Ministerie van Buitenlandse Zaken

BZ Brieven aan het parlement: IBO aanbevelingen beleidskader MFP

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Sociale en Institutionele Ontwikkeling Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Nederland

Datum 25 september 2001 Auteur Brechtje Paardekooper Kenmerk DSI/MY 429/01 Telefoon 070 3486032
Blad /2 Fax 070 3484883
Bijlage(n) 1 E-mail brecht.paardekooper@minbuza.nl Betreft Uw verzoek 2001/87
C.c.
Zeer geachte Voorzitter,

Naar aanleiding van de brief van de griffier van uw commissie d.d. 21 september jl. doe ik u hierbij een overzicht toekomen waarin voor elk van de acht aanbevelingen uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) van augustus 2000 wordt aangegeven of en hoe hieraan invulling is gegeven in het voorliggend beleidskader MFP-breed, dat geagendeerd staat voor het Algemeen Overleg van woensdag 26 september a.s.

Op een drietal punten ben ik gedeeltelijk van de aanbevelingen van het IBO afgeweken.

Ten eerste op het punt van de autonomie van de MFO's. Het IBO rapport beveelt toetsing aan van de activiteitenplannen van de MFO's aan de beleidsvoornemens van de minister (aanbeveling 2). Dit raakt echter aan de autonomie van de MFO's. Met betrekking tot dit punt verwijs ik naar de toezegging die ik aan de Kamer heb gedaan, naar aanleiding van door meerdere fracties gestelde vragen, om de autonomie van de MFO's te respecteren (vide het verslag van de begrotingsbehandeling in de 2e Kamer 2/11/2000, Nr. 18-1313).

Waar het gaat om het voor het MFP beschikbare subsidiebedrag heb ik reeds in de kabinetsreactie aangekondigd de IBO-reactie op dit punt niet volledig over te zullen nemen. Er blijft een ondergrens van kracht. Wel heb ik het vaste percentage losgelaten. Hiermee is de door het IBO in aanbeveling 3 bepleitte flexibiliteit in de omvang van het programma gerealiseerd.

Ook het punt van onderlinge specialisatie van de MFO's - onderdeel van aanbeveling 7- heb ik slechts gedeeltelijk overgenomen. Deze aanbeveling gaat namelijk voorbij aan het feit dat specialisatie en afstemming steeds meer in internationaal verband plaats vinden. Bovendien wordt het belang van brede ontwikkelingsorganisaties voor de opbouw van de civil society in het Zuiden onvoldoende onderkend. Wel is, conform deze IBO-aanbeveling, de verplichting om op alle continenten actief te zijn, komen te vervallen.

de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Eveline Herfkens

Bijlage.

Overzicht van aanbevelingen uit het Interdepartmentaal Beleidsonderzoek (IBO) van augustus 2000 (kolom 1), toezeggingen gedaan in de IBO-beleidsreactie 2 oktober 2000 (kolom 2) en uitvoering daarvan zoals beschreven in de Aanbiedingsbrief Beleidskader MFP-breed, 11 mei 2001 (kolom 3).


1. IBO-aanbevelingen 2. Kabinetsreactie 2 oktober 2000 (Kamerstuk 27433, nr.1) 3. Aanbiedingsbrief Beleidskader MFP-breed 11 mei 2001 (Kamerstuk 27433 nr.2 )
Aanbeveling 1 De minister voor OS gaat over tot het opstellen van een helder beleidskader met voldoende expliciete en gespecificeerde doelstellingen. Dit beleidskader dient: · De complementaire rol van het MFP bij structurele armoedebestrijding aan te geven, met name ten opzichte van het particuliere kanaal; · Te kunnen functioneren als toetsingsinstrument vooraf, met betrekking tot de door de MFO's in te dienen activiteitenplannen; · Te kunnen functioneren als toetsingsinstrument achteraf, met betrekking tot de bereikte resultaten. "De eerste aanbeveling, een helder beleidskader te formuleren, neem ik (...) van harte over." Het inhoudelijk debat, dat hiervoor nodig is, moet zich richten op de vraag naar de meerwaarde van de MFO's, zowel in het zuiden als in het noorden. "Met de uitvoering van deze aanbeveling (is) reeds een start gemaakt d.m.v. workshops en werkconferenties, en dat traject wordt in het komend halfjaar intensief verder bewandeld." Beleidskader: Het beleidskader is gereed en wordt aangeboden. Complementaire rol: "In het voorliggende MFP-breed worden de visie die ten grondslag ligt aan het programma en de daarvan afgeleide doelstellingen expliciet gemaakt. Ook wordt, zoals het IBO aanbeveelt, ingegaan op de meerwaarde van het medefinancieringsprogramma" Doelstellingen: "Doelstelling van het programma is structurele armoedebestrijding. Dit begrip krijgt (...) een drieledige invulling: directe armoede-bestrijding, maatschappij-opbouw en beleidsbeïnvloeding.(cf. motie Karimi cs.)" Toetsingsinstrument: "Doelstelling en taken monden uit in expliciet geformuleerde te behalen resultaten. Dit maakt toetsing vooraf- en achteraf mogelijk, zoals het IBO aanbeveelt."

1. IBO-aanbevelingen 2. Kabinetsreactie 2 oktober 2000 (Kamerstuk 27433, nr.1) 3. Aanbiedingsbrief Beleidskader MFP-breed 11 mei 2001 (Kamerstuk 27433 nr.2 )
Aanbeveling 2 MFO's dienen jaarlijks activiteitenplannen, begrotingen en liquiditeitsprognoses in. Deze activiteitenplannen worden getoetst aan de beleidsvoornemens van de minister. Vervolgens vindt toewijzing van de subsidies plaats op basis van de kwaliteit van de getoetste activiteitenplannen, begrotingen en liquiditeits-prognoses. Tevens moet in de jaarverslagen een vergelijking worden getrokken tussen behaalde resultaten en ingediende activiteitenplannen (zie aanbeveling 1) "Aanbeveling 2, over planning en verantwoording, en de toetsing daarvan aan beleid, (zal) onderdeel zijn van de discussie over het nieuwe beleidskader." "De MFO's rapporteren jaarlijks over bedrijfsprocessen en resultaten aan het Ministerie volgens afgesproken inhoudelijke en financiële standaarden. Er is geen sprake van toetsing aan de beleidsvoornemens van de minister, zoals het IBO aanbeveelt. De MFO's zijn autonoom in hun beleid en beleidsuitvoering binnen het afgesproken beleidskader cf. de wens van de Kamer, uitgesproken in november 2000 tijdens de begrotingsbehandeling. Over de beleidsmatige samenhang en de relatie ten opzichte van de andere kanalen (bi- en multilareraal) wordt regelmatig overleg gevoerd met het ministerie." Toewijzing van subsidies: "In het nieuwe systeem vindt eens per vier jaar een open inschrijving voor het MFP-breed plaats. Elke organisatie die aantoonbaar voldoet aan de in het beleidskader genoemde criteria komt in aanmerking voor core-funding". "Ten opzichte van de in het IBO aanbevolen jaarlijkse subsidie-toekenning heeft dit model het voordeel dat (..) MFO's hun partners in het Zuiden in elk geval voor vier jaar continuïteit kunnen garanderen. Een dergelijke garantie lijkt me onontbeerlijk om op betekenisvolle wijze aan structurele armoedebestrijding te kunnen doen."


1. IBO-aanbevelingen 2. Kabinetsreactie 2 oktober 2000 (Kamerstuk 27433, nr.1) 3. Aanbiedingsbrief Beleidskader MFP-breed 11 mei 2001 (Kamerstuk 27433 nr.2 )
Aanbeveling 3 Het uiteindelijke subsidiebedrag bestemd voor het MFP is het resultaat van de onderlinge afweging door de minister van OS van de kwaliteit en effectiviteit van de verschillende beleidsartikelen in de begroting van OS. De regel van een vast percentage van het ODA-budget bestemd voor het MFP wordt hiermee losgelaten. "Voor wat betreft aanbeveling 3, het loslaten van een vast percentage van het ODA-budget voor het MFP, het volgende. Ook al deel ik het door het IBO gestelde dat een vast percentage vanuit doelmatigheidsoverwegingen nadelen heeft, toch wil ik vasthouden aan de toezegging aan de Kamer en MFO's dat ik gedurende deze kabinetsperiode de 10% regeling zal handhaven." "(V)anaf 1 januari 2003, de datum waarop een nieuwe subsidie-overeenkomst van kracht wordt, is in het beleidskader voor de omvang van het MFP een bandbreedte afgesproken: minimaal 11% (dat is de omvang van het huidige MFP, de losse doel-bijdragen die de MFO's nu ontvangen en een tegemoetkoming ten behoeve van de in dit beleidskader overeengekomen extra taken); maximaal 14% bij relatief grote aantallen aanvragen van relatief uitzonderlijk hoge kwaliteit. Op deze wijze kan de minister, op basis van onafhankelijk advies, door financiële sturing de afweging waarom het IBO vraagt kracht bijzetten."
1. IBO-aanbevelingen 2. Kabinetsreactie 2 oktober 2000 (Kamerstuk 27433, nr.1) 3. Aanbiedingsbrief Beleidskader MFP-breed 11 mei 2001 (Kamerstuk 27433 nr.2 )
Aanbeveling 4 De verdeling van de subsidiemiddelen tussen de MFO's wordt vastgesteld door de minister voor OS op basis van de respectievelijke activiteitenplannen en afgestemd op de mate waarin de MFO's in staat zijn eigen middelen te genereren en tevens op hun inspanningen en capaciteit om het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking te bevorderen (zie ook aanbeveling 7). "Aanbeveling 4 om de verdeling van subsidiemiddelen mede te baseren op eigen bijdragen en bevordering van draagvlak, (zal) onderdeel zijn van de discussie over het beleidskader." Een voorstel voor verdeling van de subsidiemiddelen over de aanvragers zal na advies van de onafhankelijke adviescommissie door mij worden vastgesteld. Deze vaststelling zal mede gebaseerd zijn op draagvlak- en eigen bijdrage overwegingen. Immers: "Het bijdragen aan vergroting van het draagvlak is, zoals het IBO aanbeveelt, een van de toetredingscriteria voor het MFP-breed evenals een aantoonbare verankering in de Nederlandse samenleving. Die verankering laat zich onder meer meten door het aantal strategische samen-werkingsverbanden, het behoren tot een levensbeschouwelijke of maatschappelijke stroming en de omvang van de zelf gegenereerde middelen."


1. IBO-aanbevelingen 2. Kabinetsreactie 2 oktober 2000 (Kamerstuk 27433, nr.1) 3. Aanbiedingsbrief Beleidskader MFP-breed 11 mei 2001 (Kamerstuk 27433 nr.2 )
Aanbeveling 5 De inspanningen van zowel de MFO's als de minister voor OS om te komen tot output- en outcome-indicatoren en zodoende betere effectmeting van de activiteiten van het MFP te bewerkstelligen, moeten worden vergroot. Verder beveelt de werkgroep aan de verantwoordelijkheid voor de evaluaties van het MFP uitsluitend bij de minister voor OS te leggen, waarbij een onafhankelijke instantie wordt belast met het uitvoeren van de desbetreffende activiteiten. "Aanbeveling 5, over de verbetering van output- en outcome indicatoren en de uitvoering van evaluaties door een onafhankelijke instantie, neem ik graag over. Als onafhankelijke instantie heb ik het IOB op het oog. " Ook aanbeveling 5 is in het beleidskader overgenomen. "Het IBO beveelt ook verbetering van de effect-meting aan en evaluaties van het MFP door een onafhankelijke instantie. Ook die aanbeveling is in het beleidskader overgenomen. IOB inspecteert en toetst de kwaliteit van het geleverde werk, op basis van eigen IOB evaluaties en met gebruikmaking van de uitkomsten van het samenhangende evaluatiesysteem dat de MFO's zelf ontwikkelen en hanteren."

1. IBO-aanbevelingen 2. Kabinetsreactie 2 oktober 2000 (Kamerstuk 27433, nr.1) 3. Aanbiedingsbrief Beleidskader MFP-breed 11 mei 2001 (Kamerstuk 27433 nr.2 )
Aanbeveling 6 Om het inzicht in de doelmatigheid van het MFP te vergroten wordt periodiek (bijvoorbeeld eens per vier jaar) ten behoeve van de minister voor OS een externe audit over het functioneren van de respectievelijke MFO's uitgevoerd, met bijzondere aandacht voor de omvang en de financiering van de apparaatsuitgaven. "Ook aanbeveling 6 over externe audits neem ik over. Efficiënte bedrijfsvoering staat daarbij centraal." "Eens per vier jaar komt er, zoals IBO aanbeveelt, een externe audit."

1. IBO-aanbevelingen 2. Kabinetsreactie 2 oktober 2000 (Kamerstuk 27433, nr.1) 3. Aanbiedingsbrief Beleidskader MFP-breed 11 mei 2001 (Kamerstuk 27433 nr.2 )
Aanbeveling 7 Om de innovatie en specialisatie van het MFP te bevorderen, worden de toetredingscriteria verruimd, vanzelfsprekend met handhaving van de vereisten inzake doeltreffendheid, doelmatigheid en duurzaamheid. · Dit geschiedt vooral door het laten vervallen van de eis van een evenwichtige en doelmatige spreiding van activiteiten over doelgroepen, sectoren, prioritaire gebieden en andere beleidsaccenten en de MFO's niet langer te verplichten om alle regio's, sectoren en thema's te bestrijken. · De toelatingscriteria worden aangevuld op basis van de overwegingen genoemd in aanbeveling 4 (kwaliteit activiteitenplannen, omvang eigen middelen en bevorderen draagvlak). "Aanbeveling 7, over de verruiming van toegangsmogelijkheden van het MFP, (zal) onderdeel zijn van de discussie over het beleidskader." Deze aanbeveling is gedeeltelijk overgenomen. Het IBO rapport gaat hierin voorbij aan het reeds langer ingezette proces van internationalisering (afstemming vindt niet langer alleen binnen Nederland plaats) en aan het belang van brede OS organisaties voor de opbouw van civil society in het zuiden. " In het beleidskader staat nu als toelatingscriterium het werken op verschillende niveaus, met verschillende actoren in meerdere landen/continenten en in meerdere sectoren en thema's. De verplichting om overal actief te zijn is komen te vervallen."
1. IBO-aanbevelingen 2. Kabinetsreactie 2 oktober 2000 (Kamerstuk 27433, nr.1) 3. Aanbiedingsbrief Beleidskader MFP-breed 11 mei 2001 (Kamerstuk 27433 nr.2 )
Teneinde te komen tot een betere vormgeving en invulling van de ministeriële verantwoordelijkheid dienen de aanbevelingen 1 en 2 te worden geïmplementeerd. Zie boven: overgenomen. Met het aanbieden van beleidskader is deze aanbeveling opgevolgd.
Kenmerk
Blad /1

Met vriendelijke groet,
Redactie BZ-internetsite

Deel: ' BZ Brieven aan parlement IBO aanbevelingen beleidskader MFP '




Lees ook