CDA

: Tweede Kamer : Kinderopvang (251199)

Kinderopvang (251199)

Den Haag, 25 november 1999

Doel van het overleg
In het overleg zal de CDA-fractie haar visie voor de langere termijn op de (structuur en financiering van de) kinderopvang uiteenzetten. De basis daarvoor staat in ons kinderplan. Inzet zal zijn zo snel mogelijk een meer vraaggestuurd systeem in te voeren en het pettenprobleem van de gemeenten op te lossen. Daarnaast zullen we ingaan op de plannen voor de korte termijn en met name aandacht vragen voor de verbetering van de kwaliteit van de opvang, zowel dagopvang, buitenschools, tussenschools, tieneropvang en peuteropvang. Ook zal worden gevraagd om een oplossing van de problematiek van de te lage subsidie voor de (reeds gerealiseerde plaatsen in de) buitenschoolse opvang en van de teldata voor de koppelingen in de gastouderopvang.

Bijdrage


1. Inleiding
Alvorens op de geagendeerde stukken in te gaan, bestaat bij mijn fractie de behoefte kort onze visie op de lange termijn te schetsen. Vanuit die visie kijken we ook naar de nu voorliggende voorstellen.


2. CDA visie op de lange termijn (contour voor nieuwe wet) Het CDA redeneert vanuit de verantwoordelijkheid van ouders voor de opvoeding van hun kind. De overheid moet daarbij garanderen dat ouders de mogelijkheid hebben om die keuzes te maken die zij vanuit hun verantwoordelijkheid voor hun kind het beste vinden. Keuzevrijheid staat dus voorop. Kiezen om zelf te zorgen moet net zo goed mogelijk zijn als kiezen voor het combineren van arbeid en zorg. Een belangrijke randvoorwaarde om arbeid en zorg te kunnen combineren is naast deeltijd en zorgverlof (waar we onlangs over spraken), ook voldoende, betaalbare kinderopvang van goede kwaliteit. De vraag wordt dan hoe je dit moet organiseren. Het CDA wil naar vraagsturing in de kinderopvang, zoals we dat in ons plan Kiezen voor Kinderen hebben geschreven.
Het gaat om een vraaggestuurd model met wettelijk recht op kinderopvangsubsidie waarbij ouders rechtstreeks subsidie krijgen op de (norm)kosten voor kinderopvang en deze niet langer via de gemeenten wordt verstrekt. De eigen bijdrage wordt gemaximeerd tot een bepaald percentage van het inkomen tot maximaal 3 dagen opvang (bij alleenstaande ouders 4 dagen). Het werkgevers aandeel, of in diens plaats de uitkerende instantie beslaat de helft van de normkosten. Hiervoor blijven dezelfde fiscale faciliteiten bestaan. De rol van de gemeente zal moeten veranderen. De gemeente heeft de afgelopen jaren een goede rol vervuld als aanjager, maar nu wordt de dubbele pettenproblematiek van die rol steeds duidelijker zichtbaar (als klant en subsidieverdeler en toezichthouder) en belemmert het de verdere doorgroei van de kinderopvang. Problemen die worden gesignaleerd door het veld kunnen met de korte termijn plannen niet worden opgelost. Dit pleit ervoor sneller een meer vraaggestuurd model in te voeren.


3. capaciteitsuitbreiding: schiet tekort
Het CDA staat positief tegenover de uitbreiding van de kinderopvang. Dit vergemakkelijkt het combineren van arbeid en zorgtaken. Wij vragen ons echt af of de middelen toereikend zijn. (ook na de door ons gesteunde motie bij de APB van de Graaf voor 85 miljoen extra) Reactie vragen op a, b en c.

Ter onderbouwing van tekort schietende middelen:
a. In het Regeerakkoord is een verdubbeling van het aantal kinderopvangplaatsen aangekondigd. Echter, met de extra ter beschikking gestelde middelen (250 miljoen) kunnen effectief 32.000 plaatsen worden bekostigd. De resterende 39.000 verwacht (!) men te kunnen realiseren zonder subsidie. Bovendien zijn deze in totaal 71.000 plaatsen (is ongeveer 80%) inclusief de reeds vanaf 1997 gerealiseerde extra plaatsen in de buitenschoolse opvang. De uitbreiding komt dus feitelijk neer op slechts 17.000 extra plaatsen voor de buitenschoolse opvang en 28.000 voor de dagopvang (is ongeveer 50%). Gezien de wachtlijsten en de groeiende vraag naar kinderopvang (om nog maar niet te spreken van de extra vraag die staatssecretaris Verstand creëert doordat ze alleenstaande ouders met kleine kinderen dwingt de arbeidsmarkt op te gaan), kan nu al gesteld worden dat de extra middelen tekort schieten. (relatie tot optimisme bij overleg arbeid en zorg) Is het overigens niet sowieso aan te bevelen om kinderopvang als een arbeidsmarkt instrument te zien en dus onder te brengen bij sociale zaken? Reactie vragen. Wat in ieder geval kan worden geconcludeerd is dat de afspraak uit het Regeerakkoord niet kan worden nagekomen.


b. Voor de periode tot 2003 is de subsidie op zowel de kinderopvang als de buitenschoolse opvang bepaald op 11.968. De kostprijs dagopvang 19.050 en buitenschools 9.580 die daaraan ten grondslag ligt, zou volgens organisaties in het veld niet realistisch zijn. Het geld voor de reeds toegekende buitenschoolse opvangplaatsen schiet overigens ook tekort, zeker als niet kan worden geschoven met voorschotten in het geval er geen geld komt uit de nieuwe regeling; hoe wordt dat opgelost? Het betekent toch dat instellingen die soms forse investeringen hebben gedaan nu in de problemen komen. En wanneer (periodiek of jaarlijks) en hoe wordt omgegaan met de indexering: loongevoelig deel (80%) en inflatie?. Als de berekeningsgrondslag te laag is, betekent dat waarschijnlijk dat minder wordt uitgebreid of dat de kosten worden afgewenteld op de bedrijfs- en particuliere plaatsen en dat in ieder geval extras als flexibilisering en uitbreiding van de tijden onder druk komen te staan.


c. Andere zaken die een groter beslag kunnen gaan leggen op de uitbreidingsgelden zijn de ouderbijdrage en de kosten van het toezicht waarover in 2000 wordt beslist. Voeg daarbij de mogelijkheid om ook de kosten van investeringen (buiten de exploitatie) uit de uitbreidingsgelden te betalen en het zal duidelijk zijn dat er dan nóg minder geld is voor de uitbreiding van het aantal plaatsen in de kinderopvang.

Uit het onderzoeksrapport blijkt dat in 1997 161.000 kinderen werden opgevangen door 25.800 werknemers op 89.226 opvangplaatsen. In 88% van de gemeenten bestaan voorzieningen voor kinderopvang, in 95% als je de regio meetelt. Voor buitenschools is dat 57%. Het is dus op zich terecht dat er voor gekozen is het accent bij de buitenschoolse opvang te leggen. Maar waarom stopt het bij 12 jaar? Waar blijft de aandacht voor meer flexibele en uitgebreidere opvangtijden?


4. verlenging tijdelijke subsidieregelingen: gemiste kans Teneinde de capaciteit op korte termijn te kunnen uitbreiden is gekozen voor een voortzetting van de subsidierelatie met de gemeenten tot 2003. Waarom is dit meteen voor een periode van 4 jaar vastgelegd? Zijn de Kamer en de organisaties in het veld daarmee voor een voldongen feit geplaatst? Er is een kans gemist om de nieuwe financieringsvorm mee te nemen in het nieuwe belastingplan (staatssecretaris Vermeend?) In hoeverre heeft staatssecretaris Vliegenthart zich gecommitteerd aan de gemeenten? (Nu alle gemeenten al hebben ingetekend voor 8-11-99) Ook wat betreft de toezegging om de specifieke uitkering na 2002 toe te voegen aan het gemeentefonds? Mijn fractie wil de maatregelen voor de korte termijn beperken tot 2 jaar en zo snel mogelijk over stappen op een meer vraaggericht model. Dat kan ook betekenen dat er een tussenstap wordt gemaakt voordat volledige vraagfinanciering wordt ingevoerd (uitspraak vragen en eventueel motie) Een onderzoek naar de petten-problematiek van de gemeenten kan daarbij helpen.


5. fiscale faciliteiten ouders en werkgevers: instemming De aftrekmogelijkheden voor ouders worden in 2000 ( belastingplan) verruimd doordat het huidige buitengewone lastenaftrekplafond wordt verhoogd naar het feitelijk kostenniveau. Daarnaast wordt de WVA (Wet vermindering afdracht inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen) aftrek voor werkgevers gehandhaafd (was eind 98 al verhoogd naar 30% en zal per 2001 nogmaals worden verhoogd). Het CDA ondersteunt de verruiming van de aftrekmogelijkheden voor ouders, omdat dit met name voor zelfstandigen en werknemers van wie de werkgever nauwelijks bijdraagt, een verbetering betekent. Wat betreft de WVA ondersteunen wij ook een verdergaande verruiming. Optie: knelpunten huidige WVA oplossen (administratieve rompslomp en versnipperingseffect).


6. marktwerking: snel richting vraaggestuurd model Uit het MDW rapport kinderopvang blijkt dat er op het punt van de marktwerking diverse knelpunten zijn. Toch wordt vooralsnog niet gekozen voor vraag of aanbodfinanciering, maar wordt de bestaande mix voortgezet. De fiscale faciliteiten voldoen aan de MDW criteria, maar transparantie van de markt en gelijke condities en toegang voor alle aanbieders op die markt worden belemmerd doordat er geen voorwaarden worden gesteld aan de gemeenten bij de verdeling van de subsidie. De gemeente bepaalt het kinderopvangbeleid: de subsidievoorwaarden, de kwaliteitseisen, de spreiding over de wijken en met wie wordt samengewerkt. Daarnaast is de gemeente zelf inkoper voor bepaalde doelgroepen en is de gemeente tevens toezichthouder. De voorstellen die nu worden gedaan ter verbetering van de situatie beperken zich tot het aanbevelen van de methode van openbare aanbesteding en in de mogelijkheid in 2000 van de toekenning van I/D banen aan niet-gesubsidieerde instellingen. Daarmee wordt de keuzemogelijkheid voor ouders niet vergroot, is er nog geen sprake van een transparante markt waarin alle aanbieders gelijke toegang hebben tot de subsidiestromen en is er geen inzicht in de opbouw van de kostprijs waardoor een betere prijs/kwaliteit verhouding wordt gestimuleerd. Dit is een extra argument om snel toe te werken naar een meer vraaggestuurd financieringsmodel zoals eerder uiteengezet. Onderzoek naar petten-problematiek gemeenten


7. ouderbijdragen: korte termijn akkoord lange termijn vraaggestuurd model
Op dit moment wordt een onderzoek uitgevoerd naar de ouderbijdragen Voor de langere termijn is het de bedoeling om de ouderbijdragen een wettelijke grondslag te geven in de nieuwe basiswet. Er is nog niet gekozen maar een voorkeur wordt uitgesproken voor een regeling waarbij ouders, afhankelijk van hun inkomen, een percentage van de kostprijs betalen. Voordeel is 1 tabel (nu VWS tabel en gemeentelijke afgeleiden daarvan).Voor de korte termijn wordt voorgesteld de inkomensafhankelijke ouderbijdrage af te leiden van het belastbaar inkomen en afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek de tariefstructuur aan te passen. Wordt in het onderzoek ook gekeken naar mogelijk andere belemmerende factoren voor het gebruik van de opvang behalve de kosten?
Het CDA kiest voor de lange termijn voor gemaximeerde eigen bijdrage (% van belastbaar inkomen is iets anders dan % van de kostprijs) en vraagsturing. Wij zullen de resultaten van het onderzoek met name beoordelen op de gevolgen voor de lage en midden inkomensgroepen, de zelfstandigen en de werknemers zonder cao. Van belang is verder dat gemeenten dezelfde tabel hanteren.


8. bouwimpuls: gelijke toegang, brede school stimuleren Er wordt een combinatie van incidentele maatregelen voorgesteld die ervoor moet zorgen dat er op tijd ruimten beschikbaar komen voor de uitbreiding van de capaciteit. Naast ophoging van het waarborgfonds met 10 miljoen (en de 15 miljoen uit de motie APB) en de aankondiging van onderzoeken, ligt hier met name ook een taak van de gemeenten als het gaat om meewerking aan bestemmingsplanprocedures en een goede inzet van de specifieke uitkeringsgelden. Is al duidelijk of ISV gelden (VROM) hiervoor kunnen worden ingezet? Ook bij de bouwimpuls moet de gelijke toegang worden gewaarborgd om oneerlijke concurrentie op dit punt te voorkomen.
Maar ook het stimuleren van het concept van de brede school/school in de samenleving/vensterschool, waar het CDA een voorstander van is, biedt mogelijkheden voor de kortere termijn door het gebruik van dezelfde ruimten op verschillende tijden of aanbouw bij scholen in het kader van de buitenschoolse opvang. (nb: levensbeschouwelijke grondslag)


9. arbeidsmarkt: imagocampagne
Met de uitbreiding van de capaciteit aan kinderopvangplaatsen zullen ongeveer 10.000 formatieplaatsen gemoeid zijn. Inmiddels is een meerjarig beleidsplan 2000-2004 opgesteld. Naast betaling (cao welzijn) zijn ook doorgroei mogelijkheden, scholing en verlofregelingen van belang om de sector aantrekkelijk te maken. Hoe staat het met de imagocampagne? (Het idee van I/D banen zie punt 6 biedt de oplossing niet)

10. Kwaliteit: eisen in de wet en onafhankelijk toezicht Op grond van de Welzijnswet zijn tijdelijk (tot 2001) basiseisen vastgelegd in de wet. Begin 1999 voldeden ruim 90% van de gemeenten hieraan in hun verordening. Daarnaast is een kwaliteitsstelsel ontwikkeld door de sector zelf. Voorstel is in de nieuwe basiswet ook kwaliteitseisen vast te leggen. Daarnaast zullen toezichtprotocollen worden ontwikkeld om het toezicht door de gemeenten te verbeteren. De kosten van het toezicht worden nog bezien. Er wordt aansluiting gezocht bij het kwaliteitsstelsel van de sector. Optie: certificaat vergunningvervangend maken en landelijke inspectie. In de praktijk blijken er toch verschillen te bestaan in de eisen die worden gesteld tussen de gemeenten. Juist met het oog op de gewenste marktwerking, is uniformering van belang, ook ten aanzien van het onafhankelijk toezicht (geen twee petten gemeente: óf klant en inkoper óf toezichthouder en regisseur). Ook hier extra argument voor vraaggestuurd model.
Kwaliteitseisen moeten ook worden gesteld ten aanzien van de buitenschoolse opvang (ook tieneropvang), de tussenschoolse en de gastouderopvang.
Wat betreft de gastouderopvang is een probleem gesignaleerd met betrekking tot de teldata waardoor het kan gebeuren dat voor een kind dat lange tijd in een gastoudergezin is opgevangen geen subsidie wordt gegeven. Hoe denkt de staatssecretaris dit op te lossen?

11. kwaliteit tussenschoolse opvang
Op dit moment valt tussenschoolse opvang onder OCW. Scholen zijn verplicht te voorzien in de mogelijkheid van tussenschoolse opvang (verdere eisen?). De praktijk laat zien dat de kwaliteit van deze opvang nog al eens te wensen overlaat. De groepen zijn te groot en de overblijfruimte is er niet op ingericht waardoor de vrijwilligers voor een taak staan waarop zij niet zijn toegerust. Reactie vragen op idee om tussenschoolse opvang in nieuwe basiswet kinderopvang onder te brengen.

12. kwaliteit peuterspeelzaal beleid
Uit het onderzoek blijkt dat er grote verschillen bestaan tussen de gemeenten, dat er een tekort aan capaciteit is en aan geld, goede huisvesting en personeel, dat het bereik onder allochtonen gering is, dat het semi-professionele karakter de kwaliteit niet ten goede komt en dat de organisatie zwak is. Ondanks verbeteringen in de afgelopen jaren, beantwoord het peuterwerk niet altijd aan het doel: vroegtijdig signaleren van achterstanden, het voorkomen daarvan en het stimuleren van de taalontwikkeling. In de praktijk blijkt er grote behoefte te bestaan aan een wettelijke regeling en aan meer ondersteuning, informatie en afstemming tussen onderwijs en welzijn. Ook in het peuterwerk is uniformering van de ouderbijdragen en van de kwaliteitseisen van belang. Reactie vragen.
Optie: de voorschoolse periode blijven financieren uit welzijnsgelden, sociaal cultureel werk, jeugdbeleid en GOA (gemeentelijk onderwijs achterstandenbeleid) maar dan ook met gewichtenregeling naar cumulatie van problemen zoals in het onderwijs. Insteek ouders en wijkgebonden.

13. kwaliteit tieneropvang en flexibilisering tijden n.a.v. SZW subsidie op kinderopvang voor alleenstaande ouders in de bijstand De subsidie is voor het eerst verstrekt in februari 1996. Uit de evaluatie van november 1998 blijkt dat er knelpunten liggen voor uitbreiding/toepassing van de regeling bij a. de schaarste in de kinderopvang, b. het sterke bureaucratisch karakter, c. behoefte aan uitbreiding buitenschoolse opvang voor 13-16 jaar en behoefte aan uitbreiding en flexibilisering van de tijden. Van de 548 gemeenten hebben 472 een subsidieaanvraag ingediend. Kan straks in vraaggestuurd model worden opgenomen. Voor 1999 is de regeling enigszins vereenvoudigd waardoor er minder administratieve rompslomp nodig is. Maar aan de schaarste wordt, zoals geconstateerd, slechts voor een klein deel tegemoet gekomen. En op het punt van de flexibilisering van de tijden en de tieneropvang wordt vooralsnog weinig gedaan. Dat zijn zaken die niet alleen van belang zijn voor ouders die de kinderopvang vergoed krijgen via de SZW regeling, maar dat is voor veel meer werkende ouders een probleem. Als er sprake is van een goede marktwerking, zal ook op dit punt meer mogelijk worden. Vooralsnog is het van belang initiatieven op deze twee terreinen te ondersteunen. Wat is er te melden vanuit de commissie dagindeling en over het project Tieneropvang? Zijn er projecten die in de massa kunnen worden uitgevoerd en wellicht opgenomen kunnen worden in de subsidieregeling en straks in de basiswet?

14. Conclusie
Het CDA heeft voor de korte termijn commentaar geleverd op de voorliggende stukken. Hierbij is voor ons vooral van belang dat staatssecretaris Vliegenthart zich niet voor 4 jaar vastlegt op de subsidie aan de gemeenten. Wij zijn voor vraaggestuurd: ouders hebben dan meer het idee van prijs/kwaliteit. Zij kunnen zo ook het best recht doen aan hun eigen leefsituatie.

Kamerlid: Ank Bijleveld-Schouten

Deel: ' CDA Tweede Kamer overleg over kinderopvang '




Lees ook