CDA

: Tweede Kamer : Gasboringen in de Waddenzee (091299)

Gasboringen in de Waddenzee (091299)

Den Haag, 9 december 1999

Betreft: ongedateerde brief van het kabinet, ontvangen op 7 december 1999 over de gasboringen in de Waddenzee.

De CDA-fractie heeft in haar eerste reactie op deze brief gesproken van een non-besluit, zij kwalificeerde de brief als voor elk van wils en vlees noch vis. Waarom? Omdat het kabinet zegt thans geen basis aanwezig te achten om de gevraagde vergunningen te verlenen. Het kabinet spaart de VVD-kool: de twijfel is gereduceerd, maar ook de PvdA-geit: niet alle onzekerheden zijn weggenomen. Hier rijst onmiddellijk de vraag hoe diezelfde PvdA met deze brief kan leven, zulks met name gelet op de nog maar enkele weken geleden nagenoeg kamerbreed aangenomen motie van deze partij waarvan ik gemakshalve het dictum hier nog maar eens herhaal: verzoekt de regering zich hierbij te laten leiden door het voorzorgbeginsel en derhalve geen nieuwe mijnbouwactiviteiten in het waddengebied toe te staan.

De brief van de regering maakt het mogelijk dat de discussie over wel of niet boren elk moment weer de kop opsteekt.
Er staat immers: De komende jaren zullen worden benut om voortschrijdend inzicht te krijgen in de vraag of de resterende onzekerheden over de mogelijkheid tot het vervullen van sluitende voorwaarden kunnen worden weggenomen. Weer zon zin die zowel inhoudelijk als taalkundig de toets der kritiek niet kan doorstaan. Men kan van te voren nooit weten òf men voortschrijdend inzicht zal ontvangen, want dat is pas achteraf vast te stellen. En of een voorwaarde vervuld zal worden, weet men helaas ook pas achteraf. Hoe dan ook: men gaat de komende jaren na of de resterende onzekerheden kunnen worden weggenomen. Waarover? Over mogelijke blijvende aantasting met een streep onder blijvende. Hier nu schuilt een extra probleem. Het gaat helemaal niet over blijvend nadeel of, zoals ook wel is geformuleerd onherstelbare schade. Iedereen loopt in dit debat, de regering voorop, op het verkeerde been. Ik citeer ter adstructie van deze stelling art. 12, eerste lid van de Natuurbeschermingswet voorzover van belang Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister .. handelingen te verrichten, te doen verrichten of te gedogen, die schadelijk zijn voor het natuurschoon of voor de natuurwetenschappelijke betekenis van een beschermd natuurmonument of die een beschermd natuurmonument ontsieren.

Op dit artikellid bestaat uitvoerige jurisprudentie. Deze komt er in de kern op neer, dat handelingen die schade tot gevolg hebben voor de wezenlijke kenmerken van het beschermd natuurmonument vergunningplichtig zijn, of ze nu worden verricht in of buiten het natuurmonument (Afd. bestuursrechtspraak Raad van State 31 jnauari 1994, G 10.91.0017). Art. 12 heeft dus ook externe werking! Nergens rept de wet van blijvende aantasting of onherstelbare schade.

Het is dus niet daarop dat dit nader onderzoek zich zal moeten richten, maar op de vraag: veroorzaken gasboringen schade aan het Waddengebied.

De CDA-fractie zal gaarne met name van de staatssecretaris van LNV vernemen hoe zij art. 12 NB-wet interpreteert.

Omdat uitgebreidere nulmetingen en uitgebreidere monitoringen (zie de brief van het kabinet) nodig zijn, is een termijn van enkele jaren stellig te kort om de vereiste zekerheid te krijgen, als dat überhaupt ooit mogelijk is. De suggestie van de CDA-fractie, gedaan in juni jl. om tot een nieuw moratorium van 10 jaren te besluiten was daarom verre te prefereren geweest. Het valt sterk op dat ook de PvdA bij monde van haar fractieleider thans in deze richting denkt, hij heeft immers voorgesteld een besluit om niet te boren voor 10 jaar vast te leggen in de komende PKB-Waddenzee. Zon besluit heeft kracht van wet. De CDA-fractie daagt de PvdA uit om dit standpunt heden in het debat uit te dragen!
De uitgangspunten zijn sedert juni 1999 geenszins veranderd: er bestaat geen enkele economische noodzaak om tot winning van het waddengas over te gaan, in tegendeel. Daar is nog een nieuw feit van economische aard bijgekomen zoals blijkt uit de brief van het kabinet. Het is inderdaad van belang, zo vindt de CDA-fractie, om de opsporing en winning van gas uit de kleine velden op het continentaal plat te intensiveren; door niet tot winning van gas uit de Waddenzee over te gaan, komt het accent juist meer te liggen op die kleine velden. De CDA-fractie neemt met instemming kennis van het voornemen van het kabinet om de voorwaarden voor mijnbouwactiviteiten op het continentaal plat te verbeteren.
De CDA-fractie kijkt inmiddels met grote belangstelling uit naar het standpunt van de PvdA over moratorium van 10 jaar op gasboringen in de Waddenzee, neer te leggen in de betreffende PKB.

Kamerlid: P.C.E. van Wijmen

Deel: ' CDA over gasboringen in de Waddenzee '




Lees ook