CDA

ID-banen en Sluitende aanpak (150200)

Den Haag, 15 februari 2000

Inbreng:

Instroom/Doorstroom banen (ewlw)

1 De werving voor de I/D-banen in toenemende mate moeilijk zal worden vanwege doelgroep-afroming. De minister verwacht dat gemeenten in toenemende mate moeite zullen moeten doen om I/D-kandidaten te werven. De WIW zal voor moeilijk plaatsbaren als opstapje gaan fungeren. (vraag 9). Met als gevolg dat de markt en I/D wervers beiden aan de werknemer gaan trekken. Graag een reactie.

Flexibele invulling

2. Denkt de minister dat de gemeenten zich zullen getroosten om de steeds moeizamer wordende werving te realiseren? Uit de experimenten met sociale activering van fase-4 bijstandsgerechtigden blijkt dat voor velen van hen perspectief op een baan bestaat. Op welke wijze denkt de minister er voor te zorgen dat bijstandsgerechtigden in fase 4 het zo noodzakelijke duwtje in de rug te geven om uit de passiviteit te komen? Hoe stuurt de minister in dit verband gemeenten ( als Tilburg) aan, die fase-4 uitkeringsgerechtigden een hengel en visvergunning geven en voor hen de sollicitatieplicht opheft?

En hoe stuurt de minister flexibel aan op onderuitputting in de ene gemeente en een mogelijk tekort aan I/D-banen in andere gemeenten (bijv, in plattelandsgebieden met een specifieke problematiek)? Overigens moet er voor I/D banen ook sprake zijn van een verplichtende aanpak. Een aanbod kan niet zomaar worden geweigerd. In antwoord op de vragen van de Kamer (11) stelt de minister dat bij het niet invullen van de i/dbanen in de zorg, deze banen ook elders mogen worden ingezet. Dit is in strijd met het eerdere voornemen dat de banen ook gespreid zouden moeten worden ingevuld. En dat, terwijl de minister eerder in deze Kamer heeft aangegeven dat hij verwachtte dat door ook de I/D-banen in de zorg te laten uitvoeren door de gemeente, deze banen eveneens naar de maximale bezetting zouden kunnen toegroeien. Wat is er veranderd in die visie, gelet op het feit dat de personeelsprobelemen in de zorg legio zijn?

Een ander punt betreft de eisen die worden gesteld aan de I/D-ers. Het voorbeeld van de tramconducteurs maakt schrijnend duidelijk dat er sprake is van een mismatch in het verwachtingspatroon bij werkgevers, ten aanzien van de criteria waaraan id-ers kunnen voldoen. Hierdoor verleggen ook gemeenten hun wervingsfocus naar ww-ers, wao-ers en herintredende vrouwen. Is hier geen sprake van het aanboren van de doelgroep die niet wordt beoogd met de regeling?

Uitstroom

3. Daarnaast is nog een ander probleem in het geding. Bij de I/Dbanen gaat het om structurele banen. Welke prikkel heeft een werkgever om iemand te stimuleren om uit te stromen als er steeds minder zicht is op eenvoudige vervanging? (je weet wat je hebt en niet wat je krijgt.) Bovendien is de kans groot dat de opvolger van de uitstromer meer begeleiding en extra aandacht vraagt. Op welke wijze wordt overigens toegezien op de mate van scholing en begeleiding binnen de arbeidsorganisatie? Wil de minister daar op in gaan, temeer daar dit in de praktijk een van de knelpunten blijkt te zijn. Hoe denkt de minister over het aanstellen van een casemanager, die mede gelet op de uitvoering van de motie Kamp, verantwoordelijk is voor het gehele traject en de begeleiding van de I/D-er vanuit de gemeente? Slechts een derde van alle I/Ders stroomt uit naar een andere baan. Onbekend is waar de andere uitstromers heengaan. Hoe wordt dit binnen de vernieuwde regeling gemeten nu blijkt dat cvcs/ib etc. nog niet functioneren?
De minister heeft desgevraagd geen mening over het hoge ziekteverzuim in Amsterdam onder I/D-ers (27%). Onder de op zich terechte opmerking dat het hier om de verantwoordelijkheid van de werkgever handelt, vermijdt hij de vraag hoe het zit in andere gemeenten. Uit de reactie van de PvdA-fractie tijdens een radio-uitzending, eind november 1999 valt op te maken dat de minister categorisch weigert om een onderzoek naar de kwaliteit van de arbeid, het ziekteverzuim en de uitstroom uit de I/D (en WIW ) te onderzoeken. Klopt het dat hij desgevraagd door zijn eigen fractie een dergelijk onderzoek heeft geweigerd? Is hij wel bereid de door de PvdA-fractie aangekondigde tournee langs gemeenten, om het dan zelf maar te gaan uitzoeken, te faciliteren? Is deze tournee overigens reeds gestart volgens de minister? In de praktijk blijkt dat het soms voor werkgevers maar ook voor potentiële I/D-ers niet altijd mogelijk is om direct een baan in te vullen dat de afhankelijkheid van de uitkering wordt opgeheven. De vraag is of de minister ook bereid is om zowel in de Wiw als binnen de I/D-banen het ook mogelijk te maken om stapsgewijs via een deeltijdbaan, gecombineerd met een opleiding/training, een I/D-er naar een volledige baan te laten toe groeien.

De arbeidsmarkt is meer overspannen dan ooit tevoren. Met meer dan 200.000 vacatures groeit bij mijn fractie de twijfel over de toegevoegde waarde van de I/Dbanen als arbeidsmarktinstrument. Dat klemt nog extra omdat zowel de huidige als de nieuw te creëren gesubsidieerde banen zich uitsluitend in de overheids- en non profitsfeer bevinden. Juist nu, zou veel meer gekozen moeten worden voor het bij elkaar brengen van werklozen en gewone banen, waarbij voor een korte of langere periode heffingskorting of vlw-achtige regelingen worden toegepast. Daarbij is nadrukkelijke aandacht nodig voor begeleiding en scholing van de werknemer. Een dergelijke werkwijze heeft de charme van de eenvoud, is uitvoerbaar en controleerbaar en voorkomt bovendien tweedeling tussen de normale werknemers en de i/d-ers.

Sluitende aanpak.

4. De CDA-fractie is verheugd over de voorspoedigheid waarmee de sluitende aanpak lijkt te worden gerealiseerd. Maar over welke sluitendheid hebben we het dan eigenlijk? Hoe wordt sluitende aanpak precies gedefinieerd? De sluitende aanpak mag niet stoppen bij de plaatsing van een werkzoekende. Van sluitende aanpak kan pas dan sprake zijn als blijkt dat de plaatsing ook duurzaam is. In die zin moet worden aangesloten bij die reïntegratietrajecten, waarbij de succesfactor wordt gemeten, een half jaar na plaatsing. Pas als dan sprake is van zicht op een aanstelling voor onbepaalde tijd, kan worden gesproken van een sluitende aanpak. Deelt de minister deze opvatting? Zo ja, op welke wijze zorgt hij er vervolgens voor dat bij alle uitvoerders van de sluitende aanpak-trajecten deze definitie ook zal worden gehanteerd? En wat betekent dit voor de wijze van financiering? Waar blijft overigens het monitoringssysteem voor de sluitende aanpak? En op welke wijze wordt onderzoek gedaan naar duurzame resultaten? In het lisv-blad geeft onderzoeker Pool aan dat er veel te weinig gericht onderzoek wordt gedaan naar succes en slaagfactoren van reïntegratietrajecten. Hij zit niet ver bezijden de waarheid als je ziet hoe erbarmelijk weinig antwoorden de minister blijkbaar heeft, als het gaat om inzicht en overzicht in inhoud en resultaat van tal van regelingen. Wanneer komt dat monitoringsysteem?

5. Mijn fractie is ingenomen met de nadrukkelijke aandacht die de minister ook in deze brief besteedt aan de positie van langdurig werklozen. Bij gemeenten wordt 2/3 van de trajecten ingezet voor cliënten in fase 4. In het onlangs uitgebrachte advies van de taskforce minderheden en arbeidsmarkt, wordt opgemerkt dat 125.000 allochtonen tot de groep langdurig werklozen behoren. Een van de grootste problemen is het niet voldoende beheersen van de Nederlandse taal en het gebrek aan vakopleiding.

De CDA-fractie vindt dat het hoog tijd wordt om taalonderwijs en een praktische vakopleiding (ambachtsschool-achtig) voor allochtone werkzoekenden mogelijk te maken in het kader van arbeidsmarkt-toegeleiding. Aangesloten kan worden bij de voorzieningen die thans worden ingezet in het kader van de win. De ROCs hebben de infrastructuur en de gemeenten kennen het klappen van de zweep als het gaat om de begeleiding van win (of onderdelen daarvan). Budgettair kan het geen probleem zijn. Vorig jaar bleef meer dan 200 mln. over van het reïntegratiebudget. Hoe gaat de minister dit aanpakken? Geen vishengel en sociaal isolement, maar integratie en participatie via de arbeidsmarkt.

6. Bij arbvo is de sluitende aanpak sneller uitgebreid naar de regios dan was voorzien. Hoe ziet het beeld landelijk er op dit moment uit? In welk tempo wordt de sluitende aanpak binnen alle RBAs geïntroduceerd? Welke betekenis kan dit overigens hebben voor de voorgenomen verdeling van de ESF-gelden? Voor de komende periode wordt voorgesteld geen schotten aan te brengen tussen de inzet van ESF-sluitende aanpak en de bestijding van langdurige werkloosheid. Mijn fractie heeft daar grote aarzelingen bij. Zodra het economisch tij omslaat de komende 6 jaar, dan zitten vooral langdurig werklozen direct in de gevarenzone voor wat betreft reïntegratie. Het ligt toch veel meer voor de hand om vanwege de voorspoedige ontwikkeling van de sluitende aanpak de ESF-gelden maximaal in te zetten voor langdurig werklozen en het voorkomen van werkloosheid door scholing voor werkenden? Dit temeer, daar veel regios alsook de VNG aangeven grote moeite te hebben met de voorgestelde verdeling van de ESF-gelden, omdat daardoor de problemen voor langdurig werklozen in die regios naar verwachting zullen toenemen. De CDA-fractie wil overigens over de verdeling van de ESF-gelden nog een apart overleg met de minister. Op de voorlopige keuze van de minister voor de verdeelsleutel ESF valt heel wat af te dingen.

7. Kan het Lisv overigens inmiddels wel aangeven om hoeveel trajecten en om welke uitvoeringskosten het naar schatting zal gaan bij de UVIs? Merkwaardig is dat het LISV wel aangeeft dat dit jaar de sluitende aanpak kan worden gerealiseerd, zonder in staat te zijn aan te geven om hoeveel trajecten het gaat. Kan de minister dit verklaren? Over de uitvoeringskosten van de trajecten heeft de Kamer het al eens gehad. Toen kon de minister niet meer inzicht in de opbouw van de uitvoeringskosten bieden. Kan hij dat inmiddels wel?

PM. Hier reeds inspelen op de uitvoerings-organisatie bij gemeenten (maatschappelijke onderneming)

Kamerlid: Gerda Verburg

Deel: ' CDA over I/D-banen en Sluitende aanpak '




Lees ook