Ministerie van Buitenlandse Zaken


Toespraak van de Minister van Ministerie van Buitenlandse Zaken 30-05-1999

DESCARTES-LEZING DOOR STAATSSECRETARIS BENSCHOP EUROPA: EIGENZINNIG & RELEVANT

Bericht van Ministerie van Ministerie van Buitenlandse Zaken

Descartes-lezing door Dick Benschop

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

De Balie, Amsterdam


30 mei 1999

Inleiding

Om maar met de deur in huis te vallen : de Europese ambitie ligt in de Balkan, de Europese ambitie ligt in Midden- en Oost-Europa, de Europese ambitie ligt in de huidige Europese Unie. Werelden van verschil, maar met elkaar verbonden door geschiedenis, door belangen en door idealen. Oorlog geeft een rauw perspectief aan deze ambitie, maar het perspectief is er wel.

De Tweede Wereldoorlog was het voorveld van de Europese Gemeenschap. Het overwinnen van de antagonismen tussen Frankrijk en Duitsland, het verzoenen van tegenstellingen en het bewerkstelligen van vrede en stabiliteit, zijn maatgevend geweest voor de eerste fases van het Europese project.

De economische samenwerking, de interne markt, heeft vervolgens een eigen dynamiek gekregen. Het einde van de Koude Oorlog, de val van de Muur en van het communisme, nu tien jaar terug, bracht de Unie weer terug bij zijn wortels: de morele opgave de deling van Europa te overwinnen. De uitbreiding van de Unie met de landen van Midden- en Oost-Europa is een belangrijke buitenlandspolitieke opgave. Vrede en stabiliteit, vanzelfsprekend binnen de Unie van de vijftien staten, staan weer bovenaan de agenda.

De oorlog op de Balkan zal eenzelfde soort impact hebben. Kosovo raakt namelijk de kern van het Europese vraagstuk. De barricades van angst en haat op de Balkan moeten worden geslecht. De huidige politiek-militaire en humanitaire interventie zal een politiek-democratisch en economisch equivalent krijgen. Er zal een massieve inzet worden gepleegd om de Balkan, inclusief Joegoslavië, deel te laten uitmaken van het Europese perspectief van vrede, democratie en welvaart.

Er lijken zich keuzes op te dringen. Moet de ontwikkeling van de huidige Unie niet vertragen om de uitbreiding met de landen van Midden- en Oost-Europa sneller te realiseren ? Moet de uitbreiding zelf misschien wachten op het aanhaken van deBalkan ?

Ik vind van niet. Dat is de logica van de tekentafel. De realiteit van Europa is dynamisch. Het speelveld verandert vliegensvlug voor onze ogen, door eigen handelen en doorexterne invloeden. We zullen op alle terreinen moeten anticiperen op de toekomst. We zullen voortdurend gespitst moetenzijn op verandering. Dat geldt niet alleen voor onze overheden, maar ook voor bedrijven, maatschappelijke organisaties enburgers. Permanente innovatie, dat is de ambitie voor de Unie,voor de uitbreiding in Midden- en Oost-Europa en voor de Balkan. Een ambitie waartoe de realiteit dwingt.

Stabiliteitspact

Om met de Balkan te beginnen: het directe doel is duidelijk: alle Kosovaren moeten in veiligheid terug naar huis en haard. Er zal een internationaal bestuur in Kosovo moeten worden opgezet.

Terwijl de operatie 'Allied Force' nog in alle hevigheid woedt, wordt al nagedacht over de toekomst van de gehele Balkan. We stutten de regeringen van Macedonië en Albanië door middel van macro-economische steun. Maar er is meer.

Het Stabiliteitspact voor de Balkan is in voorbereiding. Met drie tafels: één voor de economische wederopbouw, één tafel voor democratie en mensenrechten en één voor stabiliteit en vrede.

Bij de economische wederopbouw zal het de kunst zijn de expertise van de Europese Unie en de Wereldbank bij elkaar te brengen. De Europese Unie zal stabilisatie- en associatie-akkoorden aanbieden als een bijzondere contractuele relatie. Het verre perspectief op deelhebben aan de Unie wordt onder woorden gebracht. Optimistisch ? Ja.

Uitbreiding

Ik wil niet kiezen tussen de vervolmaking van de Unie, de uitbreiding in Midden- en Oost-Europa en de uitdaging van de Balkan. Toch zal de ordening van deze gelijktijdigheid nog heel wat denkkracht vergen.

De uitbreiding vormt een ongeëvenaard project. Voor de kandidaat-lidstaten betekent het overnemen van het hele 'acquis communautaire' van de EU een tweede transformatie bovenop de transformatie die men toch al doormaakt na de val van het communisme. Tienduizenden pagina's aan wetgeving moeten worden aangepast. En dan gaat het er vervolgens ook nog om die rechtsregels effectief te kunnen toepassen en handhaven. Bestuurlijke instellingen moeten worden verbeterd, uitvoeringsinstanties effectief gemaakt, de rechterlijke macht gemoderniseerd. De opgave is enorm. Ik bewonder de regeringen en de samenlevingen om het enthousiasme en doorzettingsvermogen waarmee dat werk wordt ondernomen.

Eind dit jaar brengt de Europese Commissie nieuwe voortgangsrapporten uit over alle kandidaat-lidstaten. Op basis daarvan zullen we in Helsinki onder Fins voorzitterschap besluiten nemen over de koers van het uitbreidingsproces. Ik verwacht dat we enkele landen zullen toevoegen aan de rij van Midden- en Oost-Europese kandidaat-lidstaten waarmee we al concrete toetredingsonderhandelingen voeren (Estland, Polen,Hongarije, de Tsjechische Republiek en Slovenië).

Aan de kant van de Unie, de 15 huidige EU-lidstaten, zijn ook hervormingen vereist, om te zorgen dat een nieuwe, grotere Unie geen reus met lemen voeten wordt.

De eerste stap is eind maart gezet op de Europese top van Berlijn. Door het beperkt houden van de uitgavengroei voor de huidige EU-15 voor de komende zeven jaar, is er voldoende ruimte geschapen om de kosten (naar de huidige inzichten) van een zich uitbreidende Unie te financieren.

Voor de directe pre-toetredingskosten en de uitbreidingskosten zijn fondsen beschikbaar. De financiële vooruitzichten zijn overigens ingesteld op een eerste toetreding al in het jaar 2002.

De volgende stap zal worden gezet op de Europese top van deze week, 3 en 4 juni, in Keulen. Daar zullen we moeten beslissen hoe we de noodzakelijke hervorming van de Europese instellingen en de Europese besluitvorming gaan aanpakken. Ook een uitgebreide Europese Unie moet tenslotte kunnen blijven functioneren, en aan de huidige structuren valt ook om andere redenen één en ander te verbeteren. Het streven is het pakket hervormingsbeslissingen in de tweede helft van het jaar
2000, onder Frans voorzitterschap, af te ronden. Op die manier kan deze hervorming, na ratificatie in alle lidstaten, tijdig ingaan voordat uitbreiding plaatsvindt.

Het zijn geen eenvoudige opgaven waarvoor we ons hier gesteld zien. Maar de opgave moet zijn de druk op deze processen te houden, zodat de uitbreiding met voorrang en voorspoed kan plaatsvinden. Het gaat om een historisch belang, voor de veiligheid, democratie en welvaart van al onze landen, en om een morele verplichting ten opzichte van de mensen daar.

Het is bij dit alles belangrijk te beseffen dat de Unie geen vrijblijvende internationale organisatie is. Europa : dat zijn we zelf, met een politieke eenwordingsdoelstelling, een interne markt, een munt, een rechts- en lotsgemeenschap. Binnen de Unie lijkt langzaam maar zeker één Europese binnenlandse ruimte tot stand te komen.

Dat maakt het belang van het behoud van de slagvaardigheid van de Unie zo groot. Frankrijk heeft altijd een antenne voor dit aspect gehad. In zo'n Europa wordt politiek leiderschap steeds belangrijker. Iets waar wij ook vanuit Nederlands perspectief over moeten durven nadenken.

Nieuwe dynamiek in Europa

Tijdens de onderhandelingen over, en de voorbereidingen op, de uitbreiding blijft de Unie nadrukkelijk in beweging. Sterker nog, de Europese Unie bevindt zich in een zeer dynamische fase.

De euro natuurlijk. De euro brengt Europa letterlijk in handen van de Europese burgers. Burgers, banken en bedrijven,maatschappelijke organisaties en lagere overheden: ze grijpen nu zelf nieuwe kansen, maar geven ook zelf richting aan Europa. Kijk hoe bijvoorbeeld in Groot-Brittannië, nota bene het land dat nog niet tot de EMU is toegetreden, de bedrijven zich al voor de euro klaarstomen. Europa wordt vanuit het middenveld verder opgebouwd.

Met een Unie waarin de landsgrenzen vervagen is het belang van een Europese aanpak van criminaliteit overduidelijk. En wat betreft het asiel- en migratiebeleid: dat valt nog teveel ten prooi aan verscheiden belangen en versnipperde beleidsvisies van de lidstaten. In oktober volgt in Finland een speciale Europese top over deze problematiek. De noodzaak is nijpend. Nederland zet zich in voor echte resultaten in plaats van geduldige resoluties.

Een derde voorbeeld van dynamiek vormen de ontwikkelingen in de tweede pijler, GBVB en EVDI. Een zelfbewuste Unie heeft naast economische macht ook politieke kracht nodig. Nieuwe instrumenten uit het Verdrag van Amsterdam scheppen de mogelijkheid een Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veilig-

heidsbeleid op te tuigen.

In Keulen zullen we tot de benoeming van een 'Monsieur / Madame PESC' komen. Dit zal een belangrijke vooruitgang zijn. Maar behalve institutionele vernieuwingen zijn er ook interessante politieke ontwikkelingen waar te nemen. Laat ik driecruciale Europese actoren onder de loep nemen: het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk.

Tony Blair heeft over Europese defensie een verfrissende positie ingenomen. Die mag nu, ook van het Verenigd Koninkrijk. Dit heeft belangrijke gevolgen. De nieuwe veiligheidslogica is ook voor Londen voortaan èn Europa èn de NAVO. Europa zal meer verantwoordelijkheden op veiligheidsterrein gaan nemen. Ik juich deze ontwikkeling toe. Europese integratie en vernieuwing van de NAVO versterken elkaar. Het is goed voor Europa èn goed voor de Transatlantische band. Dat wordt hier, maar ook aan de andere kant van de Atlantische oceaan, goed begrepen.

In Duitsland is een fase in het leven van de Bondsrepubliek afgesloten. Duitse gevechtsvliegtuigen nemen actief deel aan de NAVO-acties. Duitse militairen zijn betrokken bij de ontplooiing van een NAVO-macht op de Balkan. De Duitse terughoudendheid, de 'Sonderposition', wordt verlaten. Aangezien Duitsland zijn kracht alleen in multilateraal verband ontplooit, zijn hierdoor de NAVO èn de Europese Unie versterkt. Aan het begin van het decennium werd nog geschreven over een Kroatische reflex in de Duitse politiek, of over een Servische in de Franse of Britse. Nu zien we een eenduidig Euro-Atlantisch optreden, mede dankzij een constructieve Duitse rol in allerlei fora.

Nu Frankrijk nog. In de EU neemt het een centrale plaats in. En ook militair is Frankrijk altijd van de partij. Maar ten opzichte van de NAVO behoudt het telkens zijn traditionele twijfels. Onnodig, gezien de nieuwe tijden en de jongste NAVO-hervormingen.

Enkele jaren geleden werd Frankrijk weer actief in het Militair Comité van het Bondgenootschap. Maar de weg naar daadwerkelijke terugkeer tot de geïntegreerde militaire structuur stokte. Jammer. Frankrijk moet in mijn ogen weer volledig deel uitmaken van de NAVO. Dan zal het de centrale rol in de Europese veiligheidsontwikkeling kunnen spelen die het toekomt. Dit is goed voor Frankrijk en noodzakelijkvoor Europa.

Een innoverend Europa

De Europese dynamiek, zowel in de Unie als in de landen van Midden- en Oost-Europa, kan niet los worden gezien van de context van economische globalisering, van competitie op wereldschaal. De Europese eenwording zal steeds meer vanuit dat perspectief worden bezien. Zijn wij economisch sterk en sociaal fit genoeg ten opzichte van de VS en Azië ? Europa gaat niet meer alleen over minimumnormen ten opzichte van elkaar; Europa heeft behoefte aan maximumprestaties.

In Keulen wordt over het werkgelegenheidpact gesproken. Een brede Europese aanpak voor groei en werkgelegenheid. Het arbeidsmarktbeleid, de structurele hervormingen (van goederen-, diensten- en kapitaalmarkten), het begrotingsbeleid, het monetaire beleid en de loonkostenontwikkeling moeten worden versterkt en meer met elkaar in verband gebracht.

In dit pact is een belangrijke plaats ingeruimd voor de vergroting van het concurrentievermogen van de Unie via structurele economische hervormingen. Een belangrijk element is dat een dialoog tussen alle betrokken spelers wordt aangegaan: nationale regeringen, Commissie, Europese Centrale Bank en de sociale partners.

Wat naar mijn mening serieus meer aandacht verdient op Europese schaal, is een visie op de rol van de factor innovatie in de economische groei.

Innovatie is een krachtige motor voor economische groei en werkgelegenheid. In cruciale high-tech sectoren vertoont het Europese concurrentievermogen zwakke plekken (informatietechnologie). De Verenigde Staten loopt op ons voor.

Met innoveren bedoel ik innoveren in ruime zin. Niet alleen innoveren in technologie, maar ook investeren in mensen. Hen in staat stellen deel te hebben aan devernieuwing en uitwisseling van kennis. Innovatie vervult daarmee ook een belangrijke sociale doelstelling.

Het zou goed zijn om het werkgelegenheidpact te voorzien van een extra pijler: een gecoòrdineerde innovatie-strategie voor de Unie. Niet door middel van oekazes die dwingen, maar door middel van richtsnoeren die uitdagen. Door de nationale inspanningen in beeld te brengen (peer review), kan worden geleerd van de ervaringen in andere lidstaten (bench marking) en kan politieke druk op slechte presteerders worden uitgeoefend (peer pressure). 'Peer pressure' is namelijk het geheim van 'peer review'.

Op een groot aantal terreinen is een Europese aanpak niet alleen mogelijk, maar ook hard nodig. Zo valt er op het terrein van technologie, onderzoek en kennis veel te doen. Ga maar sterker vergelijken. Ga maar proberen tot de besten te behoren :


- bij de ontwikkeling van kennis;


- bij de samenwerking tussen universiteiten en bedrijven;


- bij de toepassing van kennis;


- bij de investeringen van overheid en bedrijfsleven in onderzoek en ontwikkeling;


- bij het ontwikkelen van technologische speerpunt-industrieën;


- bij het clusteren van high-tech-bedrijven;


- bij het bevorderen van ondernemerschap;

etc., etc.

Er is niet in de eerste plaats behoefte aan nieuwe Europese regels op dit terrein, of aan nieuw Europees geld. De kunst is om via de onderlinge vergelijking, via de zelfverplichting, tot betere prestaties te komen. Meer Europa, maar wel op een slimme en effectieve manier.

Slot

De ambitie om de Unie sterk en sociaal te maken, de ambitie om Midden- en Oost-Europa te integreren en de ambitie om de Balkan uitzicht te geven op een Europese toekomst : zij horen bij elkaar. Ik wil er geen missen.

De dynamiek komt van binnen en van buiten.

Uiteindelijk gaat het om Europese burgers. Zij moeten de geboden kansen benutten. En daar waar geen kansen voorhanden lijken te zijn, moeten zij kansen scheppen. Dat vergt moed en creativiteit.

Sprekend over oorlogen en innovatie - en ik bedoel dat ironisch - : onze huidige Nederlandse eenheidsstaat is een erfenis van de verwoede en energieke vernieuwingsdrift van Napoleon. Aan de andere kant zocht Descartes eeuwen eerder de koelte op van het Nederlandse intellectuele klimaat om zo in de luwte tot zijn filosofische doorbraken te komen.

Frankrijk en Nederland zijn twee oude spelers op het Europese continent. In een zekere zin hebben we daarom meer gemeen dan we wellicht willen toegeven. We zijn wars van hegemoniale overheersing, we koesteren belangrijke idealen over vrijheid en gelijkheid en ... we houden beiden van Frankrijk ... èn van Europa. Een eigenzinnig en relevant Europa.


- Fin -

© 1998 minbuza@minbuza.nl

Deel: ' Descartes-lezing Benschop 'Europa eigenzinnig relevant' '




Lees ook