Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 10-11-1999 Home
Zoeken
Reageren

Persbericht
Nummer: 149

Aanbevelingen Commissie Cultuur en Belastingen aan Vermeend en Van der Ploeg

Cultuur: Hoog aanslaan, laag belasten

Particulieren zullen meer mogelijkheden moeten krijgen om in culturele instellingen te beleggen of daaraan leningen te verstrekken. Schenkingen kunnen fiscaal minder worden belast. De commanditaire vennootschap heeft gunstig gewerkt voor de Nederlandse filmindustrie en zou ook mogelijk moeten zijn voor muziek en podiumkunsten. Voorwerpen van kunst en wetenschap moeten vrijgesteld worden van belasting op het vermogensrendement, ongeacht de aard van hun gebruik. Dit zijn enkele aanbevelingen uit het eindrapport `Hoog aanslaan, laag belasten' van de commissie `Cultuur en Belastingen'. Het rapport is aangeboden aan staatssecretaris F. van der Ploeg van Cultuur en staatssecretaris W. Vermeend van Financiën.

De commissie `Cultuur en Belastingen' werd in februari 1999 ingesteld door beide bewindspersonen. Zij kreeg tot taak hen te adviseren over de verschillende aspecten van belastingheffing in relatie tot het terrein van cultuur. Van der Ploeg en Vermeend zullen de aanbevelingen van de commissie in het kabinet bij de bespreking van het Belastingplan 2001 aan de orde stellen.

De commissie vindt dat kunstenaars de kosten van hun werkruimten vaker moeten kunnen aftrekken. Verder moet hun pensioenvoorziening flexibeler worden opgebouwd. Kunstwerken die tot het ondernemingsvermogen van beeldende kunstenaars behoren, worden op nihil gewaardeerd. Kostenvergoedingen aan artiesten zouden niet altijd belast moeten worden. De mogelijkheid om kosten af te trekken dient, evenals het sociale vangnet van de werknemersverzekeringen, terug te komen in het belastingstelsel van de 21e eeuw.

Volgens de commissie zou de belastingdienst voortaan over een periode van vier jaar moeten beoordelen of er sprake is van een exploitatieoverschot. Instellingen krijgen immers voor de duur van vier jaar subsidie. Alleen als zij ook na die periode geld over hebben zou er sprake kunnen zijn van een `winststreven', waardoor de instelling vennootschapsbelasting moet betalen. Nu moeten instellingen vennootschapsbelasting betalen over subsidies die zij reserveren voor producties die pas later plaatsvinden. De commissie vindt dat dit moet veranderen en dat er een voorziening moet komen voor subsidies waar pas in daarop volgende jaren uitgaven tegenover staan. Als een instelling een exploitatieoverschot gebruikt voor haar eigen producties, dan is er geen sprake van winststreven en zou zij ook geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen.

Om te voorkomen dat waardevolle kunstvoorwerpen naar het buitenland verdwijnen zou in de Successiewet de mogelijkheid geopend moeten worden om de Staat het blote eigendom van een kunstvoorwerp te geven, terwijl de eigenaar of erfgenaam het vruchtgebruik heeft.

Een op te richten Kenniscentrum Cultuur zou op verzoek moeten aangeven of een instelling als culturele instelling te boek staat en welke fiscale gevolgen dat met zich meebrengt. Culturele instellingen kunnen onbelast fondswervende activiteiten verrichten. De commissie is daar blij mee, maar stelt voor de vrijstellingsgrens op te trekken naar f 70.000, net als bij sportorganisaties. Ook pleit de commissie er voor om diensten van uitvoerende kunstenaars, ongeacht de aard van de afnemer, onder het lage BTW-tarief te brengen.

Deel: ' Cultuur Hoog aanslaan, laag belasten '




Lees ook