CDA

: Nieuws : Verruiming strafrechtelijke mogelijkheden bij grootschalige ordeverstoringen (181199)

Verruiming strafrechtelijke mogelijkheden bij grootschalige ordeverstoringen (181199)

Den Haag, 18 november 1999

Wv 26 825 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering

Ter verruiming van de strafrechtelijke mogelijkheden tot handhaving van de openbare orde met het oog op de grootschalige ordeverstoringen

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van dit wetsvoorstel. De leden van de CDA-fractie zijn overtuigd van de noodzaak om de politie van adequate bevoegdheden te voorzien om tijdig in te kunnen grijpen wanneer grootschalige ordeverstoringen dreigen. Zeker in het kader van het aanstaande Europees kampioenschap voetbal achten zij uitbreiding van de bestaande bevoegdheden aangewezen om op ruimere schaal dan thans mogelijk is (potentiële) ordeverstoorders vast te kunnen houden. De vraag die in het kader van dit wetsvoorstel aan de orde is, is wat betreft de CDA-fractie dan ook niet óf de politie met extra bevoegdheden moet worden uitgerust - die vraag is door de CDA-fractie in de inbreng bij het wetsvoorstel 26 735 reeds positief beantwoord - maar of naast de daar geformuleerde administratieve ophouding ook een strafrechtelijke variant is aangewezen. Voor een adequate beantwoording van die vraag hebben de leden van de CDA-fractie behoefte aan nadere informatie.

De leden van de CDA-fractie kunnen zich niet aan de indruk onttrekken dat de instelling van deze strafrechtelijke ophoudingsmaatregel naast de bestuursrechtelijke vooral is bedoeld om de bezwaren van de tijdsbeperking die in het andere wetsvoorstel zijn gelegen op te heffen. Het voorstel heeft, zo krijgen zij de indruk, veel minder te maken met het mogelijk maken van een uiteindelijke veroordeling van verdachten. Is een vrijheidsbeneming zoals in dit wetsvoorstel voorzien voor niet veel te kort in het licht van een te voeren strafrechtelijke procedure, zo vragen deze leden? Het komt de leden van de CDA-fractie voor dat hier een strafrechtelijke maatregel wordt geïntroduceerd om een probleem van openbare orde op te lossen. Een taak die naar hun mening toch primair tot de bevoegdheden van de burgemeester moet worden gerekend. Dit probleem doet zich voor door het enkele feit dat in de bestuurlijke ophouding een tijdslimiet van 12 uur is vastgelegd. Daarom komt het deze leden voor dat de oplossing van het openbare orde probleem in die wet moet worden gevonden. De regering heeft in het wetsvoorstel ten aanzien van de bestuurlijke ophouding een doorslaggevende betekenis toegekend aan wat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens mogelijk zou kunnen uitspreken. Deze leden plaatsen vraagtekens bij deze opstelling van de regering.

Gelet op de grote belangen die ten aanzien van de bescherming van de openbare orde op het spel staan, begrijpen de leden van de CDA-fractie niet goed waarom de regering niet uitgaat van de mogelijkheid van een verlenging van de bestuurlijke ophouding zoals de Raad van State deze adviseert. Deze leden zijn van mening dat de regering te weinig waarde hecht aan het advies van de Raad van State in deze. Kan de regering aan de hand van op dit soort situaties toegesneden jurisprudentie aantonen waarom zij, anders dan de Raad van State, van mening is dat eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zich verzetten tegen een langere bestuurlijke ophouding dan 12 uur? Deze leden hebben sterk de indruk dat de regering slechts vermoedens heeft ten aanzien van de opstelling van het EHRM, zonder dat zij deze met voorbeelden kan staven. Deze leden achten de regering hier onnodig terughoudend. Deze leden vinden de oplossing die de regering nu kiest om dit probleem te omzeilen, te weten een onderscheid tussen enerzijds de bestuurlijke ophouding en anderzijds het eventuele strafrechtelijke vervolg, minder voor de hand liggend. Zou het EHRM een dergelijke wet in de redenering van de regering niet evenzeer in strijd met het verdrag kunnen verklaren, nu toch vooral sprake is van een openbare orde maatregel?

Kan de regering concreet toelichten welke zelfstandige functie dit wetsvoorstel zou hebben, indien de 12-uursgrens in het wetsvoorstel bestuurlijke ophouding zou worden verschoven?

De regering acht het instrument van de voorlopige hechtenis in de gevallen waarin bij dit wetsvoorstel wordt voorzien ontoereikend. De leden van de CDA-fractie kunnen zich dit probleem voorstellen bij een grens in de bestuurlijke ophouding van 12 uur. Geldt dit argument nog steeds bij een verlengde bestuurlijke ophouding? Zou in dat geval denkbaar zijn dat de regeling van de voorlopige hechtenis zou worden aangepast? Kan de regering aangeven welke middelen thans ter beschikking staan om herhaling van misdrijven die onder het bereik van dit wetsvoorstel vallen, waarop dus geen voorlopige hechtenis staat, binnen het tijdsbestek van een (voetbal) toernooi te voorkomen?

Woordvoerder: T.W. Rietkerk

Deel: ' CDA over strafrechtelijke mogelijkheden ordeverstoringen '




Lees ook