Productschappen Vee, Vlees en Eieren

Persbericht nr. 10, 5 februari 1999

Diergezondheidsbeleid moet beter

In het Beleidsbesluit Diergezondheid (december 1998) gaat het Ministerie van Landbouw op belangrijke punten voorbij aan de dialoog met het bedrijfsleven. Dit overleg met de sector heeft niet geleid tot de nodige aanpassingen van de beleidsvoornemens over diergezondheid. Het Besluit wordt woensdag 10 februari in de Tweede Kamer behandeld.

Verantwoordelijkheid en financiering

Het Ministerie van Landbouw trekt enerzijds alle verantwoordelijkheden naar zich toe bij de dierziektebestrijding en -preventie, handelsbelemmerende ziekten en marktoriëntatie. De financiering daarvan wordt daarentegen volledig bij het bedrijfsleven gelegd. Zorg is om als betaler nadrukkelijker betrokken te worden bij het bepalen.

Wanneer maatregelen effect moeten hebben, is de acceptatie door het bedrijfsleven van zeer groot belang. Dat de sector haar verantwoordelijkheid goed weet te nemen, is gebleken bij de aanpak van Aujeszky, Salmonella, IBR, Para-tbc en scrapie. Het bedrijfsleven vraagt zich daarom ten zeerste af wat er de meerwaarde van is, dat het Ministerie dit nu naar zich wil toetrekken.

Diergezondheidsfonds varkenssector

De kosten voor een eventuele uitbraak van een ernstige dierziekte in de varkenssector (varkenspest, blaasjesziekte, mond- en klauwzeer) worden betaald uit een speciaal diergezondheidsfonds onder controle van de overheid. De sector vreest, dat de overheid deze pot ook zal gebruiken voor zaken die niet rechtsreeks met de bestrijding van dierziekten te maken hebben, zoals wering, vrijwaring, preventie, monitoring, bewaking en I&R. Het is van groot belang, dat de Tweede Kamer ervoor zorgt, dat dit niet gebeurt. Het is overigens zeer wenselijk dat de financiering voor de andere sectoren georganiseerd blijft door het bedrijfsleven. Hiermee wordt de acceptatie van de veehouderij om de bestrijdingskosten te financieren verbeterd. Tevens is het financieel aantrekkelijker.

Gemeenschappelijk Lichaam Diergezondheid en Kwaliteit (GLD)

Bij de afbouw van het Landbouwschap (in 1997) hebben het Ministerie en de sector in een intentieverklaring vastgelegd dat er een Gemeenschappelijk Lichaam Diergezondheid en Kwaliteit (GLD) zou worden opgericht om versnippering van PBO-regelgeving te voorkomen. Zonder overleg gaat het Ministerie in haar Beleidsbesluit hieraan voorbij: Aujeszky en IBR komen onder medebewind, GLD beperkt zich tot KI en fokkerij, de minimumeisen voor de varkenshouderij worden onder het Ministerie gebracht en transport, hygiëne en reiniging en ontsmetting zijn inmiddels door het departement ingevuld. Op deze manier heeft een GLD geen meerwaarde.

Om verdere versnippering te voorkomen zou de Tweede Kamer moeten bevorderen, dat het Ministerie en de PBO’s inzake het medebewind eenduidige afspraken maken over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Regelgeving die niet voortvloeit uit EU-regelingen (handelsbelemmerende ziekten, hygiëne, preventie), moet in autonomie liggen bij de PBO. Het bedrijfsleven moet zelf immers de mogelijkheid hebben regels te stellen voor de diergezondheidszorg en het welzijn, ook als het verder gaat dan de overheid wenst.

Kwaliteit en keuringen

Het bedrijfsleven moet haar eigen kwaliteitssystemen ontwikkelen en onderhouden. Waar dat privaatrechtelijk kan heeft dat de voorkeur, maar waar ondersteuning door de productschappen nodig is, moet dat ook mogelijk zijn. Dit traject lijkt nu door het Ministerie te worden geblokkeerd. Zolang bovendien de RVV haar keuringen hier niet op afstemt, wordt het bedrijfsleven elke stimulans ontnomen.

Nadere informatie

Voor nadere informatie:PVE afdeling Communicatie, tel. (070) 340 92
92

Of: Jan Klaver, adjunct hoofd sectorafdeling Vee en Vlees, tel. (070)
340 95 83

Deel: ' 'Diergezondheidsbeleid moet beter' '




Lees ook