CDA

: Tweede Kamer : Onderwijs aan asielzoekerskinderen (220699)

Onderwijs aan asielzoekerskinderen (220699)

Den Haag, 22 juni 1999

Dank aan de beide staatssecretarissen voor hun komst. De brieven naar aanleiding waarvan wij dit algemeen overleg voeren en de aanvullende informatie die de afgelopen weken bij ons in de postvakjes te vinden was betreffen vooral praktische problemen rondom de uitvoering van het naar gemeenten gedecentraliseerd beleid.

Hoofdprobleem ligt in het feit dat de regelingen die vanuit de ministeries van onderwijs en justitie geboden worden voor het onderwijs aan asielzoekerskinderen niet kostendekkend is.

Wat mij betreft hebben gemeenten gelijk wanneer zij stellen dat dat niet zo mag zijn. De wet stelt dat de komst van asielzoekerscentra geen extra kosten voor gemeenten met zich mee mag brengen en dat zou dus in de praktijk ook zo moeten zijn.
De materiële vergoeding per kind moet overeenstemmen met het gewicht wat in het onderwijs aan dit kind wordt toegekend zodat er een reeële formatie kan worden toegerekend. Op dit moment is dat niet het geval. Het kind wordt een gewicht van 1.9 toegekend terwijl de materiele vergoeding gebaseerd is op een gewicht van 1.45.

Het feit dat door ontbreken van adequate financiering in het voortgezet onderwijs wachtlijsten zijn ontstaan voor de internationale schakelklassen vind ik echt onacceptabel. Ik heb hier de namen van 6 gemeenten waar al met een wachtlijst gewerkt wordt. Zijn de staatssecretarissen hiermee bekend en wat denken ze hieraan te gaan doen?

Kinderen mogen niet de dupe worden van procedureproblemen of financiële tekorten en dat is nu het geval.

De reacties vanuit de diverse gemeenten laat zien dat we, wanneer de regelingen zo blijven als ze zijn, het draagvlak voor de opvang in het onderwijs van kinderen van asielzoekers drastisch af zal nemen vanwege de financiële problemen. We weten allemaal dat er een nog grote instroom van asielzoekers te verwachten is en ik hoop dan ook dat de staatssecretarissen zich snel willen beraden op oplossingen voor knelgevallen en zich flexibel en aandachtig willen opstellen wanneer gemeenten met goede initiatieven komen die extra ondersteuning waard zijn. Nogmaals, kinderen mogen van de situatie niet de dupe worden.

Ik wil besluiten met een aantal concrete vragen:

1. Heeft de staatssecretaris van onderwijs kans gezien om aanvullende maatregelen te treffen om gemeenten die in de knel zitten, zoals Werkendam, van aanvullend buget te voorzien zoals u aangegeven wordt in de brief van 10 juni dit jaar?

2. Zijn beide staatssecretarissen over deze specifieke problematiek in overleg geweest en zien zij kans de toegankelijkheid en inzichtelijkheid van de regelingen te vergroten door hiervoor één loket aan te wijzen?

3. Kunt u het onderwijs aan deze kinderen zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs kostendekkend maken zoals de wet dat voorschrijft? Heeft u daartoe al concrete plannen? En, in het licht daarvan, is in de begroting ruimte om de te verwachten toestroom van asielzoekerskinderen op te vangen?

4. Is het mogelijk om gemeenten en scholen meer zekerheid te geven omtrent de middelen die ze toegewezen krijgen door niet eens per 4 maanden maar eens per jaar een telling te hanteren?

5. Is het, mede met het oog op de te verwachten toestroom niet redelijk om de tegemoetkomingsregeling bij exceptionele gevallen te continueren? Dit zou de bereidheid van gemeenten om opvang te blijven geven aanzienlijk kunnen vergroten. Ik denk hierbij aan het specifieke geval van het opvang en onderzoekscentrum voor asielzoekers in Ede.

6. Deze en andere gemeenten maken melding van het feit dat over de te ontvangen middelen voor het onderwijs aan instromende asielzoekerskinderen, het aandeel van de uitkering die de gemeente al ontvangt in het kader van het gemeentelijk
onderwijsachterstandenbeleid (GOA) in mindering wordt gebracht. Daardoor kunnen eerder gemaakte afspraken met scholen voor het lopende schooljaar op de tocht komen te staan. Dit gaat ten koste van de kinderen en ten koste van scholen om met enthousiasme het beleid uit te voeren. Wat denkt u hieraan te aan doen?

7. Wachtlijsten in het onderwijsachterstandenbeleid vind ik echt onacceptabel. Ik vraag dan ook met klem aan beide staattssecretarissen of zij hier weet van hebben en of zij op korte termijn dit probleem het hoofd willen bieden.

Nogmaals, wil het onderwijs aan kinderen van asielzoekers goed verlopen, dan zal er voldoende draagvlak en enthousiasme moeten zijn bij alle uitvoerende partijen. Een anti-stemming bij gemeenten en scholen moet worden voorkomen zodat de kinderen niet de dupe worden. Ik hoop dan ook dat de staatssecretarissen de financiële en bureaucratische problemen kunnen wegnemen om dat te garanderen.

Tot zover mijn inbreng in eerste termijn voorzitter.

Kamerlid: Clémence Ross-van Dorp

Deel: ' CDA over onderwijs aan asielzoekerskinderen '




Lees ook