Gemeente Oosterhout


College presenteert Meerjarenbeleidsplan 2000-2004

"Kiezen voor kwaliteit" leidraad voor collegebeleid voor komende vier jaar

"Kiezen voor kwaliteit" is de leidraad die burgemeester en wethouders van Oosterhout hebben gekozen in het Meerjarenbeleidsplan 2000-2004. "Het in stand houden, en waar mogelijk verbeteren, van de kwaliteiten van onze gemeente vormt een van de belangrijkste uitdagingen voor de komende periode. Niet per definitie "meer", maar wel altijd "beter" moet daarbij leidraad voor ons bestuurlijk handelen zijn", schrijven b. en w.

Het Meerjarenbeleidsplan, het eerste van zijn soort in Oosterhout, is in eerste instantie een vertaling van het college-akkoord. Daarnaast is het van belang voor de gemeentelijke organisatie om beter te kunnen plannen, sturen en controleren en zo meer samenhangend beleid te kunnen ontwikkelen en uit te voeren.

In het Meerjarenbeleidsplan kondigt het college een aantal nieuwe beleidsmaatregelen aan, waarvan de uitgaven oplopen van ƒ 704.500 in 1999 tot ƒ 2.820.000 in het jaar 2003. Daarnaast doen b. en w. voorstellen voor nieuwe investeringen, die vooral in het jaar 1999 tot uitvoering komen (voor een investeringsbedrag van ƒ 1.530.000).

Daar staat tegenover dat b. en w. hebben besloten een aantal oorspronkelijke investeringen te schrapen (voor in totaal ƒ 3,8 miljoen). Een aantal financieel-technische en aanvullende financiële maatregelen zorgen daarnaast voor lucht.

Al met al leidt dat ertoe dat aan het eind van de periode (in 2003) er een overschot is van ƒ 225.000. Voor het jaar 2000 daarentegen is er nu een tekort van ƒ 510.000 voorzien. Dat is in principe (nog) strijdig met de inspanningsverplichting dat de begroting voor 2000 sluitend moet zijn. Burgemeester en wethouders denken overigens dat tekort voor de behandeling van de begroting voor 2000 te kunnen wegwerken. Is dat niet het geval, dan zullen ze met nadere voorstellen komen.

Financieel zwaar weer

Ook in het meerjarenbeleidsplan tekenen burgemeester en wethouders een niet erg rooskleurig financieel beeld. De afnemende groei van Oosterhout heeft gevolgen voor de inkomstenpositie van de gemeente. Het niet langer beschikbaar zijn van grote uitbreidingslocaties leidt ertoe dat de gemeente zich niet langer zeker weet van (aanzienlijke) inkomsten uit de grondexploitatie. Dat lag in de jaren zestig, zeventig en tachtig heel anders.

Dat betekent dat ook het meerjarenbeleidsplan onder financieel zwaar weer tot stand is gekomen. De operatie begon met een tekort van ƒ 1,2 miljoen in het jaar 2000 en een structurele lastenverzwaring van ƒ 3,5 miljoen. Daarnaast bestond de inspanningsverplichting de begroting voor 2000 rond te krijgen, in principe zonder beroep op de saldi-reserve.

Omdat het college eerder al een lastenverzwaring heeft aangekondigd, vindt het het niet wenselijk de financiële problemen direct af te wentelen op inwoners van of organisaties in Oosterhout. Daarom is bij het zoeken naar oplossingen niet gekozen voor verdere lastenverzwaring, het schrappen van subsidies of het opschroeven van tarieven van bijvoorbeeld accommocaties.

Kiezen voor thema’s

Het Meerjarenbeleidsplan vertaalt de wensen uit het college-akkoord in concrete doelstellingen en effecten. Dat is gebeurd aan de hand van vijf thema’s, waarop het college zijn bestuurlijke aandacht wil richten - mede aan de hand van signalen uit de samenleving - en waarin de keuze voor kwaliteit steeds leidend is. Die vijf thema’s zijn:
* kwaliteit in de woonomgeving;

* kwaliteit in werk en inkomen;

* kwaliteit in stedelijke ontwikkeling;

* kwaliteit in voorzieningen;

* kwaliteit in dienstverlening.

Aan de hand van die thema’s heeft het college vervolgens zijn prioriteiten vastgesteld, waarbij niet alle wensen uit het college-akkoord zijn gehonoreerd. Daarvoor is de financiële en personele capaciteit te beperkt. Toch zijn die - niet direct gehonoreerde - wensen niet achter de horizon verdwenen. Zij zijn, compleet met financiële uitwerking, in het Meerjarenbeleidsplan op een "parkeerplaats" gezet.

Financiële uitgangspunten

Bij de totstandkoming van het Meerjarenbeleidsplan heeft het college een aantal financiële uitgangspunten geformuleerd. Een van de belangrijkste, al aangekondigd bij de begroting voor 1999, is dat het college een deel van de extra middelen die het rijk beschikbaar heeft gesteld voor het beperken van de (stijging van) de lokale lastendruk (Zalmsnip), specifiek wil inzetten voor minimabeleid. Het overige deel zal worden gebruikt voor algemene doeleinden. Dat leidt ertoe dat voor het college de noodzaak afneemt om "terug te vallen op inkomstenverruimende maatregelen als het extra verhogen van de lokale lasten, het opschroeven van tarieven of verminderen van subsidies".

Daarnaast hebben b. en w. besloten, vanwege de financiële beperkingen, de ruimte voor nieuwe investeringen te begrenzen op het huidige niveau. Dat betekent dat nieuwe investeringen alleen mogelijk zijn als gelijktijdig - en voor eenzelfde bedrag - voorgenomen investeringen worden geschrapt.

Het college heeft in het Meerjarenbeleidsplan geen geld opgenomen voor ontwikkelingsprojecten op inbreidingslocaties. Uitgangspunt is dat de gemeente alleen zal meewerken aan projecten van derden als tevoren duidelijk is dat daarvoor geen gemeentelijke bijdrage is verschuldigd. Voor projecten waarover in regionaal verband afspraken zijn gemaakt voor de onderlinge afstemming van de woningbouwproductie, hebben b. en w. wel geld gereserveerd. Voorgesteld wordt voor de komende planperiode een bedrag van maximaal ƒ 5 miljoen te onttrekken aan de saldi-reserves en voor de periode 2005-2015 nog eens maximaal ƒ 5 miljoen.

Ruimtescheppende maatregelen

Om financiële ruimte te creëren voor nieuw beleid in het Meerjarenbeleidsplan stelt het college een aantal maatregelen voor. Het betreft:

* lagere kapitaallasten bestaande investeringen. Minder uit te geven: ƒ 250.000 structureel vanaf 1999;
* besparing rente over investeringen in jaar van kredietvotering. Minder uit te geven: ƒ 390.000 in 1999, ƒ 440.000 in 2000, aflopend tot ƒ 155.000 in 2003;

* verhoging van de leges burgerzaken naar meer kostendekkend niveau, zoals dat elders in de regio wordt gehanteerd. Opbrengst: ƒ 100.000 vanaf 2000, ƒ 200.000 vanaf 2002;
* doorvoeren van de eerder aangekondigde afschaffing van de forfaitaire vervoerskostenvoorziening in de Wet voorzieningen gehandicapten. Naar de mening van het college gerechtvaardigd nu WVG-gerechtigden gebruik kunnen maken van een uitgebreid, en door de gemeente gesubsidieerd systeem van deeltaxi-vervoer. Minder uit te geven: ƒ 430.000 in 2001, ƒ 372.000 in 2002, ƒ 405.000 in 2003;

* verrekening kosten met partners in het Centrum voor Werk en Inkomen. Opbrengst: ƒ 52.500 structureel vanaf 1999.

Daarnaast stellen b. en w. voor binnen het bestaande investeringsplan een aantal voorgenomen investeringen niet of slechts gedeeltelijk te laten doorgaan. Het gaat daarbij onder andere om de keuze voor de goedkopere eco-variant voor de fietsverbinding tussen Oosterhout en Dorst. Conform de uitspraak van de raad zal dit geld worden gebruikt voor voorzieningen die voortvloeien uit de Fietsnota. Dit levert in totaal ƒ 800.000 op.

Verder wordt onder andere minder geld uitgegeven aan
* het groenplan Braeckesteijn;

* de revitalisering van het bedrijventerrein Vijf Eiken;
* investeringen voor bedrijfsverplaatsingen;
* geluidsreducerende maatregelen ten gevolge van de Verkeersmilieukaart;

* de centrumvoorzieningen Vrachelen;

* kruising Pasteurlaan/Bovensteweg;

* aanleg voet-fietspad Dammenbuurt;

* natuurontwikkelingsplan Domeinweg;

* investeringen aan algemene voorzieningen aan gebouwen.

Deze investeringsbeperkingen leiden tot een beperking op de kapitaallasten (de "gewone" begroting), oplopend van ƒ 25.000 in 1999 tot ƒ 380.000 in 2003.

Nieuw beleid

Tegenover deze beperkingen stelt het college een aantal voorstellen voor nieuw beleid. B. en w. verdelen de voorstellen in drie categorieën: onontkombare besluiten, besluiten die een relatie hebben met één van de vijf thema’s en besluiten die geen relatie met de thema’s hebben, maar die het college desondanks belangrijk vindt.

In de exploitatiesfeer komen b. en w. onder andere met de volgende voorstellen:

* verhoging van het budget voor wegenonderhoud in verband met de uibreiding van het areaal. Thema: kwaliteit in de woonomgeving). Kosten: ƒ 100.000 in 2002, ƒ 200.000 in 2003;
* opstellen van een beheersplan openbare ruimte, dat ertoe moet leiden dat de middelen die al beschikbaar zijn voor groen- en wegonderhoud efficiënter worden ingezet. Thema: kwaliteit in de woonomgeving. Kosten: ƒ 152.500 per jaar in de periode 1999 tot en met 2001;

* één gemeentelijk aanspreekpunt voor horecacoördinatie en middenstandsbeleid. Thema: kwaliteit in werk en inkomen. Kosten: ƒ 50.000 structureel vanaf 2000;

* extra kosten voor de huisvesting van het Centrum voor Werk en Inkomen. Thema: kwaliteit in werk en inkomen. Kosten: ƒ 122.500 structureel vanaf 1999;

* extra kosten voor categoriaal minimabeleid. Thema: kwaliteit in werk en inkomen. Kosten: ƒ 25.000 in 1999, ƒ 50.000 structureel vanaf 2000;

* verhogen van de tegemoetkomingsregeling als gevolg van het anders inzetten van de Zalmsnip-gelden. Thema: kwaliteit in werk en inkomen. Kosten: ƒ 330.000 structureel vanaf 2000;
* coördinatie integraal accommodatiebeheer Thema: kwaliteit in voorzieningen. Kosten: ƒ 110.000 in 1999, ƒ 50.000 structureel vanaf 2000;

* stelpost voor algemeen onderwijsbeleid. Thema: kwaliteit in voorzieningen. Kosten: ƒ 200.000 vanaf 2002;
* meerkosten realisering combi-bad op De Warande. Thema: kwaliteit in voorzieningen. Kosten: ƒ 200.000 in 2002, ƒ 400.000 vanaf 2003;

* opstellen en uitvoeren masterplan ouderen. Thema: kwaliteit in voorzieningen. Kosten: ƒ 20.000 in 1999, vanaf 2001 bedragen voor de uitvoering, oplopend van ƒ 175.000 in 2001 tot ƒ 275.000 in 2003;

* flankerend ouderenbeleid/warme-maaltijdvoorziening. Thema: kwaliteit in voorzieningen. Kosten: ƒ 75.000 vanaf 2001;
* instelling gemeentelijke rekenkamer. Thema: kwaliteit in dienstverlening. Kosten: ƒ 100.000 structureel vanaf 2002;
* intensiveren communicatie-inspanning. Thema: kwaliteit in dienstverlening. Kosten: ƒ 60.000 structureel vanaf 2000;
* middelen ter realisering voorgenomen afschaffing forfaitare vervoerskostenvergoeding in de WVG. Kosten: ƒ 175.000 in 1999.

Ook op het gebied van investeringen komt het college met een aantal nieuwe voorstellen. Het betreft onder andere:

* plan meubilair binnenstad. Thema: kwaliteit in de woonomgeving. Kosten: ƒ 100.000 in 2000;

* extra voorzieningen fietsnota. Thema: kwaliteit in de woonomgeving. Kosten: ƒ 100.000 voor alle jaren 1999 tot en met 2003;

* beheersplan openbare verlichting. Thema: kwaliteit in de woonomgeving. Kosten: ƒ 50.000 in 1999;
* onderzoek realisering combi-bad op De Warande. Thema: kwaliteit in voorzieningen. Kosten: ƒ 30.000 in 1999;
* onderzoek naar imago en identiteit van de gemeente Oosterhout. Thema: kwaliteit in dienstverlening. Kosten: ƒ 100.000 in 1999;

* imagocampagne en ontwerp nieuwe huisstijl. Thema: kwaliteit in dienstverlening. Kosten: ƒ 250.000 in 2000;
* aanvullende investeringen cultureel centrum De Bussel (bovenop het bedrag van ƒ 4 miljoen dat al in de meerjarenraming was opgenomen). Kosten: ƒ 1,4 miljoen in 2001;
* opstellen leefmilieuverordening voor de binnenstad, waardoor een nieuw en kostbaar bestemmingsplan voor dit gebied achterwege kan blijven. Kosten: ƒ 100.000 in 2000;

* vervanging stemmachines (onontkoombaar). Kosten: ƒ 450.000 in 2001.

Ten laste van de saldi-reserve worden verder nog gebracht voorzieningen aan wegen (ƒ 500.000 in 1999), onderhoudskosten schoolgebouwen (ƒ 200.000 in 1999 en 2000) en de extra meerkosten van de millenniumproblematiek (ƒ 650.000 in 1999). Daarnaast is op de investeringslijst nog opgenomen de bijdrage in de investeringen in het Oelbertgymnasium (thema: kwaliteit in voorzieningen). Het college heeft eerder toezeggingen gedaan voor een financiële bijdrage, onder verwijzing naar de bijzondere huisvestingssituatie van deze school. Onderzoek zal moeten uitwijzen hoe groot die bijdrage zal moeten zijn.

Geparkeerd beleid

Het meerjarenbeleidsplan kent verder nog een "parkeerplaats" van gewenst beleid waarvoor (nog) geen geld beschikbaar is. De omvang van deze "parkeerplaats" zal afnemen als er extra financiële ruimte beschikbaar komt om "geparkeerde" voorstellen alsnog te kunnen uitvoeren. De omvang zal toenemen als raad en college met wensen komen die niet direct te honoreren zijn. Op deze lijst komen momenteel voorstellen voor voor onder andere hondenpoepbeleid, buurtgericht renoveren van openbare verlichting, gemeentelijk gezondheidsbeleid en het op grote schaal toepassen van Internet, Intranet en een geautomatiseerd raadsinformatiesysteem.

Totaalbeeld

Alle cijfers tegen elkaar afwegend laat het financieel beeld voor het jaar 2000 een tekort zien van ƒ 500.000. Op zichzelf is dat in strijd met eerder gemaakte afspraken dat de begroting voor 2000 sluitend moet zijn. Het college heeft er goede hoop op dat dat voor die tijd nog zal lukken.

Is dat niet het geval, dan zullen b. en w. bij de begroting voor 2000 alternatieve voorstellen ontwikkelen. Dat kan betekenen terugkomen op de eerder gemaakte afspraken dat het tekort niet gedekt mag worden uit de saldi-reserves. Aanvullende belastingmaatregelen is een andere optie. Tenslotte valt te denken aan het instellen van een "Kwaliteitsfonds". "Dit fonds zou moeten worden gevoed door een opslag op de grondverkoopprijs en worden aangewend om te investeren in voorzieningen die de kwaliteit verbeteren van het Oosterhoutse woon- en leefklimaat in de ruimste zin", aldus b. en w. Het college vraagt de gemeenteraad nu al uit te spreken welk alternatief de voorkeur geniet.

Procedure

Oosterhoutse organisaties, instellingen en andere betrokkenen kunnen in de periode van maandag 1 tot en met vrijdag 19 maart op het concept-Meerjarenbeleidsplan reageren. In die periode, op dinsdag 16 maart, zal in de raadzaal van het stadhuis een
hoorzitting/inspraakavond over dit onderwerp worden belegd. Daarna komt het Meerjarenbeleidsplan aan de orde in alle raadscommissies, waarin belanghebbenden eveneens de gelegenheid hebben in te spreken.

Het college stelt het Meerjarenbeleidsplan vervolgens in zijn vergadering van 23 maart definitief vast, gehoord hebbend de reacties van de raadsfracties en de insprekers. Daarna volgt een tweede ronde langs de commissies, inclusief mogelijkheid tot inspreken, waarna de gemeenteraad het Meerjarenbeleidsplan in zijn vergadering van 28 april zal vaststellen.

Oosterhout, 23 februari 1999

Deel: ' College Oosterhout presenteert Meerjarenbeleidsplan '




Lees ook