Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Westelijk Halfrond

Adviseur Koninkrijksaangelegenheden

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 13 april 1999
Kenmerk DWH/AK-76/99
Blad /3
Bijlage(n) 1
Betreft Vestiging van Forward Operating Locations op de Nederlandse Antillen en Aruba

Zeer geachte Voorzitter,

Dezer dagen is via een notawisseling een verdrag tussen het Koninkrijk en de VS tot stand gekomen over de vestiging van Amerikaanse Forward Operating Locations (FOL's) op de Nederlandse Antillen en Aruba. Het verdrag zal een looptijd van maximaal een jaar hebben. Gedurende dat jaar zullen partijen, mede aan de hand van de praktische ervaringen, onderhandelen over een meer definitieve regeling. Als achtergrond moge het volgende dienen:

Binnenkort zal de VS zijn drugsbestrijdingsoperaties in Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied vanaf Howard Base in Panama moeten beëindigen. Daarom zijn alternatieve locaties in de regio onderzocht van waaruit deze operaties zouden kunnen worden voortgezet. Daarbij gaat het niet om volwaardige luchtmachtbases, maar om steunpunten van waaraf met Amerikaanse vliegtuigen genoemde operaties ondernomen kunnen worden, zogenaamde FOL's. Op het verzoek om ook de mogelijkheden op de Nederlandse Antillen en Aruba te mogen onderzoeken is door mij tijdens mijn bezoek aan de VS in november jl. positief gereageerd. De voorgestelde drugsbestrijdingsactiviteiten sluiten immers nauw aan bij de inspanningen die het Koninkrijk zich op dit gebied in de Caraïbische regio getroost en in welk kader reeds zeer intensief met de VS wordt samengewerkt.

Bij de FOL's zal de nadruk komen te liggen op monitoring en opsporing. Eventueel kan ook sprake zijn van onderschepping. Het is uitdrukkelijk het oogmerk de activiteiten te beperken tot deze drugsbestrijdingsoperaties en niet over te gaan tot het opzetten van steunpunten voor militaire operaties in de regio.

Nadat eind februari van VS-zijde concrete voorstellen werden gedaan, hebben de regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba er sterk op aangedrongen de onderhandelingen zo spoedig mogelijk af te ronden. Hierin zijn delegaties van de VS en het Koninkrijk op 7 april j.l. geslaagd, waarna het verdrag in de vorm van een notawisseling kon worden vastgelegd.

De Amerikaanse presentie zal geleidelijk worden opgebouwd. In eerste instantie zal deze beperkt zijn. De uiteindelijke omvang omvat de volgende elementen: Naast een vaste groep van tien à vijftien man zullen op de Antillen en Aruba nagenoeg permanent 300 man op rotatiebasis aanwezig zijn. Het aantal vliegtuigen dat min of meer permanent aanwezig zal zijn bedraagt dan vijf straalvliegtuigen (F-16's of F-15's) en een drietal kleinere verkenningsvliegtuigen. Daarnaast zullen per locatie maximaal acht vliegtuigen, wederom op rotatiebasis, aanwezig zijn. Dit betreft voornamelijk maritieme patrouillevliegtuigen, een Awacs en een tankvliegtuig. Op de vliegvelden in de West is hiervoor voldoende ruimte.

Voor de aanwezigheid van genoemde vliegtuigen en het betrokken personeel zullen de nodige investeringen gedaan moeten worden. Deze zouden in totaal tientallen miljoenen dollars bedragen. Vooralsnog is van VS-zijde echter gesteld dat de omvang en allocatie pas geconcretiseerd zullen kunnen worden nadat instemming voor dergelijke investeringen van het Congres zal zijn verkregen.

In het verdrag wordt voorzien in vrijstelling van betaling van invoerrechten, landingsrechten, e.d., alsmede in enige privileges voor het betrokken personeel. Daarnaast is in het verdrag de vrijwaring van claims in verband met schade aan overheidseigendommen in geval van calamiteiten geregeld. Indien één van de partijen van mening is dat er in concreto sprake is van een zeer ernstige situatie, dan zullen terzake consultaties worden gevoerd.

Een onderwerp dat veel aandacht heeft gekregen, betreft de status van het betrokken Amerikaanse militair en overheidspersoneel. Uitgangspunt van de VS was dat betrokkenen en hun gezinsleden volledige immuniteiten en privileges zouden verkrijgen, omdat afwijking hiervan een ongewenst precedent zou vormen ten opzichte van afspraken van de VS met overige landen in de regio. Van Nederlandse zijde werd daarentegen betoogd dat volstaan zou moeten worden met immuniteiten van het betrokken personeel in de uitoefening van hun functie. Verdergaande immuniteiten zouden een voor Nederland ongewenst precedent scheppen.Uiteindelijk werd overeengekomen dat betrokkenen volledige strafrechtelijke immuniteit zal worden verleend, maar dat de VS verzoeken om vervolging en berechting zijdens het Koninkrijk welwillend zal bezien. Tevens genieten betrokkenen immuniteit ten opzichte van de civiel- en administratief-rechtelijke immuniteit van lokale rechtsmacht, voor zover het gaat om daden begaan binnen de functie-uitoefening. Gezinsleden daarentegen genieten in het geheel geen immuniteiten. Teneinde precedentwerking te voorkomen is in het verdrag verder opgenomen dat het hier een uitzonderlijke regeling betreft.

Het verdrag vormt een bevestiging van het streven van de VS en het Koninkrijk om de drugshandel krachtdadig te bestrijden en zal naar verwachting een gunstige uitwerking hebben op de reputatie van de rijksdelen op het Westelijk Halfrond.

J.J. van Aartsen

Minister van Buitenlandse Zaken

Deel: ' BUZA over Forward Operating Locations op Antillen en Aruba '




Lees ook