CDA

: Tweede Kamer : Plan Voortijdig Schoolverlaten (300999)

Plan Voortijdig Schoolverlaten (300999)

Den Haag, 30 september 1999

Voortijdig schoolverlaten is een onderwerp dat al lange tijd de belangstelling van de politiek heeft. Wanneer we kijken naar het beleid van de afgelopen jaren zoals onderwijsvoorrangsbeleid en onderwijsachterstandsbeleid dan is wel duidelijk dat het beleid lang niet op alle punten succesvol is geweest. Heel kort door de bocht zijn soms de resultaten het laagst waar de bijdrage van de overheid het hoogst was. Op zijn minst kun je zeggen dat het onduidelijk is of het ingezette geld ook dat resultaat heeft gehad wat voor ogen stond bij het beschikbaar stellen van het geld. Ook het feit dat veel onderwijsinstanties niet eens kunnen uitleggen wat het resultaat van dit extra geld is geweest noopt tot herbezinning.

Een belangrijke conclusie is in ieder geval dat het probleem veel ingewikkelder is dan we wel eens denken. Het gaat niet alleen om kinderen met ouders in de lagere inkomensklasse of alleen om allochtonen. Lang niet iedere schoolverlater heeft dezelfde problemen die tot dat schoolverlaten aanleiding zijn geweest. En niet voor iedere schoolverlater zijn de problemen die daardoor ontstaan even ernstig.

Voor onze hoog ontwikkelde maatschappij is het van essentieel belang dat leerlingen startkwalificaties bereiken voor de maatschappij. Zonder zon kwalificatie kan een bedrijf of instelling de starter niet gebruiken. Omgekeerd heeft de starter er alle belang bij in de maatschappij mee te kunnen doen. Basis daarvoor is een goede opleiding. Zo kun je stellen dat voor individu en maatschappij een goede opleiding essentieel is. Investeren in een plan van aanpak voortijdig schoolverlaten is dan ook van groot belang.

Bekendheid met de problematiek van het voortijdig schoolverlaten is essentieel om tot oplossingen te kunnen komen. Registratie is dan essentieel. Het kan niet zo zijn dat door een gebrek aan registratie niet gezegd kan worden wat er met de voortijdig schoolverlaters is gebeurd. Dit frustreert oplossingen. Is de staatssecretaris van mening dat een onderwijsnummer gemist kan worden als basis voor een goede registratie. Uit onderzoek blijkt dat veel gemeenten onvoldoende doen aan leerplichthandhaving. Van de zijde van gemeenten wordt gezegd dat gemeenten ook nooit een adequate vergoeding voor leerplichthandhaving hebben gekregen en men becijfert de kosten daarvoor op 35 miljoen. Is de staatssecretaris van mening dat de leerplichthandhaving zonder extra middelen bij de gemeenten toch voldoende uit de verf zal komen? De leerplichtambtenaar wordt de spin in het web genoemd bij het plan van aanpak voortijdig schoolverlaten. Het CDA onderschrijft deze stelling, maar zal dat ook praktijk zijn alle gemeenten en dan direct of indirect via de RMCs. Graag de visie van de staatssecretaris. Het CDA vindt een duidelijke landelijk vergelijkbare leerplichtadministratie nodig. Is deze administratie binnenkort voorhanden. Welke acties worden hiervoor ontwikkeld?

We zijn er natuurlijk niet met een goede administratie. Het gaat erom hoe voorkomen we het voortijdig schoolverlaten en waar het optreedt hoe krijgen we de jongens/meisjes weer terug naar het onderwijs. Duidelijk is dat je hier geen algemene oplossing voor elk probleem hebt. Maatwerk toegesneden op het individu is nodig. Maar zelfs dan ben je er niet. Een individu staat niet los van zijn omgeving. Zaak is dus de omgeving / ouders daarbij te betrekken. Vanuit het CDA hebben we een en ander maal het belang van gezin en familie voor tal van terreinen in de samenleving benadrukt. Dat geldt ook hier. Preventie van het voortijdig schoolverlaten heeft voor het CDA zeer hoge prioriteit. De preventie vraagt om een goed registratiesysteem van het verzuim. Wanneer gaat een leerling verzuimgedrag vertonen. Wat is de oorzaak? Schiet de leerlingbegeleiding op school daar adequaat op in. Worden er samen met de leerlingen, ouders en de school direct oplossingen gezocht en gevonden. Zo niet, wordt dan de leerplicht ambtenaar en het RMC snel ingeschakeld. Voorkomen moet worden dat de leerling gaat verzuimen en er voorlopig niets gebeurt. De school moet de leerling niet loslaten voordat een andere instantie die zorg heeft overgenomen. In een betrokken samenleving, zoals het CDA die graag ziet, laten we zon leerling niet uit het oog verdwijnen.

Het CDA wil er wel op wijzen dat van de scholen zelf, de onderwijsgevenden niet veel extra werk op dit terrein verlangd mag worden. We weten allen dat de functie van onderwijsgevenden al zwaar is en we moeten voorkomen dat er steeds extra taken bijkomen. Als er extra menskracht nodig is moet die ook door de overheid geleverd worden.

Helaas zal preventiebeleid niet altijd voortijdig schoolverlaten kunnen voorkomen. Er komen genoeg situaties genoeg voor waar het slechts met grote inspanning zal gelukken deze jongeren weer terug te leiden naar het onderwijs of naar een combinatie van werk en onderwijs. Begeleiding van deze jongeren vraagt een individuele aanpak. Er moet vertrouwen en begrip ontstaan tussen begeleider en de jongeren waar het omgaat. Kan de staatssecretaris inzicht geven in de resultaten van trajectbegeleiding van risicojongeren door RMCs? Welke sancties zijn er wanneer een leerling weigerachtig blijft om mee te werken. Vindt er registratie van dit gegeven plaats? Uit inspectieonderzoek blijkt dat er 40 thuiszitters in het (voortgezet) speciaal onderwijs waren. Relatief weinig, maar altijd te veel omdat voor ouders en kinderen in de thuissituaties onhoudbare situaties kunnen ontstaan. Een paar vragen dringen zich op:


1. Wanneer is het niet mogelijk een kind niet langer op de school te houden die hij/zij bezocht voor de aanvraag tot plaatsing op het voortgezet speciaal onderwijs?


2. Gaat het hier om de moeilijkste categorie van het ZMOK die door regionale expertisecentra niet geholpen kunnen worden en geplaatst moeten worden op de landelijke centra? Zo ja, is de financiering voor deze plaatsen samen met VWS wel voldoende geregeld?

U heeft 61 miljoen. Hiervan wordt 48 miljoen besteed in de grote steden juist voor de risicojongeren. De 12 miljoen voor de RMCs gaat naar 39 RMCs, dus ook naar de RMCs in de grote steden. Dit betekent dat 54 miljoen van het budget van 61 miljoen naar de grote steden gaat. Met alle begrip voor de grote steden problematiek vinden wij dit te gek. De problematiek van het voortijdig schoolverlaten speelt ook in de regio, ook op het platteland. Preventiebeleid is overal nodig.

Resumerend stelt het CDA dat:


-De nota voortijdig schoolverlaten veel positieve zaken bevat.
-De problematiek een voortvarende aanpak vraagt
-Dat preventiebeleid wat meer geaccentueerd moet worden.
-Wij voor de niet-grote steden extra geld wensen. Wij denken voorshands aan 10 miljoen.

Kamerlid: A. Mosterd

Deel: ' CDA over Plan Voortijdig Schoolverlaten '




Lees ook