Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Algemene Commissie voor Europese Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directie Integratie Europa

Secretaris BNC/Impl.-/Art 169-overleg

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 19 april 1999
Kenmerk DIE-278/99
Blad /1
Bijlage(n) 2 E-mail die-ae@die.minbuza.nl
Betreft Informatievoorziening aan de Tweede Kamer inzake nieuwe Commissievoorstellen

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij twee fiches aan te

bieden die werden opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):


1. Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot vaststelling van een lijst van gedragingen die een ernstige inbreuk vormen op de voorschriften van het gemeenschappelijk visbeleid


2. Voorstel voor een richtlijn van het Europese Parlement en de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden van motorvoertuigen en houdende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 70/156/EEG.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken


1. Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot vaststelling van een lijst van gedragingen die een ernstige inbreuk vormen op de voorschriften van het gemeenschappelijk visbeleid

Nummer van het Commissiedocument: COM (1999) 70 def

Eerstverantwoordelijke ministerie: LNV i.o.m. JUST

Behandelingstraject:

Het voorstel is in de Visserijraad van 30 maart 1999 gepresenteerd en zal in april in de raadswerkgroep worden behandeld.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Het voorstel voor een verordening voorziet in de vaststelling van een lijst overtredingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Als door een Lidstaat een van de genoemde overtredingen geconstateerd wordt dient zij hier de Commissie direct van op de hoogte te stellen en te vermelden welke maatregelen naar aanleiding van de overtreding door bestuurlijk en gerechtelijke autoriteiten zijn genomen. De door de Lidstaten verstrekte informatie wordt door de Commissie ter beschikking van de lidstaten, het Europees Parlement en het Raadgevend Comité voor de Visserij.

De betreffende overtredingen zijn onder andere obstructie van het werk van de visserij-inspecteurs van de Commissie en van de nationale inspecteurs, vervalsing of vernietiging van bewijsstukken, visserij zonder vergunning, het gebruik van verboden vistuig of vismethoden, vangst van een specifieke soort waarvoor een moratorium of een vangstverbod is ingesteld, etc.

Subsidiariteitstoets, deregulering:

Overwegend positief. Het voorstel ligt in het verlengde van het besluit (in de vorm van een wijziging in de Controle Verordening (2856/98)) van de Visserij Raad van oktober 1998 dat de Raad op basis van een Commissievoorstel een lijst met ernstige overtredingen kan vaststellen. Een verdere reden waarom dit voorstel de subsidiariteitstoets relatief goed doorstaat is dat het voorstel kan bijdragen tot verbetering van de naleving van communautaire regels op het gebied van de visserij, maar daarbij de bestaande verdeling van bevoegdheden tussen lidstaten en Commissie intact laat.

Dit moet mede gezien worden tegen de achtergrond van de genoemde Visserij Raad waar het voorstel van de Commissie om ook de follow up maatregelen bij ernstige overtredingen op communautair niveau vast te stellen werd afgewezen; het treffen van sanctiemaatregelen valt immers onder de nationale competentie.

Nederlandse belangen

De Nederlandse belangen bij dit voorstel bestaan in het bewerkstelligen van eendeugdelijk en doorzichtig controlemechanisme in alle Lidstaten voor de naleving van de communautaire regelgeving op het gebied van de visserij om zodoende de concurrentievervalsing te voorkomen en het draagvlak in de Nederlandse visserijsector voor controle te vergroten.

Consequenties voor EG-begroting in Euro (per jaar):

Geen

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden

Nog niet duidelijk. (Een aandachtspunt is of de genoemde gedragingen pas door deze Verordening als overtreding van het EG visbeleid worden bepaald, of dat dit (voor een aantal gedragingen) reeds door eerdere EG wetgeving werd bepaald).

Rol EP in besluitvormingsprocedure:

Rechtsbasis is Artikel 43 (EG Verdrag); derhalve raadpleging van het EP.



2. Voorstel voor een richtlijn van het Europese Parlement en de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden van motorvoertuigen en houdende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 70/156/EEG.

Nummer van het Commissiedocument: COM(1999)32 def.

Eerstverantwoordelijke ministerie: EZ i.o.m. V&W

Behandelingstraject:

Behandeld in Werkgroep Motorvoertuigen; algemene instemming met het voorstel. Behandelingstraject voor de Interne Marktraad nog onbekend.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Het voorstel beoogt het aantal doden en ernstig gewonden, met name onder inzittenden van personenauto's, te verminderen in geval van een botsing tegen de voorzijde van een vrachtauto. De overlevingskans van de inzittenden van de auto hangt in belangrijke mate af van de verwerking van de botsenergie door de constructie van het voertuig (de kreukelzone). Indien de voor- of achterkant van de personenauto niet tegen maar onder de voorzijde van de vrachtauto terechtkomt, kan de kreukelzone niet functioneren. Daarom wordt in de beoogde richtlijn een beschermingsinrichting aan de voorzijde van vrachtauto's verplicht gesteld, overeenkomstig de technische normen die zijn opgenomen in ECE reglement 93 inzake "front underrun protection".

Subsidiariteitstoets, deregulering:

Positief. Het betreft een regeling die bijdraagt aan hoger veiligheidsniveau in heel Europa, mede gezien het internationale karakter van het vrachtverkeer, waarbij door middel van uniforme typegoedkeuringseisen handelsbelemmeringen worden vermeden (artikel
100 A).

Bovendien is bij de toetreding van de Gemeenschap tot de ECE-overeenkomst betreffende goedkeuringsvoorwaarden en wederzijdse erkenning van de goedkeuring van uitrustingsstukken en onderdelen van motorvoertuigen (Beschikking 97/836/EG) besloten dat de Gemeenschap zou toetreden tot een groot aantal Reglementen, waaronder ECE reglement 93.

Nederlandse belangen:

Nederland staat positief tegenover het voorstel, omdat het bijdraagt aan een betere verkeersveiligheid (minder slachtoffers in het wegverkeer) en uniforme typegoedkeuringseisen.

Consequenties voor EG-begroting in Euro (per jaar):

Geen

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden

Het voorstel vereist een aanpassing van het Voertuigreglement.

Rol EP in de besluitvormingsprocedure:

Codecisie-procedure.

Deel: ' Commissievoorstellen BNC '




Lees ook