CDA

Versnelde implementatie van EG- en andere internationale besluiten (170200)

Den Haag, 17 februari 2000

1. De CDA-fractie onderstreept met het kabinet het belang van een snelle implementatie van EG- en andere internationale besluiten. Te lange implementatieprocedures kunnen verstorend werken bij de doorwerking van internationaal-rechtelijke besluiten. Rechtsstatelijke kwaliteit is daarmee niet gediend. Onder omstandigheden kan een versnelde implementatie geboden zijn. Dat hiermee niet een vrijbrief aan het kabinet dient te worden gegeven spreekt voor zich. Ook het kabinet heeft het immers niet voor niets over nader aan te duiden gevallen en over strikt omschreven voorwaarden. De CDA-fractie benadert een snelle implementatie van EG- en andere internationale besluiten vanuit een positieve grondhouding tegenwoordig noemen we dat, dacht ik, constructieve opstelling maar moet bij de brief van de minister toch de nodige kritische kanttekeningen plaatsen.

2. In de brief wordt uitvoerig stilgestaan bij de voorwaarden waaronder de versnelde implementatie zou kunnen plaatsvinden. Toch gaan aan deze meer instrumentele visie enkele principiële en praktische vragen vooraf. In de eerste plaats wijst de CDA-fractie met de Raad van State op het ontbreken van een goede analyse van de huidige knelpunten bij de implementatie en met name die bij de verschillende ministeries. Over de organisatorische voorzieningen en de inmiddels gerealiseerde aanpassingen wordt door het kabinet in waarderende zin gesproken. Zaken verlopen nu beter dan in het verleden. Welke hiaten zijn echter op dit moment nog aanwezig? En verder: kan worden aangegeven waar zich de laatste jaren nog problemen hebben afgetekend? Wat waren die problemen en kunnen deze nu worden voorkomen? Indien bestaande problemen zouden kunnen worden weggenomen is het niet ondenkbaar dat de noodzaak van de buitenwerkingstellings- en indeplaatsstellings-bevoegdheid aanzienlijk wordt beperkt. Graag een reactie van de kant van het kabinet, zowel wat betreft de feitelijke problemen als de noodzaak van de voorgestelde delegatiebevoegdheid.

3. Niet minder wezenlijk ook de Raad van State wijst daar met nadruk op is het gegeven dat de controle door de volksvertegenwoordiging in het geding is. Wanneer te snel naar het delegatie-instrument wordt gegrepen, gaat dit ten koste van de rol van het parlement. Ook al heeft het parlement geen beïnvloedingsmogelijkheden, dan nog kan het nuttig zijn stil te staan bij de internationale regelgeving en de implementatie ervan. Ook zou het onjuist zijn te snel aan te nemen dat er geen beïnvloeding meer mogelijk is. In dat verband kan bijvoorbeeld worden gewezen op het uitsluiten van de voorhangprocedure bij verordeningen. De Raad van State wijst op een dergelijke (beperkte) beleidsruimte, het kabinet wil dergelijke procedures niettemin categoriaal uitsluiten. Kan de minister nader ingaan op de rol van het parlement en ook de genoemde voorhangprocedure? Dat de buitenwerkingstelling en indeplaatsstelling gedurende vier weken in ontwerp aan de Staten-Generaal worden overgelegd, is volgens de CDA-fractie een absolute must.

4. In de brief wordt geen relatie gelegd met de betrokkenheid van het parlement bij de voorbereiding van internationale besluiten. Nu zijn hierover uiteraard spelregels vastgesteld, maar toch is het goed de relatie tussen voorbereiding en implementatie niet uit het oog te verliezen. Betrokkenheid van het parlement in een vroeg stadium vergroot de rechtsstatelijke kwaliteit en zou onder omstandigheden versnelde implementatie ook (ten dele) kunnen legitimeren. In de brief wordt terecht gewezen op de relatie tussen delegatiebevoegdheden en de vraag of er slechts sprake is van beperkte nationale beleidsruimte. Kunnen de bewindslieden nader ingaan op de verhouding tussen de betrokkenheid van het parlement in het voorbereidende stadium en de delegatiebevoegdheid in het kader van versnelde implementatie? Biedt de praktijk in andere landen eventueel nog aanknopingspunten?

5. De politieke betekenis van de versnelde implementatie omvat zie ook punt 3 uiteraard de vraag in hoeverre er nog ruimte is voor nationale wetgeving en nationaal beleid. Twee aspecten spelen hierbij een wezenlijke rol. Wanneer vraagstukken nadrukkelijk een internationaal karakter hebben, brengt de subsidiariteit met zich dat dergelijke vraagstukken ook internationaal ter hand worden genomen. Internationale besluiten behoren in die omstandigheden dan ook te prevaleren boven nationale regels en beleidsmaatregelen. In de tweede plaats speelt, zoals gezegd, de vraag welke ruimte nationale overheden hebben bij de implementatie van internationale regels. Wat de CDA-fractie betreft dient altijd te worden gestreefd naar de koninklijke weg (inclusief alle waarborgen voor het parlement), tenzij er objectieve gronden zijn die een versnelde implementatie rechtvaardigen. Over dit principe lijken kabinet en Raad van State het eens, zij het dat het kabinet verder gaat dan de Raad. In de praktijk zullen steeds afwegingen moeten worden gemaakt. De brief hanteert in dat kader formuleringen die ruimte open laten, zoals beperkte nationale beleidsruimte (maar wat is beperkt en wie bepaalt dat?) en meer vrije implementatie (wat is meer vrij?). Kunnen de bewindslieden nog eens nader aangeven wat zij onder beperkte nationale beleidsruimte verstaan, niet in de laatste plaats om te voorkomen dat te snel naar het delegatiemiddel wordt gegrepen?

6. In de brief wordt gesteld dat de Grondwet zich niet ten algemene verzet tegen de buitenwerkingstellingsbevoegdheid. Kan meer precies worden aangegeven waar wel sprake is van onverenigbaarheid met de inhoud en strekking van de Grondwet?

7. Hoe beantwoordt het kabinet de in noot 1 op pagina 4 opgeworpen vraag met betrekking tot de verhouding tussen adequate implementatietermijn en concrete datum van implementatie?

8. Wordt met de bijzondere wet in punt 2 op pagina 5 gedoeld op een afzonderlijke wettelijke regeling waarin in algemene zin de buitenwerkingstellings- en indeplaatsstellingsbevoegdheid zijn geregeld? Wanneer kunnen nadere voorstellen tegemoet worden gezien? Of wordt bedoeld dat per geval in een tijdelijke regeling zal worden voorzien? Op welke juridische basis berust in dat geval de delegatiebevoegdheid? Kan verder worden aangegeven hoe het kabinet denkt te handelen wanneer er sprake is van zowel een betrekkelijk korte implementatietermijn als van een zekere beleidsvrijheid bij de implementatie van de internationale besluiten? De CDA-fractie gaat er in dat geval van uit dat de koninklijke weg met alle waarborgen voor het parlement prevaleert boven de delegatiebevoegdheid. Graag een bevestiging hiervan van de bewindslieden.

9. In voorwaarde 6 wordt gesteld dat de buitenwerkingstellings- en indeplaatsstellingsregeling tijdelijk zijn in afwachting van de definitieve voorzieningen in de vorm van een aanpassingswet of een aanpassings-amvb. Maar materieel mag toch worden aangenomen dat de definitieve voorzieningen niet zullen afwijken van de tijdelijke regeling? Zou er te veel licht komen tussen tijdelijke regelingen en de definitieve voorzieningen dan druist dat in tegen rechtsstatelijke kwaliteit. Graag een toelichting van de bewindslieden. Wat is trouwens precies de strekking van de opmerking over het dubbele werk in de alinea na voorwaarde 7 op pagina 6?

10. Wanneer kan de visie van de Commissie Wetgeving algemene regels van bestuursrecht (commissie-Scheltema) op de optie van een vangnetbepaling in de Awb tegemoet worden gezien?

11. Hoe verhoudt het gestelde in conclusie 2 zich ten opzichte van de voorwaarden 1 (m.b.t. de implementatietermijnen) en 4 (waarin wordt gesteld dat buitenwerkingstelling van de wet bij ministeriële regeling alleen in uitzonderlijke situaties mag geschieden)?

12. Ten slotte: hebben zich in de praktijk in Nederland, maar eventueel ook in andere landen voorvallen voorgedaan waarbij de delegatiebevoegdheid met betrekking tot de implementatie van internationale besluiten met voorbijgaan dus aan de procedurele waarborgen voor het nationale parlement tot problemen heeft geleid? En is er in voorzien dat over enkele jaren de delegatiepraktijk wordt geëvalueerd?

Kamerlid: Jan Peter Balkenende

Deel: ' CDA over versnelde implementatie internationale besluiten '




Lees ook