expostbus51


CBS


CBS: Conjunctuurbericht September 1999

Algemeen: optimisme overheerst
De Nederlandse conjunctuur kent een gunstige ontwikkeling. De economische groei in de eerste helft van dit jaar bedroeg 3,1%. Dit groeicijfer blijft maar weinig achter bij de relatief hoge groei die over 1998 werd gemeten. Het stijgingspercentage over het tweede kwartaal (3,2%) was het dertiende opeenvolgende accres van boven de drie procent. De positieve berichten over de Nederlandse economie vinden hun weerklank in het vertrouwen van de consumenten en de producenten. Na de forse dalingen in het afgelopen najaar nadert het consumentenvertrouwen in september het hoogste niveau dat ooit gemeten is. Een grote sprong deed zich voor bij het oordeel over het economisch klimaat. Het vertrouwen van de ondernemers in de industrie is fors gestegen. Hier werd in augustus de grootste toename sinds maart 1994 gemeten. De geregistreerde werkloosheid blijft afnemen. Het seizoenvrije cijfer over het meest recente tijdvak, juni - augustus, is het laagste dat in de jaren negentig werd gemeten. Het aantal faillissementen dat in augustus werd uitgesproken over bedrijven en instellingen lag boven dat van een jaar eerder. Over de eerste acht maanden van dit jaar gemeten, ligt het aantal faillissementen daar-entegen lager. Naast de goede berichten detoneert de oplopende inflatie, die nu de hoogste in de Europese Unie is. De lange rente stijgt snel.

Consumentenvertrouwen: forse toename
Het vertrouwen van de consument in de Nederlandse economie is in september flink gegroeid in vergelijking met augustus. Het saldo van positieve en negatieve antwoorden stijgt van 16 tot 23. Het consumentenvertrouwen heeft zich hersteld van de forse dalingen in september en oktober van het vorig jaar en bereikt weer bijna het recordniveau van juni 1998.
Het toegenomen vertrouwen is vooral gebaseerd op een positiever oordeel over het economisch klimaat. Positieve berichten over de Nederlandse economie spelen hierbij waarschijnlijk een rol. De indicator van het economisch klimaat steeg in september met 18 punten en kwam uit op 24. Dergelijke stijgingen zijn uitzonderlijk. Alleen in maart 1991 werd een iets grotere toename waargenomen. Zowel de economische situatie van de afgelopen twaalf maanden als de verwachtingen voor de komende twaalf maanden worden positiever beoordeeld. De deelindicator die het oordeel van de afgelopen maanden weergeeft nam fors toe van 15% naar 35%.
In september lag de koopbereidheid op hetzelfde niveau als in augustus van dit jaar. De consument oordeelde rooskleuriger over de toekomstige financiële situatie en ook de bereidheid grote aankopen te doen nam iets toe. De financiële situatie van de afgelopen twaalf maanden werd minder gunstig beoordeeld dan in augustus. Toen lag deze indicator echter op een hoog niveau.

Producentenvertrouwen: sterke stijging
Het vertrouwen van de ondernemers in de industrie is in augustus fors gestegen ten opzichte van juli. De stemmingsindicator nam toe van 1,4 naar 4,1. Dit is de grootste toename sinds maart 1994. Het in augustus gemeten niveau is historisch gezien hoog, maar ligt door de scherpe daling in september vorig jaar nog onder de waarden die eind 1997 en in de eerste helft van 1998 werden waargenomen. Het producentenvertrouwen is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bedrijvigheid, de beoordeling van de orderpositie en de voorraden gereed product. Alle drie deelindicatoren dragen bij aan de groei van het producentenvertrouwen. De Nederlandse industrie heeft in augustus meer orders ontvangen. Ook over de te verwachten order-instroom oordeelt men positief. Ten slotte zijn de ondernemers optimistisch over de voorraadontwikkeling. Minder dan één op de twintig ondernemers vindt de voorraden te groot. Ter vergelijking: in februari van dit jaar was nog één op de tien ondernemers deze mening toegedaan. Een ander positief punt voor de industriële ondernemers betreft de prijsontwikkeling. De meeste producenten verwachten een toename van de afzetprijzen.

Consumentenprijsindex: sterke stijging in augustus De consumentenprijzen lagen in augustus vergeleken met de voorgaande maand gemiddeld 0,6% hoger. Deze prijsstijging heeft deels een incidenteel karakter. Vooral kleding en schoeisel werden duurder. Dit jaar werden in augustus vaker dan gebruikelijk artikelen uit de nieuwe wintercollectie in de winkels aangetroffen en minder vaak de restanten zomerkleding in de uitverkoop. Het effect van deze snellere introductie zal de volgende maand verdwenen zijn. Ook groente en fruit werden in augustus duurder. Aardappelen daarentegen werden opnieuw goedkoper. Door de hoge aardolieprijzen en de dure dollar zijn in augustus de prijzen van autobrandstoffen gestegen. Deze zijn nu ongeveer negen procent duurder dan een jaar eerder. Ook tabaks-producten namen fors in prijs toe.
De inflatie in Nederland wordt gemeten als de toename van de consumentenprijsindex vergeleken met de overeenkomstige maand van het voorafgaande jaar. In augustus was de inflatie 2,6%, de hoogste waarde van de afgelopen twee jaar. In juli kwam de inflatie een half procentpunt lager uit. De prijzen liggen gemiddeld over de eerste acht maanden van dit jaar 2,2 % boven het niveau van de overeenkomstige periode een jaar eerder.
Voor internationale vergelijkingen, met name binnen de Europese Unie, wordt de geharmoniseerde consumentenprijsindex samengesteld. Binnen de vijftien landen van de Unie neemt Nederland een uitzonderingspositie in. Met een percentage van 2,5 is ons land in augustus opnieuw koploper. De gemiddelde inflatie in de EU steeg in augustus naar 1,2%, 0,1 procentpunt hoger dan in juli. In belangrijke lidstaten als Frankrijk en Duitsland is de geldontwaarding gering. In Frankrijk ligt het gemiddeld prijsniveau in augustus 0,5% en in Duitsland 0,6% hoger dan een jaar eerder.

Producentenprijzen: aardolie stuwt prijzen op
De prijzen van de grondstoffen en halffabrikaten die de industrie verbruikt, liggen in juli 2,2% hoger dan in juni. Geïmporteerde grond-stoffen zijn ruim driemaal zoveel in prijs gestegen als de in Nederland gekochte grondstoffen en halffabrikaten. In vergelijking met vorig jaar liggen de verbruiksprijzen in de industrie 3,1% hoger. Een belangrijke determinant van de ontwikkeling is de prijs van ruwe aardolie. In februari kostte een vat van 159 liter North Sea Brent gemiddeld $10,57. Daarna zijn de olieprijzen zeer snel gestegen. De gemiddelde prijs in augustus was $20,42. Op 23 september lag de prijs op $23,99.
De prijzen van de industriële producten liggen in juli 1,3% hoger dan in de voorgaande maand. In vergelijking met juli vorig jaar liggen de prijzen 0,3% hoger. De prijsstijging van aardolie- en chemische producten is bepalend voor deze ontwikkeling. De prijzen in de aardolie-industrie zijn in juli ten opzichte van juni met ruim 14% toe-genomen. De binnenlandse prijzen van deze producten zijn met ruim 10% gestegen; de in het buitenland afgezette producten kennen een toename van 16%. Daarnaast zijn ook de producten van de chemische industrie duurder geworden. Indien de prijsontwikkeling van de chemische en aardolie-industrie buiten beschouwing wordt gelaten, ligt het prijsniveau van de overige producten zelfs onder dat van een jaar eerder.

CAO-lonen: uiteenlopende ontwikkelingen
De CAO-lonen bij particuliere bedrijven liggen in augustus 2,4% hoger dan in dezelfde periode van 1998. Het betreft hier de contractlonen zoals die worden afgesloten bij de CAO-onderhandelingen inclusief bijzondere uitkeringen, vakantietoeslag en spaarloon. De toename in de particuliere sector ligt onder die van 1998 toen de lonen met gemiddeld 3,1% stegen. De lonen binnen de overheidssector liggen in augustus 3,0% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Dit is voor het eerst sinds december 1997 dat de lonen bij de overheid meer stijgen dan die bij particuliere bedrijven. Benadrukt wordt dat in dit cijfer incidentele loonstijgingen buiten beschouwing blijven. In de jaren negentig namen over het algemeen de lonen in het bedrijfsleven meer toe dan bij de overheid. In vergelijking met het niveau van 1990 zijn de lonen bij de overheid met 22% gestegen tegenover een toename van ongeveer 27% bij de particuliere bedrijven. In de gepremieerde en gesubsidieerde sector liggen de CAO-lonen 20% boven het niveau van 1990. In augustus kwam de loonstijging uit op 1,2%.

Geregistreerde werkloosheid: blijft afnemen
De geregistreerde werkloosheid komt in de periode juni - augustus uit op 213 duizend. Dat is enkele duizenden hoger dan het gemiddelde in de maanden mei - juli. Maar als gevolg van de instroom van school-verlaters op de arbeidsmarkt is in deze periode juist een stijging van ongeveer tienduizend werklozen gebruikelijk. Na verwijdering van dit seizoeneffect komt het nieuwste werkloosheidcijfer ongeveer vijf-duizend lager uit dan in het tijdvak mei - juli. Deze afname ligt geheel in lijn met de dalingen zoals deze in het laatste jaar worden geregistreerd. Het jongste seizoenvrije cijfer is het laagste uit dit decennium. Het grootste aantal geregistreerde werklozen in de jaren negentig werd gemeten in de periode januari - maart 1994, toen het aantal boven het half miljoen lag.

Faillissementen: daling in eerste acht maanden
Het aantal faillissementen dat in augustus over bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) werd uitgesproken lag ruim 5% boven het aantal van de overeenkomstige maand een jaar eerder. Aan dit cijfer kunnen ook incidentele oorzaken ten grondslag liggen. Een beter te interpreteren beeld ontstaat door de ontwikkeling over een wat langere periode te beschrijven. In de eerste acht maanden van dit jaar werden voor deze categorie 1536 faillissementen uitgesproken. Dit aantal ligt bijna 5% onder dat van dezelfde periode van 1998. In het vorige jaar lag het aantal een kleine 8% onder dat van 1997. Het totaal aantal uitgesproken faillissementen ligt hoger. De Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP), die per 1 december 1998 is ingevoerd, veroorzaakte een breuk in de tijdreeks. Particuliere personen, al dan niet met een eigen bedrijf, kunnen nu een beroep op de WSNP doen, waardoor een dreigend faillissement kan worden afgewend. Deze categorie blijft in het in het Conjunctuurbericht opgenomen cijfer buiten beschouwing, zodat er geen breuk in deze reeks zit.

Rente: gemengd beeld
De ontwikkelingen van de verschillende rente-indicatoren vertonen in augustus een gemengd beeld. Een aanhoudend dalende tendens vertoont de indicator voor de korte rente, de daggeld rente. In augustus komt de korte rente uit op 2,4%. Dit is de laagste stand sinds september 1977. De lange rente, het rendement op staatsobligaties stijgt daarentegen sterk sinds april van dit jaar. In vergelijking met januari 1999, toen het laagste niveau van de afgelopen vijftien jaar werd bereikt, is de lange rente met 1,1 procentpunt gestegen. Er is momenteel dus sprake van een uiteenlopende ontwikkeling van de korte en de lange rente.

Internationale ontwikkelingen
Nederland en Duitsland
De ontwikkelingen van de conjunctuur in Nederland steken in menig opzicht gunstig af bij die van onze belangrijkste handelspartners. Nederland behoort tot de kleinere landen binnen de Europese Unie (EU). Het aandeel van ons land, afgemeten aan de grootte van het bruto binnenlands product (bbp), binnen de EU15 bedraagt 4,5%. De Duitse economie is ruim vijf maal zo groot als die van Nederland. Vanaf 1992 ligt de economische groei onder die van Nederland. In 1993 was er zelfs sprake van een krimp. Ook in de eerste helft van dit jaar is de bbp-groei bescheiden. De inflatie in Duitsland, nog fors in de jaren 1992 en 1993, is vanaf 1995 zeer beperkt gebleven. In de eerste helft van dit jaar is de geldontwaarding één van de geringste in de Unie. Nederland heeft daarentegen in augustus de koppositie ingenomen. Het werkloosheidspercentage bij onze Oosterburen is stabiel op een hoog niveau; in ons land is vanaf 1994 een duidelijk dalende trend waarneembaar.

Europese Unie
De economische betekenis van de vijftien landen van de Europese Unie als geheel is, gemeten aan de grootte van het bruto binnenlands product, nagenoeg even groot als die van de Verenigde Staten. De terugval van de economische groei in de eerste helft van 1999 in de EU is relatief fors. Het stijgingspercentage van 1,6% betekent bijna een halvering van het groeicijfer over 1998. Het is opvallend dat in de afgelopen conjunctuurcyclus de elf kleine landen binnen de Unie beter gepresteerd hebben dan de vier grote. Deze vier (Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italië) lijken meer te zijn getroffen door de crises in Azië, Zuid Amerika en Rusland. Het beteugelen van de inflatie in de jaren negentig is opmerkelijk. Zeer regelmatig werd deze terug-gebracht van meer dan 5% in 1990 naar amper 1% in de eerste helft van 1999. Daarnaast zijn de grote onderlinge verschillen in de lidstaten sterk genivelleerd. De laatste maanden loopt de inflatie weer licht op. Minder rooskleurig is het beeld van de werkloosheid. Deze blijft, ondanks de economische groei, op een hoog niveau. Het gemiddelde van de geharmoniseerde werkloosheidspercentages van de lidstaten verhult wel grote onderlinge verschillen. Ver boven het gemiddelde in de eerste helft van 1999 zit Spanje met een percentage van boven de 15. Na Luxemburg kent ons land in het eerste halfjaar de laagste werkloosheid.

Verenigde Staten
Na een dieptepunt in 1991 is de economie in de Verenigde Staten (VS) gestaag gegroeid. In de laatste jaren liggen de stijgingspercentages van het bruto binnenlands product rond de vier procent. De economie van de VS is ruim twintig maal zo groot als die van ons land maar er zijn opvallende overeenkomsten. De binnenlandse particuliere consumptie was de motor van de economische groei. Net als in Nederland vergrootten de vermogenswinsten, in de VS met name de koersstijging van de aandelen, de bestedingsruimte. Vanaf 1992 daalde de werkloosheid fors, mede als gevolg van een sterke groei van het aantal banen. De inflatie zakte tot onder de 2%, al blijft deze hoger dan het gemiddelde in de Europese Unie.

Japan
In Japan heeft de economie zich in de jaren negentig zeer matig ontwikkeld. Anders dan alle andere grote industrielanden belandde Japan in 1998 in een recessie. Van een herstel dit jaar is amper sprake. De binnenlandse consumptie groeit nauwelijks en is, anders dan in Nederland, een zwakke stimulans voor de economie. Het vertrouwen van de consumenten is gering. In tegenstelling tot in vele andere OECD-landen is in Japan de spaarquote in de jaren negentig gestegen. Zelfs het effect van het terugbrengen van de korte rente naar het nultarief bleef beperkt. De recent te constateren opgaande lijn van de economische groei wordt voor een groot deel bepaald door het stimuleringsprogramma van de regering, waarbij het de vraag is of van een duurzaam herstel sprake is. De werkloosheid loopt snel op. Benadrukt wordt dat het hier een ontwikkeling betreft. Het relatief lage werkloosheidspercentage is misleidend, door sterk uiteenlopende definities.

Deel: ' CBS Conjunctuurbericht September 1999 '




Lees ook