expostbus51


CBS


CBS:Economische groei tweede kwartaal 3,1%

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal van 1999 met 3,1% gegroeid ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dit komt vrijwel overeen met de voorlopige raming van afgelopen augustus. De economische groei bedraagt voor het dertiende achtereenvolgende kwartaal 3% of meer. Voor het eerste halfjaar van 1999 komt de groei uit op 3,1%. Dit blijkt uit de Kwartaalrekeningen van het CBS. Bescheiden herstel industrie
Na twee kwartalen van krimp laat de industrie een licht herstel zien. Met name de voedings- en genotmiddelen-industrie en delen van de chemie kruipen uit het dal. In de textiel- en lederindustrie, de basischemie en de metaal- en machine-industrie is in het tweede kwartaal echter nog geen verbetering zichtbaar. De hoogste groei is gemeten bij de vervoer- en communicatiebedrijven en de bouwnijverheid.
Consumptie en investeringen dragen groei bij bestedingen Aan de bestedingenkant van de economie zijn de individuele consumptie en de investeringen de snelst groeiende categorieën. Bij de consument zijn vooral vervoermiddelen en vervoers- en communicatiediensten in trek. Het groeitempo van de consumptie loopt iets terug, maar blijft in vergelijking met eerdere jaren hoog.
Bij de investeringen is de volumegroei het hoogst bij vervoermiddelen en bedrijfsgebouwen. De investeringsgroei ligt lager dan in het voorgaande kwartaal, maar dat hangt samen met verschillen in het gereedkomen van grote investeringsprojecten. Zonder deze incidentele projecten zouden de investeringen met ongeveer 6,9% zijn gestegen, tegen circa 6,1% in het eerste kwartaal.
Invoer opnieuw harder gegroeid dan uitvoer
Voor het vierde achtereenvolgende kwartaal neemt de invoer sneller toe dan de uitvoer. Dit komt doordat de nationale bestedingen harder groeien dan het binnenlands product.

Technische toelichting
De volumegroei van het BBP voor het tweede kwartaal is bijgesteld van 3,2% (eerste raming in augustus) naar 3,1% (huidige raming). De nieuwe kwartaalcijfers zijn aangepast aan de jaarcijfers van de Nationale rekeningen 1998. Als gevolg daarvan is ook een aantal gegevens voor eerdere kwartalen bijgesteld.
Door deze aanpassing sluiten de kwartaalcijfers nu ook aan op de nieuwe internationale richtlijnen (ESR'95). Door de introductie van het ESR'95 wijken de tabellen bij dit persbericht in enkele opzichten af van die in eerdere persberichten.
Het ESR'95 onderscheidt twee alternatieve uitsplitsingen van de consumptie: a) naar huishoudens en overheid en b) naar individueel en collectief. In tabel 2 zijn beide invalshoeken opgenomen. In de tekst zijn de individuele en collectieve consumptie als centrale begrippen gekozen. Ook de maandelijkse Consumptie-index van het CBS wordt voortaan gebaseerd op de individuele consumptie. Deze omvat alle consumptie die rechtstreeks ten goede komt aan individuele huishoudens en personen, ongeacht of deze daar zelf voor betalen of dat bijvoorbeeld de overheid of een verzekeraar betaalt. Daarmee lijkt de individuele consumptie nog het meest op de consumptie van huishoudens volgens de oude richtlijnen. De consumptie van huishoudens volgens de nieuwe richtlijnen omvat in feite alleen nog de producten waar huishoudens zelf voor betalen.
In aansluiting op de Nationale rekeningen 1998 zijn in tabel 3 de computers als aparte investeringscategorie opgenomen. De mutaties ten opzichte van het voorgaande kwartaal (zie tabel 1) zijn afgeleid met behulp van een rekenprocedure die de seizoeneffecten en een deel van de kalendereffecten uitschakelt. In vergelijking met de groeicijfers ten opzichte van een jaar eerder geven deze mutaties sneller een eventuele omslag in de ontwikkeling van de economie weer.

Deel: ' CBS Economische groei tweede kwartaal 3,1% '




Lees ook