Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG

07 april 2003

Drs. L.C. den Breems Westerhuis

DWH/NM-063/03


+31 (70) 348 4251

1/1


+31 (70) 348 5472

1

dwh-nm@minbuza.nl

Beantwoording vragen van het lid Koenders over de arrestatie van Khalid Sheikh Mohammed en terrorisme

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Koenders over de arrestatie van Khalid Sheikh Mohammed en terrorisme. Deze vragen werden ingezonden op 7 maart 2003 met kenmerk 2020308380.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Mr. J.G. de Hoop Scheffer

Antwoord van de heer De Hoop Scheffer, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Koenders (PvdA) over de arrestatie van Khalid Sheikh Mohammed en terrorisme.

Vraag 1
Bent u op de hoogte van de gang van zaken rond de arrestatie van Khalid Sheikh Mohammed, met name van het feit dat verdachten van terrorisme, zoals hij, buiten de VS worden verhoord om hen zo de rechten van een gevangene in de VS te onthouden? 1)

Vraag 2
Kunt u aangeven of de Amerikaanse regering zich hierbij aan de internationale verplichtingen houdt, waaronder artikel 9, lid 1 (geen willekeurige arrestatie, geen arrestatie zonder wettelijke basis) en artikel 10, lid 1 (menswaardige behandeling) van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)?

Vraag 3
Kan dit gedrag ten overstaan van enig internationaal mensenrechtenforum aan de orde komen?

Antwoord
Ik ben bekend met het feit dat Khalid Sheikh Mohammed door de Pakistaanse autoriteiten is gearresteerd op verdenking van terrorisme. Volgens een verklaring van het US Department of State is Khalid Sheikh Mohammed een van de door de FBI meest gezochte terroristen. Het US Department of State kon desgevraagd geen informatie verschaffen over de huidige verblijfplaats van Khalid Sheikh Mohammed en over eventuele VS betrokkenheid in deze zaak. Op basis van de mij bekende informatie is het niet mogelijk om een antwoord te geven op de vraag of de Amerikaanse regering zich terzake houdt aan de internationale verplichtingen. Het aan de orde stellen van het Amerikaanse optreden ten overstaan van internationale mensenrechtenfora is daarom eveneens niet aan de orde.

Vraag 4
Kunt u aangeven wat de opstelling van de Nederlandse regering en die van de EU in dezen is?

Antwoord
De Nederlandse regering is van mening dat mensenrechten in alle omstandigheden eerbiedigd dienen te worden, ook in de strijd tegen het terrorisme. Dit standpunt wordt gedeeld door de EU. De Nederlandse regering draagt dit standpunt actief uit in internationaal verband.

Vraag 5
Bent u bereid bij de uitvoering van het uitleveringsverdrag tussen de VS en Nederland op ondubbelzinnige wijze gegarandeerd te krijgen dat door Nederland uit te leveren personen niet op een dergelijke manier zullen worden behandeld?

Antwoord
Ingevolge het tussen Nederland en de Verenigde Staten gesloten uitleveringsverdrag kunnen de Verenigde Staten ten behoeve van een Amerikaans strafrechtelijk onderzoek de uitlevering aan Nederland verzoeken. Tenzij in het verdrag genoemde weigeringsgronden van toepassing zijn, is Nederland verplicht aan een dergelijk uitleveringsverzoek gevolg te geven. Daarbij geldt dat er op mag worden vertrouwd dat de opgeëiste persoon na uitlevering in de Verenigde Staten onder de Amerikaanse rechtspraak zal vallen, en een behandeling zal krijgen die voldoet aan de eisen gesteld in de internationale mensenrechtenverdragen. Ik acht het op dit moment derhalve niet noodzakelijk aanvullende garanties te verzoeken.

===

Deel: ' BZ Brieven aan het parlement Beantwoording vragen van het lid Koend.. '




Lees ook