Dialoog tussen voorzitter KNMG en voorzitter KNMG studentenplatform

12 september 2001

Het academisch jaar is begonnen! Aanleiding om Bram Keulers, voorzitter van het jubilerende KNMG Studentenplatform met Ruud Hagenouw (voorzitter KNMG) uit te nodigen tot een dialoog. Er ontstond een boeiende briefwisseling over stagevergoedingen, wetenschappelijk onderzoek en moderne computertechnieken. Voorlopige conclusie: er blijft nog veel om over te praten!

Beste Ruud,
Als studentenplatform zijn we bezig met diverse onderwerpen, een daarvan is de stagevergoeding voor co-assistenten. Daarom wil ik je de volgende stelling voorleggen: co-assistenten dienen een stagevergoeding te krijgen! Het artsenberoep is steeds meer een 'gewoon beroep' geworden. De arts gaat langzaam van een vrijgevestigd medicus naar een werknemer met een CAO. Binnen deze trend van denken is een stagevergoeding goed te verdedigen, net zoals dit bij andere beroepsgroepen gebeurt. Ik ben benieuwd naar je reactie! Bram Keulers

Beste Bram,
Co-schappen zijn bedoeld als leerperiode voor de toekomstige arts. Alles wat je geleerd hebt in voorgaande jaren kun je - eindelijk - in praktijk brengen. Ik vond het een erg leuke tijd! Je hebt als co-assistent een zware verantwoordelijkheid maar je moet ook genieten van deze periode! Leren over het reilen en zeilen van het ziekenhuisbedrijf en de theorie in praktijk brengen. Met dagelijks goede feedback van de opleider want dan leer je het meest. Over de centen: op het eerste gezicht lijkt het sympathiek om een stagevergoeding toe te kennen aan co-assistenten. Wat mij betreft ligt het voor de hand dat in deze periode een beroep gedaan kan worden op studiefinanciering. Het lijkt ook redelijk dat ziekenhuizen een tegemoetkoming geven voor maaltijden en reiskosten. Of je hier een vergelijking kunt maken met andere beroepsgroepen en het verschuiven van vrijgevestigd naar CAO werknemer vind ik trouwens nog de vraag. De professionele onafhankelijkheid blijft een discussiepunt.
Ruud Hagenouw

Beste Ruud,
Toch is er wel degelijk een duidelijke trend zichtbaar naar meer CAO en dienstverband denken. In de meeste CAO-beroepen is een stagevergoeding dan ook een hele normale aangelegenheid. Of we als beroepsgroep wel deze richting in willen is een andere vraag en ik ben het met je eens, deze discussie moet zeker gevoerd worden. Omdat de medisch student bijdraagt aan het productieproces van een ziekenhuis en daardoor niet meer de mogelijkheid heeft bij te verdienen zoals andere studenten, lijkt het mij ook redelijk dat het ziekenhuis hiervoor een stagevergoeding geeft. De studie is langer dan gemiddeld en brengt daardoor ook meer kosten met zich mee voor deze student. En de huidige studiebeurs is niet voldoende om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, dat weet iedereen!

Ruud, een oud platformonderwerp is de wetenschappelijke vorming, hierover heb ik ook een stelling voor je: er dient een scheiding te komen tussen de medisch practicus enerzijds en de medisch onderzoeker anderzijds! Elke arts is zich ervan bewust dat de geneeskunde niet zonder wetenschappelijk onderzoek kan. Dat wetenschappelijk denken in de opleiding een plaats heeft is daarom ook erg belangrijk. Het is mijns inziens geen goede zaak dat van een arts verwacht wordt dat hij/zij zowel een goede practicus als goede wetenschapper is. Met beide richtingen zijn verschillende belangen, interessen en kwaliteiten gemoeid, die door een scheiding beter tot hun recht komen. Beide groepen moeten elkaar wel ondersteunen. De practicus moet vooral klinisch werk doen en data aanleveren aan de wetenschapper. Zo zal de wetenschapper zich vooral op het onderzoek kunnen richten en met zijn resultaten het handelen van de practicus kunnen ondersteunen. Er moet dus voorkomen worden dat beide specialisaties als een brij door elkaar heen lopen. Een scheiding komt naar mijn mening de kwaliteit van beide ten goede.
Bram Keulers

Beste Bram,
Wetenschappelijk denken is een conditio sine qua non voor de praktiserend arts. Medisch onderzoek kan alleen maar optimaal zijn als er voldoende voeling is met de praktijk. Toegepast wetenschappelijk onderzoek is ook voor de praktiserend arts onontbeerlijk. De medicus practicus zal kennis moeten kunnen nemen van de vooruitgang in de medische wetenschap en deze ook begrijpen. Ook patiënten hebben immers steeds meer de beschikking over alle wetenschappelijke kennis, denk alleen maar eens aan de mogelijkheden via internet. Dus ik ben het hier niet met je eens: een volledige scheiding tussen praktijk en onderzoek is wat mij betreft onwenselijk, ja zelfs onmogelijk. De consequentie hiervan is dat de basisopleiding dan ook nauwelijks verkort kan worden.
Ruud Hagenouw

Beste Ruud,
Wetenschappelijk onderzoek moet niet uit de medische praktijk verdwijnen, dat vind ik ook. Een goede samenwerking tussen de praktiserend arts en medisch onderzoeker is zeker van een groot belang. De praktiserend arts kan ideeën aandragen, onderzoeksvragen signaleren en de onderzoeker praktisch ondersteunen. Maar het opzetten, coördineren en uitwerken van onderzoek is een vak apart! Dit kan heel goed gedaan worden door hiervoor opgeleide onderzoekers, zoals gezondheidswetenschappers. De arts komt met de onderzoeksvraag maar laat de praktische uitvoering over aan een ander. Zo blijft er voldoende 'feeling' met de praktijk.

Ruud, ik neem de gelegenheid om nog een laatste stelling vanuit mijn eigen interesse aan je voor te leggen: de moderne computertechnieken zullen in toenemende mate de feitenkennis overbodig maken! Binnen de opleiding geneeskunde is er al jaren de ontwikkeling gaande van kennis-denken naar probleemoplossend-denken. Ik voorzie dat deze ontwikkeling nog veel verder zal gaan. De moderne computertechnieken, zoals de handheldcomputers (computers op zakformaat), zullen ervoor zorgen dat de meest recente, complete en relevante informatie steeds sneller en op elke gewenste plek beschikbaar komt. De nadruk zal dus liggen op het snel en doeltreffend vinden van de informatie. Het belang van 'feiten stampen' zal grotendeels verdwijnen. Dit zal een enorme verandering met zich meebrengen in zowel de medische professie als in de medische opleiding.
Bram Keulers

Beste Bram,
Ik ben het deels met je eens. Ja, de nadruk van het weten zal vooral liggen op de vraag: waar kan ik vinden wat ik nodig heb. Maar dit betekent in de praktijk dat artsen moeten kunnen beschikken over een zo groot mogelijk basaal kennisniveau. Toch 'feiten stampen' dus. Je moet de onderdelen van het menselijk lichaam toch weten te vinden! En juist de opleiding kan ervoor zorgen dat deze basis zo uitgebreid mogelijk is. In de latere praktijk komt het er niet meer van. De nadruk zal dan liggen op bij- en nascholing. Van belang is om bij de patiënt signalen te herkennen en van daaruit adequaat te kunnen handelen. Het goed, doelgericht opnemen van anamnese en de daarbij behorende observatie van de patiënt kan nooit door de techniek overgenomen worden. Computers kunnen daar een grote en belangrijke aanvullende rol in spelen, maar het begint met een grote basiskennis bij de toekomstige arts. Nogmaals, het 'feiten stampen' is helaas onvermijdelijk!
Ruud Hagenouw

Beste Ruud,
Feitenkennis wordt naar mijn mening steeds relatiever. Opgenomen informatie is snel verouderd en de hoeveelheid informatie is een beperkende factor in het krijgen van overzicht over deze kennis. Bovendien, hoe betrouwbaar is de informatie die iemand uit zijn geheugen ophaalt als dit al lang geleden eens bestudeerd is? Het herkennen van signalen bij een patiënt door observatie en anamnese is zeker van groot belang. Een arts moet weten binnen welk medisch gebied deze signalen thuishoren en moet een zekere basiskennis van mogelijke oorzaken hebben. Men moet dus een differentiaaldiagnose kunnen maken. Bij dit laatste kan een computer al behulpzaam zijn. Maar het gaat veel verder: nu al is het mogelijk om 25 complete leerboeken (Harrison's, Merck Manual, Farmacotherapeutisch Kompas, etc) met protocollen en standaarden op te slaan in een apparaatje dat twee keer zo groot is als een mobiele telefoon! Hierdoor kan men overal zeer snel en effectief de meest recente informatie opzoeken. Deze informatie kan men elk halfjaar of sneller laten aanvullen met de nieuwste inzichten. Doordat men overal heel snel informatie kan vinden zal men sneller iets opzoeken of verifiëren, dit draagt bij aan het leerproces.
Uit eigen ervaring weet ik dat de meeste artsen niet beseffen wat nu al mogelijk is. Ik maak nu al gebruik van dergelijke technieken en heb al heel wat artsen kunnen overtuigen van het nut. Zelfs de computeranalfabeet kan in een handheldcomputer veel sneller zoeken dan in een (verouderd) boek. Je voert het woord in dat je wil hebben en de computer doet de rest. Zo kan je snel meerdere boeken doorspitten. Ik geef hiermee dus aan dat een computer een arts niet kan vervangen, maar in de huidige medische setting een enorme steun kan zijn en de kwaliteit van het medisch handelen kan vergroten. Dit voordeel zal nog groter zijn als elke beroepsgroep een bibliotheek bijhoudt met de meest recente informatie op hun eigen gebied en dit beschikbaar stelt voor gebruik op handheldcomputers. De mogelijkheden zijn enorm. Ik wil het je graag een keer laten zien.
Bram Keulers

Beste Bram,
Je enthousiasme is aanstekelijk! Van harte houd ik me aanbevolen voor uitgebreide voorlichting op computergebied.
Bram, als ik nog eens nadenk over onze discussie komt één basale vraag naar boven. Wat is de essentie? En dan gaat het mij om een integrale benadering van de mens. Dat geldt voor alle artsen, blijf met je voeten in de maatschappij staan, blijf inde breedte denken. Natuurlijk moet je voor je specialisme de diepte in maar blijf kijken naar de mens, dat is het belangrijkste.
Ruud Hagenouw

Beste Ruud,
Daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens. De rest nodigt nog wel uit voor meer interessante discussie, vind ik. Alle drie de stellingen schoppen misschien tegen wat ?heilige huisjes? van onze medische sector. Maar ik denk dat op alle drie de gebieden nog veel mogelijk is om de kwaliteit te verbeteren en de medische sector aantrekkelijker te maken en dus ook een beter imago te geven. En daarnaast zeker ook te blijven kijken naar de mens. Ruud, bedankt voor deze leuke discussie. Bram Keulers

Deel: ' Dialoog voorzitter KNMG en voorzitter KNMG studentenplatform '




Lees ook