Persbericht drs Wim van Velzen

Dagboek Wim van Velzen

Velen hebben in de afgelopen periode zich afgevraagd hoe een fractie met 233 leden, dat wil zeggen groter dan de Eerste en Tweede Kamer in Nederland samen, kan functioneren. Daarbij heerst bij sommigen ten onrechte de indruk dat zo'n grote fractie nauwelijks in staat is om tot eensgezinde opvattingen te komen. Aan de hand van een tweetal voorbeelden, die in de afgelopen week in Straatsburg hebben gespeeld, zal ik de werkwijze van de fractie verduidelijken.

Allereerst de WTO (wereld handelsorganisatie). Het Parlement zal volgende week in Seattle (in de Verenigde Staten), waar de opening plaatsvindt van de WTO, vertegenwoordigd zijn met 15 leden. Waar het om ging, is aan onze delegatie een onderhandelingsmandaat mee te geven. De WTO is typisch zo'n voorbeeld van een beleidsonderwerp dat dwars door alle parlementaire commissies heen loopt. Naast de industriecommissie, zijn uiteraard ook de commissies buitenlandse betrekkingen, ontwikkelingssamenwerking, sociale zaken en dergelijke hierbij betrokken.

Het Europees Parlement werkt altijd met een rapporteur, die namens de fracties een parlementair standpunt voorbereidt, in tegenstelling tot de procedures in de Tweede Kamer in Den Haag. Deze rapporteur schrijft een document, waarop fracties kunnen amenderen. Over dit rapport, en de ingediende amendementen, wordt gedebatteerd en gestemd in de betreffende parlementaire commissie. Voordat het rapport in de hoofdcommissie is vastgesteld, stellen aanpalende parlementscommissies een advies op over het rapport. Deze adviezen worden ook afgestemd. Hierna wordt het rapport in de plenaire vergadering in Straatsburg behandeld, nadat her eerst in de politieke fracties aan de orde is geweest met recht op amendering. De plenaire vergadering besluit over het uiteindelijke standpunt van het Parlement.

De rapporteur voor WTO, mijn Duitse collega Schwaiger, heeft verschillende bijeenkomsten belegd met een fractiewerkgroep, bestaande uit leden van de EVP uit de verschillende parlementaire commissies. Daarmee heeft hij twee zaken bereikt: op de eerste plaats een zekere vorm van afstemming voordat hij zijn rapport presenteerde aan de Industriecommissie, en vervolgens afstemming over de amendementen die door de verschillende collega's zijn ingediend. Dat er door de Parlementsleden serieus gekeken is naar dit rapport, blijkt uit het grote aantal ingediende amendementen. Volgende taak: overleg met de Socialisten, de Liberalen en de Groenen over hun amendementen, en samen met coördinatoren van EVP, Socialisten en de Liberalen te komen tot een meerderheid in het Parlement. Duidelijk was dat de Groenen met Verenigd Links in het gunstigste geval zich zouden onthouden bij de stemming, maar nooit voor het onderhandelingsmandaat van Schwaiger zouden stemmen. Daarna is alles in de in de Industriecommissie op maandagavond in Straatsburg afgestemd, en vervolgens donderdag in de plenaire vergadering, nadat de fracties waaronder de onze, de EVP, nog amendementen hadden ingediend. Het spreekt voor zich dat tussen maandag en donderdag nog veel overleg heeft plaatsgevonden, ook in de EVP-fractie. Het eindresultaat is niet slecht; veel aandacht voor landbouw, het Europees sociaal model, intellectueel eigendomsrecht, etc.

Nog indringender vond de discussie plaats in de fractie over de Intergouvernementele Conferentie (IGC). Een nieuwe IGC is nodig omdat tijdens de voorbereidingen van het Verdrag van Amsterdam de regeringsleiders niet in staat waren om drie essentiële vragen op te lossen, die relevant zijn wanneer de EU met landen uit Midden- en Oost-Europa wordt uitgebreid. Het betreft de noodzaak op veel meer beleidsterreinen in de EU te komen tot besluitvorming door middel van gekwalificeerde meerderheid van Lidstaten in de Raad van Ministers, het aantal Commissarissen dat deel uitmaakt van de Europese Commissie, en tenslotte het aantal stemmen dat iedere Lidstaat heeft in de Raad van Ministers. In de afgelopen periode is gebleken dat het aantal onderwerpen waarover in de IGC een besluit genomen moet worden, groter is dan deze drie zogenaamde leftovers. Denk bijvoorbeeld aan de omvang van het Europese Hof van Justitie en de democratische controle op het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Buitenlands Beleid, wanneer binnenkort de West-Europese Unie (de Europese defensiepoot) geïntegreerd wordt binnen de EU. Ter voorbereiding van de besluitvorming heeft onze fractie eerst een uitvoerig debat gehad met de heer Dehaene, oud-premier van België, die fungeerde als voorzitter van de Commissie van Wijzen. Daarna is ook uitvoerig gesproken met Commissaris Barnier, die namens de Europese Commissie voorstellen heeft ingediend voor de IGC. Ondertussen waren twee rapporteurs, één van de EVP, en één van de Socialisten, bezig met de opstelling van een rapport dat uiteraard niet alleen besproken werd in de hoofdcommissie van het Parlement, de constitutionele commissie, maar ook in de meeste andere Parlementaire commissies.

De resultaten van het rapport werden vervolgens besproken in werkgroep A van de fractie. De fractie is opgedeeld in vier werkgroepen, A, B, C, en D. Deze werkgroepen beslaan alle parlementaire commissies. Zij hebben tot doel de fractie een advies uit te brengen over de verschillende rapporten die aan de orde zijn, alsmede welke amendementen eventueel door de fractie ingediend moeten worden. Iedere werkgroep staat onder leiding van een vice-voorzitter van de fractie. Ik ben verantwoordelijk voor werkgroep A. In deze werkgroep zitten alle fractiegenoten die zich bezig houden met constitutionele zaken, buitenlandse aangelegenheden en ontwikkelingssamenwerking. Vervolgens komen de conclusies en aanbevelingen uit de werkgroep aan de orde in de fractievergadering. Daarna wordt in de plenaire vergadering in Straatsburg nog een keer gedebatteerd en wordt zo'n rapport in stemming gebracht. Dat is dan het officiële standpunt van het parlement.

U ziet dat de besluitvorming een getrapt proces is, waar steeds grotere groepen fractiegenoten bij betrokken zijn. De rol van ondergetekende in zijn functie als vice-voorzitter is het aansturen en begeleiden van dit proces. Beide rapporten, zowel over de WTO als over de IGC, zijn in de plenaire sessie van november 1999 in Straatsburg in stemming gebracht.

Kernpunten van het standpunt van het Parlement met betrekking tot de IGC zijn onder andere de volgende. Er moet een brede publieke discussie komen, die doorzichtig is. Ook moet de EU voortdurend in gesprek blijven met de landen die lid willen worden van de EU. Voor verdragswijzigingen moeten er procedures komen die democratischer zijn dan de huidige. Europa kan dichter bij de burger komen te staan als er een Europese grondwet wordt opgesteld. Het parlement is van mening dat het opstellen van een Europese grondwet de rechten zal verduidelijken van de Lidstaten èn van de burgers in Europa. Bovendien zal zo'n grondwet de bevoegdheden van de instituties (Raad van Ministers, Europese Commissie en Europees Parlement) duidelijker maken dan ze nu zijn en daarmee de rechten van de burger ook beter verwoorden.

Het proces van vorming van een Europese grondwet houdt in dat de verschillende verdragsteksten die nu nog los van elkaar staan, in een enkele tekst samen moeten komen. Deze ene tekst moet worden opgedeeld in twee delen: allereerst een constitutioneel gedeelte. Daarin staan de volgende onderwerpen: de doelen van de Unie, fundamentele rechten en de bepalingen betreffende de instellingen (Raad, Commissie, Parlement), methoden voor besluitvorming en de diverse bevoegdheden. In het tweede gedeelte zouden alle andere onderwerpen van het huidige Verdrag van Amsterdam moeten komen.

Ook moet de IGC aandacht besteden aan voldoende ambitieuze hervormingen van institutionele aard. De IGC moet de instituties dusdanig hervormen qua samenstelling, taken, samenwerking en organisatie, dat het democratisch karakter wordt versterkt. Dit is ook van belang vanwege de toekomstige uitbreiding van de EU met landen uit Midden- en Oost-Europa. Concrete doelen zijn besluitvorming via gekwalificeerde meerderheid (in plaats van unanimiteit, dat iedere Lidstaat een veto geeft) in de Raad van Ministers, en medebeslissings-procedures tussen het Parlement en de Raad onderling. Bij medebeslissing worden de meningen van Raad en Parlement even zwaar gewogen. De Raad moet luisteren naar het Parlement, en het Parlement moet naar de Raad luisteren omdat er overeenstemming nodig is voor besluitvorming. Op een groot aantal beleidsterreinen heeft het Europees Parlement al het medebeslissingsrecht, maar we willen het uitbreiden. Een andere concrete wens van het Parlement gaat over het wegsturen van een individuele Commissaris. Nu kan het Parlement aan het Europese Hof van Justitie alleen nog maar vragen om ontslag van de hele Commissie. Het Parlement wil, net als de Raad van Ministers nu al heeft, het recht krijgen om het ontslag van één individuele Commissaris aan te vragen. Gelukkig hebben wij al via een omweg bereikt dat als het parlement met absolute meerderheid het vertrouwen opzegt in een Commissaris, de commissievoorzitter Prodi dit niet zal kunnen weigeren. Verder wil het Parlement dat veel aandacht wordt besteed aan het verdiepen en versnellen van de Europese integratie op een aantal terreinen, zoals bestrijding van internationale criminaliteit en het opstellen van een Europees asielbeleid.

Wim van Velzen,

Brussel, 24 november 1999

Deel: ' Dagboek Wim van Velzen '




Lees ook