CDA

: Tweede Kamer : Wetsvoorstel gemeentelijke herindeling Twente (200499)

Nota-overleg beleidsplan Nederlandse politie (120499) Nota-overleg beleidsplan Nederlandse politie (120499)

Wetsvoorstel gemeentelijke herindeling Twente (200499)

Den Haag, 20 april 1999

Maria van der Hoeven

Algemeen
Mevrouw de voorzitter, de CDA fractie is geen voorstander van dit wetsvoorstel. Het is niet evenwichtig en vanuit de CDA visie op herindeling is er sowieso geen enkele reden om tot de vorming van Twentestad over te gaan.

Het is niet de eerste keer dat de Kamer zich buigt over de toekomst van Twente. Nog niet zo lang geleden is de regioprovincie Twente uitvoering aan de orde geweest. Helaas was daar toen geen meerderheid voor binnen de Tweede Kamer.
Laat ik duidelijk zijn, in de optiek van de CDA fractie was de regioprovincie een goede oplossing voor de problematiek zoals die zich in Twente manifesteert. Het zou de beleidsconcurrentie tussen gemeenten hebben uitgebannen, het zou een goed antwoord zijn geweest op de grensoverschrijdende problemen tussen gemeenten onderling, denk aan wonen, werken en infrastructuur. Er is ook hard aan gewerkt, door alle betrokken gemeenten. Maar het heeft allemaal niet mogen baten. Ik kom hier later nog op terug.

Dit wetsvoorstel is wederom een grootschalig herindelingsvoorstel, waaruit een toch wel overspannen geloof in het probleemoplossend vermogen van het herindelingsinstrument doorklinkt. De CDA-fractie heeft hier bezwaren tegen. De schaal van de gemeenten moet zoveel mogelijk aansluiten op de menselijke maat. De leefbaarheid dient voorop te staan. Geen technocratisch bestuur! Daarom dient de band gemeente-gemeenschap zo klein mogelijk te zijn. Dat bevordert de participatie en betrokkenheid van burgers (vgl. Herweijer). De waarde van kleinschalige verbanden wordt zwaar onderschat in dit wetsvoorstel. Geen grootschalige herindeling!
Herindeling kan een oplossing zijn, maar alleen wanneer er sprake is van evidente knelpunten. Herindeling verlegt de gebiedsgrenzen, en daarmee ook de plek waar zich de gemeentegrensoverschrijdende problemen voordoen. Hoe groter, hoe beter? Kom nou, dan zouden onze grote gemeenten hun problemen al lang hebben opgelost. Dat neemt niet weg dat het CDA oog heeft voor de ruimteproblemen waarbinnen een grote stad zich kan bevinden. Maar het CDA heeft ook oog voor de kleinschaligheid van Twente en voor de menselijke maat. En het is zo, bij herindeling zijn er altijd emoties in het geding en die moeten serieus genomen worden, ook bij het maken van afgewogen keuzes. Voor het CDA staan daarbij voorop: welke problemen worden er opgelost en blijft het begrip menselijke maat voldoende tot zijn recht komen en kan een gemeente zijn taken blijven uitvoeren. (al dan niet in samenwerking met andere gemeenten).

De CDA-fractie staat een meer evenwichtige benadering voor, ook met oog voor andere oriëntaties, zoals intergemeentelijke samenwerking en een bovenlokale regierol voor de provincie. Het CDA-beoordelingskader voor gemeentelijke herindeling is in één woord samen te vatten: de knelpuntenbenadering. Herindeling is alleen acceptabel als daarmee evidente ruimtelijke en/of bestuurlijk-juridische knelpunten worden opgelost. Hierbinnen beschouwt de CDA-fractie de voorstellen van de provincie als zwaarwegend. Effecten van herindeling van prof. Herweijer is nog altijd het enige longitudinale onderzoek gedaan naar gemeentelijke herindeling in Nederland. Financiële en beleidsprestaties blijven onder de maat en de participatie van burgers wordt aanzienlijk minder na herindeling, zo stelt prof. Herweijer. Zeker, de ambtelijke organisatie wordt versterkt, de gemeente als publieke dienstverlener treedt sterker op de voorgrond. Maar de gemeente als gemeenschap en de ontwikkeling van de lokale democratie en de betrokkenheid van de burgers bij het reilen en zeilen van hun gemeente blijft achter. In dit licht is het redelijk onthutsend om te zien hoe paars doordendert met herindeling.
Ik wijs slechts op de brief van 1 april over rondetafelgesprekken waarmee eigenlijk wordt vooruitgelopen op de wijzigingen van de wet ARHI die nog steeds bij de Eerste Kamer ligt.

De minister geeft in zijn schriftelijk antwoord nauwelijks blijk van verantwoordelijkheid en ernst die bij het onderwerp gemeentelijke herindeling past. In de nnavv wordt niet serieus ingegaan op vragen die erop gericht zijn één en ander scherp beargumenteerd te krijgen; de minister maakt zich er in zijn beantwoording op een studentikoze manier van af en laat zich daarmee kennen. Gemeentelijke herindeling vindt de minister kennelijk ten diepste niet interessant, intellectueel niet uitdagend en/of gedoe. En dat betreur ik.

[En als het gaat om het herindelingsbeleid tot nu toe dan geven de getallen van opgeheven gemeenten in de nnavv (84 in periode 1986-1995, onder méde-verantwoordelijkheid van CDA. Vgl.: Van de Vondervoort: 91 in vier jaar en Peper lijkt over de 100 heen te willen?) aan dat de CDA-benadering evenwichtig genoemd kan worden.)]

Twentestad
Voorzitter, laat ik hier geen doekjes om winden. Het CDA is geen voorstander van de vorming van Twentestad. De argumenten die voorstanders hanteren zijn eigenlijk allemaal terug te voeren op de politieke wens om in Twente een enorm grote stad te vormen. Een stad waarvan de drie vormende gemeenten allen een zelfstandig bestaansrecht hebben.

Kortom, Twentestad komt voort uit een politieke wens tot grootschaligheid. Die politieke wens moet dan ook apart beoordeeld worden, eigenlijk los van de overige herindelingsvoorstellen van Twente. Die beoordeling ligt nu voor. Provinciale Staten hebben hun werk gedaan. De rol van de provinciale politiek is nu uitgespeeld. De Kamer als medewetgever behandelt nu het wetsvoorstel en heeft het recht en de plicht een eigen afweging te maken. Zeker als het gaat om iets dat ver uitstijgt boven een eenvoudige herindeling, zoals nu de vorming van Twentestad.

In de beantwoording van vragen over Twentestad hinkt de regering op twee gedachten. Twentestad als netwerkstad kan wél, maar een regioprovincie Twente wordt ook nu afgewezen. Het behoorlijk zwarte beeld dat wordt geschetst wanneer de Twentestad niet door zou gaan is zwaar overtrokken. Bestuurlijk, maatschappelijk en economisch zou Hengelo op slot worden gedaan. Voor Enschede geldt een soortgelijke gefixeerde situatie. Belachelijk! Het impliceert een overspannen maakbaarheidsgedachte. Groter worden heeft zijn grenzen en het gaat er juist om de bestaande steden in hun huidige begrenzing te vitaliseren en de intergemeentelijke knelpunten op te lossen.

Over de procedure die heeft geleid tot het voorstel dat thans voor ligt, zijn vragen te stellen. Zoals in het kader van de evaluatie van de Kaderwetgebieden onze kritiek (maar ook van andere fracties!) was dat de beoordeling hiervan onder het beslag lag van de in voorbereiding zijnde gemeentelijke herindeling hetgeen geen zuivere evaluatie mogelijk maakt wil ik namens de CDA-fractie ook nu gezegd hebben dat de totstandkoming van Twentestad mede beïnvloed is door de (dreiging van) vorming van een regioprovincie Twente. In ieder geval had de eis van volgtijdelijkheid in acht moeten worden genomen: dat was procedureel zuiverder geweest en het had tot een eerlijker afweging geleid.

De positie van de D66-fractie ten aanzien van Twentestad is om een aantal redenen curieus. Tijdens de behandeling (in het najaar van 1997) van de begroting van Binnenlandse Zaken voor 1998 heeft de D66-fractie zich bij monde van mevrouw Scheltema onomwonden uitgesproken tégen Twentestad. De stellingname van de D66-fractie is nu niet helder: steunt de heer Hoekema een amendement tegen Twentestad? Daar komt nog bij het referendum in Hengelo: met een opkomst van 64% spreekt 92% zich tegen Twentestad uit. Hoe kan de referendumpartij D66 hieraan voorbijgegaan?
(D66-fractie heeft ook tegen het amendement Rehwinkel/Brood (26156, nr. 7) - om het houden van referenda die niet over de eigen besluitvorming gaan onmogelijk temaken gestemd.) Het politieke lot van D66 is nota bene meerdere keren verbonden aan dit instrument. Laat de D66-fractie het referendum dan ook respecteren. Wanneer de D66-fractie het voorstel voor Twentestad zou steunen, neemt de politieke lenigheid van D66 aan schizofrenie grenzende vormen aan.

De VVD-fractie zal moeten beseffen dat hier in de vergaderzaal van de Tweede Kamer de politieke afweging voor of tegen Twentestad gemaakt zal moeten worden. En niet in de Eerste Kamer! Hier vindt de fundamentele discussie plaats, hier worden de amendementen ingediend. De democratie moet hier zijn waarde bewijzen, ook voor de inwoners van gemeente Hengelo. Gaat het om inhoudelijke argumenten of geldt het dictaat van het Regeerakkoord? Twentestad is in die zin een testcase voor de democratie. In de Volkskrant van 15 april j.l. staat dat het VVD-woordvoerder Balemans niet gelukt is om zijn fractie achter Twentestad te krijgen. In dezelfde krant zegt Balemans te willen weten wat de passage in principe uit het RA betekent. Welnu, in antwoord op CDA-vragen schrijft de regering in de nnavv dat dit betekent dat afwijking bij stevige motivering () desgewenst mogelijk is. Hoewel: een cryptisch zinnetje in de nnavv lijkt te impliceren dat voor Twentestad een uitzondering in het RA opgenomen had moeten zijn, gezien het unieke karakter van deze herindeling. In het Introductiedossier (overgangsdossier) Bestuur 1998, dat minister Peper van zijn voorganger heeft gekregen, staat echter niets dat op een uitzonderingspositie voor het herindelingsvoorstel duidt: bij het hoofdstuk gemeentelijke herindeling in Kaderwetgebieden staat bij praktisch alle gebieden: in principe volgens provinciaal voorstel. Verwijzen naar het RA, dat de VVD-fractie lijkt te doen, is uiterst doorzichtig en dun. Vraag voor alle duidelijkheid aan de coalitiefracties: is Twentestad expliciet aan de orde geweest tijdens de formatie?

In de nnavv wordt aangegeven dat er een grote gelijkenis zit in de taakverdeling tussen de regioprovincie en de gemeenten en de huidige taakverdeling tussen gemeenten en provincie. A contrario zou dan de vraag gesteld kunnen worden waarom dan niet gekozen wordt voor de regioprovincie. Essentieel argument hierbij zou kunnen zijn dat de gemeenten, het basisniveau voor democratie, in de huidige omvang in tact blijven met alle voordelen, bijv. in de sfeer van participatie, van dien.

In het antwoord over Twentestad zit een hoog gehalte aan doelredenering. Zo wordt het argument van aaneengesloten stedelijk gebied weer ten tonele gevoerd. Maar daarvan zijn er wel meer in Nederland. Wat heeft dit wetsvoorstel voor precedenten voor b.v. de Randstad? Komt de regering met voorstellen om de gehele noord- én zuidvleugel samen te voegen? Ook hier is e.e.a. immers in hoge mate verweven c.q. aangesloten. De passage over de Intergemeentelijke structuurschets is ook tekenend. Navrant is ook de passage in de nnavv dat voor Twentestad intergemeentelijke samenwerking in combinatie met andere instrumenten (provinciale rol, grenscorrecties) geen eens is overwogen (p.21). Dat is des te verrassender omdat in het nog redelijk verse RA een forse paragraaf is gewijd aan een provinciale regie-/interventierol. Daarom heeft de CDA-fractie de dringende behoefte aan de minister te vragen waar intergemeentelijke samenwerking met een actieve conflictbeslechtende en bovenlokale regierol voor de provincie en eventueel grenscorrecties niet zou kunnen werken? En wordt het RA op dit punt dan genegeerd door dit geen eens in overweging te nemen? Een concept dat is neergelegd in het rapport-C.H. de Cloe (10/1997) dat in opdracht van de gemeenten Enschede, Hengelo, Almelo en de provincie Overijssel is samengesteld. En om niet de minste adviseur van minister Peper te citeren: Beter ware het dan ook wat minder vergaande herindelingsvarianten in ogenschouw te nemen, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke problematiek en voor het overige de algemene samenwerkingslijn te volgen die ook in de andere Kaderwetgebieden door het Regeerakkoord wordt aangegeven. (prof. D.J. Elzinga) Kan bijv. een samenhangende visie op beide steden niet via intergemeentelijk structuurplan annex streekplan tot stand worden gebracht?

Ten aanzien van de uitspraken van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam inzake ondernemingsraden in Overijssel verzoek ik de minister indringend aan te geven welk risico de minister neemt om voorbij te gaan aan de uitspraken van de Ondernemingskamer, dat wil zeggen advisering van de gemeentelijke ondernemingsraden. Op zichzelf is hierover in zijn algemeenheid een discussie te voeren en de Kamer zal deze discussie voeren in het kader van het thema juridisering- maar is er nu niet een risico dat de minister wordt teruggefloten met alle gevolgen van dien? Had de minister veiligheidshalve geen gevolg moeten geven aan de uitspraken van de Ondernemingskamer, onverlet latend de algemene discussie die zeker gevoerd moet worden en de cassatieprocedure die de provincie Zuid-Holland heeft opgestart? De uitspraak van 8 april bevestigt nog eens het ongelijk van de minister in zake de herindeling in West Overijssel. Waarop baseert de minister zijn mening dat de visie van de Ondernemingskamer onjuist is? T.a.v. Twente heeft de minister materieel gelijk gekregen: het formele wetgevingsproces is begonnen. Het is wat lastig om de besluitvorming te stoppen, maar eigenlijk is de vraag welke les de minister eigenlijk hieruit trekt.

Tenslotte de vraag aan de regering wat de verwachte frictiekosten van de fusie-Twentestad zullen zijn. Een dermate grote gemeentelijke fusie is nog nooit vertoond, het bagatelliseren van frictiekosten (en dus ook toekenning van dito gewenningsbijdrage) moet dus uit den boze zijn. Voorts wil ik in dit kader wijzen op een belangrijke les van de eerder genoemde prof. Herweijer: een goede voorbereiding is dé succesfactor voor herindeling. Nu Hengelo mordicus tegen is, hoe ziet de minister dit voor zich? De diepe bestuurlijke wonden zullen niet één-twee-drie geheeld kunnen worden door de herindelingsdokter. En het is nog maar zeer de vraag, mocht Twentestad onverhoopt toch doorgaan, wanneer de gemeente Twentestad zal kunnen gaan functioneren.

Kortom de CDA fractie is het niet eens met de vorming van de gemeente Twentestad.
Er is politiek, ruimtelijk, financieel noch bestuurlijk geen enkel noodzaak voor, de drie gemeenten kunnen in een goede samenwerking met een provinciale regierol waarbij onderlinge beleidsconcurrentie wordt uitgebannen een aantal zaken prima regelen. Resteert de ruimteproblematiek van Hengelo. Die kan worden opgelost via een grenscorrectie met Borne voor wat betreft de VINEX bouwlokatie en het bedrijventerein Veltkamp. In het kader van dit wetsvoorstel heb ik een amendement ingediend dat de drie gemeenten laat voortbestaan binnen de nu voorliggende begrenzing van het wetsvoorstel met als een uitzondering: het amendement wijzigt de buitengrens bij tussen Enschede en het vliegveld . Het vliegveld komt geheel op grondgebied van Enschede en de rest van Boven Deurningen bij de nieuwe gemeente Denekamp indient. Qua omvang sluit dat goed aan bij de overige gemeenten na herindeling. Het amendement geeft naar onze mening in totaliteit aan wat het CDA wil met het gebied Twentestad en daarom hebben wij het alsnog ingediend.
(Borne blijft voldoende groot met 20.000 inwoners) Samenvattend:

Twentestad is een beleidsnovum dat nog nooit vertoond is en ver uitstijgt boven bestaand beleid;

Er is weinig draagvlak voor Twentestad, bestuurlijk maar ook onder burgers. Een referendum met een hoge opkomst (64,15%) en voor 92,1% tegen onderstreept dit.

72% van de bevolking van Borne is tegen Twentestad buro I&O Research)

62% van de Hengelose bedrijven is tegenstander van Twentestad (onderzoek Intromart)

Voorzitter ik zal nu ingaan op de andere onderdelen van het wetsvoorstel. Want ofschoon Twentestad het hart vormt van dit herindelingsvoorstel zijn er natuurlijk nog andere gemeenten bij betrokken. Bij die voorstellen zijn soms vraagtekens te plaatsen, soms zitten er goede kanten aan.

Almelo en Wierden
Samen met de D66-fractie heeft de CDA-fractie in het verslag de vraag gesteld op welke punten deze minister vraagpunten had, alvorens dit wetsvoorstel in te dienen. Op deze vraag antwoordde de minister Twentestad, Rijssen/Holten en de toekomst van de gemeente Bathmen. Ook in het licht hiervan is het opmerkelijk dat de minister zowel vanuit feitelijke gegevens over woningbouw en bedrijvigheid en een visie op de bestuurlijk-economische ontwikkeling een andere afweging ten aanzien van Almelo/Wierden denkbaar acht. Het is van tweeën één: óf de minister komt met een nota van wijziging waarin consequenties getrokken worden uit dit proces van hardop denken óf de minister verdedigt zijn voorstel voor de volle 100%.

Inhoudelijk gezien kan de CDA-fractie instemmen het voorstel ten aanzien van Almelo en dus met de toevoeging van de gebieden van en rond Aadorp/Veenelanden en Leemslagen aan Almelo. Hier liggen de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingsrichtingen van Almelo en wordt genoegzaam tegemoet gekomen aan de ruimtelijk knelpunten van Almelo voor de langere termijn, zoals door de provincie overtuigend aangetoond. Ten aanzien van het amendement-Balemans c.s om ook het gebied westelijk van Bornerbroek aan Almelo toe te voegen zou de CDA-fractie de minister willen vragen iets te zeggen over de meerwaarde hiervan.

De voorgestelde gemeente Wierden wordt tot nu toe te weinig bezien vanuit zijn eigen, intrinsieke waarde. Ook hier is te veel sprake van (onterechte) omkering van de bewijslast: de sfeer uit de schriftelijke behandeling is er één van waarom Wierden niet bij Almelo zou moeten, in plaats van een brengplicht van steekhoudende argumenten vanuit de situatie van Almelo. De gemeente Wierden is een gezonde plattelandsgemeente die bestaan uit een tweetal dorpen en een aantal buurtschappen En dat wil de CDA fractie ook graag zo houden.

Rijssen
Ten aanzien van de bestuurlijke oplossing voor Bathmen sluit de minister alleen samenvoeging met Gorssel uit. Maar waarom eigenlijk? Voor de rest worden alle opties open gehouden, hoewel niet in het kader van dit voorstel. De CDA-fractie deelt deze invalshoek, maar in hoeverre worden opties uitgesloten met de samenvoeging van Holten en Rijssen? Voor de huidige gemeente Rijssen is herindeling uit het oogpunt van knelpunten immers niet noodzakelijk, zo geeft ook de minister aan in de nnavv. Voor Holten ligt dit anders. En verder is er de gerichtheid van Holten op Twente. Men is goed op weg wat betreft de samenwerking, dus dit past wel in onze benadering. Toch graag een reactie van de minister. Hoe ziet het vervolg van de procedure er uit? CDA wacht op dit punt het antwoord van de minister af.

Hellendoorn
Gevraagd naar de oriëntatie van Daarlerveen antwoordt de minister dat deze met name gericht is op het aangrenzende Vroomshoop en met de nieuwe bestuurlijke relaties meer gericht zal zijn op Vriezenveen. Afgezien van de vraag in hoeverre sociaal-geografische oriëntaties zich laat sturen door bestuurlijke grenzen was de vraag natuurlijk waar de Daarlerveners nu hun grote boodschappen doen en waar men de (grotere) voorzieningen, zoals onderwijs, opzoekt, de natuurlijk gegroeide oriëntatie. Op deze vraag volgt gezien dit ontwijkende antwoord - kennelijk niet als antwoord Vriezenveen. De keuze voor Vriezenveen/den Ham wordt zo stelt ook de nnavv ingegeven vanuit bestuurlijk-morfologische overwegingen. In de ogen van de CDA-fractie moet dit secundair zijn. Het CDA-parool is: de gemeente zoveel mogelijk als gemeenschap. Waar dit moeilijker te realiseren is, is het streven erop gericht de afstand gemeente-gemeenschap zo klein mogelijk te houden. In de nnavv wordt helder aangegeven dat een groot deel van de Daarlerveners een voorkeur heeft voor handhaving van de kern als onderdeel van de gemeente Hellendoorn. Dit is voor de CDA-fractie een doorslaggevend argument nu in de nnavv niet gewag wordt gemaakt van een eenduidige oriëntatie van Daarlerveen op Vriezenveen.

Vriezenveen
De robuuste herindelingslijn die de minister voor staat wordt doorgetrokken voor plattelandsgebieden. Typerend voor deze minister is dat deze lijn voornamelijk wordt gelegitimeerd vanuit een stedelijke benadering. Grotere plattelandsgemeenten zouden bijdragen aan evenwichtiger verhoudingen tussen steden en platteland. Er wordt letterlijk gesproken van complementair aan de versterking van de centrumgemeenten. Dat is weinig principieel; een meer intrinsieke argumentatie voor grote plattelandsgemeenten had toch wel het minste geweest. Zo zou de minister ingegaan kunnen zijn op de vraag welke specifieke rol de provincie speelt voor plattelandsgemeenten. Kan de provincie hier niet een rol spelen als bewaker van evenwichtige bestuurlijke verhoudingen mede in relatie tot steden als daarmee de afstand gemeente-gemeenschap op het platteland niet te groot wordt gemaakt? Wellicht kan de minister hier serieus op in gaan.

De CDA-fractie is van mening dat vanuit knelpuntenbenadering een zelfstandig Vriezenveen en Den Ham voor de hand zou liggen.. ook na de grenscorrecties ten behoeve van Almelo. Vraag is wel wat de consequenties hiervan zijn voor Vriezenveen. Zowel financieel als wat betreft het voorzieningennivo. Ook bij de gemeenten zelf is een voorkeur voor zelfstandig voortbestaan van beide gemeenten. Dan blijft dus de vraag wat de meerwaarde is van een fusie? (amendement) Welke problemen worden er inderdaad opgelost? Het is zelfs zo dat vanuit beide gemeenten meer dan eens is aangegeven dat er nogal wat financiele problemen te verwachten zijn als gevolg van de fusie. Samen met de Hof van Twente gaan deze gemeenten er meer dan 25 gulden per inwoner op achteruit. En dat meerdere wordt niet gecompenseerd binnen de huidige regeling. Ik kom daar later nog op terug. Een ander punt betreft de naamgeving in het wetsvoorstel. Als de herindeling mocht doorgaan dan werd en wordt vanuit beide gemeenten prijs gesteld op de vermelding Vriezenveen De Ham in het wetsvoorstel. Waarom doen we dat dan ook niet?

Hof van Twente
Hier is toch wel echt sprake van een grootschalige plattelandsgemeente. Vanuit de knelpuntenbenadering is in het geheel niet duidelijk waarom een samenvoeging van vijf gemeenten voor de hand ligt. Een Delden(-plus) gemeente van ongeveer 13.000 inwoners, bestaande uit Ambt-Delden en Stad Delden, Bornerbroek (tot aan de Bornerbroekse watergang) is voor de minister niet een betekenisvolle versterking van het gemeentelijk bestuur. Is dit een synoniem voor geen oplossing van ruimtelijke en/of bestuurlijke knelpunten? Of is eerder sprake van een argument in de categorie big is beautiful? En waarom is geen antwoord gegeven op de vraag wat de oriëntatie van Ambt Delden is? Het beeld dat naar voren komt omtrent de interne samenhang van de voorgestelde gemeente (hetgeen sowieso moeilijk is met vijf gemeenten) oogt niet overtuigend. Een tweedeling van de Hof van Twente in Ambt en Stad Delden met de kern Bornerbroek tot aan de Bornerbroeker watergang enerzijds en Markelo/Goor/Diepenheim lijkt de CDA-fractie een beter voorstel. Hiervoor is draagvlak binnen de gemeenten. Alles afwegend kiest de CDA-fractie voor een tweedeling ten opzichte van het voorstel dat thans voor ligt. Volgens Delden-plus beheersbaar groot small enough to care, big enough to make it happen! Wel nog een aparte opmerking over Diepenheim. Een kleine gemeenschap die voor het voorzieningennivo sterk is georienteerd op andere gemeenten. Met Goor en Markelo gemeenten met een belangrijke agrarische en recreatieve functie. Met de ongeveer 2700 inwoners van Diepenheim en met alle respect kiest het CDA hier alles afwegend voor samenvoeging met Goor en Markelo.

Denekamp/Ootmarsum
Gezien de specifieke cultuur-historische situatie ten aanzien van Ootmarsum valt niet in te zien welke meerwaarde bereikt wordt met de samenvoeging met Denekamp. Ootmarsum is een hechte gemeenschap met een belangrijke toeristisch/recreatieve functie, terwijl Denekamp en Weerselo gemeenten zijn met een overwegend agrarische functie Ook eventuele knelpunten van Denekamp zijn niet gediend met samenvoeging met Ootmarsum. Hoe zit het met knelpunten van Ootmarsum? In de beantwoording lijkt de minister de bewijslast om te draaien: waarom het allemaal zo kwaad niet is. Vraag aan de minister: wat is de meerwaarde van deze herindeling? De minister kan dan wel stellen dat een lokale gemeenschap ook in een heringedeelde gemeente kan functioneren, maar voordeliger is het naar de mening van de CDA-fractie niet.

Oldenzaal
Er blijft onzekerheid bestaan met betrekking tot de ruimte voor bedrijfsterreinontwikkeling van de gemeente Oldenzaal. Ook de provincie geeft aan dat er onzekerheid is over de toereikendheid van de in het wetsvoorstel voorgestelde grenscorrectie. Nu ligt er een amendement Barth. Dat is wel erg ruim geformuleerd. Tevens vraagt de CDA fractie zich af wat de meerwaarde is van de grotere grenscorrectie met Losser. Het betreft hier een gebied met een sportcomplex (dat is begrijpelijk) en een gebied met natuurwetenschappelijke waarde. En de noodzaak van dit laatste ontgaat ons op dit moment. De CDA fractie heeft een voorkeur voor een wat kleinere grenscorrectie. Die komt eveneens tegemoet aan de uitbreidingsbehoefte van Oldenzaal. Voordeel van een grenscorrectie nu is dat het ook uit bestuurlijk oogpunt meer duidelijkheid geeft:
niet weer een nieuwe grenscorrectie op korte termijn!

Financiële aspecten
Voorzitter, zoals al gezegd zitten hier voor enkele gemeenten een paar vervelende financiele consequenties. Zeker, het CDA voelt niets voor een premie op herindeling. Maar er moet ook geen financiele straf staan op herindeling. Efficiency voordelen laten vaak lang op zich wachten. Zeker in de eerste jaren moet er veel worden geinvesteerd en veranderd. En dat kost geld.
De minister antwoordt in zijn nota naar aanleiding van het verslag van 15 maart jl. met betrekking tot het wetsvoorstel tot gemeentelijke herindeling in Twente op pag.8, 1e alinea, dat ook gemeenten buiten het centraal stedelijk gebied versterkt moeten worden. Hij voegt er aan toe, dat die gemeenten moeten gaan beschikken over de nodige ruimte en middelen om een breed en samenhangend pakket van taken te kunnen uitvoeren. Op pag. 29, 2e alinea, herhaalt de minister vervolgens een toezegging over een onderzoek naar direct met herindeling samenhangende kosten van een aantal recente herindelingen om een antwoord te kunnen geven op de vraag of de gewenningsbijdrage ruimer moet zijn dan in de huidige situatie. Op pagina 50, laatste alinea, refereert de minister aan de Memorie van Toelichting waarin is gesteld dat de daling van de algemene uitkering van het gemeentefonds nergens een bedreiging vormt voor de levensvatbaarheid van de nieuw te vormen gemeenten. Op pagina 51, 1e alinea, refereert de minister verder aan de Memorie van Toelichting waarin staat vermeld dat de hoogte van de algemene uitkeringen in de nieuwe Financiële Verhoudingswet vrij ongevoelig is voor gemeentelijk herindeling. Op pagina 52, laatste alinea merkt de minister in feite nogmaals op dat de financiële situatie van de huidige gemeenten hem geen enkele aanleiding geeft om te denken dat de nieuw te vormen gemeenten niet in staat zullen zijn een adequate financiële basis te krijgen.

Het is de CDA-fractie niet ontgaan, dat de minister op pagina 44, 2e alinea. over de nieuwe gemeente Vriezenveen opmerkt dat daar sprake is van een zware maatschappelijke problematiek onder meer als gevolg van de sociaal-economische structuur. Gegeven de positie die beide gemeenten innemen in de zgn, arm/rijk index van het CBS voor gemeenten van eind 1998 kan de CDA-fractie de minister daarin goed volgen. Zoals gezegd, de CDA-fractie is van oordeel dat nieuwgevormde gemeenten na herindeling geen valse start behoren te maken. Zij dienen een goede kans te krijgen inkomsten en uitgaven op één lijn te brengen. In principe zijn daar de gewenningsbijdragen voor bedoeld. Maar de mate van achteruitgang is toch in hoge mate bepalend of de periode dat gewenningsbijdragen worden verstrekt redelijk en billijk moet worden geacht, In de eerder genoemde situaties, waarbij sprake is van daling van f. 40,-- per inwoner structureel - kan dat niet het geval zijn. 1n termen van verhogingen OZB is zulks voor de desbetreffende gemeenten zo'n 20% additioneel!

Vooruitlopend op de uitkomsten van eerder genoemd onderzoek moet er een oplossing worden gevonden voor die nieuw gevormde gemeenten die na herindeling geconfronteerd worden met een daling van f. 25,-- of meer per inwoner per jaar. Dat kan door een extra verlenging van de gewenningsperiode of met een extra bijdrage ineens. Graag een reactie van de minister.

Eindbalans
Ten aanzien van het onderwerp binnengemeentelijke decentralisatie zoals neergelegd in het amendement-Barth heb ik in het debat over de beleidsnotitie gemeentelijke herindeling gesteld dat het generieke werking dient te hebben, dus niet alleen voor her in te delen gemeenten. In dat geval zou een motie een beter instrument zijn dan een amendement. Anders is dit voorstel niet principieel van aard, maar een constructie om herindeling te legitimeren. Een amendement is immers alleen van toepassing op dit wetsvoorstel, is dus wel beperkt van reikwijdte. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister.

De CDA-fractie vindt het wetsvoorstel in de vorm zoals het nu voor ligt zeer grootschalig, te grootschalig Het geheel ademt te veel van de kille sfeer van de tekentafel en de zakjapanner en noties als menselijke maat, gemeenschapszin en participatie van burgers ontbreken. De schriftelijke beantwoording heb ik eerder op belangrijke onderdelen het predikaat studentikoos meegegeven. Dat verdient een serieus onderwerp als gemeentelijke herindeling niet. Er is te weinig oog voor de burger in het wetsvoorstel en dat weegt zwaar voor de CDA-fractie.

Deel: ' CDA over wetsvoorstel gemeentelijke herindeling Twente '




Lees ook