MINISTERIE SZW

https://www.minszw.nl

De sociale verzekeringen per 1 januari 2000

Nr. 99/ 240
20 december 1999

De sociale verzekeringen per 1 januari 2000

Met ingang van 1 januari 2000 worden de uitkeringen op grond van een aantal sociale verzekeringswetten verhoogd. Dit als gevolg van de halfjaarlijkse aanpassing van het wettelijk minimumloon en de sociale uitkeringen aan de ontwikkeling van de lonen of prijzen.

De wijziging leidt er toe dat bijvoorbeeld een echtpaar waarvan beide partners 65 jaar of ouder zijn en alleen AOW ontvangen, er vergeleken met de uitkeringen vanaf juli jl. netto ruim f 40,- per maand op vooruit gaat. De totale netto uitkering voor een echtpaar komt daarmee op f 2146,- (exclusief vakantietoeslag) per maand. Iedere partner ontvangt 50% van dit bedrag. Alleenstaande AOW'ers gaan er circa f 25,- netto op vooruit. Deze bedragen gelden voor AOW-gerechtigden zonder aanvullend pensioen en met een ziekenfondsverzekering. De kinderbijslag wordt extra verhoogd met een bedrag van maximaal f 30,- per kwartaal per kind.

AOW

Gehuwde of samenwonende partners hebben elk een zelfstandig recht op een AOW-pensioen dat netto gelijk is aan 50% van het netto minimumloon. De AOW voor een alleenstaande is gelijk aan 70% van het netto minimumloon. Eénoudergezinnen ontvangen een pensioen dat netto gelijk is aan 90% van het netto minimumloon. Het gaat om ongehuwde bejaarden met een kind jonger dan 18 jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen. Een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar ontvangt een pensioen van 50% van het minimumloon (de uitkering voor een gehuwde) en een toeslag van maximaal hetzelfde bedrag (bruto f 1198,17). Is het recht op pensioen ingegaan vóór 1 februari 1994 en is de partner nog geen 65 jaar, dan komt het pensioen overeen met 70% van het netto minimumloon en is de toeslag maximaal 30%.

De uitkeringsbedragen per 1 januari 2000 zijn in onderstaand overzicht weergegeven.

AOW Bruto p.mnd Bruto vak. uitk. p.mnd

Gehuwden f 1198,17 f 68,17 Gehuwden met maximale toeslag f 2396,34 f 136,34 (partner jonger dan 65 jaar)
Maximale toeslag f 1198,17
Ongehuwden f 1728,51 f 95,42 Ongehuwd met kind tot 18 jaar f 2154,35 f 122,70

AOW-pensioen ingegaan vóór 1-2-1994
Gehuwden zonder toeslag f 1728,51 f 95,42 (partner jonger dan 65 jaar)
Maximale toeslag f 667,83
Gehuwden met maximale toeslag f 2396,34 f 136,34 (partner jonger dan 65 jaar)

De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen van de jongere partner. Van dit inkomen (voor zover verkregen uit arbeid) wordt eerst een deel buiten beschouwing gelaten. Deze vrijlating bedraagt 15% van het bruto minimumloon met inbegrip van de overhevelingstoeslag (f 368,87) en eenderde deel van het meerdere aan bruto inkomsten. Wat daarna overblijft, wordt in mindering gebracht op de toeslag. Als recht bestaat op een maximale toeslag van 30% van het minimumloon (bruto f 667,83), is er bij een bruto inkomen van de jongere partner van meer dan f 1370,61 per maand (met inbegrip van de overhevelingstoeslag), geen recht meer op toeslag. Wanneer de maximale toeslag 50% van het minimumloon (bruto
f 1198,17) bedraagt, dan bestaat bij een bruto inkomen (met inbegrip van de overhevelingstoeslag) van f 2166,13 of meer geen recht meer op toeslag.
Inkomen in verband met arbeid, bijvoorbeeld een sociale verzekeringsuitkering, wordt geheel gekort op de toeslag.

De bij deze bruto bedragen behorende netto uitkeringen zijn in onderstaand overzicht weergegeven. Hierbij is uitgegaan van de situatie dat betrokkenen verzekerd zijn voor het ziekenfonds.

Netto AOW gehuwden (50% indiv. AOW-uitkering per maand) 1-7-1999 1-1-2000 verschil

per maand f 1052,30 f 1073,10 f 20,80 vakantietoeslag f 55,24 f 57,26 f 2,02 Totaal f 1107,54 f 1130,36 f 22,82

Voor een echtpaar zijn de bedragen twee maal zo hoog.

Netto AOW voor alleenstaanden

1-7-1999 1-1-2000 verschil

per maand f 1490,58 f 1514,95 f 24,37 vakantietoeslag f 77,33 f 80,16 f 2,83 Totaal f 1567,91 f 1595,11 f 27,20

ANW

De uitkering krachtens de Algemene nabestaandenwet (ANW) bedraagt maximaal 70% van het netto minimumloon. Nabestaanden die een halfwees onder de 18 jaar verzorgen, krijgen bovendien een inkomensonafhankelijke uitkering van 20% van het netto minimumloon. De ANW is inkomensafhankelijk. Inkomen in verband met arbeid (uitkeringen) wordt er geheel van afgetrokken. Van inkomen uit arbeid blijft een deel buiten beschouwing. Nabestaanden met een oude AWW-uitkering krijgen, indien na deze inkomenstoets een lager uitkeringsbedrag overblijft, in ieder geval een bodemuitkering van 30%.

Bruto p.mnd Bruto vak. uitk. p.mnd

Nabestaandenuitkering f 1861,98 f 121,27 Halfwezenuitkering f 419,16 f 34,64 Wezenuitkering tot 10 jaar f 595,83 f 38,81 Wezenuitkering van 10
tot 16 jaar f 893,75 f 58,21 Wezenuitkering van 16
tot 21/27 jaar f 1191,67 f 77,61

AOW en ANW: bijzondere bepalingen

Naast deze pensioenbedragen worden tevens zogeheten fictieve pensioenbedragen vastgesteld die zouden hebben gegolden als in 1990 niet de wijziging in de belasting- en premieheffing (Commissie Oort) was ingevoerd. De reële pensioenbedragen worden daartoe verminderd met een fictieve overhevelingstoeslag. De effecten van een maatregel op het gebied van de ziekenfondspremie is ook in deze fictieve overhevelingstoeslag verwerkt.

De zogenoemde 'vóór-Oortse AOW/ANW-bedragen' zijn in tweeërlei opzicht van belang. In de eerste plaats kunnen deze bedragen worden gehanteerd bij de berekening van de pensioenaanspraken. Hiermee wordt voorkomen dat de verhoging van de AOW/ANW-uitkering op grond van de Oort-maatregelen zou leiden tot een kleiner aanvullend pensioen. In de tweede plaats kunnen deze 'vóór-Oortse bedragen' worden gebruikt bij de vaststelling van het franchisebedrag, waarover geen premies voor de aanvullende pensioenen worden geheven.

AOW (vóór-Oortse bedragen) Bruto p.mnd Bruto vak. uitk. p.mnd

Gehuwden f 1025,19 f 71,14 Gehuwden met maximale toeslag f 2050,38 f 142,28 Gehuwden zonder toeslag
(partner jonger dan 65 jaar)
(AOW vóór 1-2-1994) f 1434,55 f 99,59 Ongehuwden f 1434,55 f 99,59 Ongehuwden met kind tot 18 jr f 1844,56 f 128,04 Maximale toeslag (AOW vóór
1-2-1994) f 615,83
Maximale toeslag (AOW vanaf
1-2-1994) f 1025,19

ANW

(vóór-Oortse bedragen) Bruto p.mnd Bruto vak. uitk. p.mnd

Nabestaanden- en half-
wezenuitkering f 1657,11 f 123,83 Nabestaandenuitkering f 1297,65 f 96,33 Wezenuitkering tot 10 jaar f 415,25 f 30,83 Wezenuitkering van 10
tot 16 jaar f 622,87 f 46,24 Wezenuitkering van 16
tot 21/27 jaar f 830,50 f 61,65

Kinderbijslag

De kinderbijslagbedragen worden halfjaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de prijzen. Daarnaast worden de kinderbijslagbedragen met ingang van 1 januari 2000 extra verhoogd.

De hoogte van de kinderbijslag is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Het basisbedrag per kind is per 1 januari 2000 f 500,05. In dit bedrag is begrepen de indexering per 1 januari 2000.

Voor kinderen die op of na 1 januari 1995 geboren zijn, is de hoogte van het kinderbijslagbedrag alleen nog maar afhankelijk van de leeftijd. Voor kinderen geboren vóór 2 oktober 1994, respectievelijk voor kinderen die geboren zijn na 1 oktober 1994, maar vóór 1 januari 1995 of die na 1 oktober 1994 6,12 of 18 jaar worden, bestaat er een overgangsregeling. Deze houdt in dat de hoogte van het kinderbijslagbedrag, naast de leeftijd van het kind, ook nog afhankelijk is van het aantal kinderen in het gezin. Vanaf 1 januari 2000 gelden in de kinderbijslag de volgende bedragen per kind per kwartaal.

I. Kinderen geboren vóór 2 oktober 1994:
t/m 5 6 t/m 11 12 t/m 17 jaar en jaar 18 t/m 24 jaar1

Gezinnen met:
1 kind 350,04 500,05 650,07 2 kinderen 395,39 564,84 734,29 3 kinderen 410,51 586,44 762,37 4 kinderen 443,74 633,91 824,08 5 kinderen 463,67 662,39 861,11 6 kinderen 476,97 681,38 885,79 N.B.: zodra een kind 6, 12 of 18 jaar wordt, is tabel II van toepassing.

II. Voor kinderen die zijn geboren na 1 oktober 1994 en vóór 1 januari 1995 en kinderen die na 1 oktober 1994 6, 12 of 18 jaar zijn geworden:
t/m 5 6 t/m 11 12 t/m 17 jaar en jaar 18 t/m 24 jaar1

Gezinnen met:
1 kind 350,04 425,04 500,05 2 kinderen 395,39 480,11 564,84 3 kinderen 410,51 498,47 586,44 4 kinderen 443,74 538,82 633,91 5 kinderen 463,67 563,03 662,39 6 kinderen 476,97 579,17 681,38

1 In beginsel bestaat er voor kinderen vanaf 18 jaar geen kinderbijslag meer. Voor een overgangscategorie van studerende kinderen bestaat nog recht zolang de studie duurt, mits over het vierde kwartaal 1995 voor hen kinderbijslagrecht bestond.

III. Voor kinderen geboren op of na 1 januari 1995 gelden de volgende bedragen:
0-6 jaar 350,04
6-12 jaar 425,04
12-18 jaar 500,05
Deze bedragen blijven gelijk, ongeacht de gezinsgrootte.

WAZ/Wajong

De grondslag van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) wordt per 1 januari 2000 verhoogd. Ook de grondslagen voor WAZ/Wajong-gerechtigden beneden de 23 jaar, die worden afgeleid van de minimumjeugdlonen, worden op die datum aangepast.
Het kabinet zal in het kader van het belastingplan 2000, met terugwerkende kracht tot 1 januari 1999, fiscale maatregelen uitwerken die tot een verbetering van de inkomenspositie van jonggehandicapten zullen leiden.

Deze grondslagen (exclusief vakantietoeslag) zijn per 1 januari 2000:

vanaf 23 jaar ten hoogste f 110,63
22 jaar ten hoogste f 94,04
21 jaar ten hoogste f 80,21
20 jaar ten hoogste f 68,04
19 jaar ten hoogste f 58,08
18 jaar ten hoogste f 50,34

De WAZ-/Wajong-grondslagen die lager zijn dan de hiervoor genoemde bedragen worden per 1 januari 2000 met 1,26% verhoogd.

Daglonen

De daglonen waarnaar de uitkeringen op grond van de WAO en de WW worden berekend, worden per 1 januari 2000 eveneens verhoogd met 1,26%.

Maximumdagloon

Het maximumdagloon voor de berekening van de WW- en WAO-uitkeringen wordt per 1 januari 2000 vastgesteld op f 319,06.

Kopjes op de uitkeringen

Teneinde te voorkomen dat de loondervingsuitkeringen op minimumniveau van alleenstaanden van 21 jaar of ouder bij werkloosheid of volledige arbeidsongeschiktheid beneden het voor hen geldende sociale minimum dalen, zijn in de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid bepalingen opgenomen die voorzien in een verhoging van de uitkering tot dat minimumniveau. Dit zijn de zogeheten kopjes op de uitkering. Deze uitkeringsbedragen zijn aangepast ten opzichte van het niveau van 1 juli 1999, omdat ze zijn gekoppeld aan het netto minimumloon. Deze kopjesbedragen zijn per 1 januari 2000 alsvolgt vastgesteld: ZW/WW/WAO/WAZ/Wajong.
Alleenstaanden:
vanaf 23 jaar f 82,59
van 22 jaar f 65,50
van 21 jaar f 53,68

'excl' Vakantietoeslag.

Premieheffing over uitkeringen per 1 januari 2000

Voor het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds is een vervangende premie vastgesteld. De vervangende premie wordt onder meer ingehouden over uitkeringen op grond van de WW, de ZW, en de WAO en over de toeslag op grond van de Toeslagenwet. De vervangende premie komt ten laste van de werkgever en is voor het jaar 2000 vastgesteld op 0,92% met een franchise van f 0 per dag. Wanneer de uitvoeringsinstelling de uitkering via de werkgever uitbetaalt, wordt het bedrijfstakpercentage toegepast.

Voor de gedifferentieerde WAO-premie is in verband met de premieheffing over uitkeringen eveneens een vervangende premie vastgesteld. Deze rekenpremie WAO bedraagt 1,54%.

Op een WAZ-uitkering wordt een vereveningsbijdrage ingehouden die gelijk is aan het bedrag aan premie dat een werkgever inhoudt (op het loon van een WW-verzekerde werknemer). Het betreft het percentage van het werknemersdeel werkloosheidspremie (6,25% met een franchise van f 111 per dag.)

Premiepercentages 1 januari 2000

werkg. werkn. totaal max.premie inkomen AOW 1) -- 17,90 17,90 f 48.994,p.j. Anw 1) -- 1,25 1,25 idem AWBZ 1) -- 10,25 10,25 idem WAO-basis 2) 6,30 0,00 6,30 f 319,p.d. WAO-rekenpremie 2) 1,54 0,00 1,54 idem WAZ 3) 8,80 0,00 8,80 f 84.000,p.j. Wachtgeldverzekering 4) 1,10 0,00 1,10 f 319,p.d. Werkl.heidsverzekering 5) 3,75 6,25 idem ZFW 6) 6,35 1,75 8,10 f 215,p.d. Vorstverlet 0,08 -- 0,08 VUT 1,10 1,45 2,55

De overhevelingstoeslag die door werkgevers bovenop het brutoloon wordt betaald - ter compensatie van de AWBZ-premie die voor rekening van de werknemer komt - bedraagt 2,15% van het loon waarover premie wordt geheven. De toeslag wordt berekend over maximaal f 85.150,-.

1) Voor de volksverzekeringen geldt een premievrije voet van f
8.950,-

per jaar.
2) Geen franchise.
3) Met een franchise van f 29.000,- per jaar.
4) Gemiddelde voor bedrijven voor het jaar 2000. 5) Vanaf 1 januari 2000 bedraagt de premie 10,00%; de marginale premie voor werkgevers is berekend op 3,75% met een franchise van f 111,- per dag en de marginale werknemerspremie AWf bedraagt 6,25% met een zelfde franchise.
6) De loongrens bedraagt f 64.600,- voor mensen jonger dan 65 jaar en
f 41.100,- voor 65-plussers. Verder is een nominale premie ZFW verschuldigd. De hoogte hiervan wordt door de ziekenfondsen zelfstandig vastgesteld. De gemiddelde nominale premie ZFW bedraagt f 410,-- per jaar per volwassene. Voor meeverzekerde kinderen is geen premie verschuldigd.

Deel: ' De sociale verzekeringen per 1 januari 2000 '




Lees ook