Provincie Limburg

GS stellen concept-advies vast voor herschikking MAVO-VBO


34/99

Maastricht, 2 maart 1999

Limburgse scholen voor mavo en vbo gaan in 1999 een cruciale fase in GS STELLEN CONCEPT-ADVIES VAST VOOR HERSCHIKKING MAVO-VBO

Gedeputeerde Staten hebben, op verzoek van de Staatssecretaris van OC&W, een concept-advies vastgesteld inzake de herschikking MAVO-VBO in Limburg. Provinciale Staten behandelen het voorstel op vrijdag 26 maart, nadat het op 12 maart is besproken in de Vaste Commissie voor Economische Zaken. Vervolgens wordt het advies aangeboden aan de Staatssecretaris, die heeft aangegeven veel waarde te hechten aan het provinciale advies. Overigens zijn GS van mening dat de ingediende keuzen nog te weinig zicht bieden op een aantrekkelijk en levensvatbaar aanbod: er zal een verdere sanering nodig zijn. Ook zal nog dit jaar verder regionaal overleg nodig zijn om tot verdere visievorming en afstemming van het aanbod te komen.

Herschikking MAVO-VBO In het voortgezet onderwijs worden momenteel diverse vernieuwingen voorbereid en ingevoerd, zoals de invoering van het studiehuis en de studieprofielen in de bovenbouw van havo en vwo. Minstens zo belangrijk is de operatie die in gang is gezet in mavo en voorbereidend beroepsonderwijs (vbo). Deze 'operatie' moet leiden tot een 'nieuw' type onderwijs, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO). Doel van alle aanpassingen is het onderwijs beter te laten aansluiten op vervolgopleidingen en op de arbeidsmarkt.

Het voorbereidend beroepsonderwijs kampt al enkele jaren met een imago-probleem. Dit type onderwijs krijgt -ten onrechte- vaak het predikaat restonderwijs. Om de aantrekkelijkheid van de opleidingen te vergroten en de aansluiting op het vervolgonderwijs te verbeteren is door een landelijke adviescommissie voorgesteld, om een leerwegenstelsel in te voeren voor de opleidingen die hoofdzakelijk 'toeleveren' aan het middelbaar beroepsonderwijs, namelijk mavo en vbo. Om die leerwegen succesvol in te kunnen voeren, is het noodzakelijk een onderwijskundig en bedrijfseconomisch sterke structuur te creëren. Daarvoor is een zekere herschikking/sanering van de huidige onderwijsvoorzieningen onvermijdbaar: het aantal leerlingen per afdeling moet omhoog en er zal een betere regionale afstemming van het aanbod moeten komen.

Het herschikkingsproces is al in 1997 ingezet: scholen hebben zich georiënteerd op de toekomst en bovendien hun eigen sterkten en zwakten in beeld gebracht. Op basis daarvan hebben de scholen in het voorjaar van 1998 middels opties aangegeven, op welke wijze men binnen de eigen school vorm wil geven aan de invoering van leerwegen.

Hierover heeft de provincie in juni 1998 een oordeel gegeven in de "schets van het gewenst en levensvatbaar aanbod mavo/vbo". Met dit oordeel konden de scholen vervolgens binnen de eigen school, maar zeker ook in regionaal verband, aan de slag om een meer definitieve keuze over het toekomstige vmbo-aanbod te maken. In december 1998 hebben de scholen hun keuzen moeten indienen. Het merendeel van de scholen heeft dit gedaan: 90% van de betrokken scholen heeft gereageerd.

Provinciaal advies Vanwege de sterke koppeling van de vmbo-infrastructuur aan de regionale arbeidsmarkt-structuur en de vervolgopleidingen in de regio heeft de staatssecretaris van OCenW aan de provincies gevraagd om een informerende, stimulerende en adviserende rol te spelen bijde realisering van een goede spreiding van het vmbo. Daarbij moet worden gelet op de aard van het aanbod en de afstemming op regionaal niveau.

De staatssecretaris heeft aangegeven, dat de provincies over de keuzen van de scholen een advies dienen uit te brengen en dat veel waarde wordt gehecht aan het provinciaal advies. Op basis van de reacties van de scholen hebben Gedeputeerde Staten van Limburg een concept-advies opgesteld. Na bespreking en vaststelling van dit advies op 26 maart 1999 door Provinciale Staten wordt het naar de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gezonden.

Conclusies
Veel scholen maken hun keuzen op individuele basis: er heeft nog weinig regionaal overleg plaatsgevonden over de vraag wat het aanbod in de regio zou moeten zijn. Dit zal zeker in dit jaar moeten gebeuren.

Scholen hebben in het algemeen gekozen voor het in stand houden van het bestaande aanbod. Er worden maar 10 afdelingen gesloten, op een totaal van zo'n 164 afdelingen: veel (te) kleine afdelingen wenst men in stand te houden. Een verdere sanering van het aanbod is onontkoombaar: in de ogen van de provincie zullen er nog ca. 20-30 afdelingen gesloten moeten worden.

Uit een RAIL-rapport (een initiatief van de RBA, LWV, provincie en ROC's) over de perspectieven op de arbeidsmarkt komt naar voren, dat vooral in MBO-techniek sprake is van een te kleine instroom. Om die instroom te vergroten, zal er met name een hogere bezetting van technische afdelingen in vbo nodig zijn, waarbij tevens sprake is van een goede aansluiting op technische mbo-opleidingen. Er zijn veel scholen die een te ruim aanbod aan technische opleidingen hebben. Het klinkt paradoxaal, maar om instroom in de techniek te bevorderen, zal enige sanering in het aanbod van technische opleidingen nodig zijn. Want door beperken van het aanbod kan een hogere bezetting per afdeling worden gecreëerd, waardoor onderwijskundig en bedrijfseconomisch sterkere afdelingen worden gerealiseerd. Daardoor kan het technisch onderwijs meer uitstraling krijgen en bovendien beter in staat zijn regelmatig onderwijskundige innovaties door te voeren.

Het ministerie van OCenW meende de sanering van afdelingen te kunnen bevorderen, door mogelijkheden te scheppen om afdelingsprogramma's samen te voegen tot zogenaamde intrasectorale programma's. (Voorbeeld: de afdelingen metaaltechniek en elektrotechniek opheffen en alleen een intrasectoraal programma metalektro aanbieden.) Helaas hebben de meeste scholen zulke programma's aangevraagd naast hun bestaande aanbod, waardoor er feitelijk uitbreiding in plaats van sanering van aanbod plaats vindt. In het provinciaal advies wordt over zulke aanvragen daarom een negatief oordeel gegeven.Er zijn door Limburgse scholen vier formele aanvragen gedaan voor uitbreiding van het onderwijsaanbod. Het betreft het completeren van het Emmacollege met atheneum, het aanbieden van een afdeling consumptief aan het Stella Maris College in Meerssen/Valkenburg en het aanbieden van een afdeling transport&logistiek aan de Scholengemeenschap Venlo e.o. (Blariacumcollege) en aan het Jeanne d'Arc College in Maastricht/Gronsveld.

Negatief hebben GS geadviseerd over de aanvragen van het Emmacollege uit Heerlen/Hoensbroek en het Stella Maris College Meerssen/Valkenburg. Positief hebben GS geadviseerd over de aanvragen transport&logistiek van het Blariacumcollege te Venlo en het Jeanne D'Arc College te Maastricht/Gronsveld. De aanvragen zijn getoetst aan de kaders zoals deze door OC&W zijn vastgesteld. Overigens ondersteunen GS de aanvragen voor transport&logistiek slechts als aanvullende gegevens uitwijzen dat er inderdaad voldoende leerlingpotentieel aanwezig is.

Tenslotte wordt in het integraal advies ingegaan op een verdere schaalvergroting in het voortgezet onderwijs. Daarbij gaat het om drie aanvragen voor fusie tussen het Lambertus-College en Hickory College in Kerkrade, tussen de St. Willibrordus mavo in Nederweert en het AOC in Roermond en tussen het Bisschoppelijk College Echt en de Onderwijsgemeenschap Gelre Gulick in Echt. GS stellen Provinciale Staten voor over alle drie de aanvragen een positief advies vast te stellen.

Vervolgstappen Uit het provinciaal advies komt naar voren, dat er nog heel wat moet gebeuren in het herschikkingsproces in Limburg. Nadat een aantal ingewikkelde fusies vorm hebben gekregen, zullen dit jaar hardere keuzen gemaakt moeten worden. Daarvoor is overleg nodig tussen scholen, vervolgonderwijs, bedrijfsleven en lokale overheden over de toekomst van het vmbo in Limburg. Voorts zal het nodige overleg in regionaal verband tussen scholen onderling plaats moeten vinden over de afstemming van het aanbod. Vooral de negatieve adviezen die in het rapport over sommige keuzen van de scholen worden uitgesproken hebben een sterke signaalfunctie. Het signaal houdt in, dat besluiten van scholen over betreffende afdelingen en/of intrasectorale programma's nog eens zorgvuldig moeten worden afgewogen in relatie tot het totale aanbod van de school en van de andere scholen in de regio. Daar waar scholen met goede argumenten komen om vast te houden aan hun keuzen, is de provincie bereid, bij een nieuwe adviesronde eind
1999/begin 2000 de huidige ingenomen standpunten,waar nodig, aan te passen.

Een sterk en aantrekkelijk vmbo kan slechts vorm krijgen door onderlinge samenwerking. Alleen als de betrokken scholen, het vervolgonderwijs én het bedrijfsleven de handen ineen slaan, is een gezonde en perspectiefvolle toekomst voor het Limburgse vmbo weggelegd!!

Deel: ' Concept GS Limburg voor herschikking MAVO-VBO '




Lees ook