Commissie Van Kemenade negeerde aanwijzingen voor een doofpot

HILVERSUM (28.07.99) - De commissie Van Kemenade heeft aanwijzingen voor het bestaan van een doofpot rond de val van Srebrenica bij Defensie genegeerd. De weigering van Dutchbat om tijdens de val van de moslim-enclave medische hulp te verlenen aan gewonde burgers is door Defensie doelbewust verdoezeld. Meerdere aanwijzingen hiervoor werden volgens de actualiteitenrubriek Netwerk door de commissie Van Kemenade genegeerd.

De commissie, voorgezeten door de commissaris van de koningin van Noord-Holland, J.A. van Kemenade, heeft vorig jaar onderzoek gedaan naar de informatieverwerking door Defensie in het dossier Srebrenica. In zijn eindrapport concludeerde Van Kemenade dat er weliswaar veel was misgegaan, maar "van een doofpot is geen sprake".

Tijdens de val van Srebrenica werd gedurende anderhalve dag door Dutchbat geen medische hulp verleend aan gewonde burgers. Tenminste één zwaargewonde vrouw kwam daardoor om het leven. Naar nu blijkt hebben in juli 1995 drie leden van Dutchbat dit al verteld bij de eerste debriefing in Zagreb. Van hun relaas is echter niets terug te vinden in het officiële rapport dat hierover werd opgesteld. Dit patroon zou zich herhalen bij de debriefing in Assen in september 1995. Netwerk benaderde elf Dutchbatters die verklaarden in Assen te hebben verteld over de weigering van medische hulp aan gewonde Bosniërs. Ook deze feiten werden uiteindelijk niet opgenomen in het debriefingsrapport. Het vertrouwelijke "feitenrelaas", waar het debriefingsrapport uit 1995 op is gebaseerd en waar de commissie Van Kemenade over beschikte, maakt juist wel melding van de weigering medische hulp te verlenen.

Naar aanleiding van het feitenrelaas heeft het openbaar ministerie in Arnhem inmiddels besloten in deze kwestie een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. In een schriftelijke verklaring meldt het openbaar ministerie dat "het onderzoek zich met name richt op de vraag of het niet verlenen van medische hulp tot het overlijden van mensen of tot zwaar lichamelijk letsel heeft geleid."

Maar voor Van Kemenade waren al deze feiten geen aanleiding om van een "doofpot" te spreken, zelfs niet naar aanleiding van het verhoor van Ductbat-arts Ger Kremer. Tijdens zijn verhoor door de Commissie verklaarde kolonel Kremer door landmachtgeneraal Vader onder druk te zijn gezet om een valse verklaring te ondertekenen over de weigering medische hulp te verlenen. Kremer is de arts die de zwaargewonde vrouw had willen behandelen, maar door zijn meerdere werd verboden om dat te doen. De vrouw overleed een dag later aan haar verwondingen.

Op 8 september vorig jaar zei Kremer tegen de Commissie: "Ik ben bij generaal Vader van de Landmacht geweest(...). Toen kreeg ik een papier te zien waarop het antwoord al geformuleerd stond. Dat antwoord luidde dat er niemand was overleden. (...) Dat stond al op papier."

De commissie Van Kemenade heeft generaal bd. Vader nooit met deze beschuldigingen geconfronteerd. Tegenover Netwerk zegt Vader nu: "Ik herinner me dat niet zo en wat er precies gebeurd is dat laat ik in het midden (...). Het zou best kunnen maar ik herinner het me niet."

In een interview met Netwerk zegt Van Kemenade dat hij van mening blijft "dat er geen sprake" is van een doofpot.

Deel: ' Commissie Van Kemenade negeerde aanwijzingen voor doofpot '




Lees ook