expostbus51


CBS


CBS: Conjunctuurbericht Oktober 1999

OKTOBER 1999

Algemeen: arbeidsmarkt ontwikkelt zich gunstig
Het volume van het bruto binnenlands product (BBP) in het tweede kwartaal van dit jaar is 3,1% groter dan in dezelfde periode van 1998. Dit betekent een geringe neerwaartse bijstelling van de eerste raming. De economische groei in het eerste halfjaar blijft onverkort 3,1%. Voor het dertiende opeenvolgende kwartaal ligt het stijgingspercentage boven de drie procent. De volumegroei van de binnenlandse consumptieve bestedingen door gezinnen in juli overtreft het relatief hoge gemiddelde dat in de eerste zes maanden van dit jaar werd gemeten. Het producentenvertrouwen van industriële ondernemers neemt in september fors toe. Het consumentenvertrouwen blijft in oktober onveranderd hoog. De inflatie, die in augustus door incidentele oorzaken relatief hoog was, is in september terug op het gemiddelde niveau van de eerdere maanden van dit jaar. De prijzen van het verbruik en de afzet van industriële producten lopen verder op. De arbeidsmarkt blijft zich gunstig ontwikkelen. Het aantal openstaande vacatures nadert in absolute aantallen de geregistreerde werkloosheid. Het aantal uren door uitzendkrachten gewerkt loopt recentelijk weer op. De korte rente blijft stabiel op een laag niveau; de indicator voor de lange rente kent daarentegen een duidelijk stijgende tendens.

Consumptie: groei blijft hoog
Het volume van de binnenlandse consumptieve bestedingen door gezinnen is in juli 4,3% groter dan in juli 1998. Daarmee ligt de groei iets boven het gemiddelde dat over de eerste zes maanden van dit jaar werd gemeten. Opmerkelijk in juli is de ontwikkeling van de uitgaven aan voedings- en genotmiddelen. Hieraan besteedde de consument 5,2% meer dan in dezelfde maand van het jaar ervoor. Dit is het hoogste groeicijfer sinds januari 1998. Vanaf het vierde kwartaal van 1997 stond de consumptie van voedings- en genotmiddelen onder druk. Het hoge groeicijfer in juli wordt echter beïnvloed door incidentele factoren zoals het mooie weer en een gunstig koopdagenpatroon. Juli telde een zaterdag, die belangrijk is voor de consumptie van voeding, meer dan vorig jaar. Bovendien werden de aankopen voor zondag 1 augustus in juli gedaan.
In tegenstelling tot de bestedingen aan voeding lagen de jaar-op-jaarmutaties van duurzame goederen in juli onder die in voorgaande maanden. Vooral consumentenelectronica en vervoermiddelen waren minder in trek. Wel blijft de gemiddelde toename over de eerste zeven maanden van dit jaar zeer hoog (8,3%). De groei van de uitgaven aan diensten en overige goederen, veruit de grootste categorie, was stabiel. In juli namen zij met 4,2% toe, wat gelijk is aan het jaargemiddelde van 1998.

Producentenvertrouwen: forse toename
Het vertrouwen van de ondernemers in de industrie is in september fors gestegen ten opzichte van augustus. De stemmingsindicator komt uit op 7,5. Dit is het hoogste niveau dat ooit door het CBS is gemeten. Het afgelopen jaar fluctueerde de stemming onder producenten aanzienlijk. In september 1998 liep het producentenvertrouwen mede door de lage afzetprijzen en tegenvallende ontwikkelingen van de wereldeconomie sterk terug. In februari van dit jaar bereikte de stemming een dieptepunt. Sinds die tijd zit het vertrouwen in de lift, waarbij vooral de toename in de afgelopen twee maanden aanzienlijk was. De stijging in september van 3,4 was zelfs de grootste sinds december 1985.

Het producentenvertrouwen is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bedrijvigheid, de beoordeling van de orderpositie en de voorraden gereed product. Alle drie deelindicatoren dragen in september bij aan het toegenomen vertrouwen. Uit de kwartaalvragen van de conjunctuurtest blijkt dat de bezettingsgraad met 0,2 procentpunt is toegenomen en uitkomt op 84,3%.

BBP: groeiraming tweede kwartaal fractie lager
De economische groei in het tweede kwartaal van 1999 bedraagt, vergeleken met het overeenkomstige trimester van vorig jaar, 3,1%. De volumegroei van het bruto binnenlands product is ten opzichte van de eerste raming een fractie (0,1 procentpunt) neerwaarts bijgesteld. Over het eerste halfjaar blijft de groei ongewijzigd 3,1%.

Consumentenprijzen: inflatie terug op gemiddeld niveau Vergeleken met augustus van dit jaar namen de prijzen in september gemiddeld met 0,5% toe, onder andere doordat de college- en lesgelden voor het voortgezet onderwijs werden verhoogd. De inflatie, gemeten als de verandering van het prijsindexcijfer ten opzichte van de overeenkomstige maand van het jaar ervoor, is in september 2,2%. Dit is 0,4 procentpunt lager dan in augustus. Toen lagen de prijzen fors hoger, met name doordat kleding en schoeisel fors duurder werden. De prijsstijging die voortvloeit uit de overgang van de oude zomercollectie op de nieuwe duurdere wintercollectie, viel dit jaar voornamelijk al in augustus. Hierdoor namen de prijzen van kleding en schoeisel in augustus met 6,5% toe. Tussen augustus en september stegen de prijzen veel minder dan in voorgaande jaren, waardoor het prijsverschil tussen september en dezelfde maand vorig jaar uitkwam op 0,3%. Door deze gematigde prijstoename lag de inflatie weer op het gemiddelde van de eerdere maanden van dit jaar. De gemiddelde prijsstijging ligt een fractie hoger dan het inflatieniveau van 1998. Met uitzondering van augustus schommelde de toename in de eerste negen maanden van dit jaar tussen de 2,1 en 2,3 procent.

Producentenprijzen: aardolie stuwt prijzen op
De prijzen van grondstoffen en halffabrikaten die de industrie verbruikt, stegen in augustus 1,4%. In vergelijking met augustus vorig jaar liggen de prijzen zelfs 6,2% hoger. De prijsstijging van onder meer ruwe aardolie was hier debet aan. In vergelijking met december vorig jaar, toen het laagste niveau van de afgelopen dertien jaar bereikt werd, is de olieprijs meer dan verdubbeld. De afzetprijzen van industriële producten namen in augustus eveneens toe ten opzichte van juli. Prijzen van aardolie-producten, die zijn toegenomen met bijna 8%, speelden hierbij een belangrijke rol. Verder zijn prijsstijgingen waargenomen bij onder andere de voedingsmiddelen- en dranken industrie. De afzetprijzen in de basismetaalindustrie daalden ten opzichte van juli. De gemiddelde stijging van de afzetprijzen bleef met 0,8% wel achter bij de ontwikkeling van de verbruiksprijzen. Sinds februari van dit jaar namen de afzetprijzen maandelijks minder toe dan de verbruiksprijzen.

Consumentenvertrouwen: onveranderd hoog
Het consumentenvertrouwen blijft in oktober onveranderd hoog. Het saldo komt uit op 23, hetzelfde niveau als in september. Tussen september en oktober is een daling gebruikelijk. Als gecorrigeerd wordt voor seizoensinvloeden is het vertrouwen dus iets gestegen. De ontwikkeling van de deelindicatoren die aan het consumenten-vertrouwen ten grondslag liggen, verschilt. De consument heeft iets positievere verwachtingen over de eigen financiële situatie en het economisch klimaat in de komende twaalf maanden. Daarentegen neemt de bereidheid om grote aankopen te doen af. Dit is in oktober echter vaker het geval.

Arbeidsmarkt: klimaat blijft gunstig
Op de arbeidsmarkt blijft het klimaat gunstig. De geregistreerde werkloosheid, een belangrijke indicator van de arbeidsmarktsituatie, kwam voor de periode juli-september uit op 212 duizend. Dit is 59 duizend lager dan in dezelfde periode vorig jaar. Het afgelopen jaar is de werkloosheid dus gemiddeld met vijfduizend per maand gedaald. In vergelijking met het tweede kwartaal van dit jaar is de werkloosheid met vierduizend afgenomen. Tussen deze twee kwartalen is echter een stijging gebruikelijk. Na seizoenscorrectie ligt het aantal werklozen 24 duizend lager.
De ontwikkeling van het aantal openstaande vacatures bij particuliere bedrijven was eveneens gunstig. Eind juni 1999 bedroeg het aantal vacatures 182 duizend, een toename van ongeveer dertig procent vergeleken met het tweede kwartaal vorig jaar. Nog nooit heeft het CBS een hoger aantal vacatures gemeten. Ten opzichte van het eerste kwartaal van dit jaar is de hoeveelheid met 36 duizend gestegen. Dit groeicijfer is de resultante van het aantal nieuw ontstane vacatures en de vacatures die inmiddels zijn vervuld. Weliswaar werden in het tweede kwartaal 214 duizend vacatures vervuld, maar hier stond tegenover dat er 250 duizend nieuw zijn ontstaan. In bijna alle bedrijfstakken steeg het aantal vacatures in vergelijking met een kwartaal eerder. Uitzonderingen vormden onder andere de horeca en cultuur. De hausse aan vacatures toont een krapte op de arbeidsmarkt. Deze is het grootst in de IT sector, gevolgd door de gehele zakelijke dienstverlening en de bouw.
De ontwikkeling van het aantal faillissementen detoneerde enigszins bij deze gunstige ontwikkelingen. In augustus nam het aantal faillissementen toe ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Incidentele factoren, zoals het aantal zittingsdagen van de rechtbank, kunnen deze indicator beïnvloeden.

Geld en krediet: lange rente stijgt
De ontwikkelingen van de vier verschillende indicatoren van de rente lieten de afgelopen twee maanden een gemengd beeld zien. De 'voorschotrente', die sinds 1 januari van dit jaar gelijk is gesteld met de depositorente van de Europese Centrale Bank vermeerderd met 0,75 procentpunt, is sinds april gelijk aan 2,25%. Nagenoeg stabiel was de indicator voor de korte rente, de daggeldrente, die in september uitkwam op gemiddeld 2,43%. Historisch gezien is dit een zeer laag niveau. Een stijgende tendens vertoont daarentegen het rendement op staatsobligaties, de indicator voor de lange rente. Vergeleken met januari van dit jaar, toen de laagste stand van de afgelopen twintig jaar bereikt werd, is de lange rente met ruim één procentpunt gestegen. De gemiddelde afgesloten hypotheekrente schommelde tot augustus rond de vijf procent, maar neemt sinds die maand eveneens toe. Dit percentage bevat ook de rente van hypotheekoversluitingen over reeds afgesloten leningen, waardoor deze indicator met een vertraging reageert op de geldende marktrente. Omdat hypotheken voor langere perioden worden afgesloten is de hypotheekrente, zeker op een wat langere termijn bezien, gerelateerd aan de lange rente.
Het verstrekte consumptief krediet lag in augustus meer dan dertig procent hoger dan in dezelfde maand vorig jaar. Dit is de grootste toename sinds augustus 1993. De afgelopen drie jaar lag de jaarlijkse groei van het consumptief krediet steeds boven de tien procent. Gunstige economische ontwikkelingen en versoepelde voorwaarden met betrekking tot de verstrekking van het consumptief krediet hebben mogelijk een positieve invloed. De totale geldhoeveelheid groeide in de eerste zeven maanden van dit jaar met meer dan negen procent. Een jaarlijkse groei van negen procent is vrij uitzonderlijk. In de afgelopen vijftien jaar werden alleen in de jaren 1989 en 1990 hogere groeicijfers waargenomen.

FOCUS


- Gestage groei industriële productie

Het volume van de productie in de industrie is gemiddeld over de vakantiemaanden juli en augustus, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden, ten opzichte van de voorafgaande maand met 1% gegroeid. Vergeleken met de overeenkomstige periode een jaar eerder ligt het niveau 0,7% hoger. Na april nemen de groeicijfers, wanneer ze vergeleken worden met de overeenkomstige periode van vorig jaar, steeds toe. Door krimp in de eerdere maanden van dit jaar is het productievolume in de eerste acht maanden van 1999 nog wel iets kleiner (0,4%) dan dat van hetzelfde tijdvak van vorig jaar. De groei over het gehele jaar 1998 bedroeg 2,1%, ondanks de relatief forse krimp in de laatste twee maanden van dat jaar.
Binnen de industrie varieert de ontwikkeling per bedrijfsklasse sterk. Alleen in de hout- en bouwmaterialenindustrie overtrof het groeicijfer over de eerste acht maanden het jaaraccres van 1998. De voor de bouwnijverheid gunstiger weersomstandigheden zijn hier een factor van betekenis. De bedrijvigheid in de textiel-, kleding- en lederindustrie valt het sterkst terug. Tegenover de grootste groei vorig jaar staat de grootste krimp over de eerste acht maanden van dit jaar. Ook in de conjunctureel belangrijke bedrijfsklassen de metaal en de chemie doet zich voor deze periode een krimp voor. In de voedings- en genotmiddelenindustrie is het productievolume zowel in 1998 als in de periode januari - augustus van dit jaar een fractie groter dan in de overeenkomstige periode een jaar geleden.
Over een wat langere termijn geeft de volume-indicator van de industriële productie een sterk wisselend beeld te zien. Na een top in 1990 zijn de groeicijfers tot eind 1993 bijna voortdurend gedaald. In de loop van 1994 zette een snel herstel in om in 1995 een top te bereiken. Een aantal jaren blijft daarna de groei op een betrekkelijk hoog niveau. In 1998 keert het tij, in de loop van dit jaar tekent zich recent een eind van deze neergaande fase af. In de grafiek is de ontwikkeling weergegeven als het voortschrijdend driemaandsgemiddelden. Hierbij is dat gemiddelde aan het eind van de periode geplaatst.

INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN


- Werkloosheid en inflatie in de Europese Unie

De inflatie voor de Europese Unie (EU15) als geheel, gemeten als de verandering van het geharmoniseerde prijsindexcijfer, kwam in september uit op 1,2%. Dit is gelijk aan de prijsstijging die in augustus van dit jaar werd gemeten. In vergelijking met het jaargemiddelde van vorig jaar is de inflatie met 0,1 procentpunt afgenomen. De prijsontwikkeling verschilt tussen landen, maar de variatie binnen de EU15 is de laatste jaren drastisch afgenomen. In 1990 was de gemiddelde absolute afwijking, een maat voor de inflatieverschillen tussen landen, meer dan vier keer zo groot als in 1998. In september zijn de verschillen nog iets verder afgenomen. De toetredingscriteria in verband met de introductie van de euro hebben hier een gunstige invloed gehad. Opvallend is de ontwikkeling van de Nederlandse inflatie vergeleken met de andere landen binnen de EU. Vorig jaar was in Nederland de prijsstijging een half procentpunt geringer dan in 1990. In het begin van de jaren negentig was Nederland echter het land met de laagste inflatie, terwijl het in 1998 één van de koplopers was. In augustus van dit jaar had Nederland zelfs de hoogste inflatie, maar in september kenden Ierland, Spanje en Denemarken een sterkere prijstoename. In Frankrijk en Oostenrijk stegen de prijzen het minst.
In augustus was 9,3% van de beroepsbevolking binnen de EU werkloos. Dit is hetzelfde percentage als in juli. Na Luxemburg had Nederland het laagste werkloosheidspercentage, terwijl het in Spanje het hoogst was. Ook Frankrijk, Duitsland en België kennen een relatief groot aantal werklozen. In vrijwel alle Europese landen is de werkloosheid onder vrouwen groter dan onder mannen. Deze verschillen worden mogelijk nog onderschat doordat vrouwen zich niet altijd registreren bij het arbeidsbureau. De relatieve discrepantie tussen de positie van mannen en vrouwen ten nadele van vrouwen is het grootst in Spanje, Nederland en Luxemburg. In beide eerstgenoemde landen is de werkloosheid onder vrouwen ongeveer anderhalf keer groter dan het gemiddelde, terwijl zij in Luxemburg zelfs meer dan twee keer zo groot is. In het Verenigd Koninkrijk en Zweden doen vrouwen het relatief beter op de arbeidsmarkt dan mannen.

Deel: ' CBS Conjunctuurbericht Oktober 1999 '




Lees ook