomen. Bij het afnemen van deze verklaring komt het voor dat de repatriant, indien hij niet meewerkt aan het verschaffen van informatie omtrent zijn identiteit, onder zware druk wordt gezet en ruw (zoals bijvoorbeeld slaan) wordt behandeld.

Bij het 'National Intelligence Bureau' (N.I.B.) wordt gecontroleerd of de betrokken persoon voorkomt in haar registers. Het N.I.B. heeft één dag nodig voor dit onderzoek. Betrokken personen dienen binnen 24 uur te worden voorgeleid aan het Magistrate's Court te Negombo. Gedurende de tijd waarin de gegevens van de betrokken repatriant gecontroleerd worden, verblijft hij in de ruimte van de CID op het vliegveld. De CID beschikt niet over een cellencomplex op het vliegveld.

Binnen 48/72 uur worden repatrianten, die zijn overgedragen aan de CID, overgebracht naar de rechtbank in Negombo. Dit betekent dus in de praktijk dat de repatrianten onder begeleiding van de CID het vliegveld verlaten. Sommige repatrianten die veel weerstand bieden, worden hierbij geboeid. In Negombo beslist de rechter of betrokkene op basis van de op dat moment door de CID aangeleverde gegevens wordt overgebracht naar de gevangenis ofwel wordt vrijgelaten op borgtocht in afwachting van afronding van het onderzoek, danwel gewoon wordt vrijgelaten.

Het komt voor dat, indien er sterke aanwijzingen zijn dat een persoon zich in het verleden in Sri Lanka schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de Srilankaanse wetgeving, bijvoorbeeld omdat hij is geregistreerd bij het N.I.B., hij enkele dagen langer door de CID wordt vastgehouden, alvorens hij voor de rechter in Negombo wordt gebracht. In de praktijk komt dit alles bij repatrianten zelden voor. De behandeling van repatrianten met littekens wijkt niet af van de hierboven beschreven behandelwijze.

Gedurende de beschreven periode zijn vrijwel alle aan de rechter voorgeleide repatrianten op borg vrijgelaten en vervolgens bij de tweede voorgeleiding vrijgelaten.

Reisdocumenten

Op 5 juli 2000 heeft door de controller van het Department of Immigration and Emigration, de heer N. Bambaravanage, aan vertegenwoordigers van de Duitse, Australische en Nederlandse ambassade toegezegd dat alle reisdocumenten waarmee repatrianten reizen, bij aankomst in Sri Lanka door de autoriteiten gekopieerd zullen worden, dat de repatriant vervolgens hetzij in het bezit zal blijven van het originele document dan wel in het bezit worden gesteld van een kopie die zal worden voorzien van een aantal stempels. Deze toezegging wordt tot op heden nageleefd.

In de praktijk worden door de Srilankaanse autoriteiten in het buitenland drie soorten vervangende reisdocumenten (laissez passer, LP's) afgegeven:


1. Een zgn. emergency passport in de vorm van een A4-tje. Hierop staat onder meer vermeld dat dit document na aankomst in Sri Lanka overhandigd dient te worden aan de immigratie-autoriteiten.


2. Een zgn. emergency certificate, gelijkend op een gewoon paspoort, waarop eveneens staat vermeld dat dit document na aankomst in Sri Lanka overhandigd dient te worden aan de immigratie-autoriteiten.


3. Een ICOM (Identity Certificate Overseas Missions)-document, gelijkend op een gewoon paspoort, dat voor een bepaalde tijd geldig is. Na aankomst in Sri Lanka wordt dit document door de immigratie-autoriteiten op het vliegveld gecontroleerd waarna het als regel wordt geretourneerd aan de repatriant.

Door de Srilankaanse vertegenwoordiging in Den Haag wordt aan repatrianten een document zoals genoemd onder 3 afgegeven.

De reisdocumenten van Srilankaanse repatrianten uit Nederland worden bij aankomst in Sri Lanka als regel dus niet ingenomen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Duitse repatrianten, die reizen op een document zoals genoemd onder 2 (zie hierboven), en dat derhalve wel wordt ingenomen door de Srilankaanse autoriteiten.

Met deze (al dan niet gekopieerde documenten) kunnen repatrianten bij persoonscontroles door veiligheidsinstanties hun identiteit aantonen. Tevens kunnen zij zich hiermee identificeren bij de aanvraag om een vervangend identiteitsbewijs.

In die gevallen waarin het document wel wordt ingenomen (zoals bijvoorbeeld bij repatrianten die afkomstig zijn uit Duitsland), krijgt de desbetreffende repatriant naast de kopie van het document ook een verklaring waarin vermeld staat dat het document is ingenomen en dat het document op het hoofdkantoor van Immigration in Colombo kan worden opgehaald.

Immigrants and Emigrants Act

Teruggestuurde afgewezen asielzoekers behoeven doorgaans niet te vrezen te worden vervolgd op grond van de Immigrants and Emigrants Act, tenzij zij inreizen met een vals reisdocument.

Veiligheidsrisico's

Uit het buitenland gerepatrieerde Tamils, ongeacht of zij oorspronkelijk afkomstig zijn uit het noorden en oosten van het land, moeten er evenals andere Tamils, rekening mee houden in Colombo regelmatig te worden gecontroleerd op hun identiteit. Zij lopen in Colombo en in andere gebieden die onder controle staan van de regering echter niet meer kans gearresteerd en gedetineerd te worden dan andere Tamils die niet van oorsprong afkomstig zijn uit Colombo. Er zijn geen aanwijzingen dat repatrianten als gevolg van het verlopen van de geldigheidsduur van het verstrekte reisdocument bloot hebben gestaan aan een verhoogd risico zoals arrestaties en detenties langer dan 48/72 uur.


4.3 Beleid van andere landen

---
Terugkeerovereenkomsten

Zwitserland sloot reeds in 1994 een terugkeerovereenkomst met Sri Lanka, waarin onder meer is voorzien in assistentie (passieve monitoring) door de UNHCR. Daarnaast biedt Zwitserland aan gerepatrieerden de mogelijkheid desgewenst te worden ondergebracht in een door het Rode Kruis beheerd opvangtehuis te Nugegoda. Tot op heden is daar slechts zeer sporadisch van gebruik gemaakt. Per 1 november 2000 is in Zwitserland een nieuw terugkeerprogramma operationeel dat vrijwillige terugkeer naar Sri Lanka moet bevorderen. Het programma voorziet in economische hulp, ondersteuning bij aankomst in Sri Lanka en professionele bijscholing voor die Srilankanen die te kennen geven terug te keren naar Sri Lanka.

Denemarken sloot op 18 augustus 1998 met Sri Lanka een terugkeerovereenkomst die vergelijkbaar is met die welke Nederland in 1997 afsloot. Noorwegen sloot in april 2000 met Sri Lanka een soortgelijke terugkeerovereenkomst Ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk sloten met Sri Lanka een terugkeerovereenkomst. De EU-Commissie ontving op 18 september 2000 een mandaat voor onderhandeling van een terugkeerovereenkomst tussen de EU en Sri Lanka.

Beleid van andere landen

Ook Australië, België, Duitsland, Groot-Brittannië en Zwitserland achten de situatie in Sri Lanka en in het bijzonder Colombo veilig genoeg om gedwongen terugkeer verantwoord te achten. Alle bovengenoemde landen, behalve België, zijn gedurende de verslagperiode doorgegaan met het terugsturen van Tamils naar Sri Lanka.

4.4 UNHCR-beleid

---
Het standpunt van de UNHCR inzake terugkeer van uitgeprocedeerde Srilan-kaanse asielzoekers blijft ongewijzigd. In een brief van 15 maart 2001 (zie bijlage V) verklaart de UNHCR dat zij nog steeds van oordeel is dat het verantwoord is uitgeprocedeerde Srilankaanse asielzoekers terug te sturen. Wel wijst de UNHCR op veelvuldige persoonscontroles en korte detenties van 48 tot 72 uur in Colombo.

4.5 Samenvatting

---
Tamils die de oorlog ontvluchten, kunnen in de gebieden die onder controle staan van de regering, waaronder Colombo, een verblijfsalternatief vinden. Tamils worden, met name rond feestdagen, na aanslagen en als de militaire toestand voor de regeringstroepen verslechtert, in gebieden die onder controle staan van de regering regelmatig onderworpen aan persoonscontroles. Het betreft hier hoofdzakelijk identiteitscontroles. Het merendeel van hen wordt binnen 48/72 uur vrijgelaten. Gerepatrieerde Tamils lopen in gebieden die onder controle staan van de regering niet meer kans te worden gecontroleerd dan andere Tamils. Voor zover bekend hebben repatrianten als gevolg van het verlopen van de geldigheidsduur van het verstrekte reisdocument niet bloot gestaan aan een verhoogd risico zoals arrestaties en detenties langer dan 48/72 uur.


5. Samenvatting

---

De noodtoestand, die sinds 4 augustus 1998 voor het gehele land geldt, is nog steeds van kracht.

Op 10 oktober 2000 vonden in Sri Lanka parlementsverkiezingen plaats. Geen enkele partij verkreeg een absolute meerderheid in het parlement. Na de verkiezingen vormde Kumaratunga een coalitieregering met de People's Alliance (PA), de National Unity Alliance (NUA) en de Eelams People Democratic Party (EPDP) die 115 van de 225 zetels bezet.

Vanaf halverwege september 2000 heeft het Srilankaanse leger door een reeks van kleine maar strategische aanvallen een groot deel van het Jaffna-schiereiland heroverd dat in het voorjaar van 2000 door de LTTE was veroverd. De strategisch belangrijke Elephant Pass is nog in handen van de LTTE.

In de oorlogsgebieden komen regelmatig mensenrechtenschendingen voor door zowel regeringsgetrouwe partijen als door de Tamil-tijgers.

In de gebieden die onder controle staan van de regering kunnen Tamils die de oorlog ontvluchten, verblijven. Wel kunnen zij in die gebieden, waaronder Colombo, regelmatig onderworpen worden aan persoonscontroles, arrestaties en detenties. De meesten van hen worden, nadat hun identiteit is vastgesteld, binnen 48/72 uur vrijgelaten. Tamils die verdacht worden van connecties met de LTTE kunnen tijdens het verhoor gemarteld worden. Gerepatrieerde Tamils lopen in de gebieden die onder controle staan van de regering niet meer risico te worden gecontroleerd, gearresteerd en gedetineerd dan andere Tamils. Wel is het van belang dat zij terugreizen met een geldig reisdocument dat, indien nodig, tevens als identiteitsdocument kan worden gebruikt. Daarnaast dienen zij zich in Colombo te (laten) registreren en te zorgen voor een nieuwe identiteitskaart.

Openbare Rapporten


· Amnesty International (Londen).


- 'Sri Lanka, torture in custody' (ASA 37/10/99) juni 1999.

- 'Sri Lanka, New Emergency Regulations' (ASA 37/19/00) juli 2000.

- AI newsrelease, d.d. 27 oktober 2000 (ASA, 37/31/2000).

- AI Urgent Action: (ASA 37/004/2001).


- AI newsrelease d.d. 4 april 2001 (ASA 37/006/2001).

- AI, Urgent Action, d.d. 11 mei 2001 (ASA 37/005/2001).

- AI Jaarboek 2001, hoofdstuk Sri Lanka.


- AI newsrelease d.d. 4 juli 2001 (ASA 37/010/2001).

· British Refugee Council.


- Sri Lanka Monitor (augustus 2000 - april 2001).

· Economist Intelligence Unit, Country Reports Sri Lanka, september 2000 - march 2001.


· Far Eastern Economic Review,Ultimate Sacrifice (juni 2000) p.65.

· Forum for Human Dignity, Human Rights Situation Report 2000 (28 maart 2001).


· Human Right Watch (New York, Washington, Londen, Brussel).

- World Report 2000 (december 2000).


· ICRC, Sri Lanka


- News Letter, augustus 2000.


- News Letter, november 2000.


· Inform, Sri Lanka Information Monitor.


- Monthly Situation Reports (september 1999 - mei 2000).

· International Organisation for Migration.

(https://www.iom.int/Switserland/Srilanka).


· Jane's Defense Weekly, 'Sri Lanka braces for Tiger attacks', (8 november 2000).


· Jesuit Refugee Service, Refugee News Briefings, (JRS dispatches no. 86), 3 februari 2001


· Medical Foundation for the care of Victims of Torture, 'Caught in the middle',

(https://www.thelancet.com/newlancet/reg/issues/vol355no9220/)


· Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ambtsberichten

- 27 februari 1990 (kenmerk DAZBA/7564).


- 24 maart 1998 (DPC/AM 675518).


- 6 november 1998 (DPC/AM 613652).


- 30 september 1999 (DPC/AM 642893).


- 15 december 1999 (Immigrants and Emigrants-act).

- 28 juli 2000 (DPC/AM 686233).


- 22 augustus 2000 (DPC/AM 690579).


· Onze Wereld, 'Sri Lanka, een idyllische façade', (december 2000/januari 2001).


· Persberichten


- AFP, Associate Press, Reuters, ANP;


· Schweizerische Flüchtlingshilfe (SFR/OSAR), Die Rückschaffung Tamilischer Asylsuchender nach Sri Lanka (Bern, juni 2000).


· University Teachers for Human Rights, Information Bulletin 23, (11 juli 2000).


· UN Commission on Human Rights


- Report on Enforced or Involuntary Disappearances (E/CN.4/2000/64).

- Report on Enforced or Involuntary Disappearances, report on the visit to Sri Lanka (E/CN.4/2000/64/add 1).


- Report on torture and other cruel, inhuman or degrading treatment or punishment (E/CN.4/2000/9), par. 929-974.


· UNICEF, Sri Lanka Donor Update, d.d. 18 oktober 2000

· UNHCR Centre for Documentation and Research.

- Mid Year Report 2000, Sri Lanka.


- UNHCR, Background paper on refugees and asylum seekers from Sri Lanka, 25 juni 2001.


· U.S. Department of State


- Sri Lanka Country Report on human rights practices for 1999.

- US Department of State, Report on International Religious Freedom: Sri Lanka, september 2000.


- Sri Lanka Country Report on human rights practices for 2000 (februari 2001).

Autoriteiten:


*DPCC: Department of Probation and Child Care Services.

*GA: Government Agent, lokale vertegenwoordiger van de regering.

*JMO: Judicial Medical Officer. Gerechtelijke arts.

*PSC: Parliamentary Select Committee. Vaste commissie van het Srilankaanse Parlement.

Documenten:


*LP: Laissez-passer, vervangend reisdocument.

*NIC: National Identity Card, identiteitskaart met foto, uitgereikt vanaf 16 jaar, dient iedere Srilankaan steeds op zak te hebben.

Humanitaire hulporganisaties:


*AI: Amnesty International


*MSF: Médecins sans Frontières (= AZG: Artsen Zonder Grenzen)

*ICRC: International Red Cross


*OMCT: Organisation Mondiale contre la Torture

*UNHCR: United Nations High Commissioner for Refugees
Leger en politie:


*ASP: Assistant Superintendent of Police.


*CDB: Crime Detection Bureau, onderdeel van de politie.

*CID: Criminal Investigation Department, onderzoeksafdeling van de politie.


*CRD: Criminal Records Department, onderdeel van de politie, bewaart vingerafdrukken.


*CSU: Counter Subversive Unit, onderdeel van de politie.

*DII: Directorate of Internal Intelligence, onderdeel van de politie

*DFI: Directorate of Foreign Intelligence, onderdeel van de politie

*IPKF: Indian Peace Keeping Force, Indiase interventiemacht die in 1987-1990 actief was op Jaffna schiereiland ter handhaving van het Indiase vredesplan.


*JOB : Joint Operations Bureau, in december 1999 opgericht onder de National Security Council (NSC). Voormalig legerchef Rohan Daluwatte benoemd tot hoofd.


*NIB: National Intelligence Bureau, onderdeel van de politie, nadien opgesplitst in DII en DFI.


*NSC: National Security Council, nationale veiligheidsraad o.l.v. president Kumaratunga.


*OCC: Operation Command Colombo, bestaat uit drie divisies (Noord, Centraal en Zuid), wordt geleid door hoge officieren van het leger, de luchtmacht en de marine.


*OIC : Officer in Charge.


*SP: Superintendent of Police.


*SSP: Senior Superintendent of Police.


*STF: Special Task Force: paramilitaire commando-eenheid van de politie.

*TID: Terrorist Investigation Division, onderdeel van de politie.
Mensenrechtenorganen van de overheid:


*AHC: Anti-Harassment Commission. Op 7 september 1998 herdoopt tot CIUAD.

*CIUAH: Committee of Inquiry into Unlawful Arrest and Harassment, heette voorheen AHC.


*HRC: Human Rights Commission of Sri Lanka.


*HRTF: Human Rights Task Force. Op 30 juni 1997 opgegaan in de HRC.

*TPU: Torture Perpetrators Unit.

Particuliere organisaties:


*CMEV: Centre for Monitoring Election Violence

*FHD: Forum for Human Dignity, mensenrechten NGO in Colombo.

*NAP: National Alliance for Peace.

Singalese partijen:


* JVP: Janatha Vimukthi Permuna (=People's Liberation Front of Volksbevrijdingsfront), linkse singalese partij die in 1971 en in 1987-89 een mislukte opstand in het zuiden van SL ontketende maar bij het aantreden van de PA-regering in augustus 1994 werd gelegaliseerd.


*NFAT: National Front Against Tigers. Radicale Singalese groepering die sterk gekant is tegen iedere concessie aan de Tamils.


*PA: People's Alliance. Alliantie onder leiding van de SLFP die sinds augustus 1994 aan de regering is.


*PLF: People's Liberation Front. Engelstalige benaming voor JVP (zie hierboven).


*SLFP: Sri Lanka Freedom Party. Socialistische partij, na de onafhankelijkheid van Sri Lanka o.l.v. Solomon Bandaranaike, na zijn dood o.l.v. van zijn weduwe Sirimavo Bandaranaike, nu o.l.v. zijn dochter Chandrika Bandaranaike-Kumaratunga (de huidige president).


*UNP: United National Party. Singalese partij, regeringspartij in de jaren 1977-1994, thans grootste oppositiepartij.

Gematigde Tamil-partijen en bewegingen:


*CWC: Ceylon Workers' Congress, partij van Plantage-Tamils, samenwerkend met de PA-regering.


*EPDP: Eelam People's Democratic Party, legale Tamil-partij o.l.v. Douglas Devananda met machtsbasis op de eilanden ten westen van Jaffna, w.o. het eiland Delft.


*EPRLF: Eelam People's Revolutionary Liberation Front, Tamil-organisatie o.l.v. V. Perumal, actief in het oosten, en sinds januari 1997 eveneens in Jaffna.


*PLOTE: People's Liberation Organisation of Tamil Eelam, legale Tamil-partij samenwerkend met het leger in Vavuniya (noorden) sinds januari 1997 eveneens in Jaffna.


*TELO: Tamil Eelam Liberation Organization, legale Tamil-partij, politiek en militair actief in de Oostelijke Provincie, sinds januari 1997 eveneens in Jaffna.


*TULF: Tamil United Liberation Front, legale Tamil-partij, politiek actief in Colombo en in het noorden (op Jaffna-schiereiland).

Radicale Tamil-bewegingen:


*EROS: Eelam Revolutionary Organisation of Students, werkt samen met LTTE.

*LTTE: Liberation Tigers of Tamil Eelam, militante Tamil-beweging o.l.v. Veluppillai Prabhakaran, strijdt voor onafhankelijk Tamil-thuisland (Tamil Eelam) op Sri Lanka.


*SOLT: Students Organisation of Liberation Tigers, studentenorganisatie van de LTTE.

Partijen van de Plantage-Tamils:


*CWC: Ceylon Worker's Congress o.l.v. S. Thondaman. Werkt samen met de UNP-oppositie.


*UPF: Upcountry People's Front o.l.v. P.Chandrasekeran. Werkt samen met de PA-regering.

Moslim-partijen:


*NUA: National Unity Alliance.


*SLMC : Sri Lanka Moslim Congress, maakt deel uit van de PA-regering.
Wetgeving:


*CCP: Code of Criminal Procedure, het Srilankaanse wetboek van strafprocesrecht.


*ER: Emergency Regulations, noodwetgeving krachtens noodtoestand, voor het eerst ingeroepen in 1983. Van belang is met name ER no. 4 van november 1994.


*FRA: Fundamental Rights Application


*PSO: Public Security Ordinance.


*PTA: Prevention of Terrorism Act (1979), noodwetgeving, van kracht sinds juli 1979.

De uitslag van de parlementsverkiezingen was als volgt: People's Alliance (PA): 107 zetels; United National

Party (UNP): 89 zetels; Janatha Vimukthi Peramuna (JVP): 10 zetels; Tamil United Liberation Front (TULF): 5

zetels; National Unity Alliance (NUA): 4 zetels; Eelams People Democratic Party (EPDP): 4 zetels; TamilEelam

Liberation Organisation (TELO): 3 zetels; Sinhala Urumaya (SU): 1 zetel; All Ceylon Tamil Congress (ACTC): 1 zetel; Independent Group 2 Digamadulla (IND-2): 1 zetel.

Zie hiertoe ook paragraaf 3.2.10.

Sri Lanka Monitor, september
(HTTP://www.gn.apc.org/brcslproject/slmonitor/September2000).

Sri Lanka Monitor, oktober
(HTTP://www.gn.apc.org/brcslproject/slmonitor/BriefOct00) .

NUA is een partij die valt onder de Sri Lanka Muslim Congress (SLMC). De NUA is opgericht om de partij ook

aantrekkelijk te maken voor niet-moslims. De uiteindelijke macht ligt nog steeds bij het uitvoerend comité van

de SLMC. Tijdens de verkiezingen deed een aantal SLMC-leden mee onder de PA en een aantal leden mee

onder de NUA.

Zie voor de lijst met ministers, bijlage IV.

Het betreft hier zeven leden die verkozen zijn onder de NUA.

ANP, 10 juli 2001.

UNHCR, Backgroundpaper on refugees and asylum seekers from Sri Lanka (25 juni 2001) p.17.

Zie hiertoe het ambtsbericht van 28 juli 2000, p. 7-8.

Jane's Defense Weekly, 'Sri Lanka braces for Tiger attacks', (8 november 2000) 21.

Economist Intelligence Unit, Country Report Sri Lanka, september 2000, p.2.

Jane's Defense Weekly, 'Sri Lanka braces for Tiger attacks', (8 november 2000) 21.

Sri Lanka Monitor, september
(HTTP://www.gn.apc.org/brcslproject/slmonitor/September2000) .

UNHCR, Backgroundpaper on refugees and asylum seekers from Sri Lanka (25 juni 2001), p.18.

Zie hiertoe het ambtsbericht van 28 juli 2000, p.17.

UNHCR, Mid Year Report 2000, Sri Lanka, p.163.

ICRC, News Letter, augustus 2000.

Sri Lanka Monitor, september
(HTTP://www.gn.apc.org/brcslproject/slmonitor/September2000) p.1.

Zie ook 'Sri Lanka, een idyllische façade', in Onze Wereld, (december 2000/januari 2001) p.23.

Zie hiertoe het ambtsbericht van 28 juli 2000, p.31.

Sri Lanka Monitor, september 2000.

Sri Lanka Monitor, oktober 2000.

Zie ambtsbericht van 28 juli 2000 inzake de situatie in Sri Lanka, p.31.

Zie ambtsbericht van 28 juli 2000 inzake de situatie in Sri Lanka, p.25.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000 (februari 2001), p.5.

Zie het ambtsbericht van 28 juli 2000, p.14.

Bron: UNHCR, Backgroundpaper on refugees and asylum seekers from Sri Lanka (25 juni 2001) p.21.

Zie paragraaf 3.2.5.

Voor meer informatie over de oude PTA en de ER-bepalingen, zie het ambtsbericht van 6 november 1998,

p.11-12 alsmede de bijlagen V en VI van het ambtsbericht van 28 juli 2000.

UNHCR, Backgroundpaper on refugees and asylum seekers from Sri Lanka (25 juni 2001), p.24.

Reuters, 30 mei 2001.

Human Rights Watch, Sri Lanka, World Report 2000, p 4.

Human Rights Watch, Sri Lanka, World Report 2000, p.5.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.16.

Zie ook de ambtsberichten van 30 september 1999, p.14, en van 24 juli 1997, p.5-6.

Zie ambtsbericht van 30 september 1999, p.8.

Amnesty International news release, d.d. 4 juli 2001 (ASA 37/010/2001).

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.12.

Sri Lanka Monitor, september 2000.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.19.

Zie ambtsbericht van 30 september 1999, p.13.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 1999, p.19.

Sri Lanka Monitor, september 2000.

ICRC, Newsletter, november 2000.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.18-19.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.19.

Sri Lanka Monitor, februari 2000, p.2.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.19.

Zie ambtsberichten van 28 juli 2000 (p.19) en 30 september 1999 (bijlage 5).

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 1999, p11. & UNHCR,

Backgroundpaper on refugees and asylum seekers from Sri Lanka (25 juni 2001), p.22.

Zie ambtsbericht van 30 september 1999, p.22.

Rapport van Amnesty International, 'Sri Lanka, torture in Custody' (ASA 37/10/99) p.9.

Zie ambtsbericht van 30 september 1999, paragraaf 3.2.5.

Forum for Human Dignity, Human Rights Situation Report 2000, p. 4.

Amnesty International Jaarboek 2001, hoofdstuk Sri Lanka, p.3.

De conclusie dat in het algemeen een combinatie van factoren aanleiding geeft tot verhoogde kans op

arrestatie, komt voort uit vertrouwelijke gesprekken met diverse mensenrechtenorganisaties,

mensenrechtenadvocaten en buitenlandse vertegenwoordigingen te Colombo. In

deze gesprekken is uitgebreid ingegaan op mogelijke risicofactoren voor staandehouding, arrestatie en detentie.

Zie voor de werking van 'cordon and search'-operaties, het ambtsbericht van 28 juli 2000, p.21.

Zie hiertoe ook paragraaf 3.2.7

Zie ambtsbericht van 30 september 1999, p.18.

Voor de functie van rehabilitatiekampen wordt verwezen naar het ambtsbericht van 24 juli 1997, p.

15:Gedetineerden die daarvoor in aanmerking komen (goed gedrag, minderjarig, straf uitgezeten) kunnen

worden ondergebracht in zgn. rehabilitation centres, waar zij worden voorbereid op herintreding in de

maatschappij. In deze gesloten centra zijn onderwijsinstellingen en het regime is minder streng dan in gewone

gevangenissen.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p3.

Amnesty International (ASA, 37/031/2000).

Zie hiertoe o.m. Sri Lanka Monior van november 2000.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.7 (zie hiertoe ook het ambtsbericht van 30 september 1999, p.19).

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.9-10.

Rapport van de Special Rapporteur of the Commission on Human Rights on torture and other cruel, inhuman or degrading treatment or punishment (E/CN.4/2000/9) par. 929-974.

Amnesty International news release, d.d. 4 juli 2001 (ASA 37/010/2001).

Zie ambtsbericht van 30 september 1999, p.19.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.11.

Jesuit Refugee Service, Refugee News Briefings, (JRS dispatches no. 86), 3 februari 2001.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.8.

Zie het ambtsbericht van 28 juli 2000, p.25.

Amnesty International Jaarboek 2001, hoofdstuk Sri Lanka, p.3.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.9., alsmede het ambtsbericht van 30 september 1999, p.24.

Reuters, 6 juli 2001.

Amnesty International, newsrelease d.d. 4 april 2001 (ASA 37/006/2001).

Internet:
https://www.thelancet.com/newlancet/reg/issues/vol355no9220/body.news_hhr2067 .html .

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.7.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.7.

Amnesty International Jaarboek 2001, hoofdstuk Sri Lanka, p.3.

Zie voor verdwijningen in Sri Lanka in 2000, het ambtsbericht van 13 april 2000, kenmerk DPC/AM 685625.

Jesuit Refugee Service, d.d. 3 februari 2001.

Amnesty International, Sri Lanka: 'Disappearances' on the rise (ASA 37/027/2000).

Amnesty International, Urgent Action: (ASA 37/04/2001).

Zie hiertoe ook de paragraven 3.2.1 en 3.2.2.

Sri Lanka Monitor, september 2000.

Amnesty International, (ASA 37/029/2000).

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.5.

Report of the Working Group on Enforced or Involuntary Disappearances, add 1: Report on the visit to Sri Lanka (E/CN.4/2000/64/add.1.), p.7-8.

UNHCR, Background paper on refugees and asylum seekers from Sri Lanka, p.29.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.4.

Amnesty International Jaarboek 2001, hoofdstuk Sri Lanka, p.3.

Zie voor informatie hieromtrent het ambtsbericht van 27 februari 1990 (kenmerk DAZBA/7564) .

Human Rights Watch, Sri Lanka, World Report 2001, p5.

Sri Lanka Monitor, april 2001.

Sri Lanka Monitor, april 2001.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.17.

US Department of State, Report on International Religious Freedom: Sri Lanka, 2000, p2. & US Department

of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.21.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.23.

Schweizerische Flüchtlingshilfe, Die Rückschaffung Tamilischer Asylsuchender nach Sri Lanka (Bern, juni

2000) p.15.

Zie hiertoe o.m. The University Teachers for Human Rights, Jaffna, Information Bulletin 23, d.d. 11 juli 2000.

UNICEF, Sri Lanka Donor Update, 18 oktober 2000.

UNHCR, Background paper on refugees and asylum seekers from Sri Lanka, p.38.

US Department of State, Sri Lanka report on human rights practices for 2000, p.26.

Zie hiertoe ook: ' Ultimate Sacrifice' in Far Eastern Economic Review , (juni 2000) p.65.

Amnesty International, Urgent Action, d.d. 11 mei 2001 (ASA 37/005/2001) .

Zie hiertoe ook het ambtsbericht van 28 juli 2000, p.35.

Sri Lanka Monitor, oktober 2000.

Reuters, Sri Lanka - Deserteurs, d.d. 27 februari 2001.

Zie hiertoe ook paragraaf 3.2.7 .

Voor een nadere beschrijving voor de behandeling na terugkeer wordt verwezen naar het ambtsbericht van 30

september 1999, p.32-34.

Zie hiertoe het ambtsbericht van13 juli 2000 (kenmerk DPC/AM 690579).

Zie mijn ambtsbericht van 6 november 1998, p.23, noot 29.

Zie hiertoe de ambtsberichten van 30 september 1999 en 15 december 1999 inzake de Immigrants and Emigrants Act.

Zie hiertoe ook: http: www.iom.int/Switserland/Srilanka.

===

Deel: ' BUZA Ambtsbericht Sri Lanka - situatie rond asielprocedures '




Lees ook