Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4,

Den Haag

Directie Voorlichting

en Communicatie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 1 oktober 1999
Kenmerk DVL 99/364
Blad /2
Bijlage(n) -
Betreft Verzoek van het lid Van Ardenne-Van der Hoeven

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar Uw brief d.d. 29 september 1999, kenmerk 299-089, bericht ik u, mede namens de ministers van Buitenlandse Zaken en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, het volgende.

In de TV documentaire "Een kostbaar doekje voor het bloeden", die een historisch overzicht geeft van vijftig jaar Nederlandse ontwikkelingssamenwerking heeft minister Pronk, als één van de oud-ministers voor Ontwikkelingssamenwerking, een toelichting gegeven op het indertijd door hem gevoerde beleid. Over het huidige kabinetsbeleid is door hem niet gesproken

Dit beleid is vastgelegd in het Regeerakkoord, waarin staat: "De steunverlening in het kader van ontwikkelingssamenwerking via regeringen vindt plaats onder de conditie van goed beleid, waaronder economisch beleid, en goed bestuur, aan de hand van internationale maatstaven".

Bij de behandeling van de Begroting voor 1999 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een concentratie van de bilaterale hulp op de armste landen die aan de in het Regeerakkoord genoemde voorwaarden voldoen. Eind juni tenslotte is met de Kamer de lijst overeengekomen van landen die als gevolg van dat nieuwe beleid voor structurele bilaterale hulp van Nederland in aanmerking komen.

Van verwarring over wat het Nederlandse beleid inhoudt, kan in tegenstelling tot wat mevrouw Van Ardenne-Van der Hoeven suggereert, dan ook geen sprake zijn.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Deel: ' BUZA Geen verwarring Nederlands ontwikkelingsbeleid '




Lees ook