CDA

Den Haag, 14 januari 2000,

Solidariteit tussen generaties

Speech CDA-voorzitter mr. M.L.A. van Rij (CDA-Rotterdam dd. 14 januari 2000)
Alleen gesproken woord geldt

Beste mensen,

Deze week hing er een hoerastemming in het paarse kamp. Minister Zalm deelde zelfs taart uit in het kabinet. Reden: het eerste begrotingsoverschot sinds 25 jaar. Voorwaar een oprechte felicitatie waard. Wat er vervolgens gebeurde heeft u allemaal kunnen zien: in het kader van de behandeling volgende week in de Kamer van het Belastingplan deelde het kabinet cadeautjes uit aan allerlei groepen: de middeninkomens, de ouderen, mensen met een kleine baan. Het is hier niet de plaats in te gaan op de afzonderlijke reparatievoorstellen van het kabinet; het is de genoemde groepen overigens van harte gegund.

Ik haal het aan omdat de geest uit de fles lijkt te zijn. In plaats van het begrotingsoverschot te koesteren en vooral te gebruiken voor de reductie van de staatsschuld, dreigt een sfeer van 'verjubelen' te ontstaan. Dat lijkt sociaal, maar is het niet. Waar moet dat straks toe leiden als de besteding van het begrotingsoverschot onderwerp van debat is in kabinet en Kamer? Als wij nu niet het gunstige economische tij gebruiken om een toekomstgericht en dus sociaal beleid te voeren en ons dus nu voor alles te richten op reductie van de staatsschuld, worden de komende generaties opgezadeld met torenhoge lasten die loodzwaar op hun schouders zullen drukken. Nu de Balkenendenorm - genoemd naar onze financieel specialist in de Tweede Kamer, Jan Peter Balkenende uitvoeren. Dat betekent 75% van de inkomstenmeevallers gebruiken voor de reductie van de staatsschuld en de overige 25% besteden voor investeringen in zorg, onderwijs, veiligheid en infrastructuur -investeren in de kwaliteit van de samenleving dus. Dat is pas sociaal beleid. Dat is daadwerkelijke solidariteit tussen generaties.

De klassieke en de moderne levensloop: ontwikkelingen en knelpunten Solidariteit tussen generaties, dat zijn voor het CDA in 2000 - het Jaar van de Generaties - sleutelwoorden. In dit jaar staat de vraag centraal hoe het beleid meer afgestemd kan worden op de moderne levensloop van mensen. Want dat is nodig om de solidariteit tussen mensen en generaties te versterken. Wat houden de klassieke en moderne levensloop nu eigenlijk in?

De klassieke levensloop wordt grofweg gekenmerkt door een periode van leren, werken en rusten. In vogelvlucht: Mensen gingen naar school en universiteit, men ging na de studie werken - in de meeste gezinnen was er een kostwinner en eventueel werkte de vrouw part-time, trouwde, kreeg meestal kinderen, werkte door tot het pensioen om daar vervolgens van te genieten tot het levenseinde. Van die klassieke levensloop is in steeds mindere mate sprake. Het aantal mogelijke leefsituaties en de variatie in keuzen nemen toe. In de moderne levensloop wisselen perioden van werken, niet-werken, scholing en studie, zorgverlening elkaar af. Ze zijn niet meer automatisch gekoppeld aan verschillende levensfasen.

Welke ontwikkelingen zien we momenteel in toenemende mate? Laat ik er een aantal noemen:


* Een van de belangrijkste ontwikkelingen is de wens om in de breedte te leven, dat wil zeggen dat men naast het werk en gezin ook andere activiteiten wil verrichten. Enkel werken en een gezin stichten zien velen niet meer als zaligmakend; men wil zich ook anderszins ontplooien: in studie, vrijwilligerswerk, hobby's, in sociale contacten (vrienden en familie). Bovendien weet men dat het stichten van een gezin forse financiële gevolgen heeft. In de gezinsfase kan de welvaart met een kwart tot een derde dalen, heeft het Sociaal- en Cultureel Planbureau berekend. Dit noemt men het gezinsdal. Oorzaken van dit gezinsdal zijn vooral de kosten van kinderen, en dan met name het eerste kind, en het feit dat een van de ouders of beiden part-time gaan werken. Zij die voor een carrière kiezen krijgen te maken met steeds grotere werkdruk en langere werkweken.
Gevolgen zijn dat jongeren steeds later kinderen krijgen, of zelfs besluiten niet aan gezinsvorming te doen omdat het niet te combineren valt met een carrière, of omdat het een te grote inkomensachteruitgang betekent.
Calculerend inkomstengenererend gedrag wordt daarmee steeds bepalender bij het maken van individuele keuzes.


* zij die wel kiezen voor een gezin, krijgen te maken met een dubbele belasting. De combinatie van ouderschap en werk is bij de toenemende werkdruk zwaar, het organiserend vermogen van de ouders wordt flink op de proef gesteld. In een groot aantal gevallen komt daar ook de zorg voor de ouders bovenop. Bijna 20% van de vrouwen met jonge kinderen en een betaalde baan krijgt te maken met een burnt-out, tegen gemiddeld 10% van de beroepsbevolking. Daarnaast is er de eerdere genoemde financiële terugval die om aanvullend beleid schreeuwt.


* Ook in de latere levensfasen zijn er significante verschuivingen. Het aantal paren van 55-plus zonder kinderen groeit. Verder komen de momenten van het uit huis gaan van de kinderen en verweduwing steeds verder uit elkaar te liggen. Dit heeft wat het eerste verschijnsel betreft grote inkomenspolitieke gevolgen -het besteedbare inkomen van 55-plussers zonder kinderen is relatief groot en daalt weer na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Voor wat het tweede verschijnsel betreft; het steeds ouder worden van mensen heeft vanzelfsprekend grote gevolgen voor de zorg en de zorgvoorzieningen.


* een steeds kleiner wordende groep moet in de nabije toekomst de fors stijgende kosten opbrengen van een groter wordende groep ouderen. De vergrijzing zal vanaf 2020 nog toenemen om in 2040 -als de babyboomgeneratie met pensioen is - een hoogtepunt te bereiken. Ontgroening en vergrijzing zullen derhalve een belangrijke stempel gaan drukken op het beleid.


* aan het arbeidsproces wordt vooral deelgenomen door mensen tussen de 25 en 55 jaar. Door scholing en studie treden jongeren later toe tot de arbeidsmarkt; aan de andere kant van het leeftijdsgebouw werkt nog maar 25% van alle 55-plussers. En dat terwijl de economische groei toeneemt en de arbeidsmarkt tekenen van oververhitting vertoont. De belasting voor de werkenden is derhalve zeer zwaar. Hoe kunnen we voorkomen dat mensen van tussen 55 en 65 jaar de arbeidsmarkt verlaten terwijl er zoveel werk is. In bepaalde sectoren is nauwelijks personeel te vinden, zoals in de zorg, de hulpverlening of het onderwijs. Dit probleem is des te klemmender omdat we weten dat veel 55-plussers wel degelijk nog werkzaam zouden willen zijn, vaak ook in andere beroepen dan ze altijd uitgeoefend hebben. Rechtspositieregelingen, de pensioenbreuk, voorkomen dat deze stappen worden gezet. Dat is jammer omdat jongeren en ouderen op deze wijze nog veel van elkaar zouden kunnen leren. Ook dat bevordert solidariteit tussen generaties.


* er is een duidelijke signaleerbare wens en noodzaak om 'een leven lang te leren'. Permanente educatie en scholing zijn noodzakelijk om te voldoen aan de eisen van de arbeidsmarkt, maar er is ook de individuele wens tot ontplooiing. Sommige mensen willen eerder werken in plaats van leren, anderen willen tijdens hun arbeidzaam leven juist leren of daarna onderwijs volgen. Studie en ouderschap zouden wel eens gemakkelijker te combineren kunnen zijn dan arbeid en ouderschap. Opleiding en scholing worden eenzijdig vanuit het perspectief van employability, economische waarde, bekeken.
Onderwijsregelingen zijn derhalve niet op de nieuwe wensen berekend. Er zijn bijvoorbeeld strikte regels voor (partiële) leerplicht en leeftijdslimitering van studiefinanciering die het concept van 'een leven lang leren' in de realiteit bemoeilijken.


* De huidige arrangementen in de sociale zekerheid versterken de klassieke levensloop. De traditionele indeling is: leren (studiebeurzen, jeugdloon) werken en zorgen (kinderbijslag, werknemersverzekeringen) en rusten (AOW, pensioen, ouderenaftrek). Er is echter een toenemende wens tot loopbaanonderbreking: voor sabbatsverlof, studieverlof, zorg voor de kinderen, omscholing etc. Loopbaanonderbrekingbeleid lijkt noodzakelijk.

Naar een nieuw beleid

In het voorafgaande heb ik een aantal ontwikkelingen genoemd - en de opsomming was zeker niet uitputtend - die vaak tegelijkertijd knelpunten in zich dragen. De rode draad is dat het overheidsbeleid nog te weinig inspeelt op nieuwe wensen in de samenleving. Mensen worden gedwongen in een bepaalde levensfase te kiezen voor of leren, of werken of rusten. Deze druk leidt tot spanning tussen mensen en tussen generaties. In feite speelt het overheidsbeleid mensen en generaties tegen elkaar uit. Zo komt de solidariteit onder druk te staan want solidariteit kan niet zonder wederkerigheid. Als wij een samenleving willen die gedragen wordt door solidariteit tussen generaties, dan zullen wij een ander beleid moeten voeren. Een beleid dat het mogelijk maakt dat mensen als verantwoordelijke personen verantwoordelijkheid nemen voor elkaar, in samenlevingsverbanden en voor de samenleving. Moderne jonge en oudere mensen kiezen er steeds meer voor in elke levensfase hun behoefte aan ontplooiing, arbeid, zorg en vrije tijd te combineren, zij willen in de breedte leven. Dat moet de overheid niet belemmeren maar mogelijk maken.
Dat betekent dat op een aantal terreinen nieuwe initiatieven noodzakelijk zijn. Ik noem een aantal gebieden met concrete discussiepunten.


1. Levensloop en inkomen: gezin- en familiebeleid

Met name de gezinsfase staat onder druk, mede door het eerder genoemde gezinsdal. Solidariteit en overdracht tussen generaties kan een oplossing bieden. Het gezinsdal zou mogelijk overbrugd kunnen worden door maatregelen als het maximeren van de kosten voor wonen, zorg, kinderopvang en studie aan een bepaald percentage van het inkomen. Als de kosten de draagkracht overstijgen subsidieert de overheid conform het CDA-plan De moeite waard deze kosten. Eventuele andere te bediscussiëren maatregelen zouden kunnen zijn: invoeren Tax-credits. verhoging kinderbijslag of opvoedgeld, spreiden van de kosten van een hypotheek over de verschillende levensfasen etc. De oplossing ligt natuurlijk niet alleen in het financiële vlak. De combinatie van ouderschap (zorg) en arbeid dient via deeltijdarbeid, verlofarrangementen e.d. verbeterd te worden.


2. Onderwijs, scholing en arbeidsmarkt

In de partijdiscussie zal op onderwijsterrein het concept van een 'leven lang leren' een belangrijke rol spelen. Concreet gaat het dan bijvoorbeeld om een verandering van de partiële leerplicht waardoor jongeren desgewenst eerder kunnen gaan werken, en het opheffen van de belemmeringen naar leeftijd en schooltype in de studiefinanciering. Een 'Leven lang leren' moet werkelijkheid worden, en mag niet blijven steken in fraaie bedoelingen.
Als het gaat om arbeidsparticipatie vragen de 55-plussers extra aandacht. De krapte op de arbeidsmarkt vraagt om herbezinning, zeker met betrekking tot deze groep.
(Rechtspositie)regelingen die belemmerend werken voor de arbeidsparticipatie van 55-plussers dienen kritisch tegen het licht gehouden te worden. De maatschappij, en met name de jongere generaties hebben de levenservaring en wijsheid van de ouderen nodig. Deze arbeidsparticipatie heeft tevens een economisch belang. Maar economie is niet alles; in dit kader van onze partijdiscussie verdient ook de onbetaalde arbeid, in de vorm van vrijwilligerswerk aandacht.


3. Pensioenen/sociale zekerheid

Er is een spanningsveld tussen flexibilisering en solidariteit als het gaat om het afstemmen van pensioenregelingen op de moderne levensloop. In de huidige pensioenregelingen zitten belemmeringen om een andere levensloop te kiezen dan de standaardlevensloop. Meer mogelijkheden tot individuele arrangementen leiden echter tot afname van solidariteit in pensioenregelingen. Daar komt bij dat pensioenen een zaak zijn van werkgevers en werknemers. Wat kan en mag de rol van de overheid zijn bij het mogelijk meer aansluiten van pensioenregelingen bij de moderne levensloop?
En welke maatregelen zijn in dit kader nodig? Deze principiële discussie mogen wij in het Jaar van de Generaties niet uit de weg gaan. Wat wij evenzeer onder ogen moeten zien is dat sociale zekerheidsregelingen strijdig kunnen zijn met de wens de loopbaan te onderbreken. Een leeftijdloze sociale zekerheid en een loopbaanonderbrekingsbeleid dienen op hun merites beoordeeld te worden. Ook dat debat gaan we aan.


4. Staatsschuldreductie

Tenslotte noem ik het onderwerp waar ik deze toespraak mee begon: de reductie van de staatsschuld. Om collega-spreker Elco Brinkman in het jongste CDA-magazine te citeren. 'Mijn vingers jeuken als ik de staatsschuld zie'. Toekomstige generaties moet zekerheid over inkomen en gezondheidszorg geboden worden; de jongere generaties zullen de kosten daarvoor moeten opbrengen. Een torenhoge staatsschuld is dan onverantwoord.
Het Jaar van de generaties dient wat mij betreft in ieder geval uit te monden in een krachtig - sociaal en solide - pleidooi om de staatsschuld te reduceren.

Beste mensen, ik heb u een aantal ontwikkelingen geschetst en aangegeven op welke gebieden het CDA met u en vele anderen de discussie aan wil gaan om te komen tot een integraal levensloopbeleid. In februari zal een discussienota verschijnen over dit onderwerp. De nota zal in de partij en daarbuiten tot een stevige discussie leiden die uit zal monden in een resolutie met concrete beleidsvoorstellen. Voorstellen die een flinke impact kunnen hebben. Dat die impact er eigenlijk nu al is, werd onlangs bewezen door een journalist die mij vroeg of het Jaar van de Generaties nu een CDA-Jaar of een Jaar is van de Verenigde Naties. Zo belangrijk wordt het thema kennelijk al gevonden.

Bernard Lievegoed beschrijft in zijn boek 'De levensloop van de mens' hoe een mens in de loop van zijn of haar leven in een doorlopend proces van crisis, drempelervaringen en persoonlijke stappen zich ontwikkelt tot een eigen persoonlijkheid in een veranderende maatschappij. Het CDA gaat in zijn beeld van de samenleving uit van de mens en wil daarom ook dat overheidsbeleid mensen ondersteunt in het zelf vormgeven van de levensloop. Niet alleen om tegemoet te komen aan individuele wensen van mensen nu, maar vooral met het oog op het behoud van solidariteit tussen generaties, nu en in de toekomst.

Deel: ' CDA-voorzitter van Rij Solidariteit tussen generaties '




Lees ook