Ministerie van Defensie


Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan: de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

i.a.a. de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Ons nummer: S99000829
Datum: 29 januari 1999

Onderwerp: Ballistische bescherming voor transporthelikopters

Algemeen
Tijdens het Algemeen Overleg op 27 oktober 1998 over de verwerving van de lichte transporthelikopter kwam ook aan de orde de mogelijke aanvullende bescherming van personeel aan boord van de Cougar helikopter tegen geweervuur. Vervolgens heeft de Koninklijke luchtmacht een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor deze ´ballistische bescherming´. In dit onderzoek is ook de Chinook transporthelikopter betrokken. Van de stand van zaken heb ik u met de halfjaarlijkse rapportages over het project "Oprichting Luchtmobiele Brigade" op de hoogte gehouden. Zoals ik al antwoordde op kamervragen naar aanleiding van de twaalfde halfjaarlijkse rapportage (Brief S98015672), is het onderzoek inmiddels afgerond. Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten.

Bescherming
Het onderzoek richtte zich op de aanvullende bescherming van personeel aan boord van transporthelikopters tegen incidenteel vuur van kleinkaliberwapens. Nadere analyse resulteerde in een gewenste bescherming tegen incidenteel vuur van handvuurwapens tot en met een kaliber van 7,62 mm. Hierbij is er van uitgegaan dat de helikopters in de toekomst tegen specifieke luchtverdedigingsmiddelen toereikend worden beschermd met zelfbeschermingsapparatuur. Het betreft actieve dreigingsdetectie (´Radar Warning Receiver´ en ´Missile Approach Warning System´) in combinatie met zelfbeschermingsmiddelen (´Chaff´ en ´Flares´).

Onderzoek
Het onderzoek is begonnen met de beproeving van matten van kunststofvezels. Deze bleken slechts bescherming te bieden tegen scherven en niet tegen kogels. De matten zijn hierom als onvoldoende gekwalificeerd. Ook heeft de Koninklijke luchtmacht bij andere Navo-strijdkrachten en de fabrikanten van de helikopters geïnventariseerd over welke middelen zij beschikken voor de ballistische bescherming. Tijdens dit onderzoek bleek dat de fabrikanten geen kant en klare oplossing konden bieden. Bij andere gebruikers van de helikoptertypen konden evenmin oplossingen worden gevonden. Gebruikers van de Chinook, zoals de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, voorzien alleen in bescherming voor de vliegers en in enkele gevallen de ´loadmaster-doorgunner´. De Franse Puma helikopter is gedeeltelijk beschermd met zijplaten, maar deze zijn slechts scherfwerend. Er bestaan dan ook geen gecertificeerde ´commercial-off-the-shelf´ producten voor de gewenste bescherming van het personeel aan boord van de helikopters. Gelet op het bovenstaande is het aangekondigde verwervingsproces naar de matten niet voortgezet. Het onderzoek is vervolgens gericht op de mogelijkheid platen, bestaande uit supervezels met keramische tegels, aan te brengen. Deze platen bieden wel de vereiste beschermingsgraad, maar zijn zeer zwaar. Deze platen kunnen uitsluitend op de constructie van de laadvloer worden vastgemaakt. Het zou dan gaan om een volledig nationale materieelontwikkeling, gevolgd door een luchtwaardigheidscertificering van deze constructie. Door het gewicht van de platen neemt ook het nuttig laadvermogen van de helikopters aanzienlijk af. De Koninklijke luchtmacht heeft vervolgens het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) ingeschakeld. Uit onderzoek van het NLR bleek dat als aan een reeks van voorwaarden wordt voldaan en als men kan rekenen op de volledige medewerking van de helikopterfabrikanten, een dergelijke nationale materieelontwikkeling mogelijk is. Er moet echter rekening worden gehouden met, al dan niet omvangrijke, projectrisico´s. Er blijft een aanzienlijk risico bestaan dat de modificatie gevolgen heeft voor de levensduur van de helikopters (scheurvorming en moeheid van het ´airframe´). Op basis van de huidige inzichten kan bovendien geen betrouwbare prognose worden gegeven van de kosten voor het ontwikkelen en uitvoeren van de modificatie.

Alternatief
Het personeel dat is uitgezonden voor vredesoperaties beschikt over een kogelwerend vest als bescherming tegen geweervuur op de grond. Tijdens het transport in helikopters wordt zo nodig het kogelwerend vest gedragen, met de borstplaat ter bescherming onder het zitvlak. Daarnaast zijn bij eerdere operaties procedures gehanteerd als het vliegen van wisselende routes, het mijden van risicogebieden en het vliegen op grotere hoogte. Hierdoor is het risico van incidenteel geweervuur tijdens helikoptervluchten in de praktijk aanvaardbaar laag. Ik ben dan ook voornemens deze praktijkoplossing als structurele oplossing aan te merken, waarbij wel wordt bezien of (een deel van) de kogelwerende vesten kan worden aangepast dat ze bescherming bieden tegen van onderen naderend vuur van kleinkaliberwapens. In de Chinook-helikopters die zijn ingezet ten behoeve van de ´Kosovo Extraction Force´ zijn Kevlar-matten aangebracht voor de piloten, loadmaster en boordschutter. Hiermee is naar de huidige stand van de techniek de bescherming voor de bemanning zo goed mogelijk gewaarborgd.

Conclusies
Aangezien bescherming van personeel aan boord van transporthelikopters tegen geweervuur geen ´commercial-off-the-shelf´ oplossing kent, zou een traject van nationale materieelontwikkeling en luchtwaardigheidscertificering noodzakelijk zijn. Omdat aan dit traject aanzienlijke technische en financiële risico´s kleven en het operationele beperkingen teweegbrengt ben ik van plan af te zien van het aanbrengen van dergelijke platen. In plaats daarvan wil ik de huidige manier van bescherming, kogelwerende vesten op de man en aangepaste vliegprocedures, continueren. De Koninklijke luchtmacht zal de mogelijkheden tot modificatie van (een deel van) deze vesten onderzoeken. Hoe dan ook zal bij de inzet van Nederlandse helikopters bij crisisbeheersingsoperaties worden gestreefd naar de optimale bescherming van bemanning en passagiers.

Tot slot
De Koninklijke luchtmacht zal de technische ontwikkelingen rondom ballistische bescherming nauwlettend blijven volgen. Zodra zich nieuwe mogelijkheden aandienen om de veiligheid verder te verhogen zullen de toepassingsmogelijkheden voor transporthelikopters worden bezien.

De Staatssecretaris van Defensie,

H.A.L. van Hoof

Deel: ' Defensie over ballistische bescherming transporthelikopters '




Lees ook