CDA

Wijziging van de Destructiewet i.v.m. de kosten van onschadelijkmaking van gespecificeerd hoog-risico-materiaal (080999)

Den Haag, 8 september 1999

Deze wetswijziging gaat om het in rekening brengen van de kosten voor het onschadelijk maken van gespecificeerd hoog-risico-materiaal. Het gaat hier dan om de schedels (met hersenen, ogen en tonsillen) en het ruggenmerg van runderen, schapen en geiten van meer dan een jaar oud. Dit houdt verband met de BSE-problematiek. Deze (en de vorige) wetswijziging loopt vooruit op de inwerkingtreding van een Europese beschikking (97/534/EG). Bij de vorige wetswijziging is de term gespecificeerd hoog-risico-materiaal (wordt afgekort als SRM) geïntroduceerd en uitgewerkt. Bij die wetswijziging heeft het CDA geen inbreng geleverd. Met deze wetswijziging wil de Regering de dekking van de kosten van het onschadelijk maken van dit materiaal regelen. Kort gezegd komt het er op neer dat de aanbieders (veehouders en slagers) van SRM de kosten voor het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden (of begraven of op andere manier onschadelijk maken) geheel moeten betalen. Nu betaalt de overheid de kosten nog. In dit debat wil de CDA-fractie betogen dat het goed is om SRM uit de markt te nemen (in verband met de risicos die dit materiaal oplevert voor de dier- en volksgezondheid), maar dat dit wel onder efficiënte en rechtvaardige financiële voorwaarden moet gebeuren.

Inbreng
De CDA-fractie is met de Minister van mening dat het belangrijk is dat de SRM-wetgeving afgerond wordt door de vastlegging van de kosten van de onschadelijkmaking van SRM in de wet. Toch wil mijn fractie in dit debat een aantal kanttekeningen plaatsen bij de voornemens die de Minister heeft. Het betreft dan de volgende vier onderdelen, waarvan de eerste drie onderling samenhang vertonen:
A aantasting van de concurrentie positie van het Nederlandse bedrijfsleven
B monopoliepositie van destructor Rendac
C tariefstelling
D preventief ruimen door overheid

Concurrentiepositie
De minister zegt in haar beantwoording stellig dat de kosten van het onschadelijk maken van het SRM doorberekend zullen worden aan de consument. Pas op: doorberekenen zal dan heel misschien kunnen in ons eigen land, maar het doorberekenen van kosten over de grenzen heen zal al een stuk moeilijker worden. Ons vlees wordt te duur voor landen waar de overheid (in ieder geval) meebetaalt aan de onschadelijkmaking van SRM, zoals België en Engeland en Portugal. Wat is de reactie van de Minister op deze zienswijze? En kan zij zich de bezorgdheid van het bedrijfsleven hierover voorstellen?
Met de minister betreurt de CDA-fractie het zeer dat over de financiering op Europees niveau geen overeenstemming is bereikt. Wat is nu de inzet van de minister op Europees niveau? Het komt de CDA-fractie voor dat de Minister zich wel snel neerlegt bij de Brusselse gedachte dat de lidstaten vrij zijn de eigen financiering te regelen. Welke poging wil de minister ondernemen om tot een geharmoniseerd financieringsinstrumentarium te komen op Europees niveau, zoals we dat ook kennen bij de Vleeskeuring?

Monopoliepositie
Omdat de onschadelijkmaking van SRM niet onderhevig is aan marktwerking en er daardoor dus geen prikkels van de markt zijn voor Rendac om zo doelmatig mogelijk te werken, hebben wij zorgen over de rechtmatigheid van de in te stellen tarieven. Daarover straks meer. In antwoord op onze vragen meldt de Minister dat er wel degelijk sprake kan zijn van marktwerking. Dat mag dan in theorie zo zijn, maar in praktijk zal daar weinig van terecht komen. Nieuwe spelers zullen rekening moeten houden met zeer strenge vergunningverlening en toetreding wordt al zeker niet aantrekkelijk als nieuwe bedrijven een inkoopsom moeten betalen. Er is dus een zeer grote kans aanwezig dat de huidige monopoliepositie van Rendac de komende jaren gehandhaafd blijft. Daar waar de overheid in andere sectoren ongebreideld marktwerking toelaat (bijv. Electriciteitswet), leunt diezelfde overheid nu achterover. De kans op te hoge tarieven is gewoonweg aanwezig. Een onderzoek van een ingenieursbureau, dat zegt dat de tarieven redelijk zijn, kan mijn fractie vooralsnog niet overtuigen, welk vergelijkingsmateriaal hebben die dan?
Het voorstel van het Productschap VVE om een onafhankelijke commissie in te stellen voor de beoordeling van vergunningaanvragen en voor de inkoop/ schadeloosstelling, komt bij mijn fractie sympathiek over. Wat is de reactie van de Minister hierop?

Tariefstelling
De CDA-fractie is van mening dat het landbouwbedrijfsleven zelf voor een belangrijk deel de schade, verbonden aan besmettelijke dierziektebestrijding, dient te dragen. Maar omdat dit bekostigingssysteem voor het onschadelijk maken van SRM

in de EU en voor NL nieuw is

en nog onbekend is of de huidige destructiemethoden voor hoog-risico-materiaal (hele kadavers) op korte termijn nog voldoende blijken te zijn (diermeeldiscussie) en omdat

de onschadelijkmaking van SRM nu niet onderhevig is aan marktwerking

de concurrentiepositie van het NLe landbouwbedrijfsleven niet teveel aangetast mag worden.

wil mijn fractie de Minister vragen te heroverwegen om in een overgangstermijn van 3 jaar toch een deel van de financiering te dragen, en dan zou het wat mijn fractie betreft gaan om de verbrandingskosten. De kosten voor inzameling, transport en voorbewerking worden dan door de sector betaald. Het gaat ons dan speciaal om een bijdrage in de verbrandingskosten, omdat deze component in de tarieven voor het bedrijfsleven geheel nieuw is, de overheid betaalt die nu immers, De individuele aanbieder verdient het om een periode van gewenning te krijgen. Verder zijn op het gebied van verbranden de komende tijd de grootste veranderingen te verwachten. Er is geen zicht op of de huidige destructie methoden van kracht zullen blijven, daarmee is er geen zicht op de omvang van het materiaal omdat misschien straks hele kadavers verbrand moeten gaan worden. Op dit punt bestaat er dus onzekerheid. Wij overwegen als fractie om hierover een motie in te dienen, die ook voor een deel de harmonisatie van het beleid betreft motie (aanhaken op artikel III over gedifferentieerde inwerkingtreding in de wet, artikel 21 moet dan later in werking treden dan de rest)

Hoe dan ook ziet mijn fractie, om dezelfde hiervoor genoemde redenen (belangrijkheid voor de concurrentiepositie van NLe bedrijfsleven, geen marktwerking) in de tariefstelling graag meer invloed van de Kamer verwerkt. In het amendement van collega Udo van de VVD en mijzelf wordt daarom voorgesteld dat de Minister, alvorens zij instemming verleent, het voornemen daartoe schriftelijk meedeelt aan de Kamer, en dat zij niet eerder instemming verleent dan nadat vier weken na die mededeling zijn verstreken amendement met nummer 26357 nr. 7
(artikel 21 lid 4). Diezelfde invloed van de Kamer ziet mijn fractie graag als het gaat om de definiëring van SRM. De kans is groot dat, gezien de diermeeldiscussie, de definiëring van wat SRM is, wordt verbreed. Dit heeft dan grote gevolgen voor de tariefstelling. Ook hierover hebben collega Udo en ik een amendement ingediend amendement met nummer 26357 nr. 8 (artikel 2 lid 7).

Verder maak ik hier graag nog de opmerking dat de bij wet gevraagde accountantscontrole slechts inzicht geeft in de correctheid van de boekhouding en niet in de mate van efficiëntie waarmee zaken worden uitgevoerd. Welke andere gegevens om inzicht in de efficiëntie te krijgen betrekt de Minister nog meer bij haar afweging? Ik wil van de Minister ook nog graag weten of de instemming met de tarieven door de Minister eventuele procedures (op grond van artikel 24 van de Mededingingswet) bij de Nma uitsluiten.

Tot slot: Preventief ruimen
Tenslotte bevinden wij ons in een overgangsfase waar het gaat om de bekostiging van preventief ruimen. Tot het Diergezondheidsfonds ook voor rundvee etcetera functioneert, wordt gewerkt met gelden uit het Fonds Politionele Dierziektebestrijding. Het wachten is nog steeds op het ten uitvoer brengen van een motie welke vorig jaar is aangenomen over het Diergezondheidsfonds. De CDA-fractie zou graag op korte termijn nader geïnformeerd willen worden over het Diergezondheidsfonds en gaat ervan uit dat ook de overheid een financiële bijdrage blijft leveren aan het toekomstige fonds. Graag een reactie van de Minister.

Kamerlid: Eisses-Timmerman

Deel: ' CDA over wijziging Destructiewet '




Lees ook