COMMISSIE GELIJKE BEHANDELING

CGB: stagiaire onterecht van school om hoofddoek

CGB: stagiaire onterecht van school om hoofddoek

COMMISSIE GELIJKE BEHANDELING

Onderwerp; Stagiaire onterecht ontslagen om hoofddoek Datum: 11 februari 1999
Contactpersoon: M.H. Cornelissen
Telefoon: 030 . 2335 105

School heeft tolerantie stagiaire voor andere overtuigingen niet onderzocht

STAGIAIRE ONTERECHT VAN SCHOOL GESTUURD OM HOOFDDOEK

Een openbare school mag, gelet op het karakter van het openbaar onderwijs, van het onderwijzend personeel eisen dat zij een open instelling hebben tegenover de verschillende levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden. Zo.n eis is niet op voorhand in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Louter het gegeven dat een vrouw een hoofddoek draagt betekent niet dat de vrouw deze open instelling niet heeft. Dit oordeelt de Commissie na een klacht van een stagiaire die van school werd gestuurd omdat zij een hoofddoek droeg.

De schoolleiding vindt dat van haar onderwijzend personeel een open instelling tegenover de verschillende levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden mag worden gevraagd. Dit betekent dat zij zich terughoudend moeten opstellen bij kledingswijzen die een bepaalde godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging uitdragen. Dit geldt zeker voor het dragen van een hoofddoek. De stagiaire vereenzelvigt zichzelf daarmee met een groepering die weinig blijk geeft van tolerantie tegenover andersdenkenden binnen dezelfde godsdienst. Het is volgens de school evident dat het dragen van een hoofddoek in de klas getuigt van zeer stringente opvattingen. Dit kan bedreigend overkomen op vrouwen en meisjes van dezelfde godsdienst die zich vaak met grote moeite het recht op een vrijere leefwijze hebben verworven.

In haar oordeel stelt de Commissie voorop dat zij, zoals ook de Hoge Raad bepaald heeft, geen uitspraken mag doen over theologische leerstellingen en interpretaties. Het dragen van een hoofddoek, ook al wordt daar verschillend over gedacht, is een godsdienstige uiting die door de AWGB wordt beschermd. De Commissie is van oordeel dat een openbare school, juist vanwege het openbare karakter, een open instelling van haar personeel mag eisen ten opzichte van de diverse levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden. Een dergelijke eis is niet op voorhand in strijd met de AWGB. Maar louter het feit dat een vrouw een hoofddoek draagt betekent nog niet dat zij zo.n instelling niet zou hebben. De school heeft de stagiaire niet gevraagd hoe zij hier tegenover stond. De schoolleiding is uitsluitend van de vooronderstelling uitgegaan dat de stagiaire door het dragen van een hoofddoek ongewenste (godsdienstige) opvattingen zou uitdragen. Hierdoor heeft de school een verboden onderscheid op grond van godsdienst gemaakt.

Deel: ' CGB stagiaire onterecht van school vanwege hoofddoek '




Lees ook