CDA

Visserij (160399)

Fractiecommissie: Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Kamerlid: Agnes van Ardenne-van der Hoeven

Den Haag, 16 maart 1999

Vis maakt vrolijk
Dat lees ik in het Visserijnieuws. Dit blad maakte onlangs melding van een Amerikaans/Brits onderzoek waaruit bleek, dat vis vrolijk maakt. Uit een proef met het toedienen van visolie en olijfolie aan proefpersonen bleek duidelijk de stimulerende werking op het humeur van de proefpersonen door het innemen van visolie. De vraag of vis vrolijk maakt is vandaag niet aan de orde. Ik zal die vraag dan ook niet stellen. Wel is aan de orde of het voorgestelde visserijbeleid van de Stas leidt tot een economische en ecologisch gezonde visserijsector. Uit wat nu voorligt kan de CDA-fractie niet opmaken, dat de Stas de visserijsector serieus neemt. Zeker als het om de mossel- en de kokkelvissers gaat, is het pijnlijk dat de Stas geen overleg heeft gepleegd over haar voorstellen. De vissers worden verzocht binnen een paar weken schriftelijk te reageren. Zo zout heb ik het nog nooit meegemaakt. Ons beroemde en door dit Kabinet veelgeprezen poldermodel geldt ook voor de visserij. Dat was altijd zo, dat is succesvol gebleken, er is geen reden om daar nu ineens van af te wijken. De CDA fractie vindt, dat de Stas moet kiezen voor overleg met de sector en dan haar voorstellen moet formuleren.Wat er nu ligt stemt wat ons betreft absoluut niet tot vrolijkheid.

Binnenvisserij
Allereerst de binnenvissierij.Problemen in de beroepsbinnenvisserij die een aantal jaren geleden al gesignaleerd werden waren aanleiding om een evaluatie te houden. Met name de splitsing van visrechten tussen beroeps- en sportvissers, die sinds 1972 is ingvoerd vromt een belangrijk deel van het onderzoek.
De evaluatie is duidelijk: economisch gezien ziet het er voor de beroepsvissers somber uit. Naar verhouding zijn de bedrijfsresultaten sinds 1970 niet verbeterd, ondanks een groter areaal aalvisrechten en ondanks verhoogde visserijinspanning. De aalstand neemt door allerlei oorzaken gestaag af, de prijs is gelijk gebleven, de bedrijfskosten nemen toe. Daar kan zelfs een beroepsvisser niet van leven. Grote problemen worden veroorzaakt door grootschalige stroperij, door de grote concurrent de aalscholvers (ook buiten natuurgebieden), ondoorzichtigheid van de afzetmarkt en een zwakke belangenbehartiging. Dat laatste is niet verwonderlijk. De groep is dermate beperkt van omvang, 350 personen met 250 bedrijven, die ternauwernood het hoofd boven water kan houden en niet echt gewend is zich in het bureaucratische wereldje van de lobby en belangenbehartiging te storten.
Niettemin is deze beroepsgroep een belangrijke, economisch gezien, maar ook cultureel en traditioneel in ons buitengebied niet meer weg te denken. De evaluatie is helaas niet allesomvattend geweest:

de IJsselmeervissers zijn buiten beschouwing gebleven

alleen de staatswateren zijn in de evaluatie betrokken

er is al sinds 1972 geen onderzoek naar de economische trend gedaan, effecten van splitsing op de beroepsvisserij ontbreken

de sportvisserij is in de evaluatie niet betrokken, terwijl de splitsing van visrechten ook de sportvisserij raakt, n.b. de sport is wel bij de evaluatie betrokken

de relatie binnenvisserij met de kustvisserij is niet aan de orde geweest

Er is een uitgebreide consultatieronde gehouden met betrokkenen en wat er nu ligt kan ondanks de beperkingen van het onderzoek als gedegen beschouwd worden. De Staatssecretaris heeft nu een beleidsvoornemen geformuleerd, zal nog een adviesronde houden en komt vervolgens met een beleidsbesluit.
Een goed moment om met de Kamer te overleggen. Overigens vind ik de periode voor de sectoren om te adviseren veel te kort. Die is op zes weken gesteld, ik kan mij voorstellen dat men daar meer tijd voor nodig heeft.

In de evaluatie wordt naast de verslecterde ituatie voor de beroepsbinnenvisserij nog een aantal opmerkelijke zaken gesignaleerd:

er blijkt geen geprogrammeerd economisch onderzoek naar de beroepsbinnenvisserij sinds 1972 te zijn gehouden (!)

de beroepsbinnenvisserij is nog steeds levensvatbaar

visserij (sport en beroeps) is te verenigen met natuurdoelen

aalscholvers hebben een sterk negatief effect op de visstand

in gebieden waar visrechten niet gesplitst zijn kan niet aangetoond worden dat de visstand van rijkere samenstelling en betere kwaliteit is, evenmin kan aangetoond worden dat gebieden waar wel gesplitst is de kwaliteit van de visstand dankzij de splitsing is verbeterd, wel door andere maatregelen, zoals visstandbeheer.

beroepsvissers ondervinden nadeel van splitsing, zijn belemmerd in hun broodwinning, sportvissers hebben geen nadeel van splitsing

De Stas wil van de splitsing af, lees ik in haar beleidsvoornemen. De vraag is alleen hoe. De lange termijn die zij hiervoor kiest zou wel eens te lang kunnen duren. Is er enige indicatie hoe lang het duurt totdat alle visrechten weer ontsplitst zijn, indien heet traject dat de Stas wil volgen, namelijk bij nieuwe vergunningverlening geen splitsing van visrechten meer? Is er een snellere methode? Sprekend over de vergunningverlening wil ik de gesignaleerde problemen met de Kamer voor de Binnenvisserij noemen. Vergunningverlening duurt vaak te lang, voor beroepsvissers buitengewoon onwenselijk, vergunningverlening vindt plaats op basis van een beoordeling naar de doelmatigheid van de visserij. Dit leidt ook tot problemen. Indertijd is besloten de interpretatie van doelmatigheid aan de Kamer voor Binnenvisserij over te laten, omdat daar deskundigheid zit. Steeds vaker worden zaken voor de rechter uitgevochten. Zou een wettelijk kader voor het begrip doelmatigheid niet wenselijk zijn? Zou tevens tot eenduidige uitgifte van huurovereenkomsten in plaats van vergunningen overgegaan kunnen worden?

Een tweede voornemen van de Stas heeft ook onze instemming, zij het met wederom een aantal kanttekeningen, namelijk de daadwerkelijke invoering van visserijbeheercommissies. Hierin zullen beroeps- en sportvissers samenwerken voor de visstand en de waterkwaliteit, zo is de bedoeling. Zij maken gezamenlijk visstandbeheerplannen, zo is ook de bedoeling. Wat is het aanspreekpunt voor deze commissies, wie toetst de plannen, wat zijn de rechten van de vissers in de commissies? Vragen die van belang zijn om het tot stand komen van deze commissies te bevorderen? Zou ook hier, zoals met de faunabeheereenheden in de Flora en Faunawet, een wettelijk kader voor de visserijbeheercommissies in de Visserijwet niet voor de hand liggen? Het gaat immers het beheren van een publieke zaak, water en natuur, door private partijen. Graag reactie Stas.

Een ander punt is de rol van de OVB in het tot stand brengen van visserijbeheercommissies. Deze moet helder zijn naar de beroeps en sport toe, de OVB moet daartoe ook in de gelegenheid worden gesteld. Al te lang wordt gewacht op de toekenning van de formele status van de OVB en over welk budget zij kan beschikken. Kan de Stas daarover helderheid geven? Dan de visstroperij en andere onduidelijke handel. Is er al inzicht of er met de laatste wetswijziging en strengere straffen op stropen de visstroperij terugloopt? Welke nieuwe voornemens heeft de Stas om de stroperij verder te beteugelen? De suggestie van de beroepsvissers om een eenvoudig systeem van verplichte registratie van de handel in te stellen Is wat de CDAfractie betreft het overnemen waard.
Tenslotte de aalscholvers, een steeds weerkerend onderwerp voor de binnenvissers. Sinds Van Aartsen als Minister van Landbouw heeft gezegd dat hij onorthodoxe maatregelen zal toepassen om de aalscholverstand te bedwingen zijn alle ogen nog steeds gericht op .........Tot nu toe is er echter niets gebeurd. Ja, veel rapporten over hoeveel aalscholvers er wel zijn, hoeveel zij eten, dat zij een bedreiging voor de binnenvisserij vormen, dat andere landen er ook last van hebben, dat het probleem daarom internationaal aangepakt moet worden, allemaal waar, maar wat doen we eraan? Ook de Stas heeft het vaste voornemen, staat zelfs in vet gedrukt, daar kan niet overheen gelezen worden, de predatie van vis door aalscholvers te beperken. Dat houdt dan toch in, dat er minder aalscholvers zouden moeten zijn. Het Europees Parlement heeft onlangs uitgesproken, dat de aalscholver geen bedreigde vogel meer is. De vraag is derhalve welke maatregelen neemt de Stas. De toezegging van de vorige Minister van LNV hangt samen met de positie van de IJsselmeervissers, die zitten nog middenin een sanering. Dfe CDA-fractie vertrouwt erop, dat de 6 miljoen, die daarvoor beschikbaar was, beschikbaar blijft. Graag bevestiging van Stas.

Beleidsbesluit Schelpdieren rampzalig voor kokkel en mosselvissers Eerder werd door mij een van de conclusies in het evaluatierapport binnenvisserij genoemd, dat vissen en natuurdoelen kunnen samengaan. Dat is ook de leidraad geweest voor het opstellen van de Nota Vissen naar Evenwicht voor de kustvisserij en de natuur in het Waddengebied, de overige kustwateren en de Oosterschelde. De spanning die er is tussen die twee doelen, vissen en natuur, loopt soms onnatuurlijk hoog op. Dat is eigenlijk niet nodig, gelet op de resultaten, die er de laatste jaren met behulp van ons succesvolle poldermodel in de vorm van co-management, van het gebruik van de blacbox en het opstellen van visplannen is bereikt. Dit moet de Stas bij haar nieuwe beleidsvoornemens voor de schelpdiervisserij nadrukkelijk in het oog houden.
Verweven van vissen en natuur blijkt mogelijk, dan moet dit als uitgangspunt voor het beleid gelden. Het is onbegrijpelijk dat de Stas de vissers niet serieus neemt, zij schiet nu door en volgt de wet van de grote getallen, of het nu om de mosselbanken of om de voedselreservering gaat. Deze voorstellen zijn rampzalig voor de mossel- en kokkelvissers. Voor de kokkelvisserij dreigt met deze voorstellen zelfs een koude sanering. Laat ik voorop stellen dat de CDA fractie veel waardering heeft voor de inspanning die de kokkel- en de mosselvissers zich getroosten, om binnen de afgesproken beperkingen te vissen. De CDA-fractie heeft eveneens waardering voor de inzet van natuur- en milieuorganisaties die constructief met de schelpdiersector zoeken naar het verenigen van natuur en visserij, en niet consequent blijven hameren op het scheiden van natuur en visserij, zelfs tot voor de rechtbank toe. Afgesproken beleidsuitgangspunt is: verweven waar mogelijk, scheiden waar nodig.

Mosselvisserij
De tweede fase van de Kustvisserij gaat in:
Hoofdlijnen blijven gericht op het behoud en herstel van natuurlijke biotopen en het voorkomen van voedselgebrek door vogels als gevolg van de schelpdiervisserij. Maar hoe staat het met voorstellen voor een economisch levensvatbare kokkel- en mosselsector? Wordt daar ook nog aan gedacht? Wat nu voorligt komt niet overeen met het uitgangspunt van verweving, dit is uitsluiting van de mosselvissers en kokkelvissers van visgebieden, die voor hen broodnodig zijn. Waarom wordt niet naar draagvlak binnen de sector gezocht? Dit komt het resultaat alleen maar ten goede.
Het voorstel om in afwijking met het verleden nu over te gaan op een areaal voor stabiele mosselbanken van 2000 tot 4000 ha, is volstrekt niet onderbouwd.
Het al of niet tot ontwikkeling komen van stabiele banken is het meest afhankelijk van klimaat en weersomstandigheden en duurt heel lang, zie de brief van Voormalig Minister van LNV van juli 1998. Als er al geen aanleiding is om het krimpscenario voor de mosselvisserij in te zetten, dan moeten we het ook niet doen, vindt de CDA-fractie. De Stas moet ook hier inzetten op continuiteit van de sector. Dus kleinere gebieden voor stabiele mosselbanken, die voldoen volgens wetenschappers eveneens aan hun doel.

Voedselbehoefte
Voor de voedselbehoefte in de Oosterschelde komt er ook plotseling een groot getal op tafel, 5 miljoen kg. kokkelvlees zou gereserveerd moeten worden. Waar dit op gebaseerd wordt, is de CDA fractie niet duidelijk. Hier gaat het niet zozeer om het ontbreken van een onderbouwing als wel om een kromme redenering. En dat is ook ernstig. Uitgegaan wordt van de situatie van voor de stormvloedkering, de kokkelvisserij moet ervoor zorgen dat er weer net zoveel voedsel komt als voor de aanleg van de stormvloedkering,omdat de Stas terug wil naar de voedsel- en vogelrijke jaren tachtig. De bestaande reservering van iets meer dan 2 miljoen kg kokkelvlees is al een aderlating voor de kokkelvissers, laten we het daar bij houden.(evt.motie) Er blijkt overigens nog een wetenschappelijk onderzoek naar de voedselbehoefte in de Oosterschelde te lopen.

Gesloten gebieden
De aanwijzing van de gesloten gebieden door de Stas. roept ook al veel vragen op. Waarom niet in goed overleg met de sector. Men accepteert al een verdere sluiting van 26 naar 31%, dan zou op zijn minst overleg gevoerd moeten worden over welke gebieden gesloten gaan worden. Draagvlak bij de visserij is uiterst belangrijk om verzekerd te zijn van het resultaat. Het voorstel om een gedeelte onder Schiermonnikoog te sluiten is slecht gevallen bij de kokkelsector, zo heb ik begrepen. Varianten zijn er, maar houden in, dat nu gesloten gebieden weer open moeten. Of dit wenselijk is, valt te bezien, maar het gaat tenslotte ook om een economisch duurzame sector. Wil de Stas deze varianten nader bestuderen en haar eerder voorstel hiermee bijstellen? Evt. motie
Het openstellen van Breehorn roept ook vragen op, dit blijkt voor kokkelvissers niet interessant te zijn.
De handkokkelvisserij zal met de mechanische kokkelaars afspraken moeten maken over gescheiden visgebieden, De Stas schrijft in haar beleidsvoornemen, dat zij zelf haar koers zal bepalen, indien dit niet tot bevredigende oplossingen leidt. Dat is dreigende taal. De CDA-fractie wil weten wat de Stas dan gaat doen. En overigens ligt het niet veel meer voor de hand in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen?

Nieuwe soorten
Tijdens het overleg in april 98 heb ik al gewezen op de noodzaak van wetgeving met betrekking tot de vangst op nieuwe soorten zoals mesheften en spisula. Hoe staat het met wetswijziging terzake?

Deel: ' CDA kamerlid Visserij mist poldermodel '




Lees ook