CDA

: Tweede Kamer : Cultuurbeleid niet van bovenaf opleggen (080699)

Cultuurbeleid niet van bovenaf opleggen (080699)

Den Haag, 8 juni 1999

Wat staatssecretaris Van der Ploeg wil in het Cultuurbeleid- meer en ander publiek bereiken- is sympathiek maar de manier waarop hij dat wil bereiken, spreekt de CDA-fractie niet aan. Er wordt te veel van bovenaf opgelegd en wat uit de sector zelf komt krijgt nauwelijks ruimte, geeft CDA-woordvoerder Marry Visser- Van Doorn als eerste reactie op de door Van der Ploeg gepresenteerde nota Cultuur als confrontatie. Cultuur heeft zn eigen waarde en draagt bij aan de ontplooiing van mensen. Dat cultuur ook bijdraagt aan de integratie van minderheden is goed maar dit moet niet als uitgangspunt van cultuurbeleid worden genomen. Daarvoor hebben we een welzijnsbeleid, onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid.
Van der Ploeg wil de programmering en de activiteiten van schouwburgen, theaters en kunstuitleencentra verbeteren. Voor het CDA is het hierbij van groot belang dat met name de regio daar van profiteert. Cultuur mag niet alleen in de Randstad floreren. Ook de burger in Flevoland en Drenthe heeft recht op een gevarieerd cultuuraanbod. Wij zullen de staatssecretaris hier zeer kritisch op volgen.

In de visie van de staatssecretaris moet het cultureel ondernemerschap een duidelijke orientatie op succes zijn. De CDA-woordvoerder wil er voor waken dat de druk om succesvol te zijn niet zodanig mag zijn dat dit ten koste gaat van kwaliteit en ontwikkeling. Wanneer Van Gogh afgerekend zou zijn op zijn ondernemerschap zou hij slecht hebben gescoord maar hij heeft wel voor een enorme impuls gezorgd. Marry Visser- Van Doorn zou het wel verstandig vinden als een kunstenaar al tijdens de opleiding zou leren hoe het ondernemerschap ingevuld kan worden. Zij signaleert dat de kunstenaar als schepper, bij Van der Ploeg nauwelijks in beeld komt. Geen cultuurbeleid zonder kunstenaars. Schijnt Van der Ploeg te vergeten. Visser-Van Doorn wijst op de maatschappelijke functie van de kunstenaar: het publiek confronteren. Op steun van het CDA kan Van der Ploeg rekenen waar hij voorstelt de jeugd meer bij cultuur te betrekken. Het idee van de culturele pas juicht het CDA-kamerlid toe, mits ingebed in cultuurlessen.

Wat het CDA mist is de aandacht voor de amateurkunst zoals toneel, jeugdorkesten en koren. Juist hier ligt een enorme kans mensen uit minder draagkrachtige milieus enthousiast te krijgen voor actieve kunstbeleving en ze zo ook geinteresseerd te krijgen voor andere kunstuitingen.

Frappant is het dat de rol van vrijwilligers in allerlei culturele sectoren/activiteiten bij Van der Ploeg nogal wordt ondergewaardeerd. Zo schrijft hij dat de inzet van vrijwilligers een waardevolle programmering niet in de weg hoeft te staan. Het CDA acht de rol van vrijwilligers juist van enorm belang. Om die reden bracht het CDA onlangs een eigen vrijwilligersnotitie uit.

Woordvoerder: Marry Visser-Van Doorn, telefoon 070 - 3182566 en 070 - 3817140
Voor verdere informatie: Marianne Fennema, telefoon 070 - 3182512 of 070 - 3525126

Deel: ' CDA Cultuurbeleid niet van bovenaf opleggen '




Lees ook