CDA

Criteria instemming aandelenvervreemding elektriciteitsbedrijven (300699)

Den Haag, 30 juni 1999

Achtergrond:
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de elektriciteitswet 1998 is de minister middels een motie gevraagd om de Tweede Kamer een notitie voor te leggen over de privatisering van elektriciteits-bedrijven. De notitie dient betrekking te hebben op de beoordeling van verzoeken om instemming met privatisering van elektriciteitsbedrijven waarin het beheer van elektriciteitsnetwerken of de leveringstaak ten aanzien van beschermde afnemers is ondergebracht.

Inbreng:
Voorzitter, allereerst zou ik de minister willen bedanken voor haar brief en de reacties op de moties 66 en 67 van de Kamer. Graag zou ik namens de leden van de CDA-fractie de volgende opmerkingen willen maken:
1. De minister heeft het in de inleiding van haar brief over het Oranje gevoel. Het behouden van een Oranje elektriciteitssector speelt als voorwaarde bij de privatisering geen enkele rol en is naar de mening van de minister in strijd met Europese regelgeving. Overigens ontgaat mij de opmerking van de minister over het oranje gevoel ten ene male. Was het niet de minister die voorstelde dat er een grootschalig produktiebedrijf moest komen om op die manier beter bestand te zijn tegen buitenlandse concurrentie en niet binnen de kortste keren door buitenlandse bedrijven te worden overgenomen? Het CDA "Oranje"gevoel bestaat hierin dat de overheid een belangrijke nutsfunctie moet behouden om zeker te stellen dat een ieder elektriciteit krijgt voor een redelijke prijs. Want de landelijke netbeheerder is belast met de leveringszekerheid hetgeen door de CDA-fractie wordt ondersteund. Dat heeft dus niets te maken met een misplaatst "Oranje"gevoel maar alles met het zeker stellen van een betrouwbare en rechtvaardige elektriciteitsvoorziening voor particulieren en bedrijfsleven.
Overigens staan wij als CDA fractie daarin niet alleen: Zowel de fracties van CDA, PvdA en VVD in de Eerste Kamer waren het er ook over eens dat de minister 100% van het landelijk hoogspanningsnet in handen moest zien te krijgen.

Ik krijg de indruk dat er binnen het kabinet op dit punt sprake is van voortschreidend inzicht, want als ik de NRC van afgelopen maandag mag geloven dan heeft minister Pronk in navolging van de motie Feenstra van vorig jaar zich in soortgelijke bewoordingen uitgelaten over de waterleidingbedrijven.

Voor wat betreft de discussie van het in handen zien te krijgen van de resterende 49% aandelen zei de minister tijdens het debat over de E-wet o.m. dat zij dat niet kon waar maken, omdat zij de aandelen niet in handen had.
Maar ook op dat punt heeft het kabinet een draai gemaakt door in het geval van de waterleidingsector een splitsing te eisen tussen energie en water bij de distributiebedrijven om het overheidseigendom van de waterleidingbedrijven te verzekeren (zie NRC van dinsdag 29 juni 1999), terwijl de overheid ook daar niet de aandelen in handen heeft. Worden er op dit moment daarom pogingen gedaan om alsnog 100% van het hoogspanningsnet in handen te krijgen conform de wens van de CDA-fractie in de tweede kamer en conform de wens van VVD, PvdA en CDA in de eerste kamer.

De redenering die in de brief van het kabinet staat over water geldt onverkort voor de elektriciteitssector. Wat is het verschil? Zou de minister dat kunnen uitleggen?

2. De minister refereert in haar brief diverse keren naar het van rechtswege overgaan van 50% + 1 aandeel naar de staat. (Onderaan pag. 5, laatste alinea pag. 6, bovenste alinea pag. 7, midden pag. 8). Ik zou er op willen wijzen dat de minister zich baseert op een wetsbepaling die niet in werking is getreden. Artikelen 77 a t/m d treden niet in werking dan na advies van de Commissie van wijze mannen, advies van de Raad van State en overleg met beide kamers.

3. Zou de minister kunnen aangeven waarom haar beslissing voor instemming met de voorgenomen verkoop van UNA-aandelen aan Reliant met 13 weken is vertraagd? Zijn er redenen die de Kamer niet kent maar wel behoort te weten? De leden van de CDA-fractie zouden graag van de minister willen weten welke knelpunten in het overleg tussen de minister en Reliant nog uitstaan.
Waarom is de termijn van 13 weken zo belangrijk? Staat dat in het contract met Reliant? Wat denkt de minister op 3 september meer te weten dan nu? Heeft het advies van de commissie van wijze mannen daarop betrekking?
Maar de commissie rapporteert toch niet eerder dan in oktober?

4. Is het waar dat de minister nu van Reliant een garantie eist voor het geval van insolvabiliteit van UNA; waarom wordt dat nu geeist? Dat is toch ook niet door de kamer gevraagd.

5. Zou de minister in dit verband kunnen aangeven hoe wordt omgegaan met het 12,5% belang van UNA in het hoogspanningsnet? Vindt hier afscheiding plaats voordat de aandelen in het eigendom van Reliant overgaan?

6. Voorzitter, de CDA-fractie maakt zich ernstig zorgen over het mogelijk niet doorgaan van de deal tussen Reliant en UNA en wel om de volgende redenen:
a. Reliant voelt zich op het verkeerde been gezet gezien de krantenberichten van de afgelopen dagen. Reliant voelt zich steeds meer verstrikt geraakt in allerlei politieke verwikkelingen. Een paar voorbeelden;
b. De bakstenen zijn niet duidelijk geregeld.
c. De garantieverplichting die nu wordt geeist. d. In de klimaatnota worden de bedrijven mogelijk verplicht om centrales van kolen op gas om te bouwen.
e. De goedkeuring voor de aandelenoverdrachten die maar niet wordt gegeven.

Vindt u het gek dat Reliant vraagtekens plaatst bij de Nederlandse overheid?
Het niet doorgaan van de deal zal vele miljarden kunnen kosten; niet alleen dat de prijs van 4,5 miljard niet zal worden gerealiseerd maar het zal ook een negatief effect hebben op de prijs van de andere bedrijven. De aandeelhouders, gemeenten en provincies zullen hier niet blij mee zijn.

7. Voorzitter, de minister schrijft onder par B ontwikkeling Toezicht dat in beginsel alleen instemming met privatisering van regionale netbedrijven tot 2000 van ten hoogste 33% kan worden verleend en tot 2002 alleen met een privatisering van 49%. De reden daarvan is o.a. dat het toezicht dat de Dte uitvoert op basis van de elektriciteitswet zich in de jaren nog verder dient te ontwikkelen. Voorzitter hier zit nu precies het venijn. De minister geeft aan dat de Dte als toezichthouder nog niet tot volle wasdom is gekomen. De Dte is een kamer van de Nma. Er komt een wetsvoorstel om de Nma binnenkort een ZBO (zelfstandig bestuursorgaan) status te geven. De CDA-fractie is niet geporteerd van de Nma vroegtijdig een ZBO te maken. Hoe gaat dat uitpakken? Weten we niet!
Voorzitter zolang dit niet goed geregeld is, is het te riskant om een publiek monopolie in private handen te geven. Dat is een onaanvaardbaar risico. Alles staat of valt met het toezicht. Dit zou zon enorme verandering betekenen dat dan ook niet vroegtijdig over privatisering kan worden beslist.
Eerst ervaring opdoen met het toezicht. Dat is ook altijd het motto geweest. De Dte moet op orde zijn! Niet het feit of de netbeheerder er klaar voor is!

8. Zou de minister ook kunnen aangeven hoe het staat met de instemming m.b.t. het aanwijzen van de onafhankelijke netbeheerders door de elektriciteitsbedrijven? En met de aangevraagde vergunningen voor het leveren aan beschermde afnemers? Heeft u kennis genomen van het interview in het blad Prospect met de heer Van den Heuvel van ENECO waarin hij stelt dat geen van de netbeheerders nog een goedkeuring heeft gekregen, ook Tennet niet van EZ?
Waar zitten de knelpunten dat de goedkeuring en vergunningen nog steeds niet zijn verleend?
Hoe kan de Dte in zon situatie toezicht houden? Wat is het beleid van de minister in dezen?

Voorzitter concluderend heeft de CDA fractie geen problemen met het verlenen van toestemming door de minister voor de privatisering van de produktiebedrijven en de distributiebedrijven. V.w.b. de produktiebedrijven met de bakstenen er in graag. V.w.b. de distributiebedrijven hebben we ook geen problemen want de wet regelt in detail de levering aan beschermde afnemers. Daar heeft de verkoop van een distributiebedrijf geen enkele invloed op. Wij zijn tegen privatisering van Tennet maar willen wij een 100% overheidsdeelname in het landelijke hoogspanningsnet vanwege de nutsfunctie.
Voor wat betreft de regionale netbeheerders is onze opvatting: niet privatiseren,zolang het toezicht niet wie am Schnürchen functioneert. Dat weten we niet eerder dan de evaluatie in 2002 van de wet. Graag een toezegging van de minister.

Kamerlid: J.L. van den Akker

Deel: ' CDA over aandelenvervreemding elektriciteitsbedrijven '




Lees ook