Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
DEU

Midden-Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 20 januari 1999
Kenmerk DEU-022/99
Blad /4
Bijlage(n) 2
Betreft Kosovo

Zeer geachte Voorzitter,

In vervolg op onze brief over de recente gebeurtenissen in Kosovo van
18 januari jl. en gevolg gevend aan het verzoek van uw Kamer van 19 dezer, informeren wij u hierbij over de ontwikkelingen die zich sindsdien hebben voorgedaan.

De situatie in Kosovo blijft zeer gespannen. Na het bloedbad in Racak op 15 dezer en de scherpe internationale veroordeling aan het adres van president Milosevic, zijn de vijandelijkheden niet gestaakt en is er evenmin sprake van terugtrekking van eenheden. Servische troepen zijn, tegen het nadrukkelijke advies van de KVM in, op 17 dezer naar Racak teruggekeerd, waarna opnieuw gevechten uitbraken. Volgens UNHCR zijn ca. 5500 personen het gebied rond Racak ontvlucht; een deel hiervan zou zich schuilhouden in de nabijgelegen bergen.

Op 18 dezer ontving de Chairman in Office van de OVSE, de Noorse minister van Buitenlandse Zaken Vollebaek, bericht van zijn collega van de FRJ, Jovanovic, dat het hoofd van de KVM, ambassadeur Walker, "persona non grata" werd verklaard en dat hij binnen 48 uur het land zou moeten verlaten; inmiddels is deze termijn met 24 uur verlengd. Hij zou de "waardigheid" van de FRJ hebben geschonden en in strijd hebben gehandeld met de Weense Conventie inzake diplomatieke betrekkingen. In zijn reactie heeft minister Vollebaek gesteld dat dit totaal onaanvaardbaar is en kan leiden tot een ernstige escalatie van het conflict. Hij heeft in krachtige bewoordingen geëist dat de Joegoslavische positie zou worden herzien. Ook de Russische Federatie heeft een scherpe veroordeling van het Joegoslavische besluit uitgesproken en onderzoek geeist naar het bloedbad in Racak door onafhankelijke experts.

In de OVSE is afgesproken dat de KVM doorgaat met haar werkzaamheden en dat de ontplooiing van missieleden in het veld dient te worden voortgezet. Alle aan de KVM deelnemende landen hebben aangegeven door te zullen gaan met het sturen van hun verificateurs. Binnen de OVSE wordt uiteraard met extra aandacht gekeken naar de veiligheid van de verificateurs. Belgrado is duidelijk gemaakt dat als het op een vertrek van de KVM zou aansturen, de gevolgen daarvan uitermate ernstig zullen zijn. Een rapport van de OVSE over de gebeurtenissen in Racak is als bijlage aan deze brief toegevoegd.

De voorzitter van het Militaire Comité van de NAVO, generaal Naumann, en SACEUR, generaal Clark, hebben 19 januari een moeizaam en langdurig onderhoud met president Milosevic gehad. Hierbij hebben zij o.a. aangedrongen op toelating van hoofdaanklager Arbour van het ICTY tot de FRJ, de terugtrekking van Servische eenheden, het herstel van het staakt-het-vuren en intrekking van het besluit ambassadeur Walker het land uit te zetten. Uit een eerste verslag van dit bezoek blijkt dat president Milosevic op geen van deze punten concessies heeft gedaan. Intensief overleg binnen de NAVO over de uitkomst van dit bezoek en de daaraan te verbinden conclusies zal worden voortgezet. Van groot belang is dat de ACTORD's voor luchtoperaties onverkort van kracht blijven.

Tijdens een tweede zitting van de Veiligheidsraad op 19 dezer werd overeenstemming bereikt over een presidentiële verklaring over Kosovo (in bijlage aan deze brief toegevoegd). In deze verklaring wordt het bloedbad in Racak krachtig veroordeeld, evenals de houding van de FRJ ten aanzien van ambassadeur Walker en hoofdaanklager Arbour. Laatstgenoemde kreeg ondanks sterk internationaal aandringen tot op heden geen toestemming de FRJ in te reizen ten behoeve van haar onderzoek naar oorlogsmisdaden in Kosovo. In onderhavige verklaring wordt ook de UCK gewaarschuwd zich van acties te onthouden die de spanning verder kunnen doen oplopen. In de verklaring wordt het belang van een volledig onderzoek naar de gebeurtenissen in Racak onderschreven en wordt de FRJ opgeroepen samen te werken met het ICTY. Voorts wordt in de verklaring steun uitgesproken voor de internationale inspanningen om te komen tot een politieke oplossing voor Kosovo.

In vervolg op de eerdere scherpe veroordeling van de recente ontwikkelingen in Kosovo door het Duitse voorzitterschap, namens de EU, zal vandaag in Brussel worden gesproken over verdergaande EU-maatregelen. Nederland zal hierbij in ieder geval de mogelijkheid van verscherping van het sanctiebeleid ten aanzien van de FRJ aan de orde stellen, evenals het belang van ongehinderde toegang voor het EU-team van forensische experts tot de plek van de slachting in Racak.

Tijdens de komende dagen zal verder intensief overleg over Kosovo worden gevoerd in de verschillende betrokken internationale fora. Van belang hierbij zijn m.n. de uitkomst van het bezoek van de generaals Clark en Naumann aan Belgrado, de bijeenkomst vandaag van de ministeriële OVSE-Troika in Wenen en de afspraak die Chairman-in-Office Vollebaek donderdag in Belgrado heeft, alsmede het bezoek van de Russische vice-minister van Buitenlandse Zaken Avdeev, die op 19 dezer naar Belgrado is gereisd. De Permanente Raad van de OVSE komt morgen weer bijeen.

Nederland heeft in de bovengenoemde internationale fora nadrukkelijk gepleit voor een krachtige veroordeling van de gebeurtenissen en een duidelijke boodschap aan president Milosevic dat schendingen van gemaakte afspraken niet zonder reacties zullen blijven. Het dient hem hierbij duidelijk te zijn dat dit zonodig ook tot NAVO-luchtacties kan leiden. Inmiddels is ook de Joegoslavische ambassadeur in Nederland hier indringend op gewezen, waarbij is aangegeven dat de FRJ zich met haar huidige opstelling in een verder internationaal isolement brengt.

De Regering is van mening dat de druk op de partijen verder opgevoerd moet worden om naleving van VR-resoluties 1199 en 1203 af te dwingen en te komen tot een politieke oplossing voor de (interim)status van Kosovo. De aanwezigheid van de KVM in Kosovo speelt hierbij een belangrijke rol. Maximale internationale presentie ter plekke is nodig om de naleving door partijen te kunnen verifiëren, om partijen ervan te weerhouden opnieuw geweld te gebruiken, en om vertrouwen te wekken ten behoeve van een politieke dialoog. De internationale pogingen om een begin van rechtstreekse onderhandelingen tussen partijen te bewerkstelligen worden voortgezet. Er is in dit verband een bijeenkomst van de Contactgroep voorzien voor 22 dezer, waarbij ook de inspanningen om tot één, brede Kosovo-Albanese
onderhandelingsdelegatie te komen, nader aan de orde zullen komen.

Over de doelstellingen met betrekking tot Kosovo bestaat internationale overeenstemming: geen onafhankelijkheid, maar een vergaande mate van autonomie voor Kosovo. Om deze doelstelling te bereiken worden op dit moment alle opties opengehouden. Dat geldt uitdrukkelijk ook voor het gebruik van militair geweld. Van essentieel belang is dat een dergelijke optie instrumenteel is in het bereiken van de uiteindelijke politieke doelstelling. Onze insteek bij het overleg in de verschillende internationale fora is in de eerste plaats daarop gericht.

Deze brief werd afgesloten op 20 januari (15.00 uur). Tijdens het voorziene overleg met de vaste kamercommissies voor Buitenlandse Zaken en voor Defensie op 21 dezer zal (eventueel) aan het begin van het overleg nader bericht worden over de laatste ontwikkelingen.

de Minister van Buitenlandse Zaken de Minister van Defensie

Deel: ' Defensie en Buitenlandse Zaken over ontwikkelingen in Kosovo '




Lees ook