CDA

: Tweede Kamer : Wet experimenten (WW) (270499)

Wet experimenten (WW) (270499)

Den Haag, 27-04-1999

Woordvoerder: Gerda Verburg

Wijziging van de Werkloosheidswet, betreffende de invoeging van een experimenteer-hoofdstuk teneinde de mogelijkheid te bieden om de effectiviteit en de doelmatigheid van onderdelen van het reïntegratiebeleid vast te stellen.

Inbreng:

Voorzitter,
Wie ooit van Willy Wortel heeft gehoord, weet dat je voor een beetje experiment een plan moet hebben.
Het verschil tussen de Willy Wortels van deze wereld en een lid van het kabinet Kok 2, is dat Wortel kon volstaan met het in zijn hoofd hebben van dat plan en dat een lid van dit kabinet, in dit geval de stas. van SZW, niet alleen een plan in zijn hoofd moet hebben, maar dat ook moet kunnen onderbouwen, beargumenteren en in een heldere beleidsvisie moet kunnen plaatsen.

Nu is de idee achter de voorstellen van de stas, mijn fractie wel duidelijk.
Wat niet duidelijk is, is hoe de stas de experimenten optimaal wil benutten om eventueel tot wijziging van de WW over te gaan.

Weliswaar is de staatssecreatris ingegaan op de voorgeschiedenis van dit voorstel, in de vorm het voorstel Experimenteren en anticiperen, maar het waarom van de voorliggende voorstellen blijft onhelder. Onhelder in de zin van het beantwoorden van de vraag op welk moment het wel en niet nodig is om (eerst) gebruik te maken van experimenteer-artikelen.
Nu kan immers het LISV immers ook adviseren om direct de wet te wijzigen.

Mijn fractie vindt dat hierover op voorhand meer helderheid moet zijn.

1. Bij mijn fractie blijft dan ook, ook na de beantwoording van de schriftelijke vragenronde de indruk hangen dat de stas. nog niet het maximale heeft geïnvesteerd in het doordenken van visie, doel, aanpak en te realiseren resultaten.

Dat wordt duidelijk als je het verslag leest. In verschillende antwoorden wordt een zeer uiteenlopend beeld geschetst van de fase waarin de ontwikkeling van beoogde experimenten verkeren. Op de ene plaats wordt gesuggereerd dat er al voorstellen liggen. Elders wordt gemeld dat op vragen niet kan worden ingegaan, omdat het LISV nog bezig is met het opzetten van de kaders voor de experimenten.

Graag wil ik van de staatssecreatris weten hoe het er precies voorstaat met de ontwikkeling van de experimenten. Een experiment als dit is gebaat bij optimale duidelijkheid over doelstelling, aanpak, verant-woordelijkheid en de beoogde resultaten. Dit wetsvoorstel en de werkwijze die de staatssecretaris hierbij voor ogen staat, geven alleen ten aanzien van het eerste punt (slechts) gedeeltelijk antwoord. Dat is onhandig, omdat het grote risicos oplevert voor draagvlak en slaagkans.

2. Als het gaat om de vormgeving en uitvoering van en verantwoordelijkheid voor een experiment dan behoren die volgens mijn fractie te liggen, zo dicht mogelijk bij de werkgevers en werknemers, die bij een experiment betrokken zijn.
In deze voorstellen en op dit moment zou dat zijn binnen een sector of sectorraad. (Dit geldt niet voor de regelgeving.) Net als de stas. maar dan anders - wijs ik op de noodzaak om beleid en uitvoering zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. In dit verband wijs ik graag op de een project als Rea-aktief, in de metaalelectro-industrie, waar werkgevers en werknemers-organisaties, op basis van concrete CAO-afspraken, praktisch en gericht handen en voeten geven aan de wet- REA.

Een soortgelijke aanpak kan mijn fractie zich ook voorstellen als het gaat om experimenten WW.

(Dat kan weliswaar nu niet op basis van CAO-afspraken, maar wel volgens een soortgelijke werkwijze)

Het huidige voorstel legt deze taak naar onze mening veel te eenzijdig neer bij het LISV. Hoewel vooral in de nota naar aanleiding van het verslag erg onduidelijk is wat de rol van het LISV precies is, wordt wel duidelijk dat de ontwikkeling en aanwijzing van de projecten vooral door en vanuit het LISV gestuurd worden. Wanneer leert het Kabinet nu eens van ervaringen, als met bijvoorbeeld de Wet REA, die zeker in het begin voor zo enorm veel vertraging hebben gezorgd?

De CDA-fractie wil experimenten die ontwikkeld zijn door of in overleg met werkgevers en werknemers in de sector waar het om gaat. Dat biedt ook de meeste kans op blijvend effect.

3. Experimenten leiden tot verdringing. Waar het om gaat is de mate van verdringing die het Kabinet verantwoord vindt. In hoeverre is het acceptabel dat dit experiment dat past binnen de sluitende aanpak, langdurig werklozen opzij zet? Het wordt bovendien ingewikkeld als er sprake is van verschillende financieringsbronnen binnen een experiment, bijv. via de extra financiering die er is voor de doelgroep die valt onder de doelgroep voor de sluitende aanpak.

Daarnaast moet voorkomen worden dat verwaarlozing van employability-beleid, kan leiden tot voorrang in het kader van experimenten in de WW.

Graag de garantie van de stas. dat dit zal worden voorkomen.

4. De Staatssecretaris is uitermate onhelder over het benoemen van doelgroepen. Hij geeft evenmin aan of en op welke wijze hiervoor aandacht is bij het werven van experimenten.
De nota naar aanleiding van het verslag, wekt de indruk dat de Amvbs worden voorbereid alvorens over te gaan tot invulling van de experimenten. Klopt dat?

En als dat inderdaad het geval is, dan is de CDA-fractie nog meer verbaasd over de reactie van de stas dat hij op dit moment niets kan zeggen over doelgroepen, sectoren en regios.
Waarom eigenlijk niet?
Dat zijn in onze ogen regelrecht prima aanknopingspunten om die experimenten als verantwoordelijke bewindspersoon, ook gericht te bevorderen.

Nu heeft het er alle schijn van dat het LISV vrijwel alles doet. Zowel het aanwijzen van de experimenten, als het ontwerpen van de Amvb of andersom. En zowel de opdrachtverstrekking aan een UVI als de aansturing van een experiment.
Dat vindt de CDA-fractie riskant en ongewenst .

5. Voor 57,5 jarigen heeft het Kabinet het voornemen hen vanaf 1 mei aanstaande te verplichten zich in te schrijven bij Arbeidsvoorziening. Reeds eerder heeft de CDA-fractie vraagtekens gezet bij de wijze waarop dat gebeurt. Er is alleen oog voor de verplichtende elementen. De CDA-fractie vindt participatie van oudere werknemers van belang, maar dan wel op basis van beleid. Waar blijft dat? Wanneer komt voor werknemers van 57,5 jaar en ouder het te verzilveren recht op actieve bemiddeling en op scholing en/of trajectbegeleiding? En waarom wijst de stas deze doelgroep niet aan in het kader van een experiment? Dat biedt de mogelijkheid om het door mijn fractie zo dringend gewenste gerichte (personeels)beleid vorm te geven. Bovendien maakt deze doelgroep substantieel deel uit van de WW-gerechtigden.

6. Over de resultaten merk ik het volgende op. De stas heeft het nodig gevonden om de kamer reeds op voorhand enkele wijzigingsvoorstellen te sturen. Een ervan gaat over de afrekening op basis van resultaten. Wat betekent dit?
Dat als een UVI en betrokken werkgevers en werknemers niet de beoogde resultaten boeken, zij kunnen fluiten naar financiering? Dat kan zo niet .
De CDA-fractie is voorstander van positieve stimulansen. Daar past het afrekenen mede op basis van inzet en resultaten in. De wijze waarop de stas het nu formuleert, is te onhelder.

Het CDA wil een heldere formulering van de stas, inzake financiering van experimenten en de vorm waarin resultaatafhankelijke beloning vorm krijgt.

7. De CDA-fractie heeft nog de volgende vragen:

Hoever staat het nu echt met de ontwikkeling van de experimenten? In de nota lezen wij op verschillende plaatsen over zeer verschillende stadia van ontwikkeling.

In het verlengde hiervan past de vraag op welke termijn de Kamer de eerste AMVBs inzake de beoogde experimenten mag verwachten.

Op welke wijze vindt monitoring plaats? Wie is hiervoor verantwoordelijk? En op basisvan welke criteria vindt die monitoring plaats?

Ook wil de CDA-fractie graag een helder antwoord op de vraag wanneer sprake is van een duurzaam resultaat. Deelt de Staatssecretaris de opvatting dat sprake is van een duurzaam resultaat wanneer deelnemende werknemers een normale baan hebben verworven, behouden, dan wel op korte termijn zullen verwerven?

Tenslotte vraag ik de Staatssecretaris om duidelijk te maken welke reikwijdte loonsuppletie en de aanvulling van andere loongerelateerde rechten hebben. Kunnen die zonodig doorlopen bij het aanvaarden van een lager betaalde baan?

Voorzitter, ik kom terug bij Willy Wortel. Experimenteren doe je met een doel, op basis van een plan.
En wie is geroepen tot het kabinet Kok2 heeft daarbij de schone uitdaging om doel en plan op een heldere wijze te voorzien van visie, opzet, ontwikkeling, betrokkenheid, verantwoordelijkheid, en het omschrijven van beoogde resultaten.

En vindt de staatssecretaris dat soms te ingewikkeld, dan geldt voor dit experiment, dat hij wat de CDA-fractie betreft niet het wiel opnieuw behoeft uit te vinden.

Deel: ' CDA over Wet experimenten WW '




Lees ook