Ministerie van Defensie


Persbericht

DEFENSIE EN DE BIJLMERRAMP

DV/PB10/99
Den Haag, 6 februari 1999

Naar aanleiding van de berichtgeving in de Telegraaf van zaterdag 6 februari 1999 over mogelijke betrokkenheid van een speciale eenheid van de landmacht bij de Bijlmerramp is niet alleen bij dit krijgsmachtdeel, maar ook bij de marine, de luchtmacht en de marechaussee op initiatief van de bewindslieden van Defensie onmiddellijk een uitgebreid en intensief onderzoek gestart.

Dit onderzoek richt zich met name op Defensiepersoneel dat bij de Bijlmerramp daadwerkelijk was ingezet en op functionarissen die ten tijde van de ramp werkzaam waren bij de operationele staven van de krijgsmacht. Bij het onderzoek zijn naast staatssecretaris Van Hoof ook de ambtelijke en militaire top betrokken.

Tot dusver is niets gevonden wat op enigerlei wijze in verband kan worden gebracht met de voorstelling van zaken in de Telegraaf.

De hulpverlening van de zijde van Defensie bij de Bijlmerramp omvatte de inzet van een geneeskundig detachement van de landmacht en personeel van de marechaussee, aangevuld met logistieke ondersteuning. Daarnaast waren zeven militaire tandartsen toegevoegd aan het Rampen Identificatie Team (RIT).

Het geneeskundig detachement is op maandag 5 oktober 1992, de dag na het neerstorten van het El Al vliegtuig, 's morgens omstreeks negen uur op de plaats van de ramp in actie gekomen. De betrokken militairen waren belast met de berging, de identificatie en het transport van slachtoffers. Deze werkzaamheden zijn beeindigd op vrijdag 9 oktober.

Het personeel van de marechaussee is met name ingezet op de avond van de ramp ter assistentie van de politie bij het regelen van het verkeer en het bewaken van de openbare orde.

De ingezette militairen hebben niets van doen gehad met het 'onderscheppen van giftige stoffen'.

Deel: ' Defensie onderzoekt betrokkenheid Landmacht bij Bijlmerramp '




Lees ook