CDA

Knelpunten hergebruik afvalstoffen (080999)

Den Haag, 8 september 1999

Op 6 oktober 1997 is door Klein Molenkamp, Feenstra en Augusteijn-Esser, naar aanleiding van het debat over de Nota Milieu en Economie een motie ingediend (en aangenomen), waarin wordt verzocht om een knelpuntenanalyse betreffende hergebruiksactiviteiten. Tevens is verzocht aan te geven welke maatregelen de overheid denkt te nemen om deze knelpunten weg te nemen. In overleg met VNO-NCW en MKB Nederland is W&S-Transition- en Interimmanagement gevraagd het daarvoor benodigde onderzoek uit te voeren.
In het kort de onderzoeksresultaten:
De knelpunten zorgen er niet voor dat hergebruik achterwege blijft, ze zorgen er voor dat hergebruik duurder wordt (of moeilijker/lastiger, hetgeen in het bedrijfsleven natuurlijk ook in geld uitgedrukt wordt). Voorbeelden: het is moeilijk om te bepalen of een stof een afvalstof is, het is moeilijk te bepalen of een stof onder de groene of onder een andere EVOA-lijst valt, vergunningplichtigheid, borgstellingsprocudures
In het kort de reactie van de Minister:
De Minister is het ermee eens dat het alleen gaat om relatieve knelpunten, en niet om absolute knelpunten. Zijn opvatting wordt gestaafd, meent hij, door het hoge hergebruikpercentage in NL. Het bedrijfsleven vindt dat hij met deze uitspraak de kans om nog hogere hergebruikpercentages te behalen misloopt.
Hij gaat op een aantal knelpunten in zijn standpunt goed in, maar hij laat ook veel vragen onbeantwoord of geeft een onbevredigend antwoord. In de inbreng zullen we voor een aantal hardnekkige knelpunten nog weer eens aandacht bij de Minister vragen. Een belangrijk punt zal daarbij zijn de definitie van afval: een stof bestemd voor hergebruik wordt nu geëtiketteerd als afval, terwijl er een bruikbaar product na recycling ontstaat. Vandaar dat bedrijven liever spreken over secundaire grondstoffen, zij gaan daarbij uit van de bestemming van een bepaald product en niet van de herkomst.

Inbreng
Algemeen
Waardering voor uitvoering motie. Jammer dat Minister niet heeft aangestuurd op een brede uitleg van de motie. Er is nu alleen gekeken naar de knelpunten die het gevolg zijn van overheidshandelen voor zover dat is terug te voeren op de NLe wet- en regelgeving voor afvalstoffen. Andere, daarvan afgeleide knelpunten zijn niet geanalyseerd. Deze knelpunten zijn, gezien de weergave van de inbreng van het bedrijfsleven, allemaal wel genoemd. De Minister zegt wel dat hij over deze punten in overleg zal treden met de belanghebbenden. Op welke manier informeert de Minister de Kamer over nieuwe actiepunten en op welke termijn?

Het onderzoek geeft in ieder geval een goed inzicht in de wil van de sector om hergebruik te bevorderen, waarvoor waardering van de CDA-fractie. Het geeft ook goed inzicht in de moeilijkheden die het bedrijfsleven op dit vlak ervaart. Na lezing van het standpunt van de Minister n.a.v. het onderzoek, maak ik van de gelegenheid gebruik over een aantal dingen nog enkele opmerkingen te plaatsen of vragen te stellen.

Definitie afvalstof
In het onderzoeksrapport komt dit knelpunt steeds naar voren. Mijn fractie vindt het antwoord van de Minister, gezien de grote vraag van het bedrijfsleven naar heldere, uniforme, duurzame beoordelingscriteria, onbevredigend. Pas over twee jaar wil de Minister bekijken of er gelet op EU-regelgeving nog interpretatieruimte is t.a.v. de definitie. Waarom start de Minister daar niet direct mee? Het is voor de CDA-fractie noodzakelijk dat politiek en bedrijfsleven kunnen beschikken over duidelijke en bruikbare criteria voor de bepaling of een stof al dan niet als afvalstof beschouwd moet worden. Onzekerheid daarover veroorzaakt lang wachten en bijbehorende administratieve lastendruk. Is de Minister met VNO-NCW van mening dat een herdefiniëring van het begrip afvalstof een instrument is om hergebruik verder te stimuleren? Of heeft de Minister inhoudelijke bezwaren tegen een andere definitie? Het principiële kernpunt van het bedrijfsleven is toch legitiem als deze betoogt dat de huidige definiëring een secundair product de status van afval geeft en dat dit het inzetten ervan in hoogwaardige toepassingen nagenoeg onmogelijk maakt, ook vanwege een imagoprobleem? Mijn fractie vindt het ook onbevredigend dat de Minister zich wat dit betreft zo snel lijkt neer te leggen bij Europese jurisprudentie. Is het ook niet zijn verantwoordelijkheid om m.b.v. de milieudiplomatieke weg druk in Europa uit te oefenen? Mijn fractie is zich bewust van de lange adem die Brussel vereist, maar wil de Minister toch vragen de Nederlandse opvattingen over hergebruik actief uit te dragen. En wat is de mening van de Minister over het instellen van een gezaghebbende commissie die adviseert over of iets een afvalstof is? En is het de bedoeling van het overleg met de provincies om er voor te zorgen dat de niet-van-toepassing- verklaringen door alle provincies erkend worden?
(noot: dit zijn verklaringen afgegeven door Ministerie, waarin wordt aangegeven dat de betreffende stof GEEN afvalstof is)

EVOA-lijsten
Het bepalen onder welke EVOA-lijst een afvalstof valt is voor het bedrijfsleven vaak een lastige aangelegenheid. Met de activiteiten die de Minister belooft, kan mijn fractie instemmen. Kan de Minister zeggen hoe het het bedrijfsleven straks zal vergaan in de nieuwe twee-lijsten-systematiek? Verwacht hij dan dat dit knelpunt opgelost is? Verder aandacht voor feit dat sommige producten (zoals computers, beeldbuizen) niet op de groene lijst staan, gevolg is dan dat hergebruik niet tot stand komt. Inrichtingen met deze bezigheden hebben een voldoende schaalgrootte nodig, die alleen door internationaal opereren behaald wordt. Gaat de Minister zich voor dit soort producten in EU-verband inspannen?

Immobilisatie
Naar aanleiding van gevoerde gesprekken over dit onderwerp moet, naar onze mening, ook gekeken worden naar de mogelijkheden om d.m.v. immobilisatie bepaalde stoffen zoals vliegas voor hergebruik te benutten. Volgens de branche is een belangrijk knelpunt dat immobilisatie in de wet- en regelgeving tot nu toe geen echte plek heeft gekregen. Zonodig moet wettelijk vastgelegd worden dat immobilisatie (voorzover gericht op hergebruik) gelijkwaardig is aan alle (andere) vormen van hergebruik zoals bedoeld onder punt d van artikel 10.1 WMb. Daarnaast zou de overheid enkele proefprojecten moeten starten dan wel ondersteunen om immobilisatie in de praktijk ook echt van de grond te tillen. Het kan dan bijv. gaan om het bewerken en vervolgens nuttig toepassen (bijv. in de wegenbouw) van baggerslib; zoals bekend komt de verwerking van baggerslib als alternatief voor storten momenteel moeilijk van de grond. Wat is de reactie van de Minister op beide punten (d.w.z. wettelijke verankering en proefprojecten)? Kan hij hierover toezeggingen doen? motie

GFT
Graag krijgt mijn fractie duidelijkheid over de situatie rond de GFT-inzameling in Groningen. Aan de Kamer schrijft de Minister: Ik beschouw de techniek van nascheiden-vergisten daarom niet als een milieuhygiënisch gelijkwaardig alternatief voor gescheiden inzamelen-composteren. In de brief aan het College van B&W schrijft hij: Het onderzoek biedt naar mijn mening geen aanknopingspunt om uit oogpunt van milieurendement gescheiden inzameling van GFT-afval in een deel van de gemeente Groningen te heroverwegen. en overschakelen naar de techniek van nascheiden-vergisten heeft een toename van de hoeveelheid te storten en te verbranden afval tot gevolg. Dit is niet in overeenstemming met het afvalstoffenbeleid. Mijn fractie leest hieruit dat deze ontwikkeling voor de Minister ongewenst is. Maar waarom geeft de Minister dan niet aan welke acties hij wil ondernemen om dit soort ontwikkelingen te voorkomen? Heeft de terughoudendheid van de Minister te maken met de beleidsruimte die gemeenten hebben?

Vrijstelling van de Wet Belasting op Milieugrondslag De CDA-fractie is blij met het standpunt van de Minister m.b.t. het gebruik van secundaire grondstoffen op stortplaatsen. Wat betreft de vrijstelling van de WBM van reststromen die ontstaan tijdens het gereedmaken van afvalstoffen voor hergebruik vindt mijn fractie het antwoord minder bevredigend. Mijn fractie kan het zich voorstellen dat zijn bezwaren voor een groot deel van handhavingstechnische aard zijn: komt een reststroom van een sorteerinstallatie of niet? Is het niet mogelijk om te werken met een certificeringssysteem, dat er voor zorgt dat reststromen van sorteer- en scheidingsinstallaties herkenbaar zijn? Mijn fractie is namelijk van mening dat een branche die haar best doet om hergebruik te bevorderen, het niet verdient om over de daardoor ontstane reststroom de volle mep te betalen.

Overige knelpunten waarvoor (misschien) aandacht gevraagd wordt

Mobiel breken en vast breken in ieder geval gelijke eisen stellen, niet alleen strenge eisen aan vaste brekers gelijke monniken, gelijke kappen

Handhaving Bouwstoffenbesluit, is nu niet eerlijk. Sector pleit voor interprovinciale handhavingteams, Verder stuurt Minister aan op totale risicomijding daardoor wordt de inzet van secundaire bouwstoffen zo goed als onmogelijk (pag. 41 van ozrapport)

Wat betreft het opslaan van afvalstoffen voorafgaand aan het gebruik als bouwstof zegt de minister toe dat er geen vergunning meer nodig zal zijn indien er een grote mate van zekerheid bestaat dat de afvalstoffen ook daadwerkelijk als bouwstof worden toegepast (punt
2.9). Deze formulering is te vaag.

Kamerlid: Eisses-Timmerman

Deel: ' CDA Knelpunten hergebruik afvalstoffen '




Lees ook