Tweede Kamer der Staten Generaal

circulaire inzake de vorming van regionale ambulancevoorz ieningen

Gemaakt: 5-4-2000 tijd: 10:49


4

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 maart 2000

Onderwerp:

circulaire inzake de vorming van regionale ambulancevoorzieningen

Hierbij doe ik u ter kennisneming toekomen de circulaire inzake de vorming van regionale ambulancevoorzieningen, die de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ik op 8 maart 2000 hebben gezonden aan de besturen van de Centrale Posten Ambulancevervoer en de besturen cq. de directies van de ambulancediensten.

In deze circulaire wordt aangegeven wat de randvoorwaarden zijn voor de Regionale Ambulancevoorziening (RAV) en wat de randvoorwaarden zijn voor het regionaal ambulanceplan. Tevens wordt ingegaan op de gebiedsindeling voor de RAV's en de relatie met het onderwerp geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Doel van deze circulaire: bekendmaking van beleid

Geldigheid van deze circulaire: van 1 maart 2000 tot 1 januari 2003

Inleiding

Om de regionale ambulancevoorziening en het regionaal ambulanceplan wettelijk te verankeren wordt de wet- en regelgeving gewijzigd. Als opstap naar de wijziging van de wet- en regelgeving zenden wij u deze circulaire. De besturen van de Centrale Posten Ambulancevervoer en de besturen cq. directies van de ambulancediensten worden geacht om - voorzover dat niet reeds het geval is - nu gezamenlijk te werken aan de totstandkoming van een regionale ambulancevoorziening. Wij zijn van mening dat uiterlijk 1 januari 2003 alle regionale ambulancevoorzieningen gevormd moeten zijn. Het traject van wijziging van de wet- en regelgeving zal hier ook op worden gericht. Naar verwachting zal begin 2001 een voorstel tot wijziging van de Wet ambulancevervoer bij de Tweede Kamer worden ingediend.

In juni 1997 is de nota «Met zorg verbonden» verschenen. In deze nota is het beleid aangegeven ten aanzien van de ambulancezorg, de traumazorg en de geneeskundige hulpverlening bij rampen. Naar aanleiding van het verschijnen van deze nota is een aantal ontwikkelingen in gang gezet. In veel regio's zijn inmiddels activiteiten ontplooid om te komen tot een regionale ambulancevoorziening (RAV). Het project Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (PGHOR) is inmiddels voltooid. Regionaal kan verder gewerkt worden aan de implementatie van het beleid. Op 27 april
1999 zijn tien ziekenhuizen aangewezen als traumacentrum. De traumacentra hebben, naast de zorgtaak voor de meest ernstig gewonden, bijzondere taken ten aanzien van het realiseren van het traumazorgnetwerk.

In deze circulaire zal worden aangegeven wat de randvoorwaarden zijn voor de RAV en wat de randvoorwaarden zijn voor het regionaal ambulanceplan (RAP). Tevens zal worden ingegaan op de gebiedsindeling voor regionale ambulancevoorzieningen en de relatie met het onderwerp geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR).

Regionale ambulancevoorziening

Een regionale ambulancevoorziening is een samenwerkingsverband tussen alle ambulancediensten en de Centrale Post Ambulancevervoer in het daarvoor door Provinciale Staten aangewezen gebied. De regionale ambulancevoorziening zal - na wijziging van de desbetreffende wet- en regelgeving - worden aangewezen als orgaan voor gezondheidszorg als bedoeld in de Wet tarieven gezondheidszorg. Dat houdt in dat er geen individuele budgetten meer rechtstreeks aan de deelnemende CPA en ambulancediensten zullen worden toegekend, maar dat de regionale ambulancevoorziening houder zal zijn van het budget voor de ambulancezorg in de regio. De RAV is verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeleid, de beschikbaarheid en de doelmatigheid van de ambulancezorg. Met het begrip ambulancezorg wordt - zoals dat ook in de nota «Met zorg verbonden» staat omschreven - verstaan: de zorg die beroepsmatig of bedrijfsmatig wordt verleend om een zieke of gewonde binnen het kader van zijn aandoening of letsel hulp te verlenen en - in opdracht van de Centrale Post Ambulancevervoer - per ambulance te vervoeren met inachtneming van datgene wat op grond van algemeen beschikbare medische en verpleegkundige kennis noodzakelijk is.

De randvoorwaarden voor een regionale ambulancevoorziening

Het ligt niet in de bedoeling strak voor te schrijven welke juridische vorm een regionale ambulancevoorziening moet hebben. De vorm die door de regionale partijen wordt gekozen zal mede afhankelijk kunnen zijn van de rechtspositionele vorm van de afzonderlijke participanten in de RAV. Een RAV moet echter wel aan een aantal minimum rand-voorwaarden voldoen. Deze randvoorwaarden - die ook in wet- en regelgeving zullen worden verankerd - zijn:

De RAV wordt gevormd door de ambulancediensten en de CPA in het door de provincie aangegeven gebied en moet een rechtspersoon zijn met als primaire doelstelling het leveren van verantwoorde ambulancezorg.

De rechtsvorm moet zodanig zijn dat geen winstuitkeringen aan de participanten kunnen worden gedaan.

Alle ambulancediensten en het bestuur van de CPA in de regio moeten vertegenwoordigd zijn in het bestuur van de RAV.

Het bestuur van de Centrale Post Ambulancevervoer - een gemeenschappelijke regeling van gemeenten - is op grond van de huidige Wet ambulancevervoer aangewezen voor het oprichten en instandhouden van de CPA. Voor de feitelijke uitvoering van de meldkamertaken wordt de CPA, vanwege de relatie met de gezondheidszorg, functioneel aangestuurd door de directie van de RAV. De
verantwoordelijkheidsverdeling wordt vastgelegd in het Regionaal Ambulanceplan.

Vertegenwoordigers van ziekenhuizen, huisartsen en patiënten/consumentenplatform moeten betrokken worden bij de RAV in die zin dat zij tenminste een geformaliseerde adviesmogelijkheid krijgen, bijvoorbeeld in een bestuurscommissie of in een raad van advies.

Er wordt geen onderscheid gemaakt in verzorgingsgebieden van individuele vervoerders binnen het gebied van de RAV. De deelnemers in de RAV moeten gezamenlijk invulling geven aan de eisen van kwaliteit, beschikbaarheid en doelmatigheid.

De RAV onderhandelt met de zorgverzekeraars ten aanzien van het budget. Het bestuur van de RAV draagt zorg voor de verdeling van het budget over de participanten van de RAV.

Op het centrale RAV-niveau worden in ieder geval de volgende taken uitgevoerd:

directie

medische leiding

opleidingen

kwaliteitsbeleid

(voorbereiding op) inzet in het kader van grootschalige hulpverlening

administratie

Gelet op deze randvoorwaarden ligt het voor de hand dat gekozen wordt voor de vorm van een gemeenschappelijke regeling of voor de vorm van een stichting. Deze twee vormen hebben dan ook onze voorkeur.

Het regionaal ambulanceplan

Het regionaal ambulanceplan (RAP) is een strategisch beleidsplan gericht op het realiseren van verantwoorde ambulancezorg in een regio. Het regionaal ambulanceplan krijgt een wettelijke verankering. Tot de wet- en regelgeving op dit punt is aangepast, blijft het provinciale spreidingsplan van kracht. Het RAP mag daarom niet in strijd zijn met het provinciale spreidingsplan. Het is de bedoeling bij wijziging van de wet- en regelgeving de provincie de verantwoordelijkheid te geven voor het vaststellen van het RAP. Het RAP zal worden opgesteld door de RAV na overleg met de betrokken zorgverzekeraars. De ziekenhuizen in de regio (waaronder het betrokken traumacentrum), de huisartsen en de vertegenwoordigers van patiënten/consumenten dienen te adviseren bij het opstellen van het RAP. Het RAP kan niet worden vastgesteld indien het bestuur dat verantwoordelijk is voor de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen zijn goedkeuring onthoudt aan de paragraaf inzake de taken van de RAV in het kader van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

Wij achten het vanwege de huidige en de toekomstige verantwoordelijkheid van de provincie, van belang dat de provincie nu reeds bij het opstellen van het RAP wordt betrokken.

In het RAP zijn tenminste de volgende elementen opgenomen:

Een regionale visie op de ambulancezorg in de context van de keten van de spoedeisende medische hulpverlening in de regio, gebaseerd op door lokale partijen geformuleerde uitgangspunten en criteria binnen de landelijk opgestelde procesbeschrijving van spoedeisende medische hulpverlening.

Een overzicht van voorzieningen, waaronder het aantal ambulances, benodigd opdat op elke plaats in de regio in spoedeisende situaties zo snel mogelijk ambulancezorg kan worden verleend.

De verantwoordelijkheden ten aanzien van de uitvoering van de meldkamertaken

De uitvoering van het opleidingsbeleid

De uitvoering, borging en evaluatie van het kwaliteitsbeleid

Een omschrijving van de samenwerking met andere instellingen van gezondheidszorg in de regio (waaronder de ziekenhuizen en het traumazorgnetwerk) en met de regionale ambulancevoorzieningen van de aangrenzende regio's.

Een omschrijving van de taken in het kader van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR).

De relatie met de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

Ambulancezorg vormt een essentieel onderdeel van het systeem voor spoedeisende medische hulpverlening en daarmee ook van het systeem voor geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Dit houdt in dat de RAV een nauwe relatie moet onderhouden met huisartsen, de ziekenhuizen (waaronder de traumacentra) en met de Regionaal Geneeskundig Functionaris. Met deze partijen zal beleidsmatige, inhoudelijke en operationele afstemming moeten plaatsvinden.

In het kader van de relatie tussen ambulancezorg en GHOR is het wenselijk dat er één gemeenschappelijke regeling is voor de CPA en voor de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Voor alle duidelijkheid willen wij hierbij nogmaals onderstrepen dat de uitvoering van de meldkamertaken moet worden ondergebracht in de RAV.

De RAV wordt uiteraard ook ingeschakeld in het kader van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Niet alleen waar het gaat om het leveren van directe patiëntenzorg of het uitvoeren van de meldkamerfunctie, maar bijvoorbeeld ook voor het leveren van functionarissen voor de leiding- en coördinatiestructuur zoals de Officier van Dienst Geneeskundig (OvDG). In die situaties functioneren RAV-medewerkers onder gezag van de Regionaal Geneeskundig Functionaris (functionele aansturing).

Een vaak voorkomende vraag is waar de grens ligt tussen de reguliere ambulancezorg en de ambulancezorg in het kader van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Dit kan als volgt worden omschreven. De reguliere ambulancezorg bestaat uit de activiteiten en voorzieningen die nodig zijn voor het leveren van de normale, dagelijkse patiëntenzorg; zowel voor wat betreft de hulpverlening en het vervoer van de patiënt als voor wat betreft de meldkamerfunctie. Deze zaken worden geacht vanuit het reguliere budget van de RAV te worden bekostigd. Niet-patiënt gebonden activiteiten en voorzieningen inzake de hulpverlening bij ongevallen en rampen die uitstijgen boven de normale dagelijkse situatie worden geacht geen onderdeel te zijn van de reguliere ambulancezorg. Dat houdt in dat die activiteiten en voorzieningen niet vanuit het reguliere budget van de RAV behoeven te worden bekostigd. Wij denken hierbij onder meer aan het boven op het normale dienstrooster inzetten van ambulance- en CPA-personeel voor het stand-by zijn bij grote evenementen, inzet van ambulancepersoneel als onderdeel van de Geneeskundige Combinatie, de OVDG, oefenen en extra materiële voorzieningen. De bekostiging hiervan is een verantwoordelijkheid van de aanvrager. In de meeste gevallen zal dat het bestuur zijn dat verantwoordelijk is voor de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. In dat kader wordt door het Rijk op grond van het Besluit Doeluitkering Rampenbestrijding een bijdrage verstrekt aan dat bestuur.


6. De gebiedsindeling

In de Beleidsnota Rampenbestrijding 2000-2004, die op 16 december 1999 aan de Tweede Kamer is aangeboden, is aangegeven dat het kabinet van mening is dat een congruente gebiedsindeling voor zowel de politie, de brandweer als de GHOR uiterlijk in 2003 gerealiseerd moet zijn. Daarbij is de schaal van de politieregio het uitgangspunt, met de aanvulling dat maatwerk daarbij steeds mogelijk moet blijven. De indeling in gebieden voor de regionale ambulancevoorzieningen zal in beginsel bij deze gebieden moeten aansluiten.

De verantwoordelijkheid voor de gebiedsindeling voor ambulancezorg ligt op basis van de huidige Wet ambulancevervoer bij de provincies. Zij zullen een actieve rol spelen bij het totstandkomen van de territoriale congruentie. In de praktijk blijkt dat doorgaans aansluiting wordt gezocht bij de indeling van de politieregio's.

De Minister van Volksgezondheid, De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken
Welzijn en Sport, en Koninkrijksrelaties,

dr. E. Borst-Eilers G.M. de Vries

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Circulaire over vorming van regionale ambulancevoorzieningen '




Lees ook