Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de TweedeKamerderStaten-Generaal

Binnenhof4

Den Haag

Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten

Afdeling Noord-Afrika


Datum

7 april 2003

Behandeld

Mirande Mulder


Kenmerk

DAM-167/03

Telefoon


+31 (0) 70 348 5439


Blad

1/1

Fax


+31 (0) 70 348 6639


Bijlage(n)

1

E-Mail

hm.mulder@minbuza.nl


Betreft

Beantwoording vragen van het lid De Graaff over het bezoek van Nederlandse advocaten aan Tunesië

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid De Graaf over het bezoek van Nederlandse advocaten aan Tunesië. Deze vragen werden ingezonden op 10 maart 2003 met kenmerk 2020308590.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Mr. J.G. de Hoop Scheffer

Antwoord van de heer De Hoop Scheffer, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid De Graaf over het bezoek van Nederlandse advocaten aan Tunesië.

Vraag 1
Hoe beoordeelt u het feit dat de Tunesische autoriteiten tot twee maal toe Nederlandse advocaten de toegang tot Tunesië hebben ontzegd om het proces tegen de Deken van de Tunesische Orde van Advocaten, Béchir Essid, bij te wonen?

Vraag 2
Bent u op de hoogte van de achtergrond om de Nederlandse advocaten geen toegang te verlenen tot het proces? Zo ja, welke factoren hebben een rol gespeeld bij de weigering? Zo nee, bent u bereid bij de Tunesische autoriteiten navraag te doen naar de achterliggende redenen?

Vraag 3
Welke stappen bent u bereid te nemen zowel in Europees verband als bilateraal naar aanleiding van het weigeren van een landingsvergunning voor het door de Nederlandse advocaten te gebruiken vliegtuig?

Vraag 4
Deelt u de opvatting dat in het kader van het Associatieakkoord tussen Tunesië en de Europese Unie, in het bijzonder de mensenrechtenclausule zoals verwoord in artikel 2 van dit akkoord, deze kwestie door Nederland en de Europese Unie moet worden aangekaart bij de Tunesische autoriteiten?

Vraag 5
Bent u bereid er bij de Tunesische autoriteiten op aan te dringen dat de Nederlandse advocaten in april wel het proces kunnen bijwonen?

Vraag 6
Op welke wijze wilt u concrete invulling geven aan de mensenrechtenclausule uit het EU-Associatieakkoord met Tunesië in het algemeen en in deze zaak in het bijzonder?

Vraag 7
Bent u bereid er bij de Tunesische autoriteiten op aan te dringen in de toekomst internationale delegaties toegang tot het land te verlenen?

Antwoord
In het eerste door u genoemde geval hebben de Tunesische autoriteiten het ministerie van Buitenlandse Zaken medegedeeld, dat aan de Nederlandse advocaten geen landingsvergunning zou worden verleend voor het door hen gecharterde vliegtuig. Het ministerie heeft direct de advocaten van deze weigering op de hoogte gesteld. Nederland spreekt Tunesië regelmatig aan op het belang van de naleving van mensenrechten. Dit gebeurt zowel bilateraal als in EU-verband. In gesprekken hierover is tevens de demonstratieve actie van de Nederlandse advocaten ter sprake gekomen. De Tunesische autoriteiten hebben aangegeven dergelijke acties te beschouwen als inmenging in een binnenlandse aangelegenheid. Het is aan de Tunesische autoriteiten om te bepalen welke personen zij op hun grondgebied toelaten. Zoals het Verdrag inzake de Burgerlijke en Politieke Rechten, waarbij Tunesië partij is, vastlegt, heeft iedereen het recht op een eerlijke en openbare hoorzitting. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid voor waarnemers om een openbaar proces bij te kunnen wonen. Het is betreurenswaardig dat bij verschillende gelegenheden onafhankelijke waarnemers de toegang tot Tunesië is ontzegd. Mensenrechtenschendingen kunnen in algemene zin, in het kader van het Associatieakkoord, in het Associatiecomité en de Associatieraad op politiek niveau aan de orde worden gesteld. Nederland heeft zich er actief voor ingezet dat dit onderwerp tijdens de laatste zittingen van het Associatiecomité en de Associatieraad door de EU werd opgebracht. Nederland zal deze kwestie in algemene zin in het kader van het Associatieakkoord blijven opbrengen. Een project voor steun aan de hervorming van het justitiële apparaat in Tunesië, dat uit het EU 'MEDA' programma zal worden gefinancierd, is in voorbereiding. Tevens wordt gewerkt aan een EU actieprogramma ter bevordering van mensenrechten en democratisering. Nederland bepleit beide sporen ten aanzien van Tunesië actief te vervolgen.

===

Deel: ' BZ Brieven aan het parlement Beantwoording vragen van het lid De Gr.. '




Lees ook