expostbus51


CBS


CBS:Conjunctuurbericht Jaarnummer 1998

Algemeen
Conjunctureel gezien was 1998 een goed jaar. De economische groei, afgemeten aan de volume-ontwikkeling van het bruto binnenlands product, bedroeg 3,7%. Dit cijfer is een fractie (0,1 procentpunt) lager dan de eerste raming, die begin december van vorig jaar werd gepubliceerd. Bij het jaarcijfer over 1998 kan wel worden opgemerkt dat het eerste halfjaar duidelijk beter was dan het tweede. Internationaal gezien presteerde Nederland vorig jaar bovengemiddeld. De gezins-consumptie heeft de groei krachtig gestimuleerd. Dit werd onder andere mogelijk gemaakt door het voortgaand herstel op de arbeids-markt. De werkgelegenheid nam fors toe terwijl de geregistreerde werkloosheid bleef dalen. De volumegroei van zowel de invoer als de uitvoer was iets lager dan de stijgingspercentages een jaar eerder. Het groeicijfer van de investeringen in vaste activa halveerde ten opzichte van dat van een jaar eerder. De inflatie was stabiel in vergelijking met voorgaande jaren, maar was in vergelijking met het buitenland hoog. De rente was historisch laag.

Bruto binnenlands product
De groei van het bruto binnenlands product (BBP) komt voor 1998 uit op 3,7%. Dat is 0,1 procentpunt hoger dan het stijgingspercentage van 1997. De volume-ontwikkeling van het BBP geldt als de belangrijkste graadmeter van de economische groei. Stijgingspercentages van boven de 3,5% zijn betrekkelijk zeldzaam. In de laatste twintig jaar zijn deze maar vier keer voorgekomen. In vergelijking met de vorige periode van hoogconjunctuur, de jaren 1989 en 1990, houdt de groei langer aan en is deze stabieler. Nu al tien kwartalen achtereen ligt de economische groei boven de drie procent en zijn de schommelingen beperkt. Drie belangrijke economische processen leiden tot één en hetzelfde BBP. Allereerst is het de som van alle in het productieproces gegenereerde toegevoegde waarden. Daarnaast is het de som van de binnenlandse bestedingen en het uitvoeroverschot. Bovendien is het BBP gelijk aan de som van alle inkomens. Op de eerste twee benaderingen wordt in dit Conjunctuurbericht nader ingegaan.

Inflatie en rente
De inflatie, afgemeten aan de ontwikkeling van de consumenten-prijsindex, bedroeg vorig jaar 2,0%. In het eerste halfjaar waren de prijsstijgingen wat hoger dan in de tweede helft van het jaar. Het prijspeil is de laatste jaren opmerkelijk stabiel, de jaarlijkse inflatie schommelt na 1994 rond de twee procent. De opwaartse druk die een hoogconjunctuur op de prijsontwikkeling uitoefent, werd vooral getemperd door de aanhoudend lage grondstoffenprijzen. Met name de prijs van de ruwe aardolie kende vorig jaar een historisch dieptepunt.
De indicator van de lange rente, het rendement op staatsobligaties, bereikte vorig jaar het laagste niveau sinds het begin van de jaren zestig. Het rentepercentage van 4,5% is de helft van dat van 1990. Ook de hypotheekrente was met een gemiddelde van 5,6% bijzonder laag, al was het verschil met het voorgaande jaar (0,2 procentpunt) aanzienlijk geringer dan de daling van de lange rente. De percentages van de daggeldrente en de voorschotrente lagen vorig jaar een fractie boven de gemiddelden van 1997.

Productie: beeld bedrijfstakken divers
De volume-ontwikkeling van de totale toegevoegde waarde (3,7%) lag in 1998 iets hoger dan in 1997. Dit cijfer verhult dat in sommige bedrijfstakken het productievolume is gedaald en in vele andere de groei in de loop van het jaar is afgenomen. Net als in het jaar ervoor wordt in 1998 een forse negatieve ontwikkeling gesignaleerd bij de delfstoffenwinning (-5,3%). De productie van deze bedrijfstak wordt voornamelijk bepaald door de vraag naar aardgas. De zachte winter had door een teruglopend verbruik van aardgas in 1998 een negatieve invloed. In de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij nam de toegevoegde waarde in volume eveneens af (-2,7%). Dit is een vertraagd gevolg van de varkenspest, die in 1997 een zeer negatief effect had op de productie in de varkenssector. Toen werd dit echter nog opgevangen door subsidies van de overheid, waardoor de productiedaling pas in 1998 tot uitdrukking kwam in de toegevoegde waarde.

De toegevoegde waarde in de industrie nam toe in 1998, maar de volume-ontwikkeling (2,3%) was duidelijk minder uitbundig dan in 1997. Dit is vooral te wijten aan de verslechterde situatie in de tweede helft van vorig jaar. Hierdoor daalde de groei tot iets onder het gemiddelde niveau van de afgelopen tien jaar. Van alle onderscheiden bedrijfs-takken werd de grootste toename waargenomen in de bedrijfstak vervoer, opslag en telecommunicatie (6,6%). Dit was vooral te danken aan de forse stijging in de bedrijfsklasse post en telecommunicatie. De explosieve groei van het mobiel telefoonverkeer speelde hierbij onder meer een rol.

Bestedingen: consumptie aanjager van de groei
Vanuit de bestedingenkant is het bruto binnenlands product gelijk aan de som van de consumptie, de investeringen en de uitvoer verminderd met de invoer. Meer dan in andere jaren is van de particuliere consumptie een sterke stimulans op de economische groei uitgegaan.

De exceptionele groei van de consumptie door gezinnen was een opmerkelijke macro-economische ontwikkeling in 1998. De consumptie steeg met 4,4%, een hoger groeicijfer is in meer dan twintig jaar niet voorgekomen. De particuliere consumptie is onderverdeeld in de categorieën voedings- en genotmiddelen, diensten en overige goederen, en duurzame consumptiegoederen. De uitgaven aan voedings- en genotmiddelen namen slechts met 0,2% toe. Dit cijfer is aanmerkelijk lager dan de stijging in 1997. De consumptie van diensten en overige goederen lag verleden jaar 4,1% hoger dan het niveau van 1997, waarmee een opgaande trend van de afgelopen jaren zich voortzette. De sterke aanwas van de particuliere consumptie in 1998 werd vooral veroorzaakt door een spectaculaire toename van de bestedingen aan duurzame goederen. Het stijgingspercentage van 8,7% was het hoogste na 1970. Deze groei kan voor een belangrijk deel worden toegeschreven aan de verbeterde inkomenspositie door de gunstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Het volume van de bruto investeringen in vaste activa was vorig jaar 3,9% groter dan in 1997. Dit groeicijfer blijft duidelijk achter bij de jaar-groei over 1997, die 6,8% bedroeg. In de stijgingspercentages naar type van activa zijn grote verschillen te constateren. De investeringen in woningen stagneerden vorig jaar, die in gebouwen namen boven-gemiddeld toe. De toename van de investeringen in machines, de grootste categorie, bleef vorig jaar wat achter bij de gemiddelde stijging. In wegvervoermiddelen werd fors meer geïnvesteerd, in vliegtuigen daarentegen aanzienlijk minder dan een jaar eerder. Voor het eerst sinds 1994 overtrof de groei van de overheidsinvesteringen de toename van de bedrijfsinvesteringen. De volumegroei van zowel de invoer van goederen en diensten als die van de uitvoer bleef vorig jaar, zij het in geringe mate, achter bij de stijgingspercentages van 1997. Voor het vijfde opeenvolgende jaar laten de import en de export een forse groei van boven de 5% zien.

Arbeidsmarkt: floreert in 1998
De arbeidsmarkt beleefde in 1998 een bijzonder goed jaar. Dit blijkt uit verschillende indicatoren die de arbeidsmarkt beschrijven. Belangrijke indicatoren in dit verband zijn het aantal vacatures, de werkzame beroepsbevolking en de geregistreerde werkloosheid. Het aantal vacatures en de werkgelegenheid lagen vorig jaar flink hoger, terwijl de werkloosheid aanzienlijk lager lag dan het niveau van 1997. Onderstaand schema geeft een gedetailleerder beeld met betrekking tot het niveau en de jaarmutaties van de twee laatst genoemde grootheden in 1998.

De werkgelegenheid nam in 1998 toe met 193 duizend mensen. Dit is de op één na hoogste groei van de afgelopen tien jaar. Vooral het aantal deeltijdwerkers steeg sterk. De aanhoudende hoogconjunctuur van de afgelopen jaren heeft mensen die niet voltijds kunnen of willen werken aangemoedigd zich te melden op de arbeidsmarkt. Vooral vrouwen blijken vaak een deeltijdbaan te hebben. In 1998 had bijna 60% van de werkende vrouwen een deeltijdbaan, terwijl dit percentage bij de mannen op ruim 11% lag. Bijna de helft van alle vrouwen tussen de 15 en 64 jaar heeft nu een baan. In 1981 lag dit percentage nog op 30%.

De werkloosheidscijfers schetsen evenals de werkgelegenheidscijfers een positief beeld van de arbeidsmarkt. Het aantal geregistreerde werklozen, dit zijn werkzoekenden die staan ingeschreven bij een arbeidsbureau, nam in 1998 met 88 duizend af tot 287 duizend personen. Dit is de grootste afname van de afgelopen achttien jaar. Wel is het tempo van de maandelijkse daling sinds juni 1998 verminderd.

Geregistreerde werklozen kunnen wel of niet tot de beroepsbevolking behoren. Individuen tussen de 15 en 64 jaar oud die kunnen en willen werken worden tot de beroepsbevolking gerekend. Er waren vorig jaar 71 duizend geregistreerde werklozen die niet tot de beroepsbevolking behoorden. Dit zijn personen die wel ingeschreven staan bij het arbeidsbureau, maar zelf niet actief op zoek zijn naar werk. Omgekeerd hoeven werkloze personen die tot de beroepsbevolking behoren, niet geregistreerd te zijn bij een arbeidsbureau. Van de 349 duizend mensen uit de beroepsbevolking die in 1998 zonder werk zaten, stonden er 133 duizend niet geregistreerd. Voor specifieke bevolkings-groepen blijft de situatie op de arbeidsmarkt zorgelijk. Dit geldt met name voor allochtonen en lager opgeleiden. De werkloosheid onder allochtone Nederlanders in het algemeen en onder Turken en Marokkanen in het bijzonder blijft hoog. Hoewel er zeven duizend personen uit deze bevolkingsgroep zijn toegetreden tot de arbeids-markt, is het werkloosheidspercentage (20%) vier maal zo hoog als dat van autochtone Nederlanders.

INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN

Nederlandse economie bovengemiddeld

Economische groei
In 1998 was het volume van het bruto binnenlands product (BBP) in Nederland 3,7% groter dan het jaar daarvoor. De economische groei ligt hiermee voor het derde achtereenvolgende jaar boven het gemiddelde in de periode 1986-1998 van 2,8%. Internationaal gezien presteert ons land hiermee bovengemiddeld. Niet voor alle landen zijn de cijfers over het gehele jaar 1998 beschikbaar. In die gevallen is voor de internationale vergelijking gebruik gemaakt van de gegevens over de eerste drie kwartalen. Veruit aan de top binnen de Europese Unie (EU) staat Finland met een groei van de economie van 5,5% ten opzichte van 1997. In heel 1997 lag het volume van het BBP daar ook al 6% boven dat in 1996. Ook Spanje bevindt zich wat de economische groei betreft in de top. Daar nam het volume van het BBP met 3,9% toe. In de andere EU-landen ligt, met uitzondering van Italië (1,6%), de economische groei rond het EU-gemiddelde van 2,9% voor de eerste drie kwartalen van 1998. De Verenigde Staten (VS) zagen het volume van het BBP in 1998 toenemen met 3,9% ten opzichte van 1997. Teleurstellend was de afname (-3,0%) van het volume van het BBP in Japan.

Consumptie
De gunstige economische ontwikkeling in Nederland wordt voor een belangrijk deel gedragen door de consumptieve bestedingen door gezinnen. Deze namen in 1998 ten opzichte van 1997 in volume toe met 4,4%. Dit is zeer hoog in vergelijking met het langjarig gemiddelde van 2,7%. Hetzelfde kan gezegd worden van de Verenigde Staten. Daar ligt het gemiddelde van de laatste dertien jaren op 2,9%. Het volume van de gezinsconsumptie steeg daar in 1998 vergeleken met 1997 met 4,7%. Ook hier speelde de consumptie door gezinnen dus een belangrijke rol in de ontwikkeling van de economie. De consumptieve bestedingen in Duitsland lieten in 1998, ten opzichte van een jaar eerder, een veel geringere volumegroei zien van 1,5%. Dit betekent dat, sedert de hereniging in 1991, voor het zesde opeen-volgende jaar de groei van de consumptieve bestedingen ver beneden het langjarig gemiddelde van 2,5% ligt. In Japan nam de gezins-consumptie in volume af met 1,5%. Dit was voor het eerst sinds de incidentele daling in 1974. Deze bedroeg toen echter slechts 0,1%.

Inflatie
Nederland had in 1998 in vergelijking met de andere landen in de Europese Unie (EU) een relatief hoge inflatie. Voor onderlinge vergelijkingen binnen de EU wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde geharmoniseerde consumentenprijsindex. Voor Nederland kwam de stijging van deze prijsindex uit op 1,8%. Vergeleken met Duitsland, onze belangrijkste handelspartner, zijn de prijzen in 1998 in Nederland bijna tweeëneenhalf maal zo sterk gestegen. Binnen de Europese Unie voert Griekenland de ranglijst aan met een stijging van de prijzen in 1998 met 4,6%. De laagste geld-ontwaarding binnen de EU deed zich voor in Frankrijk (0,6%). Gemiddeld genomen lag de inflatie binnen de EU op 1,3%. Opmerkelijk is verder het feit dat in 1998 in Zwitserland het prijsniveau hetzelfde gebleven is als in 1997.

Werkloosheid
De werkloosheid is in 1998 ten opzichte van 1997 in Nederland met het recordpercentage van 24% afgenomen. Dit is de grootste afname van de landen binnen de EU. In 1997 nam de werkloosheid ook al af met bijna 15%. Het Verenigd Koninkrijk zag eveneens de werkloosheid voor het tweede opeenvolgende jaar met meer dan tien procent afnemen. In Denemarken is het aantal mensen zonder werk sinds 1995 gedaald met gemiddeld 15% per jaar. Een forse daling van de werkloosheid binnen de landen van de EU deed zich in 1998 ook voor in Finland (-10%), Spanje (-11%) en Zweden (-19%). In Italië echter stijgt het aantal mensen zonder baan sinds 1994, zij het in een afnemend tempo. In de EU in zijn geheel is nu ongeveer 10% van de beroepsbevolking werkloos. In landen met een klein aantal werklozen kunnen de fluctuaties van jaar op jaar erg groot zijn, zoals bijvoorbeeld in Zwitser-land. In Luxemburg is de werkloosheid sinds 1991 meer dan verdrievoudigd naar bijna 6500, maar is het percentage mensen zonder baan ongeveer 2%. In Japan steeg de werkloosheid in 1998 ten opzichte van 1997 met 21%. Het werkloosheidspercentage van ruim 4% is voor Japanse begrippen weliswaar erg hoog, maar internationaal gezien zeker niet uitzonderlijk.

Deel: ' CBS Conjunctuurbericht Jaarnummer 1998 '




Lees ook