CDA

: Tweede Kamer : Centrum voor foto, film en media technologie (091299)

Centrum voor foto, film en media technologie (091299)

Den Haag, 9 december 1999

Voorzitter,

De discussie over het nieuw op te richten Centrum voor Foto, Film en Media technologie, begint het karakter van een soapserie te krijgen.

Onderweg naar de culturele Goudkust van het Rotterdamse Las Palmas kent het proces Goede en Slechte Tijden.
Wie wil met wie, en nog belangrijker in dit geval, wie wil waar? En op het moment dat een besluit genomen lijkt te zijn, haakt één van de partners af en is onduidelijkheid en spanning weer troef.

In de discussie over de locatie voor het centrum voor beeldcultuur heeft de staatssecretaris de CDA-fractie nadrukkelijk aan zijn kant gevonden. Dat is wel eens anders in het cultuurdebat.

Ook wij vinden, ik herhaal het nog maar eens, dat het nieuwe centrum een culturele instelling moet zijn. Een plaats waar kunstenaars moeten kunnen experimenteren met nieuwe media en met de combinatie van oude en nieuwe media.

Wij vinden de museale functie van belang en de stimulerende werking naar een zo breed mogelijke omgeving.

Wij vinden samenwerkingsverbanden met instellingen op alle niveaus noodzakelijk met gebruikmaking van alle nieuwe technologische ontwikkelingen.

Wij willen een duidelijk waarneembaar, geprofileerd centrum. Een concentratie van faciliteiten.
Daarbij dienen instituties in de Regio nadrukkelijk te worden betrokken, zoals het Noorderlicht in Groningen en het Prentenkabinet in Leiden.
Naar onze mening biedt het plan Las Palmas in Rotterdam de beste kansen en mogelijkheden voor een dergelijk toekomstgericht centrum met internationale allure.
De Raad voor Cultuur is tot dezelfde conclusie gekomen en heeft tot drie keer toe de plannen inzake Las Palmas aanbevolen.

De keuze van de staatssecretaris op 18 november om het nieuwe centrum in Rotterdam te vestigen, heeft dan ook van harte de instemming van de CDA-fractie.
Temeer daar de staatssecretaris de publieksfunctie in Amsterdam heeft veiliggesteld door het toekennen van financiële middelen.

Het onverwachte besluit van het Nederlandse Filmmuseum, één van de initiatiefnemers, om niet langer te participeren, is niet alleen voor de staatssecretaris verbazingwekkend, maar ook voor mijn fractie. De CDA-fractie prijst de staatssecretaris voor zijn standvastigheid om de keuze voor het Las Palmas plan die hij op 18 november maakte, niet te laten frustreren door het afhaken van het Filmmuseum.

Voorzitter,

De vraag hoe het kan gebeuren dat in een instelling drie actoren: bestuur, directie en ondernemingsraad, zo langs elkaar heen werken, hoeft niet hier in de Tweede Kamer beantwoord te worden.

Voor mijn fractie is het van belang te weten wat de inhoudelijke en financiële consequenties zijn van het afhaken van het Filmmuseum. Kan de staatssecretaris daarover duidelijkheid geven? Ik heb vernomen dat er een gesprek heeft plaatsgevonden met het Filmmuseum. Wellicht kan de staatssecretaris mededelen wat nu de stand van zaken is. Verder wil mijn fractie graag van de staatssecretaris vernemen hoe het is met de invulling van de voorwaarden die hij op 18 november jongstleden stelde aan Rotterdam.
Mijn fractie heeft er vertrouwen in dat aan deze voorwaarden kan worden voldaan.
Hoe ver is de Gemeente Rotterdam gevorderd op dit moment?

Tenslotte moet mij van het hart dat de gehele procedure bepaald niet de schoonheidsprijs verdient.
Het lijkt er toch sterk op dat de staatssecretaris niet duidelijk genoeg geweest is in zijn voorwaarden, toezeggingen en afwijzingen naar verschillende gesprekspartners.
De staatssecretaris heeft de kool en de geit willen sparen, met het gevolg dat zaken onduidelijk blijven en uitnodigen tot onverstandige acties die de motivatie tot vernieuwende samenwerking schadelijk beïnvloeden.

De CDA-fractie dringt er bij de staatssecretaris op aan om in het vervolgtraject zorgvuldiger en duidelijker op te treden zodat aan de oprichting van het Centrum voor Foto, Film en Media technologie, met voortvarendheid kan worden gewerkt.

Voorzitter,

De Raad voor Cultuur heeft drie keer positief ten aanzien van het Rotterdamse plan geadviseerd. De staatssecretaris zelf heeft voor het Rotterdamse plan gekozen en dit nog eens bevestigd. Er zijn in het Rotterdamse toezeggingen gedaan, waaraan niet meer te tornen valt.
Mijn fractie vindt dat belanghebbenden niet langer mogen spartelen in onzekerheid.
Zij hebben recht op duidelijkheid.

Kamerlid: Marry Visser-van Doorn

Deel: ' CDA over Centrum voor foto, film en media technologie '




Lees ook