CDA

: Eerste Kamer : Nieuws uit de Senaat

Nieuws uit de Senaat Nieuws uit de Senaat
CDA-Eerste Kamerleden CDA-Eerste Kamerleden

Nieuws uit de Senaat

De markt voor prostitutie

De CDA- Eerste Kamerfractie stemde onlangs tegen een wetsvoorstel tot opheffing van het bordeelverbod. De fractie is van mening dat het erkennen van prostitutie niet vanzelfsprekend gevolgd mag worden door het legaliseren ervan. CDA-Eerste Kamerlid Ernst Hirsch Ballin: De marktwerking wordt zo wel erg ver doorgetrokken.

Onlangs besprak de Eerste Kamer het wetsvoorstel van het kabinet-Kok tot opheffing van het algemeen bordeelverbod. Onze fractie heeft tegen dit voorstel krachtig geopponeerd en zal dan ook op 26 oktober tegen stemmen. Onze fractie trok de lijn door die ook in het verleden door CDA-Kamerfracties en CDA-bewindslieden was gevolgd.

Ook wij hebben niet de illusie dat via de strafwet prostitutie kan worden uitgebannen. Er is ook bij ons begrip voor het streven om via een gemeentelijk vergunningenbeleid de overlast door bordelen te beperken en de ergste misstanden, zoals afgedwongen prostitutie, tegen te gaan. Maar dat alles mag in onze opvatting niet betekenen dat prostitutie en het exploiteren daarvan voortaan als normale arbeid en normaal ondernemerschap worden beschouwd. De marktwerking wordt zo wel erg ver doorgetrokken!

Startsubsidies,/B>
De gevolgen van het wetsvoorstel reiken heel ver. Zo zullen exploitanten van bordelen zelfs aanspraak kunnen gaan maken op subsidies voor startende ondernemers! De regering wil intussen nog wel proberen, aan prostituées vergunningen op grond van de Wet arbeid vreemdelingen te weigeren. Dat is volgens ons terecht, maar het is onzeker of dat standpunt onder de nieuwe wet lang stand zal houden. De legalisering zal ertoe leiden dat het standpunt van de regering juridisch moeilijk houdbaar is, en bovendien lieten sommige voorstanders van het wetsvoorstel nu al weten dat zij in de toekomst een andere lijn mogelijk achten. Als dat gebeurt, zullen we het dus moeten meemaken dat bordeelhouders met vergunningen van de overheid personeel uit Oost-Europa of uit de Derde Wereld laten overkomen. Iedereen moet begrijpen dat in landen met grote armoede vrouwen vaak uit pure nood ervoor kiezen om in de prostitutie te gaan werken. Van de mooie woorden over bescherming van de vrijheid van de prostituée door de nieuwe wet blijft dan weinig over.

Beroep op vrije arbeidskeuze
Een ander, voor ons bijzonder zwaarwegend bezwaar tegen het voorstel is dat de regering gemeenten wil gaan beletten om een nul-beleid inzake bordelen te voeren. Er zijn nu tal van gemeenten waar geen bordelen worden gedoogd en waar men dat op goede gronden graag zo wil houden. Volgens minister Korthals zullen zij na de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving dat beleid moeten opgeven. Hij deed daarbij zelfs een beroep op het grondwettelijk recht op vrije arbeidskeuze. Toen ik dat argument las, kon ik mijn ogen nauwelijks geloven. Er zijn toch allerlei regelingen die ertoe leiden dat je een bepaald beroep of bedrijf -dat op zichzelf geoorloofd is- niet overal kunt uitoefenen? Ik heb in het debat aan de minister gevraagd of hij een gemeentelijke veorordening of een bestemmingsplan zou willen laten vernietigen als daarin geen ruimte zou worden gelaten voor het vestigen van bordelen. Het antwoord was dat hij dat niet zou doen. Hij hoopte en verwachtte echter dat de rechter het standpunt van de regering zou volgen en elke gemeente zou verplichten, een of meer bordelen toe te staan.

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen -daar ziet het wel naar uit: naast de coalitiefracties PvdA, VVD en D66 steunt trouwens ook GroenLinks het voorstel- zal het voor gemeenten helaas moeilijk worden om op dit punt een eigen lijn te volgen die inhoudt dat bordelen worden afgewezen. Met de wet in de hand zal straks worden betoogd dat een gemeente niet een bepaald soort economische activiteit0 taboe mag verklaren. Mij lijkt het echter de moeite waard, als een gemeente toch zou willen proberen haar eigen lijn te handhaven. Het is goed denkbaar dat de gemeenteraad een ruimtelijk beleid voorstaat waarin een bepaalde harmonie wordt verzekerd tussen de sociale verhoudingen in de gemeente, de inrichting van het gebied en het soort van activiteiten dat daarbij wordt toegestaan. De conclusie zal dan kunnen zijn dat het bestemmingsplan en de desbetreffende verordening geen ruimte moeten bieden voor bordelen.

Beter zou het zijn geweest als de regering gemeenten hierin vrij had gelaten. Wij zien niet in waarom aan het hele land een opvatting moet worden opgedrongen die bordelen en prostitutie normaliseert. Voor de CDA-fractie in de Eerste Kamer is er dus geen twijfel dat dit voorstel moet worden afgewezen.

Ernst Hirsch Ballin
Lid van de CDA-fractie in de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Deel: ' CDA Hirsch Ballin over de markt voor prostitutie '




Lees ook