BPV&W actueel

Brief aan de vaste Tweede Kamer-commissie SZW,


10 mei 1999

Betreft: commentaar op kabinetsstandpunt SUWI.

Geachte mevrouw, heer,

Hartelijk dank voor uw uitnodiging deel te nemen aan de hoorzitting over SUWI op 19 mei a.s. Het Breed Platform Verzekerden en Werk (BPV&W) dat opkomt voor de belangen van mensen met (vermeende) gezondheids-problemen bij het verkrijgen of behouden van werk, in de sociale zekerheid en ten aanzien van particuliere verzekeringen, hechten wij groot belang aan de structuur waarbinnen het stelsel van sociale zekerheid tot uitvoering wordt gebracht. Uit de duizenden telefoontjes die onze Helpdesk jaarlijks krijgt weten wij dat werknemers en uitkeringsgerechtigden tal van problemen ondervinden bij het verkrijgen van werk en inkomen.

Het BPV&W is bezorgd over de kabinetsplannen. Met name het invoeren van marktwerking en het toelaten van commerciële belangen op een zo wezenlijk terrein van maatschappelijke ordening beziet het BPV&W met argusogen. Het BPV&W is bang dat de belangen van individuele uitkeringsgerechtigden en werknemers, en het algemene maatschappelijke belang van een degelijk stelsel van sociale zekerheid, ondergeschikt wordt aan de belangen van op winst gerichte ondernemingen. Het parlement geeft met de privatisering controle over de uitvoering van de sociale zekerheid uit handen en zal vervolgens nauwelijks meer in staat zijn corrigerend op te treden.

Het BPV&W is evenals het kabinet van mening dat er in het huidige stelsel van sociale zekerheid verbeteringen nodig zijn. Met name de bemiddeling en ondersteuning van werk-zoekenden laat op dit moment nog te wensen over. Naar de mening van het BPV&W is privatisering echter niet de juiste oplossing omdat het grote risicos met zich meebrengt.

Privatisering sociale zekerheid zelf

De SUWI-nota heeft betrekking op de organisatie van de uitvoering van de sociale zekerheid, niet op privatisering van sociale zekerheidswetten zelf. Het BPV&W voorziet desalniettemin dat SUWI de totale privatisering van met name de WAO dichterbij brengt: de infra-structuur voor een private WAO is vanaf 2001 volledig klaar. De druk op het kabinet vanuit verzeke-raars en andere private uvis om zelf de polisvoorwaarden, het acceptatiebeleid en de claimbe-oor-deling te mogen doen zal toenemen. Het risico dat dit zal gebeuren is vooral groot met betrekking tot de WAO. Mocht de WAO inderdaad geprivatiseerd worden dan zal dat grote gevolgen hebben door het verbrokkelen van de collectieve solidariteit, door risico-selectie en door tweedeling tussen hoge en lage risicos.

Privacy

De uitvoering van WAO en WW is voor commerciële bedrijven waarschijnlijk alleen interessant wanneer die bedrijven de beschikking krijgen over allerlei gegevens van de werk-nemers. Met andere woorden: de uvis krijgen groot belang bij versoepeling van de privacy-bescherming. Nu al dringen verzekeraars er bijvoorbeeld op aan gebruik te mogen maken van sofinummers. Mensen worden echter onder een dergelijk nummer geregistreerd met het oog op publieke doeleinden, niet om de winstmarges van verzekeraars te vergroten. Het BPV&W vindt dat met gegevens van werknemers en registratie daarvan uiterst zorgvuldig moet worden omgegaan en dat gegevens niet mogen worden gebruikt voor andere doelen dan die waarvoor ze zijn verzameld.

Een ander privacyprobleem verwachten wij in verband met de commerciële reïntegratie-activiteiten. Hoewel Boeten en Maatregelen door publieke instanties uitgevoerd blijft worden hebben de commerciële uvis ook grote interesse in de reïntegratie-inspanningen van hun cliënten. Er bestaat een gevaar dat die interesse zal leiden tot bemoeienissen in de privésfeer. Het risico bestaat dat werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten zich tegenover een uvi/verzekeraar zullen moeten verantwoorden voor hun gedrag in de privésfeer. Zo zou een uvi bovenmatig geïnteresseerd kunnen zijn in de vraag of iemand rookt, of in de vraag of iemand een risico-sport beoefent.

Cliëntenparticipatie

Onder deze kop voorziet het kabinet in niet meer dan tevredenheidsonderzoek middels enquêtes. Dat is uiteraard geen participatie. Het is onbegrijpelijk waarom cliëntvertegen-woordigers (uitkeringsgerechtigden) niet deel zouden kunnen uitmaken van de regionale overlegplatforms. Die platforms krijgen uitdrukkelijk geen bestuurlijke verantwoorde-lijk-heid, dus angst voor onevenredige cliëntenbelangenbehartiging hoeft hieraan niet in de weg te staan. Het zou dan wel reële participatie in de zin van deelname aan overleg zijn. Daarnaast is het naar de mening van het BPV&W nodig dat organisaties van uitkeringsgerechtigden betrokken worden bij het beleid van CWIs en uvis en bij de evaluatie van de dienstverlening door die instellingen.

Klantvriendelijkheid

In de SUWI-nota wordt ervan uitgegaan dat het aanbieden van één loket de kern van klant-vriendelijkheid is. Dat is naar onze mening niet waar: de klant heeft behoefte aan onder-steu-ning en begeleiding bij het vinden van werk; aan goede uitleg en voorlichting over rechten, plichten en de gang van zaken; aan toegankelijke klacht- en beroepsprocedures naast één persoon of één loket waar hij met al zijn vragen en wensen terecht kan.

Niet alleen houdt klantvriendelijkheid naar onze mening dus veel meer in dan het bieden van één loket, ook hebben wij twijfels over de realiteit van dat ene loket. Alle fase 2 t/m 4 cliënten èn iedereen die een uitkering behoeft èn een deel van de mensen die scholing of training krijgt komt nog steeds bij meerdere loketten terecht.

Bezwaar en beroep

Het is van groot belang dat er voor cliënten toegankelijke procedures zijn voor bezwaar en beroep in het kader van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). De toegankelijkheid wordt in de voorge-stelde uitvoeringsstructuur belemmerd door de ingewikkelde verantwoordelijkheids-verdeling: het zal niet altijd duidelijk zijn welke instantie een beslissing heeft genomen of nagelaten heeft een beslissing te nemen waartegen de cliënt bezwaar wil maken. Wanneer uvis private bedrijven zijn is hun handelen niet onderhevig aan de AWB. Cliënten die in conflict komen met een uvi, over bijvoorbeeld een dagloonvaststelling, kunnen hun recht dan alleen nog halen door een beroep te doen op de (kanton)rechter. Deze rechtsgang vormt echter voor veel cliënten een enorm hoge drempel vanwege de kosten en de procedurele vereisten.

Gezien deze bezwaren tegen de voorgestelde structuur van de uitvoering van de sociale zeker-heid dringt het BPV&W aan op een volledig publieke uitvoering van de sociale zeker-heid. In een publiek stelsel zijn aanpassingen en reorganisaties waarschijnlijk ook nodig, maar kunnen fouten ook hersteld worden. Naar de mening van het BPV&W levert privatisering van uitvoe-rings-instellingen teveel risicos op voor een rechtvaardige uitvoering van de sociale zekerheid.

Hoogachtend,

Mw. mr. M.M. Wewer

Coördinator BPV&W


©1998 BPV&W

webmaster@bpv.nl

Deel: ' Commentaar BPV&W op kabinetsstandpunt SUWI '




Lees ook