D66

11 november 1999

Bijdrage aan het debat over gasboringen in de Waddenzee

Marijke Augusteijn-Esser

Het Waddengebied dat loopt van het Deense Esbjerg tot aan Den Helder is een internationaal erkend natuurgebied. Een wetland onder de conventie van Ramsar, een gebied dat valt onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en het grootste aaneengesloten natuurgebied in Nederland. Het Waddengebied herbergt een uniek ecologisch systeem met een grote verscheidenheid aan vogels, met zeehonden, met een uniek bodemleven.

Op 22 december 1993 en op 13 april 1994 diende de fractie van D66 moties in die tot doel hadden af te zien van gaswinning in dit gebied. De argumenten van toen waren dezelfde als die nu gelden en ze zijn in de jaren daarna alleen maar sterker geworden.

Ik noem de drie hoofdpunten:

1. de risico's van schade aan het gebied en het ecologisch systeem zijn groot;

2. er is geen maatschappelijke noodzaak tot winning;
3. er is geen economische noodzaak tot winning.

D66 vond dat in 1994 en vindt dat in 1999. In 1994 vonden wij voor dit standpunt onvoldoende aanhang in de Kamer; in de tussenliggende jaren hebben ook de PvdA en het CDA aangegeven proef- of winningboringen in het Waddengebied af te wijzen.

Mijn fractie vraag nu opnieuw een duidelijke keuze van het Kabinet om definitief te kiezen voor het afwijzen van boringen. Niet de deur op een kier zetten, zoals uit de brief van 5 november blijkt, maar nu aan te geven dat er geen exploratie (onderzoek) en geen exploitatie (winning) zal plaatsvinden.

Schade
Op tal van plaatsen in vooral Noord Nederland is bodemdaling opgetreden ten gevolge van boren naar gas of andere delfstoffen. Dat is zo in Groningen, in Friesland en Drenthe. Bodemdaling doet zich soms pas na vele jaren voor en gaat soms veel sneller dan verwacht. Een voorbeeld: in Harlingen, waar zoutwinning uit gesteente plaatsvindt, was een bodemdaling verwacht van vijfendertig centimeter over 60 jaar. Na vier jaar blijkt de daling bijna twaalf centimeter; in 2004 is de 35 centimeter bereikt. De ondergrond gedraagt zich anders dan verwacht. Op land leidt dit tot schade aan woningen en gebouwen, in een getijdengebied als de Wadden, zou ernstige schade dreigen aan het ecosysteem omdat het afhankelijk is van droogvallen en onderlopen, en is daarmee extra gevoelig voor bodemdaling.

Maatschappelijke noodzaak
Het gas is niet nodig voor de eigen bevolking. Er kan veel worden geïmporteerd. Dat blijkt uit het feit dat de aanvankelijk nodig geachte gasopslag op grote schaal, nu beperkt blijft tot locaties in Grijpskerk, Langelo, Alkmaar en de Maasvlakte (LNG). Hier hebben NAM en Gasunie het beleid bijgesteld.

Economische noodzaak
Bij de huidige welvaart en economische groei zijn de extra inkomsten uit gas onder het Waddengebied niet nodig en voor de maatschappijen valt elders nog veel gas te winnen.

D66 vindt de brief van het Kabinet (van 5 november) een onheldere brief. Niet duidelijk is wat nu wel en niet zou mogen. Niet duidelijk is wat met het aangekondigde onderzoek is beoogd en niet duidelijk is of het Kabinet nog enige ruimte laat tot afzien van boringen.

Dat blijkt ook, want de ministers Pronk en Jorritsma geven hier hun eigen interpretatie aan. Ik wil graag in dit debat van beide Ministers afzonderlijk horen hoe zij de intentie van de brief uitleggen.

De brief bevat risicovolle formuleringen. Er staat "essentieel daarvoor is dat geen bodemdaling optreedt die het karakter blijvend aantast". Een beetje bodemdaling mag dus wel? En een niet blijvende aantasting ook? En verder "de nieuwe PKB Waddenzee zal geen proefboringen in de Waddenzee bevatten", maar even verderop lezen we dat "voor Ballum en Ballonplaat in dat geval toestemming gegeven wordt tot het verrichten van een proefboren". Dat daar vervolgens winning op zou volgen blijkt want, stelt de brief "een winningsvergunning zal te zijner tijd worden bezien in het licht van de ervaringen die met de winning van de locaties Paesens, Moddergat en Lauwersoog zijn opgedaan". Is dat de "proof of the pudding" waar minister Jorritsma het gisteren over had. En maakt dat niet gewoon duidelijk dat men de gok wil nemen. Betekent het niet ook een ontkenning van het feit dat het Waddengebied in zijn geheel als samenhangend ecosysteem moet worden gezien dat ook kwetsbaar is voor ingrepen aan de randen?

D66 vindt de formulering en de intentie van het Kabinetsbesluit onhelder en onwenselijk. De brief zet de deur op een kier voor gaswinning. Wij willen die deur definitief sluiten.

Wij willen dat het Kabinet voluit kiest voor het voorzorgsbeginsel, geen verder onderzoek doet naar mogelijkheden voor boringen en dit grote unieke natuurgebied nu en in de toekomst spaart. De fractie van D66 dient daartoe dan ook een motie in.


MOTIE:
De Kamer,
Gehoord de beraadslagingen
Overwegende dat het waddengebied een internationaal natuurgebied is dat bescherming vereist volgens internationale richtlijnen en verdragen,
Overwegende dat ingrepen in dit gebied door proef- en winningboringen naar gas grote risico's met zich meebrengen voor het ecologische systeem,
Overwegende dat er van een maatschappelijke of economische noodzaak tot winning geen sprake is,
Voorts overwegende dat, gelet op de reeds bekende gegevens, op geen enkele manier volledige garantie kan worden gegeven dat boringen en winningen niet tot bodemdaling zal leiden,
Verzoekt de Regering reeds nu te besluiten dat in het Waddengebied geen verdere proef- of winningboringen zullen plaatsvinden en met betrokken partijen in overleg te treden hoe uitvoering zal worden gegeven aan dit besluit,
En gaat over tot de orde van de dag


Marijke Augusteijn-Esser
Woordvoerder Natuur en Milieu
E-mail:M.Augusteijn@tk.parlement.nl

Zie ook het opiniestuk van Marijke Augusteijn-Esser en Jan van Walsem in het Algemeen Dagblad van 29 januari 1999.

Deel: ' D66 bijdrage aan debat over gasboringen in de Waddenzee '




Lees ook